Auteur: Henk Tennekes

  • Irish bumblebee population in decline

    Irish bumblebee population in decline

    Irish bumblebee populations recorded in 2017 were at the lowest since monitoring began six years ago, with marked losses in critical native species, according to the latest monitoring figures. The declines are confirmed by the All-Ireland Bumblebee Monitoring Scheme co-ordinated by Dr Tomás Murray, senior ecologist at the National Biodiversity Data Centre in Co Waterford.

    There are 21 species of bumblebee in Ireland, which are vital pollinators of crops and wild plants. The findings released on Tuesday are based on the past six years of monitoring across more than 100 sites focusing on eight of the most common bumblebee species. “Based on a 2006 ‘red list’ , we already knew that six of our rarer 21 bumblebee species are threatened with extinction from this island,” Dr Murray said. Bumblebees are larger than honey bees and do not cluster in hives. “These include the charismatic great yellow bumblebee now confined to the northwest and the shrill carder bee, with its distinctive buzz, now only found in isolated populations in the west of Ireland,” he noted.

    Of 98 Irish wild bee species, one-third are threatened with extinction, he confirmed. For the first time, these new findings provide an early-warning signal on how more common bumblebees are faring. The large carder bee is threatened across Europe and, despite Ireland having relatively widespread populations of this species, a 23 per cent decline in the numbers have been seen since 2012, Dr Murray said.

    A combination of habitat loss, intensification of agriculture, hunger due to a decline in wildflowers, disease, poisoning by pesticides, climate change and imported species has caused bee population decline in Ireland. The overall trend since 2012 is a year-on-year decline of 3.7 per cent leading a total loss of 14.2 per cent. “Given the variability around our estimate, we have to be cautious about not crying wolf, but it is telling that we are detecting moderate declines in widespread species after only six years,” Dr Murray said.

    The declines were discovered partly due to the efforts of 80 citizen scientist volunteers. They walk a fixed route of one or two kilometres once a month from March to October and count the number and type of each bumblebee they observe using a standardised methodology. “In 2017, we collectively walked 883km over 490 hours, and counted 12,969 bumblebees across 14 species, making this one of the first national citizen science schemes in the world that tracks changes in wild pollinator populations,” Dr Murray said.

    To address declines in pollinating insects, an All-Ireland Pollinator Plan (AIPP) was launched in 2015. Its implementation is co-ordinated by the National Biodiversity Data Centre. Project officer Juanita Browne said it was undeniable that bees are declining. “But the good news is we know exactly what we need to do to help bees, and the actions needed are very doable and will show results almost immediately.”

    Source: The Irish Times, 15 May 2018
    https://www.irishtimes.com/news/environment/irish-bumblebee-population-in-decline-1.3495040

  • Desastreuze insectensterfte brengt onze leefomgeving in gevaar

    Desastreuze insectensterfte brengt onze leefomgeving in gevaar

    De insectensterfte neemt ook in Nederland desastreuze vormen aan. Al eerder lieten onderzoeken uit Duitsland en Frankrijk het instorten van insectenpopulaties zien. Wetenschappelijk onderzoek in opdracht van Natuurmonumenten toont nu aan dat ook in Nederland het aantal insecten dramatisch afneemt.

    Op basis van metingen en analyses over de afgelopen decennia blijken afnamen van 54% (nachtvlinders) tot zelfs 72% (loopkevers) in natuurgebieden. Daarmee laten deze groepen insecten net als in recente Duitse, Franse en Nederlandse onderzoeken een dramatische achteruitgang zien. En dat is erg: het is een grote aanslag op de kringloop van het leven.

    Uit een analyse van twee studies blijkt dat het aantal loopkevers dat geteld is bij Wijster (natuurgebieden Drenthe) in de afgelopen 22 jaar kelderde met 72%. Het aantal nachtvlinders in De Kaaistoep (natuurgebied Noord-Brabant) nam in 20 jaar af met 54%. Deze twee insectengroepen bevatten in totaal zo’n 1100 soorten, ongeveer 6% van alle in Nederland voorkomende insectensoorten.

    De resultaten zijn veelzeggend omdat de studies totaal verschillende onderzoeksmethoden hanteerden, maar wel beide een sterk dalende trend laten zien. Marc van den Tweel, directeur Natuurmonumenten: “Daarmee zijn de resultaten in lijn met het Duitse onderzoek dat eind 2017 verscheen en waaruit bleek dat 76% van de insecten in de afgelopen 27 jaar is verdwenen. Het aantal onderzoeken met onheilspellende berichtgeving stapelt zich in hoog tempo op. Van de 47 gemeten vlindersoorten in Nederland neemt de helft sinds 1992 af. Een Frans onderzoek toonde aan dat vogelpopulaties met gemiddeld 33% zijn afgenomen sinds 2000. Oorzaak: er zijn niet genoeg insecten om ze te voeden.

    In de twee Nederlandse studies zijn ook andere insectengroepen uitgebreid geanalyseerd. Naast de nachtvlinders en de loopkevers laten ook deze groepen een zorgwekkende achteruitgang zien. Het gaat dan om afnamepercentages van 64% in 20 jaar (kevers bij De Kaaistoep) en 62% in 10 jaar (kokerjuffers bij Kaaistoep). Alleen de groep wantsen lijkt stabiel te blijven. De wetenschappers concluderen dat berekend over een periode van 27 jaar zo’n twee-derde van het aantal individuen van de onderzochte insectengroepen verdwenen is.

    Recentelijk stuurde Minister Schouten een rapport aan de Tweede Kamer waarin de Nederlandse situatie rondom insecten wordt beschreven. In het rapport staat dat ‘de langetermijnafname van insectenpopulaties in Nederland mogelijk kan worden verklaard door factoren die met ontwikkelingen in de landbouw samenhangen.’ Het gaat dan om intensivering van het agrarisch landgebruik, gebruik van meer stikstof en fosfaat en gebruik van meer gewasbeschermingsmiddelen. Ook versnippering van natuurlijke leefgebieden dragen mogelijk bij aan de afname.

