Jaarverslag 2011: “Neonicotinoïden zijn in het afgelopen jaar herhaaldelijk onderwerp van discussie geweest onder wetenschappers, in de media en de politiek. In de Tweede Kamer leidde deze discussie onder andere tot een verzoek aan de regering om de reeds toegelaten bestrijdingsmiddelen die behoren tot de klasse neonicotinoïden opnieuw te toetsen op de effecten op de gezondheid van bijen, en hierbij ook expliciet eventuele subletale effecten mee te nemen. Het Ctgb heeft in opdracht van de staatssecretaris van EL&I de herbeoordeling van 55 middelen uitgevoerd. Naast de neonicotinoïden clothianidin, thiomethoxam en imidacloprid is ook het insecticide fipronil bij de beoordeling betrokken. Bij de herbeoordeling zijn de meest recente wetenschappelijke inzichten, de nieuwste versie van het recent aangepaste toetsingskader en door de toelatinghouder uitgevoerde aanvullende studies betrokken. De resultaten van de herbeoordeling gaven het Ctgb in 2011 geen aanleiding om toelatingen in te trekken of wijzigingen op te leggen.”
Jaarverslag 2012:
“In 2012 zijn diverse onderzoeken gepubliceerd over neonicotinoïden en de mogelijke relatie met bijensterfte. Voor de genoemde publicaties heeft het Ctgb geconcludeerd dat deze studies geen invloed hebben op de toepassingen van neonicotinoíde-houdende middelen die in Nederland op de markt zijn, mede gelet op het gebruik in Nederland en de restricties die het Ctgb gesteld heeft aan het gebruik in de Nederlandse context. Desalniettemin blijft het Ctgb met haar wetenschappelijke kennis en kunde de ontwikkelingen rondom dit onderwerp volgen en zal waar nodig actie ondernemen op nationaal en internationaal niveau.”
Jaarverslag 2013:
“Neonicotinoïden en de mogelijke risico’s die met het gebruik samenhangen, hebben de afgelopen jaren veel aandacht gekregen in de media. Nieuwe studies en nieuwe wetenschappelijke inzichten worden door het Ctgb beoordeeld op hun wetenschappelijke waarde. Nieuwe inzichten die hieruit voortkomen worden door het Ctgb gebruikt in de toelatingsbeoordeling. De beoordeling vindt plaats binnen Europese en Nederlandse kaders. Begin 2013 heeft de European Food Safety Authority (EFSA) een rapport gepubliceerd met als eindconclusie dat bij het gebruik van enkele neonicotinoïden risico’s voor de gezondheid van bijen niet kon worden uitgesloten. Op basis hiervan heeft de Europese Commissie restricties ingesteld op het gebruik van deze stoffen. Nederland en het Ctgb hebben deze restricties gesteund en het Ctgb heeft op basis van het Europese besluit 11 toelatingen ingetrokken en 7 toelatingen ingeperkt. In bijzondere gevallen, indien nieuwe onaanvaardbare risico’s voor mens, dier of milieu worden geconstateerd, heeft het Ctgb de plicht tussentijds een toelating aan te passen of in te trekken. Het Ctgb heeft nationaal, op basis van nieuw wetenschappelijk onderzoek, in samenwerking met het RIVM de norm voor imidacloprid in oppervlaktewater naar beneden bijgesteld. Het betreft de norm voor de uitspoeling naar water in kavelsloten die wordt gebruikt bij de toelating van middelen. Het naar beneden bijstellen van deze norm heeft er toe geleid dat het Ctgb ambtshalve de toelating van een aantal middelen in zal perken.
In 2013 zijn de voorgenomen besluiten ter inzage gelegd.”
Jaarverslag 2014:
“Het wetenschappelijk tijdschrift Nature publiceerde in juli over het onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen en Sovon Vogelonderzoek Nederland naar de effecten van imidacloprid op de Nederlandse vogelstand. Na grondige bestudering blijkt ons dat het verband tussen de hoge concentraties imidacloprid en de lagere vogelstand statistisch gezien correct lijkt. Een statistisch
verband wil echter nog niet zeggen dat het één (hoge imidacloprid gehalte) ook de oorzaak is van het ander (lagere vogelstand). Naast het op grote schaal overschrijden van de aquatische norm spelen andere factoren, zoals intensiteit van de landbouw en andere pesticiden, mogelijk een rol. Desondanks stelt het Ctgb vast dat de hoge concentraties imidacloprid ongewenste gevolgen kunnen hebben voor het ecosysteem. Bekend is dat de overschrijdingen in het water met imidacloprid grotendeels door de glastuinbouw worden veroorzaakt. Om de waternorm die het Ctgb hanteert in de praktijk te realiseren, zijn vergaande zuiveringstechnieken voor emissiewater uit kassen en maatregelen voor driftreductie voorgeschreven. Deze maatregelen worden nu in praktijk gebracht. De verwachting is dat de overschrijdingen daarmee meetbaar terug zullen lopen en daarmee het aquatisch milieu voldoende beschermd is.”
