Auteur: Henk Tennekes

  • Voedselgebrek is de meest waarschijnlijke oorzaak van het verdwijnen van de fuut en dodaars uit natuurgebied de Kampina

    Voedselgebrek is de meest waarschijnlijke oorzaak van het verdwijnen van de fuut en dodaars uit natuurgebied de Kampina

    Afgelopen jaar broedden er veel minder watervogels in natuurgebied de Kampina. Vooral de fuut (Podiceps cristatus) en de dodaars (Tachybaptus ruficollis) werden veel minder gezien. Dit blijkt uit een inventarisatieonderzoek van 2014 naar broedvogels op Kampina, uitgevoerd in opdracht van Natuurmonumenten. “Het doet pijn om zulke mooie soorten als de fuut en de dodaars te zien verdwijnen”, vertelt Frans van Erve. De doorgewinterde vogelkenner voerde de inventarisatie uit in het gebied waar hij al jaren de broedvogels volgt.

    Afgelopen jaar broedden er veel minder watervogels in natuurgebied de Kampina. Vooral de fuut (Podiceps cristatus) en de dodaars (Tachybaptus ruficollis) werden veel minder gezien. Dit blijkt uit een inventarisatieonderzoek van 2014 naar broedvogels op Kampina, uitgevoerd in opdracht van Natuurmonumenten. “Het doet pijn om zulke mooie soorten als de fuut en de dodaars te zien verdwijnen”, vertelt Frans van Erve. De doorgewinterde vogelkenner voerde de inventarisatie uit in het gebied waar hij al jaren de broedvogels volgt.

    Een fuut leeft van visjes (2-10 cm), welke onder water worden gevangen door ze te achtervolgen. Ook worden wel insecten, schaaldieren, weekdieren, kikkers en planten gegeten. De dodaars leeft van waterinsecten en larven, waaronder haften, steenvliegen, waterwantsen, waterkevers, schietmotten en libellen, en daarnaast ook slakjes, kleine schaaldieren, kleine amfibieën en kikkervisjes en soms kleine visjes als stekelbaarzen en jonge vissen. Insecten vormen de hoofdmoot van zijn dieet in de broedtijd.

    Bronnen:
    Natuurmonumenten, 25-02-15
    https://www.natuurmonumenten.nl/nieuws/minder-watervogels-maar-wel-meer-nachtzwaluwen-op-kampina
    Wikipedia
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Dodaars
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Fuut

  • Het gebrek aan ongewervelde dieren veroorzaakt achteruitgang van de Knoflookpad in Nationaal Park De Meinweg

    Het gebrek aan ongewervelde dieren veroorzaakt achteruitgang van de Knoflookpad in Nationaal Park De Meinweg

    De Knoflookpad (Pelobates fuscus) is de zeldzaamste amfibieënsoort van de Meinweg en behoort tot de meest bedreigde amfibieën van Limburg. De volwassen knoflookpad leeft van kleine ongewervelde dieren die hij ’s nachts tegenkomt op de bodem. Van exemplaren uit Oekraïne bleek uit onderzoek dat voornamelijk loopkevers en daarnaast nachtvlinders op het menu staan. Andere ongewervelden, zoals vliegen en muggen, snuitkevers, dwergcicaden, spinnen, duizendpoten en mieren werden eveneens aangetroffen in de maag. Al in het begin van de jaren negentig is geconstateerd dat de soort in Midden Limburg sterk achteruit is gegaan. Vanaf 1977 tot 1994 is de Knoflookpad in twintig onderzochte oppervlaktewateren in de Meinweg in bezetting teruggegaan van 13 naar zes locaties. In 1999 zijn dezelfde wateren opnieuw onderzocht en is het voorkomen nog maar in drie wateren vastgesteld.

