Jaaroverzicht 2019: een deltaplan dat niets oploste, en het jaar dat Brussel voet bij stuk hield

Het jaar begon met een teleurstelling. Het langverwachte Deltaplan Biodiversiteitsherstel – bedoeld als het grote antwoord op de leegloop van het Nederlandse platteland – liet de kernproblemen volgens critici juist onaangeroerd: geen uitbreiding van het natuurareaal, geen concreet plan voor een schonere landbouw. Wat er ondertussen op het spel staat, werd een maand later confronterend duidelijk: Vogelbescherming Nederland meldde dat het aantal weidevogels in Zuid-Holland in dertig jaar met tachtig procent was afgenomen, met de patrijs als meest bedreigde soort.

In Brussel voltrok zich intussen een aanhoudend robbertje om de Europese bijenbescherming. Nadat minister Schouten er eerder voor had gepleit de zogeheten Bee Guidance – strengere langetermijntests voor bestrijdingsmiddelen – te vertragen, riep de Tweede Kamer haar in mei tot de orde en droeg haar op in Brussel alsnog steun uit te spreken. Toen de EU-lidstaten de voorgestelde bijenbescherming later dat jaar zelf hadden afgezwakt, stuurden Europarlementariërs het voorstel terug naar de tekentafel. Diezelfde herfst besloot de EU bovendien om de licentie van het neonicotinoïde thiacloprid niet te verlengen, na een petitie van 383.000 handtekeningen tegen het als kankerverwekkend geclassificeerde middel.

Onderliggend bleef het beeld somber en soms tegenstrijdig. De nieuwe Rode Lijst Dagvlinders liet zien dat het totaal aantal vlinders sinds 1992 met 43 procent was gedaald, en onderzoek van Natuur & Milieu concludeerde dat het Nederlandse oppervlaktewater extreem verontreinigd was met bestrijdingsmiddelen – met het hoogste gebruik per hectare van heel Europa. Tegelijk relativeerde een NRC-factcheck een veelgeciteerde uitspraak dat wereldwijd 40 procent van de insectensoorten zou uitsterven als ongefundeerd: de Europese en Amerikaanse dalingen waren wel degelijk reîel, maar voor een mondiale trend ontbrak voldoende data.