Auteur: Henk Tennekes

  • Veel soorten kustbroedvogels in de Waddenzee hebben te maken met een laag broedsucces, maar niemand ziet imidacloprid verontreiniging van de kust

    Veel soorten kustbroedvogels in de Waddenzee hebben te maken met een laag broedsucces, maar niemand ziet imidacloprid verontreiniging van de kust

    Veel soorten kustbroedvogels in de Waddenzee hebben te maken met een laag broedsucces. Het gaat vooral om scholekster, kluut, kokmeeuw, grote stern, visdief en noordse stern. Met lepelaar, zilvermeeuw, kleine mantelmeeuw en eider lijkt het momenteel beter te gaan. Dit blijkt uit een onderzoek van Sovon Vogelonderzoek Nederland en IMARES Wageningen UR. Sinds 2005 worden in de Waddenzee jaarlijks gegevens verzameld over het broedsucces van een aantal karakteristieke kustbroedvogels. De onderzoekers volgen tien vogelsoorten die representatief zijn voor specifieke habitats en voedselgroepen. Dit zogeheten reproductiemeetnet is een ‘early warning systeem’ om het reproducerend vermogen van de vogelpopulaties in de Waddenzee te volgen en de achterliggende processen van populatieveranderingen te doorgronden. De monitoring is onderdeel van het trilaterale TMAP-programma dat samen met Duitsland en Denemarken wordt uitgevoerd. De resultaten uit de periode 2011 – 2013 laten zien dat nog steeds veel soorten kustbroedvogels weinig succesvol zijn. Sommige soorten deden het zelfs slechter dan in de eerste jaren van de monitoring.

    Veel soorten kustbroedvogels in de Waddenzee hebben te maken met een laag broedsucces. Het gaat vooral om scholekster, kluut, kokmeeuw, grote stern, visdief en noordse stern. Met lepelaar, zilvermeeuw, kleine mantelmeeuw en eider lijkt het momenteel beter te gaan. Dit blijkt uit een onderzoek van Sovon Vogelonderzoek Nederland en IMARES Wageningen UR. Sinds 2005 worden in de Waddenzee jaarlijks gegevens verzameld over het broedsucces van een aantal karakteristieke kustbroedvogels. De onderzoekers volgen tien vogelsoorten die representatief zijn voor specifieke habitats en voedselgroepen. Dit zogeheten reproductiemeetnet is een ‘early warning systeem’ om het reproducerend vermogen van de vogelpopulaties in de Waddenzee te volgen en de achterliggende processen van populatieveranderingen te doorgronden. De monitoring is onderdeel van het trilaterale TMAP-programma dat samen met Duitsland en Denemarken wordt uitgevoerd. De resultaten uit de periode 2011 – 2013 laten zien dat nog steeds veel soorten kustbroedvogels weinig succesvol zijn. Sommige soorten deden het zelfs slechter dan in de eerste jaren van de monitoring. Een mogelijke verklaring is de sterke verontreiniging van de Waddenkust met het insecticide imidacloprid, dat in iedere concentratie, hoe klein ook, een bedreiging voor insecten vormen. Met name de aardappelteelt is een belangrijke bron van verontreiniging met bestrijdingsmiddelen. Insecten zijn onmisbare voeding voor vogelkuikens.

    Bronnen: SOVON, 5 maart 2016
    https://www.sovon.nl/nl/actueel/nieuws/broedvogels-de-waddenzee-hebben-het-moeilijk
    Wetterskip Fryslan, juli 2016