    In het rapport staat ook dat het Duitse onderzoek robuust is uitgevoerd en dat de beschikbare data over insecten in Nederland nog schaars zijn. Enkele datasets komen vanwege hun hoge kwaliteit in aanmerking voor vervolgonderzoek. De Kaaistoep en Wijster horen bij die groep vanwege hun omvang en nauwkeurigheid. Van den Tweel: “Natuurmonumenten heeft na het verschijnen van het Duitse onderzoek opdracht gegeven aan onderzoekers om de analyses versneld uit te voeren, zodat we ook in Nederland meer duidelijkheid krijgen, want Nederlandse gegevens over insectentrends blijken schaars. We onderschrijven dan ook de oproep van wetenschappers om een landelijk meetnet voor insecten op te zetten, zodat we een breder en completer beeld krijgen, ook over mogelijke oorzaken en langetermijntrends. De resultaten uit dit onderzoek onderstrepen in ieder geval hoe groot en serieus het probleem in ons land is. Als je je realiseert dat dit onderzoek in natuurgebieden is uitgevoerd – dus niet op landbouw-, industriegrond of in bebouwing -, kun je alleen maar vrezen hoe het ervoor staat in de rest van ons land. Onze leefomgeving, onze ecologische basis stort in.”

    Bron: Duurzaam Nieuws, 14-05-18
    https://www.duurzaamnieuws.nl/desastreuze-insectensterfte-brengt-onze-leefomgeving-in-gevaar/

  • ‘Neonicotinoïden ook verbieden in kassen’

    ‘Neonicotinoïden ook verbieden in kassen’

    Neonicotinoïden veroorzaken onherstelbare schade bij insecten, zegt toxicoloog Henk Tennekes. “Bayer is aansprakelijk voor de massale insectensterfte die imidacloprid heeft veroorzaakt.” De EU verbood eind april de neonicotinoïden clothianidin, imidacloprid en thiamethoxam voor gebruik in buitenteelten. Toxicoloog Henk Tennekes van adviesbureau Experimental Toxicology Services (ETS) Nederland vindt dat de EU het verbod moet uitbreiden naar kassen. Volgens Tennekes komen de giftige stoffen vanuit de kassen terecht in het oppervlaktewater. “Op basis van voorlopige informatie ga ik er vanuit dat de waterkwaliteitsrapportage 2017 van het Hoogheemraadschap Delfland, die in april 2018 al had moeten verschijnen, zal aantonen dat imidacloprid nog steeds een probleemstof is in het glastuinbouwgebied.”

    Het buitenteeltverbod van clothianidin, imidacloprid en thiamethoxam wordt waarschijnlijk eind dit jaar van kracht. Vanaf 2013 geldt al een verbod op deze 3 stoffen voor gebruik in gewassen die aantrekkelijk zijn voor bijen, zoals koolzaad, zonnebloemen en mais. Volgens Tennekes heeft dit beperkte verbod niet geholpen. “De waterschappen toonden in de daaropvolgende jaren nog steeds wijdverspreide normoverschrijdingen aan van neonicotinoïden in het oppervlaktewater, die een dodelijke bedreiging vormen voor insecten.”

    Na het verbod blijven alleen de neonicotinoïden acetamiprid en thiacloprid over in de EU. Acetamiprid heeft een toelating tot 2033 en thiacloprid tot april 2019. Ook deze stoffen zijn giftig, oordeelt Tennekes. “Acetamiprid veroorzaakt volgens een Japanse studie nicotine-achtige effecten in het zenuwstelsel van zoogdieren (ratten). Thiacloprid is weliswaar minder giftig voor insecten dan imidacloprid bij kortstondige blootstelling, maar beide stoffen zijn bij chronische blootstelling even giftig voor insecten.”

    Volgens Tennekes gaat Canada imidacloprid binnenkort ook verbieden. “Een Canadese TV-journaliste werkt op dit moment aan een protocol voor een juridische procedure tegen Bayer, de producent van imidacloprid. In 1999 hebben medewerkers van Bayer beschreven dat imidacloprid een onomkeerbare dodelijke werking heeft op zenuw- en spiercellen van insecten. Ik kon in 2010 aantonen dat een dergelijk werkingsmechanisme niet verschilt van het werkingsmechanisme van kankerverwekkende stoffen. Dat betekent dat er geen drempelwaarde is voor de giftigheid en dat milieuverontreiniging met imidacloprid een dodelijke bedreiging vormt voor niet-doelwit insecten. Bayer is naar mijn mening aansprakelijk voor de massale insectensterfte die imidacloprid heeft veroorzaakt.”

    Bron: Boerderij, 14-05-18
    https://www.boerderij.nl/Akkerbouw/Achtergrond/2018/5/Neonicotinoiden-ook-verbieden-in-kassen-283878E/

  • ‘Voedsel produceren met gif? Hoe zijn we ooit op dat onzalige idee gekomen?’

    ‘Voedsel produceren met gif? Hoe zijn we ooit op dat onzalige idee gekomen?’

    De Nederlandse toxicoloog Henk Tennekes (67) vecht al jaren tegen pesticiden. Het kostte hem zijn gezondheid en zijn inkomen. ‘Spijt? Nee, ik wil aan de juiste kant van de geschiedenis staan.’

    Op vrijdag 27 april stemden zestien Europese lidstaten voor een verbod op het gebruik van drie neonicotinoïden, afgekort: neonics. Dat zijn pesticiden waarvan inmiddels afdoende is bewezen dat ze massale sterfte van bijen en andere bestuivers tot gevolg hebben.