    De Knoflookpad (Pelobates fuscus) is de zeldzaamste amfibieënsoort van de Meinweg en behoort tot de meest bedreigde amfibieën van Limburg. De volwassen knoflookpad leeft van kleine ongewervelde dieren die hij ’s nachts tegenkomt op de bodem. Van exemplaren uit Oekraïne bleek uit onderzoek dat voornamelijk loopkevers en daarnaast nachtvlinders op het menu staan. Andere ongewervelden, zoals vliegen en muggen, snuitkevers, dwergcicaden, spinnen, duizendpoten en mieren werden eveneens aangetroffen in de maag. Al in het begin van de jaren negentig is geconstateerd dat de soort in Midden Limburg sterk achteruit is gegaan. Vanaf 1977 tot 1994 is de Knoflookpad in twintig onderzochte oppervlaktewateren in de Meinweg in bezetting teruggegaan van 13 naar zes locaties. In 1999 zijn dezelfde wateren opnieuw onderzocht en is het voorkomen nog maar in drie wateren vastgesteld.

    Bronnen:
    R.P.G. Geraed en V.A. van Schaik (2007). De achteruitgang van de Knoflookpad in Nationaal Park
    De Meinweg. Natuurhistorisch maandblad 96, 181-184
    Wikipedia
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Knoflookpad

  • De afgelopen drie jaar zijn er opvallend weinig waarnemingen geweest van Snotolven in de Oosterschelde

    De afgelopen drie jaar zijn er opvallend weinig waarnemingen geweest van Snotolven in de Oosterschelde

    De Snotolf (Cyclopterus lumpus) is een fraaie zeevis die in de winter onder andere de Nederlandse kustwateren opzoekt om zich hier voort te planten. Hij voedt zich met kleine visjes, kreeftachtigen, en ribkwalletjes. De afgelopen drie jaar zijn er opvallend weinig waarnemingen geweest van Snotolven in de Oosterschelde. En deze winter lijkt het aantal waarnemingen nog verder af te nemen. Het zal nog wel even duren voordat alle winterse waarnemingen voor deze winter van de vrijwilligers van Stichting ANEMOON zijn verwerkt maar het lijkt er op dat na het zeer lage aantal waarnemingen van de vorige drie jaren, deze winter het aantal waarnemingen nog lager gaat uitvallen. Hoewel de balans nog niet definitief is opgemaakt lijkt het er op dat sportduikers deze winter slechts zeer beperkt van Snotolven kunnen genieten.

    De Snotolf (Cyclopterus lumpus) is een fraaie zeevis die in de winter onder andere de Nederlandse kustwateren opzoekt om zich hier voort te planten. Hij voedt zich met kleine visjes, kreeftachtigen, en ribkwalletjes. De afgelopen drie jaar zijn er opvallend weinig waarnemingen geweest van Snotolven in de Oosterschelde. En deze winter lijkt het aantal waarnemingen nog verder af te nemen. Het zal nog wel even duren voordat alle winterse waarnemingen voor deze winter van de vrijwilligers van Stichting ANEMOON zijn verwerkt maar het lijkt er op dat na het zeer lage aantal waarnemingen van de vorige drie jaren, deze winter het aantal waarnemingen nog lager gaat uitvallen. Hoewel de balans nog niet definitief is opgemaakt lijkt het er op dat sportduikers deze winter slechts zeer beperkt van Snotolven kunnen genieten.

    Bronnen:
    Stichting Anemoon & Natuurbericht, 15-03-15
    http://www.natuurbericht.nl/?id=13243
    Soortenbank
    http://www.soortenbank.nl/soorten.php?soortengroep=duikgids&record=Cyclopterus+lumpus

  • Duitse rechtbank vindt kritiek op neonicotinoïde geoorloofd

    Duitse rechtbank vindt kritiek op neonicotinoïde geoorloofd

    De Duitse afdeling van milieuorganisatie Friends of the Earth (Bund) mag kritiek hebben op de neonicotinoïde thiacloprid. Dat vindt de regionale rechtbank in Düsseldorf. Bund vindt dat thiacloprid schadelijk is voor bijen. Producent Bayer CropScience spande een rechtszaak aan. Het chemieconcern vindt de kritiek van Bund niet terecht. Maar de rechtbank stelt dat Bund het recht heeft om zijn bezorgdheid kenbaar te maken. De Europese Commissie verbood per 1 oktober 2013 voor een periode van twee jaar drie neonicotinoïden, omdat de Europese voedselautoriteit Efsa stelt dat er een relatie is tussen het gebruik van neonicotinoïden en overmatige bijensterfte. Het gaat om imidacloprid en clothianidin, geproduceerd door Bayer CropScience, en thiamethoxam van Syngenta. Beide concerns hebben rechtszaken aangespannen tegen de Commissie om het verbod aan te vechten. Deze zaken lopen nog.

