Jaaroverzicht 2020: een strategie voor op papier, een dieptepunt in de wei

2020 begon met grote woorden. Eurocommissaris Frans Timmermans presenteerde namens de Europese Commissie de Farm to Fork-strategie, met als doel het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de EU voor 2030 te halveren en het aandeel biologische landbouw te verdrievoudigen naar 25 procent. Het was, zei Timmermans, een antwoord op wat hij ‘een duidelijk en aanwezig gevaar voor de mensheid’ noemde. Diezelfde maand publiceerde het WWF zijn Living Planet Report Nederland, dat concludeerde dat dierpopulaties in Nederlandse natuurgebieden en het omringende boerenland sinds 1990 gemiddeld waren gehalveerd – met pieken tot bijna 70 procent in stikstofgevoelige heidegebieden.

Op de Nederlandse akkers en weilanden was van een kentering weinig te merken. Vogelbescherming Nederland concludeerde in de Boerenlandvogelbalans 2020 dat de karakteristieke vogels van het open boerenland sinds 1990 met 70 procent waren afgenomen, en het jaar zelf bleek voor de grutto het slechtste broedseizoen in negen jaar onderzoek: van ruim 10.000 kuikens haalden er nog geen 5.000 de vliegvlugge leeftijd, ruim onder de 12.500 die minimaal nodig zijn om de populatie op peil te houden. Ondertussen vroegen Nederlandse bietentelers hun minister om een vrijstelling voor neonicotinoïden tegen vergelingsziekte – een direct gevolg van het EU-verbod op diezelfde middelen – terwijl België zijn eigen nationale uitzondering voor het vierde jaar op rij verlengde.

Ook internationaal onderzoek liet zien hoe structureel het probleem is: een langjarige Europese studie naar insectenaantallen op eenentwintig vaste meetlocaties registreerde over bijna zeventig jaar een afname van 47 procent, en het Planbureau voor de Leefomgeving concludeerde dat de vervuiling van water door bestrijdingsmiddelen trager afnam dan het kabinet zich in 2013 had voorgenomen. Toch was 2020 geen jaar zonder lichtpuntjes: De Vlinderstichting noteerde weliswaar een vlinderseizoen onder het langjarig gemiddelde, maar zag ook soorten als de grote vos zich blijvend herstellen en het scheefbloemwitje – pas sinds 2015 in Nederland waargenomen – verder oprukken.