    Het nieuws viel wat tussen de plooien. Alsook dat België een uitzondering bedong en verkreeg. Ons land onthield zich bij de stemming, net zoals Bulgarije, Letland en Litouwen. Drie andere voormalige Oostbloklanden (Hongarije, Roemenië en Tsjechië) stemden samen met Denemarken tegen.

    ‘Het is te laat en te weinig’, zegt de Nederlandse toxicoloog Henk Tennekes, auteur van het in 2010 verschenen The Systemic Insecticides: A Disaster in the Making. Een pyrrusoverwinning noemt Tennekes het verbod op neonics. Of ook: een schoolvoorbeeld van wat het Europees Milieuagentschap (EEA) in een rapport van 2013 ‘late lessons from early warnings’ noemt. Tennekes luidde samen met Jeroen van der Sluijs van de Universiteit Utrecht als eerste in de Lage Landen de klok over die neonics. Dat was in 2009 en ook dan al niet meer écht een early warning.

    ‘Al in 1994 zagen Franse imkers hun diertjes massaal voor de bijl gaan’, vertelt Tennekes. ‘Ze stonden voor een raadsel, gingen hun licht opsteken bij hun buren de boeren. Of die toevallig iets anders dan anders hadden gedaan op hun akker? Welja, ze waren begonnen met de zaadjes van zonnebloemen preventief te coaten met een laagje insecticide, zoals er antibiotica preventief in veevoeder worden gemengd.’

    Het goedje komt in de nectar terecht en dat vergiftigt de bijen. ‘Wellicht, moest je toen in 1994 nog zeggen. Inmiddels weten we het wel zeker. Toch blijft dit verbod eerder beperkt. Het gaat om slechts drie pesticiden en niet iedereen doet mee. Ook is het niet omdat je vandaag met het gebruik ervan stopt, dat de al aangerichte schade daarmee gekeerd is. De werking van neonics is niet alleen afhankelijk van de dosis, maar ook van de blootstellingsduur. Je bent die stoffen met andere woorden niet zo snel kwijt en ze spoelen makkelijk in het grond- en oppervlaktewater.’

    Zijn voortaan verboden, een beetje en misschien: imidacloprid en clothianidin, beiden van Bayer, en thiamethoxam van Syngenta.

    Het is een begin. Toch? Het EEA schat dat er zo’n honderdduizend chemicaliën in commercieel gebruik zijn. Het goede nieuws is dat er sinds het begin van deze eeuw een pak regels, conventies en verdragen zijn gesloten. Er wordt dus wel gedweild. Het slechte nieuws is dat de kraan verder open staat dan voordien gedacht.

    Het zit, gaat en kruipt overal. Tot op de top van de Mount Everest vind je arsenicum en cadmium in de bodem. Een baby wordt geboren met 300 chemische stoffen in het lichaam. ‘Dat is onethisch’, noemde de Deense milieu- en gezondheidsexpert Philippe Grandjean (Universiteit Harvard) het in een Pano-uitzending van 2015.

    De vraag die het genoemde EEA-rapport in fine stelt: waarom zijn we zo hardleers? Waarom reageren we zo tergend traag op vaak al in een vroeg stadium gesignaleerde risico’s voor mens en milieu?

    Het geldt overigens niet alleen voor chemicaliën in bodem, fauna en flora. Neem nu asbest, een natuurlijk product. Al in de jaren 30 werd onder meer in Groot-Brittannië en Nederland gewaarschuwd voor de gezondheidsrisico’s. Toch duurde het tot het einde van de vorige eeuw voor er een verbod kwam. Niet eens een totaalverbod en niet over de hele wereld.

    ‘De voorbije tien jaar,’ schreef EEA in 2013, ‘is almaar duidelijker geworden dat bepaalde chemische substanties zeer stabiel blijven in de natuur en dat ze langdurige en uiteenlopende effecten kunnen hebben vooraleer ze worden afgebroken in onschadelijke vorm.’

    En verder: ‘Blootstelling aan toxische chemicaliën en bepaalde voeding kan schade berokkenen, met name aan kwetsbare groepen zoals foetussen in de baarmoeder of tijdens de kindertijd, wanneer het hormoonstelstel zich volop ontwikkelt. Zelfs blootstelling aan kleine doses kan verwoestende consequenties hebben, gaande van kanker en een ernstige impact op de menselijke ontwikkeling tot chronische ziekten en leerstoornissen.’

    Waarom dus, dat getalm? Het is geen retorische vraag en de antwoorden hebben, niet anders dan in het geval van klimaatverandering, alles van doen met (des)informatie en (on)geloof.

    We talmen omdat het risico voor mens en planeet nooit vanaf de vroegste waarschuwing sluitend kan worden bewezen. ‘Er is meer onderzoek nodig.’ We treuzelen omdat er moedwillig, vanwege immense commerciële belangen, twijfel wordt gezaaid. ‘Ligt het misschien toch niet aan X, maar aan Y of Z?’ Niet aan de sigaret, zegt de tabaksindustrie, maar aan het fijnstof? Niet aan het pesticide, zegt de chemiereus, maar aan een parasiet of een mijt? ‘En altijd en overal vind je wel “onafhankelijke” wetenschappers bereid om dat spel met door de industrie gesubsidieerd onderzoek mee te spelen’, zegt Tennekes.

    Samengevat is dit het dilemma, de catch 22 die de mens doet talmen om dat op de eigen slaap gerichte geweer te laten zakken: we weten het niet zeker en ook als we het al zeker zouden kunnen of moeten weten, geloven we het daarom nog niet. We zien de urgentie niet omdat we het gevaar niet (direct) zien, horen of ruiken. A fortiori als het om gif gaat, om de chemicaliën en pesticiden waar Rachel Carson al in de jaren 60 voor waarschuwde in haar boek Silent Spring (1962) en de Club van Rome in haar rapport Grenzen aan de Groei (1972).

