Auteur: Henk Tennekes

  • Het land van Bartje wordt het afvalputje van de industriële landbouw

    Het land van Bartje wordt het afvalputje van de industriële landbouw

    ‘De situatie in Drenthe is zorgwekkend’, zegt het internationale vrouwen- en milieunetwerk Women Engage for a Common Future (WECF) over de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater in Drenthe. WECF publiceert in deze Week Zonder Pesticiden een nieuw rapport “Bestrijdingsmiddelen in beken en kanalen – Feiten over bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater in Drenthe”, waaruit blijkt dat de helft van de gevonden bestrijdingsmiddelen geclassificeerd wordt als zeer gevaarlijk. Daarnaast blijkt Drenthe voor duurzame landbouw hekkensluiter in Nederland. In 2014 kwamen gemiddeld 14 verschillenden bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater voor. Het meest belast blijkt het water bij Smilde, Oosterhesselen, Erica, Barger-Compascuum, Klazienaveen en Hoogeveen; in deze gebieden werden 25 tot 41 verschillende stoffen in sloten en kanalen gevonden. Maar liefst 74 verschillende actieve stoffen bleken in de Drentse wateren aanwezig. De helft van deze stoffen staan te boek als zeer gevaarlijk volgens de PAN Liste of Highly Hazardous Pesticides.

    Sinds jaren worden door de provincie Drenthe, Waterschappen en andere belanghebbenden programma´s en maatregelen ontwikkeld om de emissie van bestrijdingsmiddelen uit de agrarische sector te verminderen. Tot nu toe waren de genomen maatregelen voor Drenthe – een provincie met zeer kwetsbare gronden – onvoldoende. Drenthe is zelfs hekkensluiter als het gaat om duurzame landbouw: in de provincie werd in 2015 slechts 0,66% van het landbouwareaal biologisch bewerkt.

    Bron: De Krant van Midden Drenthe, 28-03-17
    https://www.dekrantvanmiddendrenthe.nl/nieuws/regio/487764/veel-bestrijdingsmiddelen-in-drents-oppervlaktewater.html

  • De lelieteelt bedreigt de drinkwatervoorziening van Groningen

    De lelieteelt bedreigt de drinkwatervoorziening van Groningen

    Sinds 2010 is de lelieteelt in het Drentsche Aa-gebied explosief gegroeid. Dit blijkt uit cijfers van het Uitvoeringsprogramma Drentsche Aa die gepresenteerd zijn in het Overlegorgaan Drentsche Aa. De groei vormt, volgens de milieuorganisatie een bedreiging voor de waterkwaliteit van de Drentsche Aa en daarmee ook voor de drinkwatervoorziening uit de Drentsche Aa. De afgelopen jaren is het areaal bollenteelt in het Drentsche Aa-gebied gestegen van 52 ha in 2010 naar 189 ha in 2016. Daarbij gaat het vooral om leliebollenteelt, de teelt waarbij men veruit de meeste bestrijdingsmiddelen per hectare gebruikt. Per jaar gaat het om de toepassing van gemiddeld 117 kg/ha bestrijdingsmiddelen (inclusief minerale olie) in de lelieteelt tegenover ruim 7 kg/ha gemiddeld bij gewassen zoals aardappelen, snijmais en suikerbieten. Op dit moment kunnen lelietelers op landbouwpercelen in heel Drenthe zonder enige beperking hun gang gaan. Naast het hoge gebruik aan bestrijdingsmiddelen gaat de teelt ook gepaard met intensieve drainage en beregening. Natuur- en milieufederatie Drenthe vindt dit een kwalijke zaak en roept de provincie op om deze intensieve teelt in kwetsbare gebieden te voorkomen en terug te dringen. De provincie kan de revisie van de Omgevingsvisie benutten, die recent is gestart, om hierop beleid te ontwikkelen.

    Via uit- en afspoeling, drainage en drift komen bestrijdingsmiddelen in de beken van de Drentsche Aa terecht. Deze bestrijdingsmiddelen vindt het Waterbedrijf Groningen terug bij het innamepunt voor de drinkwaterproductie bij De Punt. Daarmee vormen ze een bedreiging voor de drinkwatervoorziening. Inwoners van de stad Groningen, Haren, Glimmen en Eelde-Paterswolde krijgen hun drinkwater uit het beekwater van de Drentsche Aa. Als het Waterbedrijf te veel bestrijdingsmiddelen in het water aantreft, stopt het bedrijf de inname van het beekwater. Daarmee is deze drinkwaterwinning zeer kwetsbaar.