    De Duitse afdeling van milieuorganisatie Friends of the Earth (Bund) mag kritiek hebben op de neonicotinoïde thiacloprid. Dat vindt de regionale rechtbank in Düsseldorf. Bund vindt dat thiacloprid schadelijk is voor bijen. Producent Bayer CropScience spande een rechtszaak aan. Het chemieconcern vindt de kritiek van Bund niet terecht. Maar de rechtbank stelt dat Bund het recht heeft om zijn bezorgdheid kenbaar te maken. De Europese Commissie verbood per 1 oktober 2013 voor een periode van twee jaar drie neonicotinoïden, omdat de Europese voedselautoriteit Efsa stelt dat er een relatie is tussen het gebruik van neonicotinoïden en overmatige bijensterfte. Het gaat om imidacloprid en clothianidin, geproduceerd door Bayer CropScience, en thiamethoxam van Syngenta. Beide concerns hebben rechtszaken aangespannen tegen de Commissie om het verbod aan te vechten. Deze zaken lopen nog.

    Bayer probeert critici de mond te snoeren, zegt campagneleider Dave Timms van Friends of the Earth tegen persbureau AgraEurope. “Het gerechtelijke besluit is een overwinning voor Bund, voor de vrijheid van meningsuiting en voor de vele duizenden mensen die proberen de bijen in Europa te redden.”

    Een woordvoerder van Bayer stelt dat de rechtbank in de uitspraak onderstreept dat de producten van Bayer veilig zijn bevonden voor bijen. “Maar de rechtbank vindt ook dat de vrijheid van meningsuiting speciale bescherming verdient.”

    Finland staat sinds eind februari het gebruik van neonicotinoïden weer toe in de koolzaadteelt. Het gaat om de zaadbehandelingsmiddelen Elado FS 480 en Cruise OSR. Beide middelen bevatten neonicotinoïden. Volgens de Finse autoriteit voor de toelating van chemische stoffen (Tukes) is het zonder deze middelen vrijwel onmogelijk om oliehoudende zaden te telen in Finland. Er zijn geen alternatieven voor de neonicotinoïden, die als zaadbehandeling schade door insecten tegengaan.

    Bron: Boerderij, 14-03-2015
    http://www.boerderij.nl/Akkerbouw/Nieuws/2015/3/Duitse-rechtbank-vindt-kritiek-op-neonicotinoide-geoorloofd-1726865W/?cmpid=NLC|boerderij_vandaag|2015-03-14|Duitse_rechtbank_vindt_kritiek_op_neonicotino%EFde_geoorloofd