Jaarverslag 2015:
“De gewasbeschermingsmiddelenfamilie van de neonicotinoïden was ook afgelopen jaar weer onderwerp van discussie en zorg. De EASAC (European Academies Science Advisory Council) riep de Europese Commissie op de status ervan te herzien, omdat het toelatingssysteem de schadelijke effecten onvoldoende zou meewegen. Neonicotinoïden doden niet alleen schadelijke insecten voor het gewas, maar ook bestuivers zoals bijen en hommels, en andere organismen, waardoor op de lange duur ook het natuurlijke ecosysteem in de landbouw verzwakt. Het Ctgb stelt vast dat de EASAC geen nieuwe gegevens overlegt. De genoemde overwegingen zijn al meegenomen in de beoordeling bij de toelating en bij een aanvullende herbeoordeling. En de middelen zijn veilig te gebruiken, mits telers de gebruiksvoorschriften en restricties in acht nemen. Het EASAC-rapport geeft daarom geen aanleiding in te grijpen in de bestaande toelatingen, wel heeft het Ctgb aanbevelingen gedaan om bestaande richtsnoeren aan te passen. Wat speelt is de discussie tussen risico (toxiciteit) en blootstelling. Als iets giftig is, wil dat niet zeggen dat het middel verboden moet worden, omdat het Ctgb met de wettelijke gebruiksvoorschriften de blootstelling beperkt zodat het veilig is voor mens, dier en milieu. De toepassing van imidacloprid is in 2014 en in 2015 aangescherpt, waardoor een teler zonder zuiveringsinstallatie zo’n middel niet meer kan kopen. De zuiveringsinstallatie moet ten minste 99,5% wegvangen om te voorkomen dat deze stoffen toch in het oppervlaktewater terechtkomen. Het ministerie van Economische Zaken heeft CML (Centrum voor Milieuwetenschappen van de Universiteit Leiden) gevraagd een overzicht te geven van de staat van het oppervlaktewater. Die blijkt tijdens de meetperiode (tot maart 2015) nog niet verbeterd. Het Ctgb is van mening dat deze periode te kort is om vast te stellen of de aangescherpte gebruiksvoorschriften (vanaf 1 mei 2014 is zuivering van afvalwater in kasteelten verplicht gesteld) een gunstig effect hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Als uit de nieuwe monitoringgegevens blijkt dat deze nog niet is verbeterd, zal het college ingrijpen door het gebruik te beperken of de middelen niet meer toelaten.”
Jaarverslag 2016:
Op basis van nieuwe inzichten grijpt het Ctgb indien nodig ook in in bestaande toelatingen. Dit is gebeurd voor imidaclopridhoudende middelen die toegepast worden in kassen. Op basis van onderzoek naar de kwaliteit van het oppervlaktewater bleek dat afvalwater uit kassen ondanks de voorschriften nog steeds werd geloosd. Het Ctgb besloot daarom tot een verbod op het gebruik van imidacloprid in kassen, tenzij het afvalwater aantoonbaar en controleerbaar wordt gezuiverd tot 99,5 procent.
Het college heeft onder andere tot taak de bewindspersonen gevraagd en ongevraagd advies te geven. In 2016 heeft het college de staatssecretarissen van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu 8 adviezen gegeven. Deze adviezen gingen onder andere over de risico’s van het gebruik van een aantal neonicotinoïdenmiddelen voor vissen, bijen en aquatische organismen. Steeds was de vraag aan de orde of nieuwe gegevens aanleiding gaven tot een herbeoordeling. In één geval is het college hiertoe overgegaan (toelatingen van imidaclopridhoudende middelen in kassen). In alle andere gevallen werd op grond van de resultaten geconstateerd dat, hoewel soms risico’s werden geconstateerd, deze niet van dien aard waren dat ze een ingrijpen met mitigerende maatregelen in de toelatingen op dit moment zouden rechtvaardigen.