    Bron: Asser Courant, 15-03-17
    https://www.assercourant.nl/algemeen/485783/-lelieteelt-vormt-bedreiging-voor-drinkwater.html

  • Het Nederlandse grondwater is verontreinigd met bestrijdingsmiddelen

    Het Nederlandse grondwater is verontreinigd met bestrijdingsmiddelen

    De kwaliteit van het grondwater in Nederland laat sterk te wensen over. Dat zegt onderzoeksinstituut KWR na een landelijke inventarisatie die zij uitvoerde. Bijna al het ondiepe grondwater bevat chemicaliën, aldus KWR. Dit betreft bestrijdingsmiddelen, geneesmiddelen en andere verontreinigende stoffen. Hetzelfde geldt voor zo’n 40% van het diepe grondwater. Het is voor het eerst dat de verontreiniging zo breed in beeld is gebracht. Het onderzoeksinstituut gebruikte hiervoor de meetgegevens die door de provincies in 2015 en 2016 zijn verzameld.

    In de helft van de grondwatermonsters zijn bestrijdingsmiddelen aanwezig. Zeventien procent van het grondwater voldoet niet aan de Europese norm van 0,1 microgram per liter. De grootste problemen zijn er in gebieden met bollenteelt en op de zandgronden van Noord-Brabant. Ook in grondwaterbeschermingsgebieden overschrijden drie bestrijdingsmiddelen de norm. Dit geeft volgens KWR aan dat de beperkende maatregelen voor het gebruik van deze toegelaten middelen nog onvoldoende tot het gewenste effect leiden. Geneesmiddelen zijn in een kwart van de grondwatermonsters aangetoond, het gaat vooral om fenazon en carbamazepine. In vijf procent van de gevallen was er sprake van een overschrijding van de signaleringswaarde voor drinkwater.
    Bron: KWR, 06-06-17
    https://www.vemw.nl/Nieuwsoverzicht/2017-06-06-Grondwater-onderzoek-verontreiniging.aspx

  • De terugloop van baardvleermuizen – Jan Mager legt de vinger op de zere plek

    De terugloop van baardvleermuizen – Jan Mager legt de vinger op de zere plek

    De Provincie, maar ook de Zoogdiervereniging, wil blijkbaar niet zien dat gelijktijdig met de explosieve groei van de bollenteelt in de provincie Drenthe de vlinderpopulaties zijn afgenomen. Dat bijen en hommels en andere insecten het moeilijk hebben. En dat dus ook vleermuizen in aantal afnemen.’ Aan het woord is vleermuisdeskundige van IVN-afdeling Hoogeveen Jan Mager. Hij is lid van Vleermuiswerkgroep Drenthe (VleD), werkend onder de paraplu van Zoogdiervereniging Nederland. Mager laat het rapport zien dat beide organisaties hebben opgesteld over de aantallen vleermuizen in de voormalige aardappelkelder van Kamp Westerbork. Drie soorten bleven door de jaren heen redelijk stabiel, maar de baardvleermuis nam in aantal af van ruim 1000 in 2012 naar ongeveer150 in 2017. Mager: ‘Helaas noemt de Zoogdiervereniging alleen de ‘veranderende landbouw’ als oorzaak, maar durft blijkbaar nog niet te spreken van het gebruik van gif.’ Andere natuurorganisaties sloegen al eerder alarm. Nu zegt ook Jan Mager: ‘Het is 2 voor 12!’

    De aardappelkelder van Kamp Westerbork is al jaren winterverblijf voor vier soorten vleermuizen: watervleermuis, grootoorvleermuis, franjestaart en baardvleermuis. De kelder is voldoende vochtig en heeft in de winter een constante temperatuur. Alleen met een ontheffing mogen twee onderzoekers enkele keren per winter naar binnen om de vleermuizen te tellen. Om er achter te komen of ze zich in de winter binnen de kelder verplaatsen, wordt gebruik gemaakt van een bat-logger. De logger wordt op een smal karretje een pijp ingeschoven. Een sterke accu zorgt ervoor dat de logger 24 uur per etmaal geluiden kan opvangen. Het gaat om sociale geluiden en vlieggeluiden. Evenals een batdetector, waarmee in het seizoen hoogfrequente geluiden worden opgevangen, registreert de bat-logger dergelijke geluiden en verzamelt ze op een SD-kaartje. Een vleermuisspecialist leest het kaartje af. Geluiden en tellingen wijzen erop dat baardvleermuizen schrikbarend in aantal teruglopen. In de aardappelkelder verblijven ‘s zomers geen vleermuizen. Daar is het te koud voor de jongen. De kraamkolonies van de vier soorten liggen verspreid over de provincie in spouwen, onder daken of in holle bomen. De vraag is, waarom nou juist de baardvleermuis zo dramatisch in aantal terugloopt.