  • Pestizide: Erst sterben die Insekten – dann die Vögel

    Pestizide: Erst sterben die Insekten – dann die Vögel

    Paul Nothers ist diplomierter Landwirt, passionierter Jäger – und liebt die Natur. Als er vor mehr als 50 Jahren auf den Hof seiner Familie in Orbroich zog, war die Welt noch in Ordnung. „Insekten überall, Wild, Hasen, Rebhühner und Fasane im Überfluss“, erinnert er sich. Singvögel hörte und sah er ständig. Und wenn er eine längere Fahrt im Auto unternahm, musste er danach seine Windschutzscheibe von Insekten säubern. Das ist lange her. Heutzutage gibt es eine Fülle von heimischen Tierarten, die laut Bericht des Bundesumweltministeriums kurz vor dem Aussterben stehen. Für den 82-Jährigen ein triftiger Grund, in seiner Dankesrede zur Verleihung des Bundesverdienstkreuzes an die Gäste aus Verwaltung, Politik, Natur- und Umweltschutz in Krefeld einen dringenden Appell zu richten. Deutschland stehe vor einer ähnlichen Öko-Katastrophe wie die USA in den 60er Jahren, als neue Pestizide auf DDT-Basis und Herbizide wie Agent Orange auf den Markt kamen. Viele dieser tödlichen Gifte sind in den vergangenen Jahrzehnten verboten worden. Neue dafür nachgerückt. Beispielsweise die Neonikotinoide, eine neue Generation von Insektiziden. „Die sich anbahnende Katastrophe ist viel gefährlicher“, warnt Nothers. Man sehe nicht mehr massenweise tote Vögel, weil sie sang- und klanglos verschwinden. Auch die Insekten verschwinden und mit ihnen der Anfang der Nahrungskette. In der Folge sterben die Amphibien. Wespen, Heimchen und Schmetterlinge gehen stark zurück. „Wann haben Sie zuletzt mal ein Glühwürmchen gesehen?“, fragt er suchend in die Runde.

    Paul Nothers ist diplomierter Landwirt, passionierter Jäger – und liebt die Natur. Als er vor mehr als 50 Jahren auf den Hof seiner Familie in Orbroich zog, war die Welt noch in Ordnung. „Insekten überall, Wild, Hasen, Rebhühner und Fasane im Überfluss“, erinnert er sich. Singvögel hörte und sah er ständig. Und wenn er eine längere Fahrt im Auto unternahm, musste er danach seine Windschutzscheibe von Insekten säubern. Das ist lange her. Heutzutage gibt es eine Fülle von heimischen Tierarten, die laut Bericht des Bundesumweltministeriums kurz vor dem Aussterben stehen. Für den 82-Jährigen ein triftiger Grund, in seiner Dankesrede zur Verleihung des Bundesverdienstkreuzes an die Gäste aus Verwaltung, Politik, Natur- und Umweltschutz in Krefeld einen dringenden Appell zu richten. Deutschland stehe vor einer ähnlichen Öko-Katastrophe wie die USA in den 60er Jahren, als neue Pestizide auf DDT-Basis und Herbizide wie Agent Orange auf den Markt kamen. Viele dieser tödlichen Gifte sind in den vergangenen Jahrzehnten verboten worden. Neue dafür nachgerückt. Beispielsweise die Neonikotinoide, eine neue Generation von Insektiziden. „Die sich anbahnende Katastrophe ist viel gefährlicher“, warnt Nothers. Man sehe nicht mehr massenweise tote Vögel, weil sie sang- und klanglos verschwinden. Auch die Insekten verschwinden und mit ihnen der Anfang der Nahrungskette. In der Folge sterben die Amphibien. Wespen, Heimchen und Schmetterlinge gehen stark zurück. „Wann haben Sie zuletzt mal ein Glühwürmchen gesehen?“, fragt er suchend in die Runde.

    „Und ist Ihnen auch schon aufgefallen, wie wenig es summt in den letzten Jahren?“ Wer sich jetzt darüber freut, dass er beim Pflaumenkuchenessen auf dem Balkon nicht von Wespen belästigt wird, den warnt Nothers vor einem gefährlichen Trugschluss: „Dann hören Sie auch irgendwann keine Vögel mehr in Ihrer Nähe!“

    Der 82-Jährige ist verheiratet und lebt zusammen mit seiner Ehefrau Hildegard, Kindern und Enkelkindern auf seinem Hof in Hinterorbroich. Der graduierte Landwirt und passionierte Jäger leitete die Fachschule für Sozialpädagogik in Kempen und ging 1997 als Studiendirektor in den Ruhestand.
    Nothers ist im Laufe der Jahre zu einem guten Netzwerker geworden. Er kennt viele Menschen, knüpft verschiedenartigste Kontakte, um für den Erhalt der Natur zu werben. Unterstützung findet er zunehmend auch beim Krefelder Umweltamt, dem Grünflächenamt und dem NABU Krefeld-Viersen, in Person des neuen Vorsitzenden Rainer Rosendahl. Der wird einen Schmetterlingstag organisieren, um die Menschen für das Thema zu sensibilisieren.