  • Breeding birds in the Wadden Sea at risk due to poor breeding results

    Breeding birds in the Wadden Sea at risk due to poor breeding results

    Breeding birds in the Wadden Sea do not raise enough offspring to keep the population in a healthy condition. This is the conclusion of a review published today by the Common Wadden Sea Secretariat and the Joint Monitoring Breeding Bird Group (JMBB). The report conducted an analysis of the breeding success among birds in the Wadden Sea over the years 2009–2012. It found that especially typical Wadden Sea bird species, like the oystercatcher, the avocet and the arctic tern, were hardly able to raise any young. The black-headed gull, the lesser black-backed gull, the herring gull and the common tern also showed poor breeding results at many breeding sites across the Wadden Sea. These results apply to the international Wadden Sea, in Denmark, Germany and the Netherlands, but correspond to previous results from a long-term monitoring project in the Dutch Wadden Sea, which also showed that low breeding success was an important driver for the decline of most breeding bird species. “The number of birds of several species in the Wadden Sea has continuously declined over the past 20 years. A report published in June 2015 revealed that 15 out of 26 breeding bird species showed a negative trend. This does not mean that adult birds have a higher mortality rate. We now know that poor breeding success is the main factor that explains the decline,” says Gerold Lüerßen of the Common Wadden Sea Secretariat (CWSS), who coordinates the Trilateral Monitoring Migratory and Breeding Bird Group.

    Breeding birds in the Wadden Sea do not raise enough offspring to keep the population in a healthy condition. This is the conclusion of a review published today by the Common Wadden Sea Secretariat and the Joint Monitoring Breeding Bird Group (JMBB). The report conducted an analysis of the breeding success among birds in the Wadden Sea over the years 2009–2012. It found that especially typical Wadden Sea bird species, like the oystercatcher, the avocet and the arctic tern, were hardly able to raise any young. The black-headed gull, the lesser black-backed gull, the herring gull and the common tern also showed poor breeding results at many breeding sites across the Wadden Sea. These results apply to the international Wadden Sea, in Denmark, Germany and the Netherlands, but correspond to previous results from a long-term monitoring project in the Dutch Wadden Sea, which also showed that low breeding success was an important driver for the decline of most breeding bird species. “The number of birds of several species in the Wadden Sea has continuously declined over the past 20 years. A report published in June 2015 revealed that 15 out of 26 breeding bird species showed a negative trend. This does not mean that adult birds have a higher mortality rate. We now know that poor breeding success is the main factor that explains the decline,” says Gerold Lüerßen of the Common Wadden Sea Secretariat (CWSS), who coordinates the Trilateral Monitoring Migratory and Breeding Bird Group.

    Source:Common Wadden Sea Secretariat
    http://www.waddensea-secretariat.org/news-and-service/news/16-09-03breeding-birds-in-the-wadden-sea-at-risk-due-to-poor-breeding-results

  • Blauracken (Coracias garrulus) sind beinahe aus Österreich verschwunden

    Blauracken (Coracias garrulus) sind beinahe aus Österreich verschwunden

    Nur noch zwischen zwei und 20 nistende Brutpaare der Blauracken konnten in den vergangenen drei Jahrzehnten pro Saison in der Steiermark gezählt werden. Das Siedlungsareal bei Stainz zwischen Bad Gleichenberg und Bad Radkersburg im Grenzgebiet zu Slowenien ist der kümmerliche Rest eines einst viel größeren Verbreitungsgebietes der Rackenvögel auf österreichischem Boden. Um 1880 waren die Blauracken nicht nur in der gesamten Süd- und Oststeiermark heimisch, sondern siedelten auch im Kärntner Drautal, fast im gesamten Burgenland und im südlichen Niederösterreich bis Wien. Während Anfang der 1950er-Jahre noch rund 270 Brutpaare in der Steiermark nisteten, nahm ihre Zahl vor allem in den 1970er-Jahren dramatisch ab. Nur wo halbwegs extensive Landwirtschaft betrieben wird, haben sie eine Chance zu überleben. Wegen der Reduzierung der Viehwirtschaft wurden früher Wiesen durch Maismonokulturen ersetzt, und kleinparzellige Ackerflächen verschwanden. Die Blauracken benötigen jedoch diese Habitate für ihre Ansitzjagd auf große Insekten wie Maulwurfsgrillen und Heuschrecken.