    Er zijn vleermuizen die gespecialiseerd zijn in het vangen van kevers, zoals de laatvlieger. Andere vleermuizen vangen nachtvlinders, weer andere uitsluitend kleine insecten als muggen. Het is niet duidelijk waarin de baardvleermuis is gespecialiseerd. Dat er de laatste jaren in het buitengebied steeds minder kleine insecten voorkomen, is te zien aan de voorruit van de auto. De ruit blijft, ook bij 120 km/h over de A28, vrijwel schoon. Dat is wel eens anders geweest. Mager wijst op het doodspuiten van grasland en stoppelvelden in het voorjaar, het gebruik van imidacloprid in de landbouw en gifsoorten in de lelieteelt. Heeft de vermindering van kleine insecten te maken met de terugloop van vleermuizen die juist op deze insecten jagen? We komen tot de conclusie dat Bijenvereniging, Vlinderstichting, Libellenwerkgroepen, Sovon Vogelonderzoek en Zoogdiervereniging de krachten moeten bundelen. Mager: ‘Niet langer dat gedoe in de marge waardoor er niets gebeurt. Of moeten we nog harder wakker worden geschud. Koop in ieder geval biologische producten en weiger bloemen die zijn bespoten!’

    Bron: Hoogeveensche Courant, 25-06-17
    https://www.hoogeveenschecourant.nl/nieuws/hoogeveen/499595/bezorgdheid-over-terugloop-aantal-baardvleermuizen.html

  • Oppervlaktewaterverontreiniging met imidacloprid bedreigt de kamsalamander

    Oppervlaktewaterverontreiniging met imidacloprid bedreigt de kamsalamander

    De Kamsalamander (Triturus cristatus) is de grootste inheemse watersalamander. Het is er een van de meest bedreigde amfibieën. De achteruitgang van de kamsalamander gaat sneller dan die van andere Europese soorten, wat waarschijnlijk te maken heeft met de hogere eisen die gesteld worden aan de waterkwaliteit. Vervuiling van het oppervlaktewater is dan ook de belangrijkste oorzaak van de terugval. In Nederland komt de Kamsalamander voor ten zuidoosten van de lijn Vlissingen-Groningen. Enkele van de belangrijkste kerngebieden zijn Twente, het kleinschalige landschap in de Achterhoek, de zuidelijke omgeving van het Drents- Friese Woud, de IJsselvallei, de Gelderse Poort en de Waaluiterwaarden. De soort leeft op veel plaatsen in geïsoleerde populaties. Het voedsel bestaat uit kleine ongewervelden, zoals kreeftachtigen en insecten en de larven. De larven van de salamander bleken voornamelijk watervlooien te eten.

    Bronnen:
    Profielen Habitatsoorten, versie 1 september 2008 (bijlage)
    Wikipedia
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Kamsalamander

  • Wageningen universiteit stelde in 2012 een sterke achteruitgang van muggen vast

    Wageningen universiteit stelde in 2012 een sterke achteruitgang van muggen vast

    In het voorjaar van 2011 heeft Wageningen University in een aantal tuinen muggenvallen geplaatst. Dagelijks werd bepaald hoeveel muggen er in de val zaten en welke soorten het waren. Aangetroffen werd vooral de huissteekmug en opvallend genoeg werden de meeste muggen in de herfstmaanden gevangen. In de muggenvallen werden in de eerste tien maanden van 2012 70 procent minder muggen gevangen dan een jaar eerder. Een dergelijke teruggang heeft waarschijnlijk in heel Nederland plaatsgevonden.

    Sterke achteruitgang van insecten is ook elders waargenomen. De Krefelder Entomologischen Verein, een club Duitse insectenkenners, verzamelt al data over insecten sinds eind jaren 1980. Ze maken daarbij gebruik van malaisevallen, tentvormige vallen waarbij alle insecten die per toeval in de tent terechtkomen, belanden in een pot met een alcoholoplossing. In 1989 ving men met zo’n malaiseval in Duitse reservaten nog één tot anderhalve kilo insecten. In 2013 was dat nog hooguit 300 gram. Om zeker te zijn dat dit geen toeval was, werden de vallen in 2014 opnieuw uitgezet. Maar ook toen dezelfde lage resultaten. In één reservaat werden in 1989 niet minder dan 17291 zweefvliegen (behorend tot 143 soorten) gevangen. In 2013 waren dat er nog maar 2737 (van 104 soorten). Grosso modo gingen de aantallen insecten sinds 1989 dus met 78% achteruit.