Jaarverslag 2017
In het water in de kassengebieden werden ondanks voorschriften en maatregelen nog steeds te hoge concentraties imidacloprid (een neonicotinoïde) aangetroffen. Het Ctgb verbood per 15 maart het gebruik van imidaclopridhoudende middelen in kassen, tenzij een teler kan aantonen dat hij ten minste 99,5% van de actieve stof uit het afvalwater zuivert. Dit moet controleerbaar zijn en geborgd met een certificaat. Uitstel van deze maatregel was niet mogelijk vanwege de risico’s voor waterorganismen. De benodigde zuiveringstechniek was voorhanden en de certificering kon aansluiten bij bestaande keurmerken. Het Ctgb zocht voor de zuiveringstechnieken aansluiting bij het Hoofdlijnenakkoord waterzuivering in de glastuinbouw. De zuivering van afvalwater past in het toekomstperspectief met als einddoel nul-emissie voor de glastuinbouw. Telers kunnen met één installatie voldoen aan de zuiveringseisen volgens het hoofdlijnenakkoord én – mits dat bij het Ctgb is aangetoond – ook aan de extra zuiveringseis van 99,5% voor imidacloprid. Voor telers die geen afvalwater lozen – telers met een gesloten kas – kwam er een pilot om te zien hoe dit systeem zo geborgd kon worden dat gebruik van imidacloprid door deze telers ook verantwoord is. Bovendien kwam, om misbruik te voorkomen, het gebruik van alle imidaclopridhoudende middelen met kastoepassingen onder het systeem van gecontroleerde distributie. Later in het jaar ging de Beoordelingscommissie Zuiveringsinstallaties Glastuinbouw het zuiveringsrendement vaststellen, tuinders wisten daardoor welke installatie ze konden aanschaffen en de toezichthouder wist of een tuinder het verplichte minimale zuiveringsrendement haalde.
In maart 2017 legde de Europese Commissie een voorstel voor aan het Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed (SCoPAFF) voor verdere aanscherping van de goedkeuringsvoorwaarden van de werkzame stoffen clothianidin, imidacloprid en thiamethoxam. De commissie deed haar voorstel nadat EFSA haar conclusies had gepresenteerd over de herbeoordeling van deze drie stoffen op risico’s voor bijen. Het voorstel van de commissie betrof een uitbreiding van de bestaande restricties tot louter nog toepassing van de betreffende middelen in kassen. In dit voorstel mag behandeld zaad nog alleen in de kas worden uitgezaaid en is de gehele levenscyclus van de plant beperkt tot de kas. Het Ctgb gaf in zijn advies aan het ministerie van EZ aan zich op procedurele gronden niet te kunnen vinden in het voorstel van de commissie: EFSA baseerde haar conclusies over de risico’s voor bijen op een guidance-document dat nog niet is goedgekeurd. Naar het oordeel van het Ctgb worden deze drie stoffen daardoor op een totaal andere manier beoordeeld dan alle andere werkzame stoffen.
Uit de beoordeling van EFSA bleek verder dat stofdrift, verstuiving van de werkzame stof tijdens het zaaien van het gecoate zaad, tot een (aanzienlijke) blootstelling van bijen via onkruiden in akkerranden kan leiden. Het Ctgb is van oordeel dat in Nederland voor gewasbeschermingsmiddelen, ook de neonicotinoïden, afdoende maatregelen van kracht zijn die verspreiding van stofdrift tijdens het zaaien tegengaan (zoals deflectoren op zaaimachines, alleen zaaien bij lage windsnelheid en het onmiddellijk en volledig in de bodem onderwerken van het zaad). Daarnaast is er in Nederland veel aandacht voor de kwaliteit van behandeld en gecoat zaad, juist om stofdrift tijdens het zaaien te voorkomen. Het Ctgb adviseerde de staatssecretaris er bij de Europese Commissie op aan te dringen in de goedkeuringsverordening een restrictiezin op te nemen over de kwaliteit van de zaadcoating en restrictieve maatregelen in te stellen bij het uitzaaien. In 2017 heeft uiteindelijk geen stemming in het SCoPAFF meer plaatsgevonden over het voorstel van de commissie. De commissie besloot op aandringen van de lidstaten, waaronder Nederland, te wachten totdat EFSA de volledige resultaten van de lopende herevaluatie zou hebben gepresenteerd. Naar verwachting zal dat in het voorjaar van 2018 zijn.