    Nur noch zwischen zwei und 20 nistende Brutpaare der Blauracken konnten in den vergangenen drei Jahrzehnten pro Saison in der Steiermark gezählt werden. Das Siedlungsareal bei Stainz zwischen Bad Gleichenberg und Bad Radkersburg im Grenzgebiet zu Slowenien ist der kümmerliche Rest eines einst viel größeren Verbreitungsgebietes der Rackenvögel auf österreichischem Boden. Um 1880 waren die Blauracken nicht nur in der gesamten Süd- und Oststeiermark heimisch, sondern siedelten auch im Kärntner Drautal, fast im gesamten Burgenland und im südlichen Niederösterreich bis Wien. Während Anfang der 1950er-Jahre noch rund 270 Brutpaare in der Steiermark nisteten, nahm ihre Zahl vor allem in den 1970er-Jahren dramatisch ab. Nur wo halbwegs extensive Landwirtschaft betrieben wird, haben sie eine Chance zu überleben. Wegen der Reduzierung der Viehwirtschaft wurden früher Wiesen durch Maismonokulturen ersetzt, und kleinparzellige Ackerflächen verschwanden. Die Blauracken benötigen jedoch diese Habitate für ihre Ansitzjagd auf große Insekten wie Maulwurfsgrillen und Heuschrecken.

    Quelle: Der Standard, 25.03.16
    http://derstandard.at/2000033449857/Blauracken-Bunte-Voegel-mit-eintoenigen-Genen

  • The disappearance of Canada’s aerial insect eaters is probably related to the widespread use of neonicotinoids in agriculture

    The disappearance of Canada’s aerial insect eaters is probably related to the widespread use of neonicotinoids in agriculture

    Forty years ago, swallows were a common sight in the summer, darting between the beams of old barns or swooping low over the waters of a creek. These swift aerial acrobats seemed to be everywhere — perched on telephone lines by the dozen awaiting the fall migration, or whirling and diving around old wooden bridges in pursuit of airborne insects. Now, these birds have seemingly disappeared from midair, entirely abandoning large swathes of their former Canadian range. Some, like the bank swallow, have seen their numbers plummet by 98 per cent since 1970. They’ve become the centre of one of Canada’s greatest biological mysteries, and scientists are scrambling to discover why. The swallows’ disappearance is part of a larger trend affecting birds known as aerial insectivores, which spend much of their lives on the wing in a constant search for airborne insects to dine on. This group, which includes chimney swifts, purple martins, and whippoorwills, has plunged by 70 per cent in population in Canada, according to a 2012 report by the North American Bird Conservation Initiative. Many birds in this category are now listed as threatened in Canada.

    Forty years ago, swallows were a common sight in the summer, darting between the beams of old barns or swooping low over the waters of a creek. These swift aerial acrobats seemed to be everywhere — perched on telephone lines by the dozen awaiting the fall migration, or whirling and diving around old wooden bridges in pursuit of airborne insects. Now, these birds have seemingly disappeared from midair, entirely abandoning large swathes of their former Canadian range. Some, like the bank swallow, have seen their numbers plummet by 98 per cent since 1970. They’ve become the centre of one of Canada’s greatest biological mysteries, and scientists are scrambling to discover why. The swallows’ disappearance is part of a larger trend affecting birds known as aerial insectivores, which spend much of their lives on the wing in a constant search for airborne insects to dine on. This group, which includes chimney swifts, purple martins, and whippoorwills, has plunged by 70 per cent in population in Canada, according to a 2012 report by the North American Bird Conservation Initiative. Many birds in this category are now listed as threatened in Canada.