    Ook elders in Europa horen we onrustwekkende signalen. In Groot-Brittannië gebeurt er al lang gestandaardiseerd onderzoek naar insecten. Uit het nachtvlindermeetnet dat daarvan deel uitmaakt, blijkt dat een aantal nachtvlindersoorten die nog steeds (vrij) algemeen zijn, een achteruitgang van meer dan 70% kenden. En ook bij ons is er niet veel reden voor optimisme.

    Bronnen:
    Nature Today, 04-11-12 en 23-05-17
    https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=18761
    https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=23485
    Laboratorium voor Entomologie, Wageningen University, 05-11-12
    http://www.wur.nl/nl/show/Veel-minder-muggen-dan-vorig-jaar.htm

  • Wo sind die Forellen geblieben?

    Wo sind die Forellen geblieben?

    Nur gerade 600 Kilogramm Fische haben die Patent-Angler im vergangenen Jahr aus dem Linthkanal zwischen Walensee und Oberem Zürichsee gezogen. Das ist der geringste Fangertrag seit der Einführung der entsprechenden Statistiken im Jahr 1940, wie aus dem am Dienstag veröffentlichten Jahresbericht der Fischereikommission für Zürichsee, Linthkanal und Walensee hervorgeht. Besonders stark betroffen von dem Rückgang im seit 2013 fertig renaturierten Kanal sind die Forellen (Oncorhynchus mykiss). Deren Fang reduzierte sich gegenüber dem Vorjahr von 105 auf 57 Kilogramm und somit fast um die Hälfte.

    Quelle: Neue Zürcher Zeitung, 22.06.17
    https://www.nzz.ch/zuerich/fischerei-wo-sind-die-forellen-im-linthkanal-geblieben-ld.1302261

  • Swiss water contains too much pesticide, says water industry

    Swiss water contains too much pesticide, says water industry

    More must be urgently done to protect Switzerland’s drinking water, according the Swiss water and gas industry association (SSIGE). One fifth of drinking water samples analysed by the national underground water testing organisation (NAQUA), contained levels of pesticides and nitrates above acceptable levels. And 30% of measurement points, contained very high levels. The highest concentrations were found in underground water, which supplies 80% of Swiss drinking water, mainly in areas with intensive agriculture. The phenomenon is driven by urban development and intensive use of pesticides in agriculture, estimated at around 2,000 tonnes per year, according to NAQUA. SSIGE is calling for a ban on pesticide use in areas that could affect water. Currently only 60% of underground water zones are designated as protected areas. NAQUA’s report shows that the farming sector needs to work hard to avoid polluting water ways. Suggested improvements include mechanical weeding and choosing more weed-resistant plants.

    Source: Le News, 23/06/17
    http://lenews.ch/2017/06/23/swiss-water-contains-too-much-pesticide-says-water-industry/

  • Immer weniger Fische in Neckar und Max-Eyth-See

    Immer weniger Fische in Neckar und Max-Eyth-See

    Die Fischbestände im Neckar und am Max-Eyth-See sind nach wie vor rückläufig. Wissenschaftler, die im Auftrag der Landesregierung darüber geforscht haben, sehen als einen wichtigen Grund den fischfressenden Kormoran. Die Fischereiforschungsstelle in Langenargen hat vor einigen Jahren im Auftrag der Landesregierung die Untersuchungen zur Wasserrahmenrichtlinie des Fischbestandes erstellt. Diese Forschungsstelle ist dem entsprechenden Landesministerium unterstellt. Zudem wurden bundesweit Fließgewässer von Biologen auf den Fischbestand untersucht. Die Wissenschaftler kamen unisono zu dem Schluss, dass es einige Faktoren gibt, die für den Rückgang der Fische verantwortlich sind. Haupt- und ausschlaggebender Faktor sei die Zunahme der Kormoranbestände. „Der Fischbestand heute betrage nur noch 20 Prozent gegenüber dem in den 80er Jahren, obwohl die Wasserqualität besser geworden ist“, berichtet Hans-Hermann Schock, 1. Vorsitzender des Württembergischen Anglervereins (WAV). Diese Entwicklung betreffe den Neckar, der schon in der Verbauung so war wie in den 80er Jahren. Da habe sich in den vergangenen Jahren nichts weiter groß geändert, so Schock. Diese Aussagen seien von der Landesfischereistelle veröffentlicht worden. Schock zählte am Max-Eyth-See vor über zehn Jahren 150 Kormorane. Jeder Vogel fresse etwa 500 Gramm Fisch am Tag. Solange der Fischbestand im Neckar nicht wesentlich verbessert werde, werden auch gegen den übertriebenen Schutz beim Kormoran die Vorgaben zur Wasserrahmenrichtlinie der Bundesrepublik nicht erreicht, so Schock. Es sei damit zu rechnen, so der Vereinsvorsitzende, dass die Bundesrepublik Strafen in Höhe von mehreren Millionen Euro durch die Europäische Union erreichen werden.