Jaarverslag 2018
De uitkomst van het Europese besluitvormingsproces over werkzame stoffen is de laatste jaren politieker en minder voorspelbaar geworden. Adviezen van de experts worden niet altijd meer overgenomen, zo ook in 2018: er speelden discussies rond neonicotinoïden waarvan het gebruik werd beperkt.
De Nederlandse en Europese beoordelings- en toelatingssystematiek is erop gericht de veiligheid, van mens, dier en milieu te waarborgen. Vanwege nieuwe inzichten worden regelmatig voorschriften en toelatingen aangescherpt. Belangrijk in 2018 waren de Europese dossiers van de neonicotinoïden en rodenticiden op basis van anticoagulantia. Eind april beperkte de Europese Commissie het gebruik van middelen op basis van imidacloprid, thiamethoxam en clothianidin tot ‘gewassen die hun hele levenscyclus in een kas staan’. De Commissie gaf daarbij aan dat die levenscyclus eindigt vóór de oogst. Het verhandelen van bijvoorbeeld geoogste snijbloemen, tomaten of kropsla van behandelde planten blijft daarmee mogelijk. Het Ctgb gaf hieraan invulling met het besluit om deze drie neonicotinoïden uitsluitend toe te laten voor gebruik in gesloten, permanente kassen. Ter bescherming van bijen en andere bestuivers mogen planten en zaden die zijn behandeld met de stoffen niet buiten worden uitgeplant. De voorschriften gelden eveneens voor bollen en zaden bedoeld voor export buiten de EU.
Voor het gebruik van imidaclopridhoudende gewasbeschermingsmiddelen golden in Nederland al strengere eisen dan die uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ze mogen uitsluitend worden gebruikt in een kas zonder lozing – aangetoond met een certificaat – of het afvalwater uit de kas moet voor lozing met een rendement van tenminste 99,5% gezuiverd zijn. De zuiveringsinstallatie moet werkelijk in gebruik zijn en adequaat worden onderhouden, wat moet worden aangetoond met een certificaat. Certificering van deze zuivering was vanaf eind 2017 al mogelijk, vanaf juli 2018 was het ook mogelijk om de ‘nul-lozing’ te laten certificeren op basis van een bezoekverslag van het waterschap. Hieruit blijkt dat investeren in duurzaamheid, zoals in een zuiveringsinstallatie, loont en het vertaalt zich in dit geval in behoud van het middelen-pakket.
Openbaarmaking van studies blijft een aandachtspunt van ngo’s; het Ctgb heeft ook verzoeken tot openbaarmaking ontvangen over de besluiten van september 2018 waarin de toepassing van een aantal middelen op basis van neonicotinoïden werd ingetrokken of beperkt tot uitsluitend gebruik in kassen. Aan deze besluiten hebben echter geen studies van aanvragers ten grondslag gelegen.
De beschikbaarheid van goedgekeurde werkzame stoffen staat al een aantal jaren onder druk. Behalve dat in 2018 van een aantal werkzame stoffen de goedkeuring niet werd verlengd (thiram, diquat, propiconazool), werden van stoffen waarvan de goedkeuring wél werd verlengd de goedkeuringsvoorwaarden soms -flink gewijzigd. Zo heeft de Commissie besloten dat middelen op basis van 3 neonicotinoïde stoffen (clothianidin, thiamethoxamen imidacloprid) alleen nog maar mogen worden toegepast voor de behandeling van gewassen die gedurende hun hele leven in permanente kassen blijven. Deze restricties zijn opgelegd om te voorkomen dat bijen via stuifmeel of nectar van de behandelde planten aan de middelen of residuen worden blootgesteld. Het Ctgb adviseerde de minister van LNV over het voorstel van de Commissie voorafgaand aan de stemming in het comité van lidstaten en droeg daarbij de mogelijkheid aan om door risicobeperkende maatregelen op lidstaatniveau de restricties te preciseren; dit advies werd niet overgenomen.
Jaarverslag 2019:
Een verslag over de problematiek van de neonicotinoïden in het oppervlaktewater van de glastuinbouw was in het jaarverslag niet te vinden.