Auteur: Henk Tennekes

  • Pogingen om pesticiden en stikstof in het water van het Australische Great Barrier-koraalrif terug te dringen zijn niet succesvol

    Pogingen om pesticiden en stikstof in het water van het Australische Great Barrier-koraalrif terug te dringen zijn niet succesvol

    In 25 miljoen jaar bouwden ongewervelde zeediertjes voor de noordoostkust van Australië een scherphoekige barrière van meer dan 2600 kilometer lengte en 900 eilanden: het Great Barrier Reef, een ko­raalrif met het oppervlak van Groot Brittannië, ongeveer 344.400 vierkante kilometer. En dit rif weer is een com­plete onderwaterwereld op zich. Zoölogen noemen het voortdurend veranderende, groeiende en bewegen­de Great Barrier Reef niet ten onrechte het grootste levende wezen op aarde. Over zijn hele lengte van 2600 kilo­meter vist ‘het’ met vangdraden en zuigarmen naar buit, slingert het tenta­kels om kleine dieren, slaat het met toeklappende moordenaarsmuil naar vissen, delen poliepen een verse vangst met collega’s van dezelfde koraalkolo­nie. Marinebiologen telden aan het rif rond de 300 koraalsoorten, 4000 mos­selsoorten en meer dan 1500 soorten vissen, waaronder reuzenroggen, ham-en en de grote zwarte Marlijn. Maar het gaat helemaal niet goed met het Australische Great Barrier-koraalrif. De gezondheid van het wereldberoemde natuurmonument is teruggelopen van matig naar slecht. Het Great Barrier Reef heeft de afgelopen jaren onder meer te lijden gehad onder natuurrampen. Zo beschadigde de cycloon Yasi in 2011 grote delen van het grootste rif ter wereld. Het herstel zal waarschijnlijk tientallen jaren duren. Ook slagen pogingen om pesticiden en stikstof in het water terug te dringen maar ten dele.

    In 25 miljoen jaar bouwden ongewervelde zeediertjes voor de noordoostkust van Australië een scherphoekige barrière van meer dan 2600 kilometer lengte en 900 eilanden: het Great Barrier Reef, een ko­raalrif met het oppervlak van Groot Brittannië, ongeveer 344.400 vierkante kilometer. En dit rif weer is een com­plete onderwaterwereld op zich. Zoölogen noemen het voortdurend veranderende, groeiende en bewegen­de Great Barrier Reef niet ten onrechte het grootste levende wezen op aarde. Over zijn hele lengte van 2600 kilo­meter vist ‘het’ met vangdraden en zuigarmen naar buit, slingert het tenta­kels om kleine dieren, slaat het met toeklappende moordenaarsmuil naar vissen, delen poliepen een verse vangst met collega’s van dezelfde koraalkolo­nie. Marinebiologen telden aan het rif rond de 300 koraalsoorten, 4000 mos­selsoorten en meer dan 1500 soorten vissen, waaronder reuzenroggen, ham-en en de grote zwarte Marlijn. Maar het gaat helemaal niet goed met het Australische Great Barrier-koraalrif. De gezondheid van het wereldberoemde natuurmonument is teruggelopen van matig naar slecht. Het Great Barrier Reef heeft de afgelopen jaren onder meer te lijden gehad onder natuurrampen. Zo beschadigde de cycloon Yasi in 2011 grote delen van het grootste rif ter wereld. Het herstel zal waarschijnlijk tientallen jaren duren. Ook slagen pogingen om pesticiden en stikstof in het water terug te dringen maar ten dele.

    Bronnen: BNR, 10 juli 2013
    http://www.bnr.nl/nieuws/526416-1307/great-barrier-reef-in-slechte-staat
    De Wereldwonderen
    http://www.dewereldwonderen.nl/7-natuurwonderen/great-barrier-reef/

  • Meer dan drie kwart van de Vlamingen maakt zich zorgen over mest en pesticiden die via de landbouw in het water terechtkomen

    Meer dan drie kwart van de Vlamingen maakt zich zorgen over mest en pesticiden die via de landbouw in het water terechtkomen