    Source: Rabble, March 25, 2016
    http://rabble.ca/blogs/bloggers/jenhalsall/2016/03/hard-to-swallow-mysterious-disappearance-canadas-aerial-insect-eat

  • Overijssel neemt afscheid van zijn vlinders en vogels

    Overijssel neemt afscheid van zijn vlinders en vogels

    Het voortbestaan van verschillende vlinders zoals het Heideblauwtje, de Heivlinder en Bruine Vuurvlinder in natuurgebieden in Overijssel staat op het spel. Dat zegt de Vlinderstichting. Het gaat om zogeheten Natura-2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden waar zeldzame diersoorten voorkomen. Overijssel heeft 24 Natura-2000-gebieden. Ook vogels zijn in gevaar. Volgens voorlichter van Sovon Vogelonderzoek gaat het in Overijssel om de Korhoen, Nachtzwaluw en Boomleeuwerik. Het gaat ook steeds slechter met de meeste Overijsselse weidevogels. Van de aantallen uit 1994 (het eerste jaar van het meetnet) is nog maar 42% over. Eerst waren het vooral de Grutto en de Veldleeuwerik die in aantallen afnamen. Sinds 2000 gaat het echter ook slecht met de Scholekster en de Kievit. In verschillende delen van Salland en Twente zijn ze nu vrijwel verdwenen.

    Het voortbestaan van verschillende vlinders zoals het Heideblauwtje, de Heivlinder en Bruine Vuurvlinder in natuurgebieden in Overijssel staat op het spel. Dat zegt de Vlinderstichting. Het gaat om zogeheten Natura-2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden waar zeldzame diersoorten voorkomen. Overijssel heeft 24 Natura-2000-gebieden. Ook vogels zijn in gevaar. Volgens voorlichter van Sovon Vogelonderzoek gaat het in Overijssel om de Korhoen, Nachtzwaluw en Boomleeuwerik. Het gaat ook steeds slechter met de meeste Overijsselse weidevogels. Van de aantallen uit 1994 (het eerste jaar van het meetnet) is nog maar 42% over. Eerst waren het vooral de Grutto en de Veldleeuwerik die in aantallen afnamen. Sinds 2000 gaat het echter ook slecht met de Scholekster en de Kievit. In verschillende delen van Salland en Twente zijn ze nu vrijwel verdwenen.

    Bronnen:
    RTV Oost, 2 november 2015
    http://www.rtvoost.nl/nieuws/default.aspx?nid=230112
    Provincie Overijssel, februari 2014
    http://www.overijssel.nl/overijssel/cijfers-kaarten/overijssels-feit/nie…

  • In Zeeland hebben weidevogels geen schijn van kans in een met neonicotinoïden bezoedeld cultuurlandschap

    In Zeeland hebben weidevogels geen schijn van kans in een met neonicotinoïden bezoedeld cultuurlandschap

    Het gaat slecht met de weidevogels in Zeeland. Dat blijkt uit cijfers die woensdag zijn gepubliceerd. Vooral de aantallen scholeksters en veldleeuweriken zijn in Zeeland met meer dan de helft afgenomen in de afgelopen 25 jaar. Daarmee volgt Zeeland een landelijke trend. Daarnaast is het opmerkelijk dat in Zeeland, in tegenstelling tot de rest van Nederland, het aantal grutto’s nagenoeg gelijk is aan 25 jaar geleden. Wel was er van 1996 tot 2000 een sterke toename, waarbij het aantal grutto’s verdubbelde. Maar in 2003 werd een daling ingezet en nu ligt het aantal grutto’s net onder het niveau van 1990. In de rest van Nederland is het aantal grutto’s in diezelfde periode gehalveerd, net als het aantal scholeksters en veldleeuweriken. De tureluur maakt in Zeeland een vergelijkbare ontwikkeling door als de grutto. Daarmee volgt de Zeeuwse populatie van deze vogelsoort de landelijke trend. De sterke achteruitgang van weidevogels komt volgens de Vogelbescherming Nederland door de schaalvergroting en intensivering in de landbouw. Voor de Vogelbescherming zijn die cijfers aanleiding om aan de noodklok te trekken. Alleen drastische maatregelen in de hele landbouwsector kunnen volgens de organisatie de weidevogels en de natuur van het weidelandschap nog redden.