    Rückgang der Insekten in Orbroich um 80 Prozent in 24 Jahren

    In Krefeld ist der Rückgang der Insekten schon sichtbar. Laut Nothers weisen die neuesten Untersuchungen der Krefelder Entomologen einen Rückgang der Insekten in den vergangenen 24 Jahren um 80 Prozent im Naturschutzgebiet Orbroich auf. „Und in den Natur- und Landschaftsschutzgebieten sieht es nicht besser aus.“

    Der BUND hat 2010 ein Buch des niederländischen Toxikologen Henk Tennekes veröffentlicht. Es trägt den Titel „Das Ende der Artenvielfalt: Neuartige Pestizide töten Insekten und Vögel.“ Darin beschreibt er die Verwendung von Neonikotinoiden und deren Folgen. Auf Betreiben des EU-Abgeordneten Karl-Heinz Florenz hat die EU reagiert. Sie hat Begrenzungen für den Einsatz bestimmter Mittel erlassen. In Deutschland werden diese Bestimmungen aber erst ab 2015 gültig.

    „Dieses Thema muss weiter wissenschaftlich untersucht werden“, fordert Nothers. Zumal die bisherigen Messtechniken für die neuen Insektizide noch viel zu grob sind. Erste Untersuchungen in Krefeld hat das Umweltamt auf sein Bitten hin aber schon durchgeführt. „Wir sollten uns diese Untersuchungen leisten“, wirbt Nothers um weitere Unterstützung, „ vor allem auch im Sinne unserer Kinder und Enkel.“ Er liebt eben die Natur und mit ihr auch alle Lebewesen.

    Quelle: Westdeutsche Zeitung, 11.04.14
    http://www.wz-newsline.de/lokales/krefeld/pestizide-erst-sterben-die-insekten-dann-die-voegel-1.1609835

  • Bestandsrückgang der Lachmöwe im Nationalpark „Vorpommersche Boddenlandschaft“

    Bestandsrückgang der Lachmöwe im Nationalpark „Vorpommersche Boddenlandschaft“

    Die Lachmöwe (Chroicocephalus ridibundus, Syn. Larus ridibundus) ist eine der bekanntesten Bewohner unserer Küste und kann leicht am Strand beobachtet werden. Doch der Schein trügt: Kaum eine andere Vogelart hat einen so deutlichen Bestandsrückgang erlitten. Der Rückgang des Bestandes von Mecklenburg-Vorpommern beträgt in den letzten 20 Jahren über 50 %, so dass sie den Gefährdungsgrad 3 nach Roter Liste erhielt. Auch in den Küstenvogelbrutgebieten des Nationalparks „Vorpommersche Boddenlandschaft“ sind die Bestandsänderungen deutlich sichtbar: Von ehemals 15.000 Brutpaaren im Jahr 1990 konnten 2010 nur noch 1985 Brutpaare beobachtet werden. Die Besiedlung traditioneller Brutgebiete wie z.B. die der Insel Heuwiese ist zudem komplett erloschen. Einzig die Inseln Kirr und Barther Oie werden von den zierlichen Vögeln noch besiedelt. Der starke Rückgang sowohl im Binnenland als auch an der Küste wird durch eine Vielzahl von Faktoren bedingt. Als eine Ursache werden die Veränderungen der Landwirtschaft und der Küstenfischerei und der damit einhergehende Mangel an Jungvogelnahrung angesehen.