    Der Grund: Der wesentliche Bestandteil der Rahmenrichtlinie sei der Fischbestand. „Den werden wir nicht erreichen“, so Schock. Was nun für den Erhalt der Wasserrahmenrichtlinie getan werden könne? Schock blickt auf die Schweiz, die die Kormorane zähle und schaue, für wie viele der Vögel Platz sei und die Menge durch Jagd begrenze. Die von der Regierung beauftragten Wissenschaftler kommen alle zu dem gleichen Ergebnis. Trotzdem würden die Vogelschützer dies negieren, so Schock. Er kennt nur einen Fisch, der die Situation gut meistert: die Schwarzmaulgrundel. Sie werde vom Kormoran nicht gefressen.

    Viele Kormoranarten werden von der Weltnaturschutzunion, der IUCN (Internationale Union zur Bewahrung der Natur und natürlicher Ressourcen) in einem Gefährdungsstatus gelistet. Der Gemeine Kormoran (Phalacrocorax carbo) sei laut Wikipedia nicht gefährdet – seine weltweite Population wird auf 1 bis 1,6 Millionen Exemplare geschätzt.

    Der für Fischerei zuständige Minister Peter Hauk (CDU) hat im März eine stärkere Bejagung des Kormorans angekündigt und sich mit Naturschützern angelegt. Der Vogel komme inzwischen so massiv am Bodensee und anderen Gewässern Baden-Württembergs vor, im Land gebe es 10 000 Kormorane, dass dadurch die Bestände von ohnehin schon gefährdeten Fischarten wie der Äsche und der Bachforelle abzusinken drohten, sagte Hauk. „Zwar ist der Abschuss von Kormoranen zu bestimmter Zeiten im Jahr zulässig, aber das reicht nicht.“ So sei die Bejagung in Naturschutzgebieten und EU-Schutzgebieten nur eingeschränkt möglich, etwa am Bodensee, am Neckar oder am Kocher – „aber genau da kommt der Kormoran sehr stark vor“, so Hauk. Daher sollte die Bejagung in Schutzgebieten vereinfacht werden. Die FDP im Landtag unterstützte Hauks Vorhaben, die Grünen und der Naturschutzbund widersprachen.

    Quelle: Esslinger Zeitung, 20.06.17
    https://www.esslinger-zeitung.de/cannstatt_artikel,-immer-weniger-fische-in-neckar-und-max-eyth-see-_arid,2131178.html

  • White-headed ducks fall into drastic decline

    White-headed ducks fall into drastic decline

    The white-headed duck (Oxyura leucocephala) probably had a global population of over 100,000 in the early 20th century; in the 1930s an estimated 50,000 wintered on the Caspian Sea. However, by 1991 the population was estimated at a mere 19,000 ducks. Over the last 100 years the white-headed duck has become extinct as a breeding bird in Albania, Azerbaijan, Corsica, Hungary, Italy, Morocco, and former Yugoslavia. Despite the historical declines, however, there was some optimism in 1991, since the population was thought to be relatively stable. Since 1991 that optimism has faded. Numbers appear to have plummeted over the last decade to fewer than 10,000 birds. The decline has been most severe at what was the most important wintering site, Burdur Gölü in Turkey. In 1991 about 10,900 birds wintered there, but in 1996 only 1,270 were recorded. Obviously, some of the birds have simply scattered to other wetlands, and wintering numbers have increased elsewhere in the eastern Mediterranean region. They include the doubling of the population at Lake Vistonis, Greece, with other larger increases in Bulgaria and Romania. However, the counts do not compensate for the very large declines at Burdur Gölü.

    Source: Tehran Times, June 19, 2017
    http://www.tehrantimes.com/news/414398/White-headed-ducks-fall-into-drastic-decline