    Er is nog een reden, misschien wel de meest dwingende, waarom we altijd weer langer laten betijen dan goed is voor mens en planeet. Het gif bracht ook welvaart. Na de oorlog stond alles in het teken van de wederopbouw en de vooruitgang. Asbest, kernenergie, pesticiden: ze deden wonderen. Ze verbeterden op korte termijn de levensomstandigheden van velen.

    Een vergiftigd geschenk misschien, maar wél een geschenk. Je kijkt het niet meteen in de bek. De collateral damage is voor later. Alleen, altijd wordt later ooit nú.

    ‘Het is geen vijf voor maar vijf na twaalf’, zegt Henk Tennekes. ‘We spelen al meer dan vijftig jaar Russische roulette met de natuur. Zegt de naam Sicco Mansholt u iets? Dat was een Nederlandse boer die het als politicus van PVDA eerst tot minister van Landbouw en van 1958 tot 1972 tot Europees commissaris van Landbouw schopte.’

    ‘Hij heeft die periode van expansie en industrialisering van de landbouw niet alleen meegemaakt, hij trok zelf aan de kar. Na de oorlog moesten de akkers groter, er moest op een efficiëntere manier meer voedsel worden geproduceerd. Van alles kwam er meer: kapitaal, fertilisers, pesticiden. Op het einde van zijn leven kwam hij tot inkeer. Wat hebben we in hemelsnaam gedaan?’

    ‘Ook de Engelse biologe Jane Goodall zei al: “Op een dag zullen we terugkijken op deze donkere bladzijde in de geschiedenis van onze landbouw en het hoofd schudden. Hoe hebben we ooit kunnen geloven dat het een goed idee was om ons voedsel te produceren met gif?” Ja, hoe zijn we inderdaad op die onzalige gedachte gekomen? We hebben vandaag meer dan ooit zo’n Mansholt nodig. Iemand die zegt: het roer moet om. En wel nú.’

    ‘Maar ja, waar vind je zo’n Mansholt?’ zucht Tennekes tussen twee hoestbuien door. Hij praat moeizaam, lijzig. Het is het gevolg van zijn parkinson. De ziekte kluistert hem het merendeel van zijn tijd aan een stoel in zijn krap appartementje in Zutphen aan de IJssel in de provincie Gelderland. Het is een prachtige streek zo in de lente. Alles staat in bloei, vogels en bijen kwetteren en gonzen, al is dat dan merkbaar minder dan vroeger.

    Hij kan er zelf niet meer gaan struinen, langs de IJssel. Hij woont één hoog, is aangewezen op rollator en traplift. Maar hij weet genoeg, het staat ook allemaal op zijn computer. De schrikwekkende achteruitgang van insecten (zie ook DS Weekblad, 17/02/18) en vogels. Bijna 1.500 vogelsoorten, of één op de acht vogels, zijn met uitsterven bedreigd, meldt een recent rapport van BirdLife International. Bij 40 procent van de 11.000 vogelsoorten neemt de populatie af.

    ‘De bedreigingen zijn talrijk en gevarieerd,’ zegt Tris Allinson, auteur van het rapport, ‘maar altijd van menselijke makelij.’ Hij wijst onder meer op landbouw (met stip staat genoteerd: het gebruik van neonics), bebouwing, energieproductie en vervuiling. ‘Het is niet enkel slecht nieuws voor de vogels,’ zegt Allinson, ‘maar ook een waarschuwing voor de hele planeet.’

    Nog meer cijfers: percentages conventioneel geproduceerd fruit dat volgens de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) belast is met bestrijdingsmiddelen. Appels 68%. Bananen 84%. Mandarijnen 81%. Sinaasappels 83%. Perziken 75%. Peren 77%. Aardbeien 78%. Druiven 80%.

    ‘De mens is het enige wezen dat zichzelf langzaam vergiftigt’, zegt Tennekes. ‘Het zijn het veelvoud van en de langdurige blootstelling aan toxische stoffen die ons ziek maken. Een cumulatieve vergiftiging. We worden wel steeds ouder, maar driekwart van de 65-plussers heeft een chronische ziekte. De helft daarvan meer dan één. En die houden we weer in leven met chemie. Kortom, we maken mensen ziek met chemie en we houden ze in leven met chemie. Dat is de paradox. Het is heel cynisch. En er wordt geweldig aan verdiend.’

    Tennekes specialiseerde zich aan de Universiteit van Wageningen in humane voeding. Via een hoogleraar daar, Jan Koeman, kon hij aan de slag in het researchlaboratorium van Shell in Engeland. Koeman had het verband gelegd tussen vogelsterfte en het afvalwater van een fabriek van Shell in Pernis dat in de Waddenzee stroomde.

    ‘Ik deed onderzoek naar een insecticide genaamd Dieldrin. Shell had daar veel geld mee verdiend, maar het bleek bij muizen leverkanker te veroorzaken. Dat is ook de reden waarom EPA, de Amerikaanse milieu-autoriteit, het uiteindelijk verbood. Het bijzondere en verontrustende aan wat daar aan het licht kwam, was dat Dieldrin het DNA niet beschadigde, maar toch kankerverwekkend bleek.’

    Het onderzoek, dat hij later voortzette aan het Kankeronderzoekscentrum in Heidelberg, legde mee een stukje van de puzzel die tot het inzicht leidde dat er niet zoiets bestaat als ‘veilig gif’.

    ‘De industrie zwaait graag met de notie van drempelwaarden’, zegt Tennekes. ‘Zogenaamde veilige doses waaraan de mens kan worden blootgesteld zonder ziek te worden. Maar dat is zonder het cumulatieve effect gerekend. Een hoge dosis veroorzaakt snelle sterfte, de langdurige blootstelling aan een lage, hier en nu “veilig” geachte dosis langzame sterfte. Dat zet natuurlijk erg veel sussende praatjes van de chemische industrie op de helling.’