    Die Lachmöwe (Chroicocephalus ridibundus, Syn. Larus ridibundus) ist eine der bekanntesten Bewohner unserer Küste und kann leicht am Strand beobachtet werden. Doch der Schein trügt: Kaum eine andere Vogelart hat einen so deutlichen Bestandsrückgang erlitten. Der Rückgang des Bestandes von Mecklenburg-Vorpommern beträgt in den letzten 20 Jahren über 50 %, so dass sie den Gefährdungsgrad 3 nach Roter Liste erhielt. Auch in den Küstenvogelbrutgebieten des Nationalparks „Vorpommersche Boddenlandschaft“ sind die Bestandsänderungen deutlich sichtbar: Von ehemals 15.000 Brutpaaren im Jahr 1990 konnten 2010 nur noch 1985 Brutpaare beobachtet werden. Die Besiedlung traditioneller Brutgebiete wie z.B. die der Insel Heuwiese ist zudem komplett erloschen. Einzig die Inseln Kirr und Barther Oie werden von den zierlichen Vögeln noch besiedelt. Der starke Rückgang sowohl im Binnenland als auch an der Küste wird durch eine Vielzahl von Faktoren bedingt. Als eine Ursache werden die Veränderungen der Landwirtschaft und der Küstenfischerei und der damit einhergehende Mangel an Jungvogelnahrung angesehen.

    Quelle: Nationalpark „Vorpommersche Boddenlandschaft“
    http://www.nationalpark-vorpommersche-boddenlandschaft.de/vbl/index.php?article_id=355

  • BAYER libel action on the neonicotinoid insecticide thiacloprid dismissed

    BAYER libel action on the neonicotinoid insecticide thiacloprid dismissed

    A judge has ruled on Wednesday that the environmental association BUND (Friends of the Earth Germany) has a right to voice concerns over potential harms to bees from a neonicotinoid pesticide, Thiacloprid. The judge at the Duesseldorf Regional Court revoked a previous injunction in favour of BAYER CropScience. Thiacloprid is used on crops such as oilseed rape and apples and is sold to the public in garden bug-killing products. According to BUND, there is scientific evidence that the substance can make bees more likely to die from common diseases and can impair their navigational abilities. By printing a “not toxic to bees” logo on products containing Thiacloprid there arose “the suspicion of a deliberate deception of the consumer by BAYER.” Friends of the Earth is now asking the European Commission to take a precautionary approach by suspending all uses of Thiacloprid and to review its safety. A scientific paper by Professor Randolf Menzel used in evidence by BUND, says: “Sublethal doses of neonicotinoids interfere selectively with the homing flight component based on this cognitive map memory, reducing the probability of successful returns to the hive. Chronic exposure to the neonicotinoid Thiacloprid reduces the attractiveness of a feeding site and the rate of recruitment.” Findings by toxicologist Dr. Henk Tennekes suggest that bees are not the only victims: “The risks of the neonicotinoid insecticides Imidacloprid and Thiacloprid to arthropods in water and soil may be seriously underestimated. The acceptable limits are based mainly on short-term tests. If long-term studies were to be carried out, far lower concentrations may turn out to be hazardous. This explains why minute quantities of Imidacloprid may induce bee decline in the long run.”

    A judge has ruled on Wednesday that the environmental association BUND (Friends of the Earth Germany) has a right to voice concerns over potential harms to bees from a neonicotinoid pesticide, Thiacloprid. The judge at the Duesseldorf Regional Court revoked a previous injunction in favour of BAYER CropScience. Thiacloprid is used on crops such as oilseed rape and apples and is sold to the public in garden bug-killing products. According to BUND, there is scientific evidence that the substance can make bees more likely to die from common diseases and can impair their navigational abilities. By printing a “not toxic to bees” logo on products containing Thiacloprid there arose “the suspicion of a deliberate deception of the consumer by BAYER.” Friends of the Earth is now asking the European Commission to take a precautionary approach by suspending all uses of Thiacloprid and to review its safety. A scientific paper by Professor Randolf Menzel used in evidence by BUND, says: “Sublethal doses of neonicotinoids interfere selectively with the homing flight component based on this cognitive map memory, reducing the probability of successful returns to the hive. Chronic exposure to the neonicotinoid Thiacloprid reduces the attractiveness of a feeding site and the rate of recruitment.” Findings by toxicologist Dr. Henk Tennekes suggest that bees are not the only victims: “The risks of the neonicotinoid insecticides Imidacloprid and Thiacloprid to arthropods in water and soil may be seriously underestimated. The acceptable limits are based mainly on short-term tests. If long-term studies were to be carried out, far lower concentrations may turn out to be hazardous. This explains why minute quantities of Imidacloprid may induce bee decline in the long run.”