    In een onlinebevraging van Natuurpunt hebben 1314 Vlamingen hun mening gegeven over het beleid rond waterkwaliteit in Vlaanderen. Op de vraag of de overheid genoeg maatregelen treft om de waterkwaliteit van de waterlopen te verbeteren, antwoordde 60% van de respondenten negatief. Hoewel 70% van de deelnemers de laatste jaren een vooruitgang heeft opgemerkt, is 60% nog altijd ontevreden over de staat van onze beken, rivieren, kanalen en meren. Maar liefst 94% vindt dat er nog werk aan de winkel is. Meer dan drie kwart van die groep maakt zich zorgen over mest en pesticiden die via de landbouw in het water terechtkomen. Een tweede belangrijk probleem is volgens hen de beperkte biodiversiteit in de waterlopen, gevolgd door de vervuiling door industrieel en huishoudelijk afvalwater. Opvallend is ook dat 92% van de respondenten meer mogelijkheden wil om in Vlaanderen in schoon en natuurlijk water te zwemmen. Hoewel dat op de meeste plaatsen verboden is, blijkt vooral het vuile water potentiële zwemmers af te schrikken.

    In een onlinebevraging van Natuurpunt hebben 1314 Vlamingen hun mening gegeven over het beleid rond waterkwaliteit in Vlaanderen. Op de vraag of de overheid genoeg maatregelen treft om de waterkwaliteit van de waterlopen te verbeteren, antwoordde 60% van de respondenten negatief. Hoewel 70% van de deelnemers de laatste jaren een vooruitgang heeft opgemerkt, is 60% nog altijd ontevreden over de staat van onze beken, rivieren, kanalen en meren. Maar liefst 94% vindt dat er nog werk aan de winkel is. Meer dan drie kwart van die groep maakt zich zorgen over mest en pesticiden die via de landbouw in het water terechtkomen. Een tweede belangrijk probleem is volgens hen de beperkte biodiversiteit in de waterlopen, gevolgd door de vervuiling door industrieel en huishoudelijk afvalwater. Opvallend is ook dat 92% van de respondenten meer mogelijkheden wil om in Vlaanderen in schoon en natuurlijk water te zwemmen. Hoewel dat op de meeste plaatsen verboden is, blijkt vooral het vuile water potentiële zwemmers af te schrikken.

    Bron: Natuurpunt, 12-07-2013
    http://www.politics.be/persmededelingen/36142/

  • In Europa wordt ook het pesticide fipronil verboden, omdat dit middel bij bepaald gebruik schadelijk is voor bijen

    In Europa wordt ook het pesticide fipronil verboden, omdat dit middel bij bepaald gebruik schadelijk is voor bijen

    Het tijdelijk verbod gaat in vanaf 31 december. Zo is vandaag beslist in Brussel. Eerder stelde de EU al een tijdelijk verbod in voor het gebruik van drie zogenoemde neonicotinoïden bij de teelt van mais, zonnebloem, koolzaad en katoen. Het verbod moet de slinkende bijenpopulatie beschermen. Fipronil mag wel gebruikt worden bij de teelt van uien, prei en koolsoorten, zoals spruiten en broccoli, maar niet bij het kweken van zonnebloem of maïs. Vanaf 31 december zal het in heel de Europese Unie verboden zijn om de pesticide fipronil te gebruiken. Experten van de 28 lidstaten keurden een voorstel van de Commissie daarover goed, nadat een studie in het voorjaar had uitgewezen dat fipronil een acuut gevaar inhoudt voor de bijenpopulatie.

    Het tijdelijk verbod gaat in vanaf 31 december. Zo is vandaag beslist in Brussel. Eerder stelde de EU al een tijdelijk verbod in voor het gebruik van drie zogenoemde neonicotinoïden bij de teelt van mais, zonnebloem, koolzaad en katoen. Het verbod moet de slinkende bijenpopulatie beschermen. Fipronil mag wel gebruikt worden bij de teelt van uien, prei en koolsoorten, zoals spruiten en broccoli, maar niet bij het kweken van zonnebloem of maïs. Vanaf 31 december zal het in heel de Europese Unie verboden zijn om de pesticide fipronil te gebruiken. Experten van de 28 lidstaten keurden een voorstel van de Commissie daarover goed, nadat een studie in het voorjaar had uitgewezen dat fipronil een acuut gevaar inhoudt voor de bijenpopulatie.