    Petite histoire, maar wel van het soort tragische ironie waarvan de geschiedenis vol zit: de basis van dat inzicht werd in de oorlog gelegd en aan de foute kant. ‘In Heidelberg leerde ik de farmacoloog Hermann Druckrey kennen’, zegt Tennekes. ‘Een controversieel figuur, want een gewezen nationaalsocialist. Hij onderzocht tijdens de oorlog al de relatie tussen dosis en werking van gif. Na de oorlog kwam hij terecht in een interneringskamp, waar hij samen met een andere nazi, de fysicus Karl Küpfmüller, met potlood en liniaal op wc-papier een theorie ontwikkelde over die tijdsafhankelijke toxicologie.’

    Het is die loskoppeling tussen ‘veilige’ dosis hier en nu en dodelijke werking op langere termijn die mee een antwoord biedt op de hamvraag waarom we zo talmen. Het is het kiertje waarlangs (des)informatie en (on)geloof binnenglippen.

    Dat Tennekes zijn parkinson heeft overgehouden aan zijn onderzoek naar Dieldrin, is wel zeker. Hij heeft het nooit voor de rechtbank gebracht of zelfs maar willen brengen. Een schadevergoeding heeft hij nooit gehad of nagestreefd.

    ‘Waarom?’, zegt hij laconiek. ‘Ik beschouw het als een beroepsrisico. Als onderzoeker heb ik een gouden kans gekregen bij Shell. Ik had er ook een prima begeleider. Nee, over Shell hoor je me wat dat betreft niet mopperen.’

    Na Heidelberg bouwde Tennekes overigens een goed gevulde carrière uit als consultant van andere chemiereuzen: Sandoz, Ciba-Geicy, Monsanto, Novartis. ‘In 2009 verloor ik op slag mijn broodwinning’, zegt hij. ‘Op ons ingezonden stuk in NRC en een publicatie in het vaktijdschrift Toxicology over de neonicotinoïden volgde er een letter to the editor van Bayer. Geen enkel chemiebedrijf wilde zijn naam nog aan de mijne gelieerd zien en ik verloor al mijn inkomsten.’

    Leer ze hem kennen, de grote spelers die ook Groen-Europarlementslid Bart Staes in een dossier over de neonics al eens ‘handelaars in twijfel’ noemde. ‘Door twijfel te zaaien via schijnbaar “wetenschappelijk gebaseerde” argumenten’, schreef Staes, ‘blokkeren agrochemische bedrijven doeltreffende actie door de EU.’

    ‘Dat heeft die mooi gezegd’, vindt Tennekes. ‘Handelaars in twijfel, ja ja.’

    In een rapport van 2017 roepen VN-experten mensenrechten (!) op voor een ‘globaal verdrag om gevaarlijke pesticiden te reguleren’. ‘Chronische blootstelling aan pesticiden wordt gelinkt aan kanker, alzheimer, parkinson, hormoonverstoring en andere kwalen’, schrijven ze.

    ‘En toch’, schreef Robert Hunziker in Counterpunch, een Amerikaans magazine voor onderzoeksjournalistiek, over dat VN-rapport: ‘De life and death question of leven-doodsvraag van deze eeuw blijft: veroorzaakt excessieve chemische blootstelling chronische ziektes, of is er iets anders aan het werk in het menselijke lichaam?’

    ‘Dus moeten we de zaak omgooien. We zullen het pas weten als we het milieu volkomen reinigen van die gifstoffen. Alleen dan hebben we een zekere kans op herstel, alleen dan zullen we het zeker weten.’

    Ergo, een totaalverbod op pesticiden of niets?
    ‘Daar komt het op neer, ja.’

    Tussen Carsons early warning en een verbod op DDT lag een decennium, voor de neonics hebben we na een kwarteeuw een halfslachtig verbod. Het wordt niks in dit tempo?
    ‘It won’t work, nee.’

    Stel dat het zou kunnen, een totaalverbod hier en nu. Dat heeft consequenties voor de voedselproductie. Als er door minder pesticidegebruik minder voedsel geproduceerd kan worden, kijken we aan tegen meer honger in de wereld.
    ‘Waarschijnlijk wel. Op zo’n punt kom je altijd als je te lang talmt. Het venster van mogelijkheden sluit zich, er is geen goede optie meer. Albert Einstein zei: “Twee dingen zijn oneindig: het universum en de menselijke stupiditeit. Over het universum ben ik niet zo zeker.”’

    Kunnen we ooit 100 procent zeker zijn? Tennekes antwoordt met een tegenvraag: ‘Hoever gaat ons geloof in wiskunde? Causaliteit bewijzen is vrijwel onmogelijk. Je kunt bij een zeventigjarige die alzheimer heeft niet bewijzen dat hij het heeft gekregen omdat hij veelvuldig fruit en groenten met neonics heeft gegeten in zijn jeugd. Dat klopt.’

    ‘Het is, zoals met klimaatverandering, een politieke kwestie. Ook daar blijft men twijfel zaaien. Zegt men: “Het is een kwestie van geloof, niet van wetenschappelijke zekerheid”. Het is maar welke waarde je aan wiskunde hecht. Met wiskunde zijn we naar de maan gereisd, door de gravitatiewet van Newton. In de toepassing ligt vaak het antwoord. Toen de mens op de maan stond, wisten we voor eens en altijd dat het waar was wat Newton had gezegd.’

    ‘Dus moeten we de zaak omgooien. We zullen het pas weten als we het milieu volkomen reinigen van die gifstoffen. Alleen dan hebben we een zekere kans op herstel, alleen dan zullen we het zeker weten.’

    Ergo, een totaalverbod op pesticiden of niets?
    ‘Daar komt het op neer, ja.’

    Tussen Carsons early warning en een verbod op DDT lag een decennium, voor de neonics hebben we na een kwarteeuw een halfslachtig verbod. Het wordt niks in dit tempo?
    ‘It won’t work, nee.’