    Het gaat slecht met de weidevogels in Zeeland. Dat blijkt uit cijfers die woensdag zijn gepubliceerd. Vooral de aantallen scholeksters en veldleeuweriken zijn in Zeeland met meer dan de helft afgenomen in de afgelopen 25 jaar. Daarmee volgt Zeeland een landelijke trend. Daarnaast is het opmerkelijk dat in Zeeland, in tegenstelling tot de rest van Nederland, het aantal grutto’s nagenoeg gelijk is aan 25 jaar geleden. Wel was er van 1996 tot 2000 een sterke toename, waarbij het aantal grutto’s verdubbelde. Maar in 2003 werd een daling ingezet en nu ligt het aantal grutto’s net onder het niveau van 1990. In de rest van Nederland is het aantal grutto’s in diezelfde periode gehalveerd, net als het aantal scholeksters en veldleeuweriken. De tureluur maakt in Zeeland een vergelijkbare ontwikkeling door als de grutto. Daarmee volgt de Zeeuwse populatie van deze vogelsoort de landelijke trend. De sterke achteruitgang van weidevogels komt volgens de Vogelbescherming Nederland door de schaalvergroting en intensivering in de landbouw. Voor de Vogelbescherming zijn die cijfers aanleiding om aan de noodklok te trekken. Alleen drastische maatregelen in de hele landbouwsector kunnen volgens de organisatie de weidevogels en de natuur van het weidelandschap nog redden.

    Bron: Omroep Zeeland, 5 augustus 2015
    http://www.omroepzeeland.nl/nieuws/2015-08-05/901848/zorgen-over-sterke-afname-weidevogels#.VvZlUOLhAdU

  • Het einde van de weidevogels in Drenthe is nabij

    Het einde van de weidevogels in Drenthe is nabij

    Natuurvereniging Het Stroomdal uit de regio Coevorden heeft namens de 32 Drentse weidevogelgroepen en ondersteund door de Drentse boermarken een brandbrief gestuurd naar Provinciale en Gedeputeerde Staten. De weidevogelbeschermers luiden de noodklok. ‘Weidevogels leven al eeuwen in het Drentse landschap. Helaas loopt al decennia het aantal weidevogels in Drenthe gestaag terug’, zo schrijft Jan Nicolai uit Coevorden. ‘Ook 2015 was wederom een jaar van forse achteruitgang.’ De weidevogelgroepen zijn ervan overtuigd dat -als het huidige beleid van de provincie Drenthe wordt voortgezet- dit onvermijdelijk leidt tot het verdwijnen van de weidevogels. Het is twee voor twaalf als het om de weidevogels in Drenthe gaat. Het is nu of nooit! In de brief wordt de provincie gevraagd een fundamentele keuze te maken of weidevogels wel of niet nog een kans in Drenthe krijgen. ‘Wij kunnen het ons niet voorstellen dat de Drentse politiek zich niet wil inzetten om de weidevogels voor onze provincie te behouden. Daarom stellen wij voor om een project op te zetten ten gunste van de weidevogels en daarmee de kans pakken de volgende generaties ook nog te kunnen laten genieten van de weidevogels in Drenthe.’

    Natuurvereniging Het Stroomdal uit de regio Coevorden heeft namens de 32 Drentse weidevogelgroepen en ondersteund door de Drentse boermarken een brandbrief gestuurd naar Provinciale en Gedeputeerde Staten. De weidevogelbeschermers luiden de noodklok. ‘Weidevogels leven al eeuwen in het Drentse landschap. Helaas loopt al decennia het aantal weidevogels in Drenthe gestaag terug’, zo schrijft Jan Nicolai uit Coevorden. ‘Ook 2015 was wederom een jaar van forse achteruitgang.’ De weidevogelgroepen zijn ervan overtuigd dat -als het huidige beleid van de provincie Drenthe wordt voortgezet- dit onvermijdelijk leidt tot het verdwijnen van de weidevogels. Het is twee voor twaalf als het om de weidevogels in Drenthe gaat. Het is nu of nooit! In de brief wordt de provincie gevraagd een fundamentele keuze te maken of weidevogels wel of niet nog een kans in Drenthe krijgen. ‘Wij kunnen het ons niet voorstellen dat de Drentse politiek zich niet wil inzetten om de weidevogels voor onze provincie te behouden. Daarom stellen wij voor om een project op te zetten ten gunste van de weidevogels en daarmee de kans pakken de volgende generaties ook nog te kunnen laten genieten van de weidevogels in Drenthe.’