    Bron: De Morgen, 17 juli 2013
    http://www.demorgen.be/dm/nl/5381/Dieren/article/detail/1670129/2013/07/16/EU-in-de-bres-voor-bijen-nog-een-pesticide-verboden.dhtml

  • Representative Earl Blumenauer announced that he will be introducing The Save America’s Pollinators Act

    Representative Earl Blumenauer announced that he will be introducing The Save America’s Pollinators Act

    The legislation suspends certain uses of neonicotinoids, a particular type of pesticide that is suspected to play a role in the bee die-offs happening in Oregon and in bee declines around the world, until the Environmental Protection Agency reviews these chemicals and makes a new determination about their proper application and safe use. Dinotefuran, the neonicotinoid ingredient in Safari insecticide, is blamed for last month’s mass die-off in Wilsonville, OR of an estimated 50,000 bumble bees – the largest such die-off ever recorded. The Oregon Department of Agriculture is investigating the die-off and is temporarily restricting the use of 18 pesticide products containing dinotefuran.

    The legislation suspends certain uses of neonicotinoids, a particular type of pesticide that is suspected to play a role in the bee die-offs happening in Oregon and in bee declines around the world, until the Environmental Protection Agency reviews these chemicals and makes a new determination about their proper application and safe use. Dinotefuran, the neonicotinoid ingredient in Safari insecticide, is blamed for last month’s mass die-off in Wilsonville, OR of an estimated 50,000 bumble bees – the largest such die-off ever recorded. The Oregon Department of Agriculture is investigating the die-off and is temporarily restricting the use of 18 pesticide products containing dinotefuran.

    Blumenauer has long sought federal funding for increased research on pollinators, protections for declining bee populations, and is the co-founder and co-chair of the Congressional Pollinators Caucus. He was joined at the announcement event by Scott Hoffman Black, Executive Director of the Xerces Society, who discussed the specifics of the Oregon die-off and how to prevent future incidents, and Lori Vollmer, the owner of Garden Fever nursery in Portland, who stopped selling neonicotinoid products after the Wilsonville disaster.
    “Pollinators are not only vital to a sustainable environment, but key to a stable food supply,” Blumenauer said. “When incidents like the alarming bee die-off in Wilsonville occur, it is imperative that we take a step back to make sure we understand all the factors involved and move swiftly to prevent similar tragedies from happening in the future.”
    “It is time for the Environmental Protection Agency to take a stronger stance on pollinator protection.” said Scott Hoffman Black, Executive Director of the Xerces Society. “The European Union has put restrictions in place on several neonicotinoids — we need a similar response here.”

    Source:

    Oregon Live, 12 July 2013
    http://www.oregonlive.com/environment/index.ssf/2013/07/legislation_to_restrict_pestic.html

  • Unnatural England: The Destruction of Flora and Fauna

    Unnatural England: The Destruction of Flora and Fauna

    Great Britain is a small island, no more that 600 miles on its longest north/south axis from John O’Groats in Scotland to Lands End in Cornwall. Yet it has the most diverse geology, layer after layer of it laid down over the millennia. In other countries one might travel for 200 miles or even much more before the scenery changes in any way. Here 20 miles will do it, and the most obvious sign is what the old houses are built of. In Dorset where I live the cottages were built in chalk clunch or a mixture of flint and brick. 15 miles to the north and over the border in Somerset, the traditional building material is Hamstone. Travel another 15-20 miles and the houses are built in Blue Lias. It follows that there is a huge variety of soils with their accompanying flora and fauna, an abundant and joyful cornucopia of life. Or there was. Last month the Royal Society for the Protection of Birds (RSPB) published a report, State of Nature. 25 British organisations, dedicated to the study, conservation and preservation of all forms of life found here, pooled their information and expertise to produce this report on how nature is faring in this busy world of men. It makes grim reading. 60% of species, from the smallest insect or humble lichen to the large mammals and birds of prey, are in decline, some seriously so. 60%. And I feel impoverished.