    For many years Neonicotinoids have been among BAYER’s top-selling pesticides. In 2010, Imidacloprid sales were valued at US$ 820 million while Clothianidin sales were valued at US$ 260 million. Ever since BAYER declined to publish sales figures for any pesticide.

    Source: www.cbgnetwork.org/3035.html, March 2015

  • Der langsame Tod des Viktoriasees

    Der langsame Tod des Viktoriasees

    Der Fischer Joseph Kibooli steht vor seinem leeren Boot und schaut betrübt auf das stille Wasser des Viktoriasees. „Noch bis vor drei Jahren konnte ich jeden Tag bis zu 100 Kilogramm Fisch fangen“, sagt er. Jetzt seien es höchstens 30 Kilo und manchmal auch gar nichts. „Wenn nicht dringend etwas unternommen wird, dann wird sich der See in eine Wüste verwandeln“, erklärt der 37-Jährige. Meist bricht er vom Strand des Dörfchens Ssenyi, etwa 70 Kilometer südlich der Hauptstadt Kampala, zum Fischfang im zweitgrößten Süßwassersee der Erde auf. Aber Experten warnen, dass das Gewässer schon bald nicht mehr in der Lage sein wird, Millionen Menschen zu ernähren, die mittlerweile von ihm abhängig sind. Der Viktoriasee umfasst 69 000 Quadratkilometer und hat damit in etwa die Größe Bayerns.

    Der Fischer Joseph Kibooli steht vor seinem leeren Boot und schaut betrübt auf das stille Wasser des Viktoriasees. „Noch bis vor drei Jahren konnte ich jeden Tag bis zu 100 Kilogramm Fisch fangen“, sagt er. Jetzt seien es höchstens 30 Kilo und manchmal auch gar nichts. „Wenn nicht dringend etwas unternommen wird, dann wird sich der See in eine Wüste verwandeln“, erklärt der 37-Jährige. Meist bricht er vom Strand des Dörfchens Ssenyi, etwa 70 Kilometer südlich der Hauptstadt Kampala, zum Fischfang im zweitgrößten Süßwassersee der Erde auf. Aber Experten warnen, dass das Gewässer schon bald nicht mehr in der Lage sein wird, Millionen Menschen zu ernähren, die mittlerweile von ihm abhängig sind. Der Viktoriasee umfasst 69 000 Quadratkilometer und hat damit in etwa die Größe Bayerns.

    Quelle: Mittelbayerische, 08.03.2015
    http://www.mittelbayerische.de/nachrichten/panorama/artikel/der-langsame-tod-des-viktoriasees/1201294/der-langsame-tod-des-viktoriasees.html

  • Zelfs in de bolwerken leggen insecten het loodje – vlinders houden het voor gezien in de duinen

    Zelfs in de bolwerken leggen insecten het loodje – vlinders houden het voor gezien in de duinen

    In de duinen worden de laatste tien jaar minder vlindersoorten gesignaleerd. Duingebieden waren jarenlang zeer vlinderrijk en het leek of de achteruitgang daar minder dramatisch was dan in het binnenland. Er zijn zeven soorten vlinders minder gezien dan bij het begin van de tellingen in 1990, eein teruggang van 35 procent. De cijfers zijn gebaseerd op een opschrijfboekje uit de jaren veertig, waarin het aantal vlinders in het duingebied tussen Egmond en Wijk aan Zee zorgvuldig werd bijgehouden. Rienk Slings van PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland heeft in het tijdschrift Vlinders een vergelijking gemaakt. Soorten als de veldparelmoervlinder, zilveren maan en grote parelmoervlinder kwamen toen nog in de duinen voor, maar worden daar inmiddels al jaren niet meer gezien.