    Bron: Hoogeveensche Courant, 12-02-16
    http://www.hoogeveenschecourant.nl/nieuws/regio/424644/weidevogelbeschermers-luiden-noodklok.html

  • De Waddenzee is een alarmerend zwakke schakel in de Oost-Atlantische trekvogel route

    De Waddenzee is een alarmerend zwakke schakel in de Oost-Atlantische trekvogel route

    Elk seizoen vliegen trekvogels vanuit Siberië en Noordoost-Canada langs de kust richting Zuid-Afrika. Uit onderzoek blijkt nu dat de Waddenzee een alarmerend zwakke schakel is in deze Oost-Atlantische route. Het gaat voornamelijk om de vogels die het Waddengebied gebruiken om te broeden. Hoe meer een vogel afhankelijk is van de Waddenzee, hoe slechter het met de vogel gaat. Uit tellingn is gebleken dat vooral de rotgans en de scholekster het erg zwaar hebben. Al langer is bekend dat het niet goed gaat met de aantallen wadvogels, maar het is nu voor het eerst dat de Waddenzee slecht scoort in internationaal onderzoek. Het onderzoek is gedaan door het Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW). Sinds de Waddenzee op de Unesco-werelderfgoedlijst staat, werkt die organisatie samen met het Duitse ministerie van Natuur aan een nauwkeuriger monitoringssysteem voor de bescherming van trekvogels in het gebied. Volgens het onderzoek zijn er zeventien soorten vogels die veelvuldig gebruik maken van het Waddengebied. In de periode tussen 2003 en 2014 is er bij 60 procent van de vogels een daling in aantallen gezien.

    Elk seizoen vliegen trekvogels vanuit Siberië en Noordoost-Canada langs de kust richting Zuid-Afrika. Uit onderzoek blijkt nu dat de Waddenzee een alarmerend zwakke schakel is in deze Oost-Atlantische route. Het gaat voornamelijk om de vogels die het Waddengebied gebruiken om te broeden. Hoe meer een vogel afhankelijk is van de Waddenzee, hoe slechter het met de vogel gaat. Uit tellingn is gebleken dat vooral de rotgans en de scholekster het erg zwaar hebben. Al langer is bekend dat het niet goed gaat met de aantallen wadvogels, maar het is nu voor het eerst dat de Waddenzee slecht scoort in internationaal onderzoek. Het onderzoek is gedaan door het Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW). Sinds de Waddenzee op de Unesco-werelderfgoedlijst staat, werkt die organisatie samen met het Duitse ministerie van Natuur aan een nauwkeuriger monitoringssysteem voor de bescherming van trekvogels in het gebied. Volgens het onderzoek zijn er zeventien soorten vogels die veelvuldig gebruik maken van het Waddengebied. In de periode tussen 2003 en 2014 is er bij 60 procent van de vogels een daling in aantallen gezien.