    Great Britain is a small island, no more that 600 miles on its longest north/south axis from John O’Groats in Scotland to Lands End in Cornwall. Yet it has the most diverse geology, layer after layer of it laid down over the millennia. In other countries one might travel for 200 miles or even much more before the scenery changes in any way. Here 20 miles will do it, and the most obvious sign is what the old houses are built of. In Dorset where I live the cottages were built in chalk clunch or a mixture of flint and brick. 15 miles to the north and over the border in Somerset, the traditional building material is Hamstone. Travel another 15-20 miles and the houses are built in Blue Lias. It follows that there is a huge variety of soils with their accompanying flora and fauna, an abundant and joyful cornucopia of life. Or there was. Last month the Royal Society for the Protection of Birds (RSPB) published a report, State of Nature. 25 British organisations, dedicated to the study, conservation and preservation of all forms of life found here, pooled their information and expertise to produce this report on how nature is faring in this busy world of men. It makes grim reading. 60% of species, from the smallest insect or humble lichen to the large mammals and birds of prey, are in decline, some seriously so. 60%. And I feel impoverished.

    Source: Global Research, 20 June 2013
    http://www.globalresearch.ca/unnatural-england-the-destruction-of-flora-and-fauna/5339840

  • Von den 19 Reptilienarten in der Schweiz sind 80% gefährdet!

    Von den 19 Reptilienarten in der Schweiz sind 80% gefährdet!

    Reptilien haben hohe Ansprüche an ihren Lebensraum und können deshalb gut als Indikatoren für die Qualität unserer Natur- und Grünräume herangezogen werden. Deshalb stehen an Orten mit starker Gefährdung auch Tiere und Pflanzen mit ähnlichen Ansprüchen unter Druck. Obwohl alle Reptilienarten – dazu zählen neben den Schlangen zählen auch Eidechsen, Blindschleichen und Schildkröten – in der Schweiz gesetzlich geschützt sind, ist die Gefährdungszahl erschreckend hoch. Die Ursachen sind vielseitig, jedoch ist besonders die Zerstörung und Zerschneidung der Lebensräume für diesen Rückgang verantwortlich. Dadurch ist der genetische Austausch unter der Population nicht mehr gewährleistet, was die lokale Gefährdung beschleunigt. Heute sind Reptilien aufgrund der Bautätigkeiten an vielen Standorten u.a. durch Nutzungsänderungen oder den Ausbau der Verkehrsnetze bedroht. Auch die intensive Landwirtschaft mit vermehrtem Einsatz von Kunstdüngern und Pestiziden setzt den Reptilien und ihrer Nahrung zu.

    Reptilien haben hohe Ansprüche an ihren Lebensraum und können deshalb gut als Indikatoren für die Qualität unserer Natur- und Grünräume herangezogen werden. Deshalb stehen an Orten mit starker Gefährdung auch Tiere und Pflanzen mit ähnlichen Ansprüchen unter Druck. Obwohl alle Reptilienarten – dazu zählen neben den Schlangen zählen auch Eidechsen, Blindschleichen und Schildkröten – in der Schweiz gesetzlich geschützt sind, ist die Gefährdungszahl erschreckend hoch. Die Ursachen sind vielseitig, jedoch ist besonders die Zerstörung und Zerschneidung der Lebensräume für diesen Rückgang verantwortlich. Dadurch ist der genetische Austausch unter der Population nicht mehr gewährleistet, was die lokale Gefährdung beschleunigt. Heute sind Reptilien aufgrund der Bautätigkeiten an vielen Standorten u.a. durch Nutzungsänderungen oder den Ausbau der Verkehrsnetze bedroht. Auch die intensive Landwirtschaft mit vermehrtem Einsatz von Kunstdüngern und Pestiziden setzt den Reptilien und ihrer Nahrung zu.

    Quelle: Umweltnetz Schweiz, 03.07.2013
    http://www.umweltnetz-schweiz.ch/neuigkeiten/archiv/760-reptilien-in-der-schweiz-stark-gefaehrdet.html

  • Der Steinkauz ist durch den Rückgang extensiv bewirtschafteter Obstgärten grösstenteils verschwunden

    Der Steinkauz ist durch den Rückgang extensiv bewirtschafteter Obstgärten grösstenteils verschwunden

    Der Steinkauz (Athene noctua) hat bei uns seit Jahrhunderten in unmittelbarer Nachbarschaft des Menschen gelebt, oft als Untermieter in Scheunen und Ruinen. In der bäuerlichen Bevölkerung galt er mit seinen mysteriösen nächtlichen Rufen als «Totenvogel», bei den alten Griechen war er das Sinnbild der Göttin Athene, was im wissenschaftlichen Namen zum Ausdruck kommt. Durch den Rückgang extensiv bewirtschafteter Obstgärten setzte ab den Fünfzigerjahren ein schneller Rückgang ein, und heute sind die kleinen Kobolde grösstenteils verschwunden.