    Stel dat het zou kunnen, een totaalverbod hier en nu. Dat heeft consequenties voor de voedselproductie. Als er door minder pesticidegebruik minder voedsel geproduceerd kan worden, kijken we aan tegen meer honger in de wereld.
    ‘Waarschijnlijk wel. Op zo’n punt kom je altijd als je te lang talmt. Het venster van mogelijkheden sluit zich, er is geen goede optie meer. Albert Einstein zei: “Twee dingen zijn oneindig: het universum en de menselijke stupiditeit. Over het universum ben ik niet zo zeker.”’

    Tennekes werd ziek en krabbelde financieel pas recent weer recht. ‘Ik klaag niet. Ik krijg weer af en toe opdrachten en een zetel in een consortium van experten.’

    Maar spijt? ‘Nee, ik wil aan de juiste kant van de geschiedenis staan.’

    Een beladen uitspraak, weet hij, en ze heeft ook alles te maken met de Tweede Wereldoorlog, dat zwarte gat én vliegwiel van de waanzinnige 20ste eeuw.

    ‘Op een dag rende mijn zusje naar mijn vader toe: “Papa, ben jij een landverrader?” Dat zeiden de kinderen op school namelijk. Toen pas heeft hij over zijn oorlogsverleden verteld. Hij kwam uit een gebroken gezin. Zijn vader was ongelukkig getrouwd en scheidde. Mijn vader werd in de oorlog toegewezen aan zijn moeder, met wie hij niet overweg kon. Hij trapte het thuis af, meldde zich vrijwillig bij het Duitse leger en ging vechten in Rusland. Toen mijn zusje hem daarmee confronteerde, dacht hij er goed aan te doen om ons daarover in te lichten. Dat is een zware belasting op mijn jeugd geworden. Ik voelde me ontzettend schuldig, het voelde als een erfzonde. Het heeft mij gevormd, mijn geweten gescherpt.’

    Hij laat een stilte vallen. ‘Begrijpt u waarom ik móést praten over die neonicotinoïden?’

    Het is vrijdag 4 mei en ook in Gelderland vindt vandaag de Nationale Dodenherdenking plaats. De lente is mooi en stil, maar die oorlog duurt altijd maar voort. Dat wist ook Rachel Carson. Tennekes stuurt ons huiswaarts met een laatste anekdote. Een leven-doodsgedachte.

    ‘Op 7 mei 1945 werd in Reims de capitulatie getekend. Er was vreugde omdat de geallieerden de nazi’s klein hadden gekregen, maar echt juichen deed niemand. Waarom niet? vroeg iemand aan Richard Helms, toen werkzaam bij de Office of Strategic Services, later directeur van de CIA. “Ik weet het niet”, antwoordde hij. “Of toch ook wel. It was a mighty close call.” De Duitsers stonden zoveel verder dan de geallieerden. Ze hadden de atoombom kunnen hebben. Het scheelde maar een haar of er was een V2 met 1.000 kilogram sarin (in 1938 door de pesticidespecialist Gerhard Schrader voor IG Farben ontwikkeld zenuwgas, red.) op Londen gevallen.’

    Kunnen we, mutatis mutandis, hetzelfde zeggen over de stand van de planeet vandaag? Dat het een mighty close call zal zijn geweest?

    ‘Als we het redden? Ja. Een verdomd nipt zaakje. Daarvoor moet het roer dus helemaal om. Redden wat er te redden valt. De toestand is ernstig en maar weinig mensen realiseren het zich.’

    Bron: Filip Rogiers in De Standaard, 11 mei 2018
    http://www.standaard.be/cnt/dmf20180511_03507500

  • Usutuvirus slaat toe, minder merels in Nederland

    Usutuvirus slaat toe, minder merels in Nederland

    Er zijn dit voorjaar aanzienlijk minder merels, zo blijkt uit voorlopige tellingen door Sovon Vogelonderzoek. In vergelijking met het voorjaar van 2017 is het aantal merels in onze tuinen en parken met 15 procent afgenomen. Sinds het begin van de tellingen in 2007 is er niet eerder zo’n forse daling geweest. Naar alle waarschijnlijkheid zijn dit de gevolgen van het voor merels dodelijke usutuvirus.

    In de zomers van 2017 en ’17 waren er uitbraken van het uit Afrika stammende usutuvirus, dat door muggen wordt verspreidt. Mensen hebben er niet of nauwelijks last van, want het gaat specifiek om een vogelvirus. Een besmette merel (Turdus merula) is duidelijk te herkennen aan een vorm van apathie; ze zijn niet meer bang en zien er verzwakt en ongezond uit. In dit stadium is hun dood nabij; meestal volgt die na 2 tot 3 dagen.

    De uitbraken van het usutuvirus zijn voor Sovon reden om de aantallen merels in ons land nauwlettend in de gaten te houden. Het virus heeft zich de afgelopen jaren gestaag vanuit het zuiden van Europa naar het noorden verplaatst. In 2012 gingen in Duitsland naar schatting zo’n 300.000 merels dood door de ziekte.

    Tegen het virus is niets te beginnen, behalve dat mensen ervoor kunnen zorgen dat er nergens stilstaand water is, waardoor muggen geen kans krijgen om eitjes te leggen. Naast merels zijn ook uilen gevoelig voor het usutuvirus. Mensen worden zelden besmet met het virus; tot nu toe zijn vijf gevallen bekend, waarbij het ging om mensen met een verzwakt immuunsysteem.

    Overigens blijkt de achteruitgang van de aantallen merels vooral in de door mensen bevolkte gebieden plaats te vinden. De voorlopige schatting is dat in buitengebieden het aantal merels afnam met 4 tot 6 procent. Minder dan in de bebouwde kom en onze achtertuin, maar nog steeds een opvallende krimp.