    Bron: National Geographic, 17 september 2015
    http://www.nationalgeographic.nl/artikel/trekvogels-hebben-het-zwaar-in-de-waddenzee

  • De eiken in Nationaal Park De Maasduinen zijn op sterven na dood

    De eiken in Nationaal Park De Maasduinen zijn op sterven na dood

    In delen van Nationaal Park De Maasduinen is 40% van de eiken dood en 50 tot 70% is aangetast, schat bioloog Roland Bobbink van onderzoekscentrum B-Ware van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij heeft enkele jaren onderzoek gedaan naar de achteruitgang van de eiken in het gebied tussen Venlo en Nijmegen. De stichting Het Limburgs Landschap heeft naar aanleiding van de bevindingen van Bobbink de noodklok geluid bij de provincie. De achteruitgang van de bomen heeft ook nadelige gevolgen voor insecten en vogels in het natuurgebied. De voedingswaarde van de bladeren van minder vitale bomen is voor insecten beduidend minder. Vogels die die insecten eten, krijgen zo voeding van mindere kwaliteit binnen en gaan ook in aantal of conditie achteruit.

    In delen van Nationaal Park De Maasduinen is 40% van de eiken dood en 50 tot 70% is aangetast, schat bioloog Roland Bobbink van onderzoekscentrum B-Ware van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij heeft enkele jaren onderzoek gedaan naar de achteruitgang van de eiken in het gebied tussen Venlo en Nijmegen. De stichting Het Limburgs Landschap heeft naar aanleiding van de bevindingen van Bobbink de noodklok geluid bij de provincie. De achteruitgang van de bomen heeft ook nadelige gevolgen voor insecten en vogels in het natuurgebied. De voedingswaarde van de bladeren van minder vitale bomen is voor insecten beduidend minder. Vogels die die insecten eten, krijgen zo voeding van mindere kwaliteit binnen en gaan ook in aantal of conditie achteruit.

    Bron: Groene Ruimte, 11 maart 2016
    http://www.groeneruimte.nl/nieuws/artikel.html?id=179119

  • Scientist who linked GMOs and glyphosate to rat tumors wins SECOND court case against criminal biotech shills who forged signatures to discredit his research

    Scientist who linked GMOs and glyphosate to rat tumors wins SECOND court case against criminal biotech shills who forged signatures to discredit his research

    The Parisian High Court has ruled that French Professor Gilles-Eric Seralini, a scientist known for his controversial research linking GM feed with cancerous tumor growth in rats, was right when he concluded that GMOs are unsafe for human consumption. Marc Fellous, former chairman of France’s Biomolecular Engineering Commission (BEC), has been indicted for “forgery” and “the use of forgery,” in a libel trial that he lost to Prof Gilles-Eric Seralini. The BEC authorized multiple GM crops as safe for human consumption, while lying to the public and hiding scientific data suggesting GM food may be carcinogenic and health-damaging. Details of the case are not available to the public, but according to an article on Seralini’s website, Fellous had used or copied the signature of a scientist, without his agreement, to argue that Seralini and his co-researchers were wrong in their reassessment of Monsanto’s own rat feeding studies. During the reassessments – supported by the independent organization CRIIGEN – alarming signs of toxicity were reported when GMOs and Roundup were used long-term. The sentence against Fellous is expected to be handed down in June 2016.

    The Parisian High Court has ruled that French Professor Gilles-Eric Seralini, a scientist known for his controversial research linking GM feed with cancerous tumor growth in rats, was right when he concluded that GMOs are unsafe for human consumption. Marc Fellous, former chairman of France’s Biomolecular Engineering Commission (BEC), has been indicted for “forgery” and “the use of forgery,” in a libel trial that he lost to Prof Gilles-Eric Seralini. The BEC authorized multiple GM crops as safe for human consumption, while lying to the public and hiding scientific data suggesting GM food may be carcinogenic and health-damaging. Details of the case are not available to the public, but according to an article on Seralini’s website, Fellous had used or copied the signature of a scientist, without his agreement, to argue that Seralini and his co-researchers were wrong in their reassessment of Monsanto’s own rat feeding studies. During the reassessments – supported by the independent organization CRIIGEN – alarming signs of toxicity were reported when GMOs and Roundup were used long-term. The sentence against Fellous is expected to be handed down in June 2016.

    Learn more: http://www.naturalnews.com/053378_Seralini_Monsanto_fraudulent_scientists.html#ixzz43oYCzcZs