    Der Steinkauz (Athene noctua) hat bei uns seit Jahrhunderten in unmittelbarer Nachbarschaft des Menschen gelebt, oft als Untermieter in Scheunen und Ruinen. In der bäuerlichen Bevölkerung galt er mit seinen mysteriösen nächtlichen Rufen als «Totenvogel», bei den alten Griechen war er das Sinnbild der Göttin Athene, was im wissenschaftlichen Namen zum Ausdruck kommt. Durch den Rückgang extensiv bewirtschafteter Obstgärten setzte ab den Fünfzigerjahren ein schneller Rückgang ein, und heute sind die kleinen Kobolde grösstenteils verschwunden.

    Quelle: Vogelwarte Sempach
    http://www.vogelwarte.ch/steinkauz.html

  • Verbreitung, Status und Schutz des Moorfrosches

    Verbreitung, Status und Schutz des Moorfrosches

    Die westliche Verbreitungsgrenze des Moorfrosches (Rana arvalis) verläuft teilweise durch die Niederlande, die eine der westlichsten Populationen dieser Art beherbergt. Der Moorfrosch lebt in einer Vielfalt von Lebensräumen, mit Schwerpunkten aufsandigen und moorigen Böden. In der 1996 erschienenen Roten Liste war die Art als gefährdet eingestuft. In der neuen Roten Liste gilt sie als nicht bedroht, weil in der Zwischenzeit viele Vorkommen neu entdeckt worden sind. Trotzdem wird von einem Rückgang um 28,7 % in dem Zeitraum von 1950 bis 2006 ausgegangen. Vor allem die Kultivierung der Heiden und Mooren, die Absenkung des Grundwasserstandes und eine Intensivierung der Landwirtschaft haben den Rückgang des Moorfrosches verursacht. Schutzmaßnahmen für verschiedene Lebensräume werden dargestellt. Das Anlegen von Kleingewässern in Naturreservaten und in der extensiven Agrarlandschaft erwies sich in den Niederlanden für den Moorfrosch als wenig effektive Naturschutzmaßnahme.

    Die westliche Verbreitungsgrenze des Moorfrosches (Rana arvalis) verläuft teilweise durch die Niederlande, die eine der westlichsten Populationen dieser Art beherbergt. Der Moorfrosch lebt in einer Vielfalt von Lebensräumen, mit Schwerpunkten aufsandigen und moorigen Böden. In der 1996 erschienenen Roten Liste war die Art als gefährdet eingestuft. In der neuen Roten Liste gilt sie als nicht bedroht, weil in der Zwischenzeit viele Vorkommen neu entdeckt worden sind. Trotzdem wird von einem Rückgang um 28,7 % in dem Zeitraum von 1950 bis 2006 ausgegangen. Vor allem die Kultivierung der Heiden und Mooren, die Absenkung des Grundwasserstandes und eine Intensivierung der Landwirtschaft haben den Rückgang des Moorfrosches verursacht. Schutzmaßnahmen für verschiedene Lebensräume werden dargestellt. Das Anlegen von Kleingewässern in Naturreservaten und in der extensiven Agrarlandschaft erwies sich in den Niederlanden für den Moorfrosch als wenig effektive Naturschutzmaßnahme.

    Quelle:
    JEROEN VAN DELFT & RAYMOND CREEMERS. Zeitschrift für Feldherpetologie, Supplement 13: 255–268, August 2008 (Beilage)

  • Romèe van der Zee (Nederlands Centrum Bijenonderzoek) informeert over bijensterfte in de winter 2012-2013, gebaseerd op gegevens van 1630 imkers

    Romèe van der Zee (Nederlands Centrum Bijenonderzoek) informeert over bijensterfte in de winter 2012-2013, gebaseerd op gegevens van 1630 imkers