    Hoe het usutuvirus zich verder door Europa gaat verplaatsen en nieuwe of blijvende schade veroorzaakt onder de merelpopulaties is koffiedik kijken, maar de vooruitzichten zijn op z’n minst somber gesteld. Dus laten we onze merels koesteren en onze tuinen en balkons extra geliefd maken bij deze vogels. En zorgen dat muggen minder kans krijgen. Met ‘s ochtends en ‘s avonds een heel mooi liedje als beloning:

    Bron: Animals Today, 4 mei 2018
    https://www.animalstoday.nl/usutuvirus-minder-merels-nederland/

  • New findings raise concerns about avian malaria in Great Lakes region

    New findings raise concerns about avian malaria in Great Lakes region

    The blood parasites that infect songbirds with avian malaria are far more diverse in Southwest Michigan than scientists knew, raising troubling questions about the spread of the disease and its impact on dozens of species of birds in the Great Lakes region. “Parasitism is a widely occurring interaction that drives ecological and evolutionary processes and has profound impacts on biological systems,” according to a newly published study by scientists at Western Michigan University. “As global temperatures continue to rise, the Great Lakes Basin will be of importance to malaria distribution as many vector species shift or extend their regions,” the study said. The region has more than 20,000 inland lakes, roughly 30,000 miles of flowing water, many wetlands and more than 400 species of migratory and resident birds. Avian malaria can’t infect people or other mammals, according to biologist Maarten Vonhof at Western Michigan’s Institute of the Environment and Sustainability, but it can kill birds and harm their ability to reproduce.

    “During the acute phase, birds can be very sick. It can cause them to die – they can’t forage in the same way, feed their offspring in the same way,” said Vonhof, a co-author of the study published in the journal “Parasitology Research.”

    “None of us like to think about parasitism or disease, but parasites have a huge impact on the lives of organisms, including humans,” he said.

    The project targeted 11 common species such as American goldfinches, black-capped chickadees, northern cardinals and yellow warblers. But members of 44 other species were also tested, including barn sparrows and red-winged blackbirds.

    None of the birds are endangered or threatened in Michigan but one species, the field sparrow, is in steep decline. The North American Breeding Bird Survey estimated a 69 percent decline in field sparrows from 1966 to 2015. The team netted the birds, then banded, screened and released them in 12 Southwest Michigan counties. More than 40 percent of the tested birds had the parasites, the study said. The scientists found 71 kinds – lineages — of parasites, 42 of them previously unknown to science, Vonhof said. “There’s all this undiscovered parasite diversity we were simply unaware of,” he said. The Midwest diversity of avian blood parasites is likely much higher, the study said.

    The avian malaria study is part of broader research at Western Michigan on how human activities influence the interrelationship of species, Vonhof said.

    Another piece of that research, led by graduate student and lead author Jamie Smith, examines the impact of urbanization on avian malaria.

    “Birds in urban environments have a lower prevalence of avian malaria,” Vonhof said. One reason may be that development eliminates wetlands and other habitats where mosquitoes breed.

    Source: Great Lakes Echo, May 10, 2018

    New findings raise concerns about avian malaria in Great Lakes region

  • Nineteenth-century poet John Clare was essentially foretelling the dire environmental state we see today

    Nineteenth-century poet John Clare was essentially foretelling the dire environmental state we see today

    Nineteenth-century poet John Clare wove together “descriptions of the environment and accounts of human life,” making no distinction between human and natural history. The anthropologists Richard D.G. Irvine and Mina Gorji argue that this makes him in some ways a poet of our current age, the Anthropocene. He drew connections between the reduction of insect life and the corresponding diminishment of the birds and mammals further up the food chain, essentially foretelling the dire environmental state we see today. Clare recognized an inherent value in land unconnected to human use. In this he predates Aldo Leopold’s land ethic by more than a century. Against the “progressive” ethos of “improving” land for private profit, Clare recognized how ecologically important habitat like wetlands were. He mourned the moles being hung (yes, hung) by farmers as pests, noting their vital role in turning the earth, and, coincidently, churning up ancient Roman artifacts. In addition to standing up for the moles, Clare had a fondness for weeds, which are, after all, just plants that aren’t wanted in a particular place. They appear to lack a use value, but that concept is anthropocentric. Irvine and Gorji value these alternatives to anthropomorphism. They conclude, “from an non-anthropocentric perspective, looking at our actions with the recognition that we are geological agents, we might be startled to learn that we are the weeds.”

    Source: JSTOR Daily, 4 May 2018

    What This 19th-Century Poet Knew About the Future

  • Birds you won’t believe are threatened with extinction

    Birds you won’t believe are threatened with extinction

    Seven birds that were once considered common and widespread are now plummeting towards extinction. Some of the species on this list will shock you. The European Turtle-dove Streptopelia turtur is so familiar in Europe that it even features in the second verse of the wildly popular Christmas carol “The 12 Days of Christmas”. Imagine if we had to change the words of the song to reflect the loss of this much-loved species…

    This bird used to be hugely abundant and wide-ranging, migrating to Europe, Central Asia and the Middle East from the Sahel zone of Africa. The species is now declining across its range, especially in Western Europe, and its conservation status has recently been re-classified as Vulnerable to extinction.

    The Snowy Owl Bubo scandiacus is surely one of the most widely recognised birds in the world, made even more famous through the Harry Potter franchise. It is also exceedingly widespread, occurring throughout the Arctic tundra of the Northern Hemisphere. Yet it is experiencing a rapid decline. It has recently been classed as Vulnerable.

    With its charmingly striped beak and waddling walk, the Atlantic Puffin Fratercula arctica has stolen hearts throughout the North Atlantic Ocean. This much-loved seabird even formed the inspiration for Star Wars’ Porgs, since its breeding colonies were too numerous to digitally remove from the filming location on the island of Skellig Michael, Ireland. The species is now considered Vulnerable to extinction.