    In de duinen worden de laatste tien jaar minder vlindersoorten gesignaleerd. Duingebieden waren jarenlang zeer vlinderrijk en het leek of de achteruitgang daar minder dramatisch was dan in het binnenland. Er zijn zeven soorten vlinders minder gezien dan bij het begin van de tellingen in 1990, eein teruggang van 35 procent. De cijfers zijn gebaseerd op een opschrijfboekje uit de jaren veertig, waarin het aantal vlinders in het duingebied tussen Egmond en Wijk aan Zee zorgvuldig werd bijgehouden. Rienk Slings van PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland heeft in het tijdschrift Vlinders een vergelijking gemaakt. Soorten als de veldparelmoervlinder, zilveren maan en grote parelmoervlinder kwamen toen nog in de duinen voor, maar worden daar inmiddels al jaren niet meer gezien.

    Bron:
    Frank Heinen op 7 februari 2011 om 12:41, in de categorie Bedreigde dieren en natuurbescherming, Dier in de spotlights en Ecologie.

  • De duinbewonende roofvogels zijn door achteruitgang van ongewervelde en kleinere gewervelde dieren uitgeroeid op Ameland

    De duinbewonende roofvogels zijn door achteruitgang van ongewervelde en kleinere gewervelde dieren uitgeroeid op Ameland

    De gegevens van de afgelopen 24 broedseizoenen geven een duidelijk beeld van een sterke achteruitgang van duinbewonende roofvogels op Ameland. De achteruitgang van de ongewervelde en kleinere gewervelde dieren maken dat de duingraslanden minder geschikte voedselgebieden worden voor veeleisende jagers zoals de Grauwe klauwier (Lanius collurio) , Grauwe kiekendief (Circus pygargus), Blauwe kiekendief (Circus cyaneus) en Velduil (Asio flammeus). De ontwikkeling bij de Velduil is spectaculair negatief. Rond 1989 is er sprake van een extreem goede muizenvangst voor velduilen. In 2004 was het afgelopen met de Velduil op het eens zo machtige bolwerk Ameland. Ook bij de Blauwe kiekendief is sprake van een sterk negatieve trend. De daling in aantallen broedparen wordt ingezet vanaf 1994; in 2009 is de soort als broedvogel op Ameland verdwenen. Roofvogels staan zonder uitzondering aan de top van een voedselketen en de veranderingen aan de top van de voedselketens zijn een afspiegeling van meerdere niveaus lager in de keten. Ook het eerder van het eiland verdwijnen van de Grauwe klauwier en Grauwe kiekendief moet in dit licht gezien worden.

    De gegevens van de afgelopen 24 broedseizoenen geven een duidelijk beeld van een sterke achteruitgang van duinbewonende roofvogels op Ameland. De achteruitgang van de ongewervelde en kleinere gewervelde dieren maken dat de duingraslanden minder geschikte voedselgebieden worden voor veeleisende jagers zoals de Grauwe klauwier (Lanius collurio) , Grauwe kiekendief (Circus pygargus), Blauwe kiekendief (Circus cyaneus) en Velduil (Asio flammeus). De ontwikkeling bij de Velduil is spectaculair negatief. Rond 1989 is er sprake van een extreem goede muizenvangst voor velduilen. In 2004 was het afgelopen met de Velduil op het eens zo machtige bolwerk Ameland. Ook bij de Blauwe kiekendief is sprake van een sterk negatieve trend. De daling in aantallen broedparen wordt ingezet vanaf 1994; in 2009 is de soort als broedvogel op Ameland verdwenen. Roofvogels staan zonder uitzondering aan de top van een voedselketen en de veranderingen aan de top van de voedselketens zijn een afspiegeling van meerdere niveaus lager in de keten. Ook het eerder van het eiland verdwijnen van de Grauwe klauwier en Grauwe kiekendief moet in dit licht gezien worden.

    Bron:
    Johan Krol & Jan F. de Jong. Dagroofvogels en Uilen op Ameland 1987-2010. UILEN 2011