    Ik wil u nu, evenals in voorgaande jaren, informeren over de mate van bijensterfte in de winter 2012-2013. In totaal hebben 1630 imkers gegevens ingezonden. Imkers die wel een formulier instuurden, maar in oktober 2012 geen volken hadden, het aantal volken niet opgaven of anoniem invulden zijn niet meegerekend. Bij de sterftepercentages geven wij tussen haakjes nog 2 percentages. Deze vormen het betrouwbaarheidsinterval (BI). De landelijke bijensterfte bevindt zich met 95% zekerheid tussen deze 2 percentages in. In totaal was na de afgelopen winter 13,71 % (12,84 – 14,62) van de ingewinterde volken dood. Verder werd 10,02 % (9,43 – 10,65) van de ingewinterde volken als zwak in het voorjaar aangeduid.

    Ik wil u nu, evenals in voorgaande jaren, informeren over de mate van bijensterfte in de winter 2012-2013. In totaal hebben 1630 imkers gegevens ingezonden. Imkers die wel een formulier instuurden, maar in oktober 2012 geen volken hadden, het aantal volken niet opgaven of anoniem invulden zijn niet meegerekend. Bij de sterftepercentages geven wij tussen haakjes nog 2 percentages. Deze vormen het betrouwbaarheidsinterval (BI). De landelijke bijensterfte bevindt zich met 95% zekerheid tussen deze 2 percentages in. In totaal was na de afgelopen winter 13,71 % (12,84 – 14,62) van de ingewinterde volken dood. Verder werd 10,02 % (9,43 – 10,65) van de ingewinterde volken als zwak in het voorjaar aangeduid.

    Met vriendelijke groet
    Romée van der Zee
    Nederlands Centrum Bijenonderzoek

    Monitor Uitwintering Bijenvolken 2013

    NCB gegevens bijensterfte 2010-2012 (bijlage)

  • Rural heritage almost gone – around 97 per cent of wildflower meadows have been lost over the last 70 years

    Rural heritage almost gone – around 97 per cent of wildflower meadows have been lost over the last 70 years

    People will put up with many privations, but don’t mess around with our green and pleasant land. Given this passion for the countryside it comes as something of a shock to learn that around 97 per cent of our wildflower meadows have been lost over the last 70 years, making them one of the most scarce and threatened habitats in the country. Shocking as this statistic is, all is not lost. Prince Charles, an indefatigable defender of our precious countryside, is leading a project to restore threatened wildflower meadows with the creation of “Coronation Meadows” up and down the country. Yorkshire is one of the few remaining strongholds for upland wildflower meadows and here, too, the fight is on to save these precious sites and protect the hundreds of wildlife species they support. Don Gamble, the Hay Time project manager, believes there’s a growing public awareness about the significance of meadows like this. “There’s been a lot of publicity recently, it’s captured people’s imagination and tapped into the sense that our rural heritage is actually very important.” But why are these meadows so important? “They support a whole range of wildlife and animals and pollinating insects like bees, but they’re also a fantastic part of the landscape. The meadow buttercups look brilliant at the moment and we’re just starting to see some of the others beginning to come in,” he says.

    People will put up with many privations, but don’t mess around with our green and pleasant land. Given this passion for the countryside it comes as something of a shock to learn that around 97 per cent of our wildflower meadows have been lost over the last 70 years, making them one of the most scarce and threatened habitats in the country. Shocking as this statistic is, all is not lost. Prince Charles, an indefatigable defender of our precious countryside, is leading a project to restore threatened wildflower meadows with the creation of “Coronation Meadows” up and down the country. Yorkshire is one of the few remaining strongholds for upland wildflower meadows and here, too, the fight is on to save these precious sites and protect the hundreds of wildlife species they support. Don Gamble, the Hay Time project manager, believes there’s a growing public awareness about the significance of meadows like this. “There’s been a lot of publicity recently, it’s captured people’s imagination and tapped into the sense that our rural heritage is actually very important.” But why are these meadows so important? “They support a whole range of wildlife and animals and pollinating insects like bees, but they’re also a fantastic part of the landscape. The meadow buttercups look brilliant at the moment and we’re just starting to see some of the others beginning to come in,” he says.

    Source: Yorkshire Post, 26 June 2013
    http://www.yorkshirepost.co.uk/news/rural/farming/where-have-all-the-flowers-gone-1-5798100