    Until recently, the Yellow-breasted Bunting Emberiza aureola was one of Eurasia’s most abundant bird species, breeding across the Northern Hemisphere from Finland to Japan. However, since 1980, its population has declined by 90%, whilst its range has contracted by 5,000 km, and the species is now considered Critically Endangered.

    Nothing could be more familiar than the sight of the Grey Parrot Psittacus erithacus – a species that is so synonymous with the word “bird” that it’s frequently used to illustrate “B for Bird” in children’s alphabet books. This friendly and highly intelligent parrot is a favourite companion that can be found in pet shops and homes around the world – but that’s part of the problem. Their popularity fuels an illegal trade which, combined with the deforestation of their habitat across central Africa, now renders the species Endangered in the wild.

    The Black-legged Kittiwake Rissa tridactyla is the default European seagull species, right? Not anymore. The sight of cliffs heaving with these sociable seabirds may soon be a thing of the past. On the island of St Kilda in Scotland, UK, populations have plummeted by 96% since 2000, and cliffs are now lying barren.

    We think of vultures as the ultimate survivors: carrion feeders that clean up after other animals have died, and will probably still be doing so when human civilization is long gone. So it may shock you to learn that across Africa and Eurasia, many vulture populations are in free fall. Today, just two of the 16 species of “Old World” Vultures remain off the Endangered list, while eight are classified as Critically Endangered and are at risk of imminent extinction; three are Endangered; and three Near Threatened.

    Source: BirdLife International, 25 April 2018
    https://www.birdlife.org/worldwide/news/7-birds-you-won%E2%80%99t-believe-are-threatened-extinction

  • Fewer blackbirds in Dutch gardens

    Fewer blackbirds in Dutch gardens

    The blackbird population in the Netherlands is not doing well, according to Sovon bird research. Sovon’s interim figures show that 15 percent fewer blackbirds were spotted in the country so far this year, NOS reports. “We see tens of thousands less than last year. That means that you really hear fewer black birds in the neighborhood”, Albert de Jong of Sovon said to the broadcaster. The blackbird is threatened by the Usutu virus, a virus transmitted by mosquitos. In 2012 this virus led to the deaths of hundreds of thousands of blackbirds in Germany.

    Despite the decline, the blackbird (Turdus merula) is still the most common bird in the Netherlands, and is not threatened by extinction. But Sovon is still worried about the virus and wants the situation to be closely monitored. “If you see a dead blackbird, you can have it collected so that it can be examined whether it has the virus.”

    Source: NL Times, 2 May 2018
    https://nltimes.nl/2018/05/02/fewer-blackbirds-dutch-gardens-prompt-fears-bird-virus

  • Shorebirds face extinction

    Shorebirds face extinction

    A worldwide catastrophe is underway among an extraordinary group of birds — the marathon migrants we know as shorebirds. Numbers of some species are falling so quickly that many biologists fear an imminent planet-wide wave of extinctions. These declines represent the No. 1 conservation crisis facing birds in the world today. No doubt you’ve seen some of these birds while on vacation at the beach, skittering back and forth along the cusp of waves as they peck with their long beaks for tiny sand flies or the eggs of horseshoe crabs. They can seem comic in their frenetic exertions, tiny Charlie Chaplins in bird suits. But these birds are remarkable in ways that defy not only belief but scientific understanding: They are, by far, the planet’s most extraordinary global travelers. Worldwide, about 70 shorebird species travel from the top of the world to its very bottom and back each year. The smallest weigh barely an ounce. Each species has its own story, but in every case these annual migrations are among nature’s most epic dramas.

    Each spring, for instance, Hudsonian godwits (Limosa haemastica) depart from the southernmost coastlines of South America and fly north more than 9,000 miles to breed in the Arctic. Most make just one stop on the way — perhaps at a rice field in East Texas or a prairie wetland in South Dakota.

    Outclassing Hudsonian godwits in long-distance travel are their close cousins, the bar-tailed godwits (Limosa lapponica). Weighing barely a pound, they have made the longest continuous flights ever recorded for a bird. Individuals tracked by satellite have traveled nonstop more than 7,000 miles, flying for nine days over the Pacific Ocean between Alaska and New Zealand. To do this, a godwit must eat voraciously before flight. By liftoff day, it will have doubled in size, half its body weight a gas tank of fat.

    Migrating godwits fly continuously through dark of night, buffeting winds and swirling storms, guided only by neural capacities packed into a hazelnut-size brain. To navigate, they may rely on sun and star alignments, a sense of the earth’s magnetic field and perhaps even a map in their brain of the entire Pacific, with its far-flung tiny islands representing visual way points.

    Another shorebird, the pectoral sandpiper (Calidris melanotos), departs from northern Alaska long before its offspring can fly, heading south to spend the winter in the pampas of Argentina. More amazing, the offspring left behind eventually take to the air on their own and, with no guidance, follow exactly the same route, joining their parents at a point 8,800 miles to the south. Scientists have no clue as to how this is programmed into the youngsters.

    Populations of all three of these shorebirds are crashing. Since 1974, pectoral sandpipers have declined by more than 50 percent, and Hudsonian godwits have declined by more than 70 percent. The bar-tailed godwit may have lost half its global population within just the past few decades.

    Some shorebird species are already gone. Overhunting in the late 1800s decimated the Western Hemisphere’s Eskimo curlew (Numenius borealis). Its counterpart in the Old World, the slender-billed curlew (Numenius tenuirostris), appears to have met the same fate a century later. Others are down to their last gasp. At least two dozen species that migrate from Alaska and Siberia to Australia and New Zealand are undergoing precipitous declines. The collective populations of 19 North American migratory shorebird species have fallen by more than 50 percent over the past 40 years.

    The bottom line: Shorebirds are declining everywhere they exist, which is to say, all over the planet.

    Source: NY Times, April 27, 2018
    https://www.nytimes.com/interactive/2018/04/27/opinion/shorebirds-extinction-climate-change.html