Auteur: Henk Tennekes

  • Dit najaar is er een bijzonder bloembollenpakket voor bijen verkrijgbaar bij tuincentra

    Dit najaar is er een bijzonder bloembollenpakket voor bijen verkrijgbaar bij tuincentra

    Dit najaar is er een bijzonder bloembollenpakket voor bijen verkrijgbaar bij tuincentra. Door het planten van deze geselecteerde bloembollen creëer je niet alleen een bloeiende lentetuin maar lever je ook een positieve bijdrage aan de bijenpopulatie in Nederland. In het voorjaar trekken de bloeiende bollen namelijk bijen aan. Het pakket is mede op advies van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NBV) samengesteld. Het bijenpakket bestaat uit tachtig bloembollen van zes verschillende soorten die op advies van de NBV zijn geselecteerd. De Crocus, Sneeuwroem (Chionodoxa), Blauw druifje (Muscari armeniacum), Botanische tulp (Tulipa linifolia), Anemone blanda en Bulgaarse ui (Nectaroscordum) produceren namelijk relatief veel nectar en stuifmeel. Die zijn beide van vitaal belang voor het welzijn van bijen. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat de NBV niet garandeert dat het bloembollenpakket voor bijen vrij is van landbouwgif.

    Dit najaar is er een bijzonder bloembollenpakket voor bijen verkrijgbaar bij tuincentra. Door het planten van deze geselecteerde bloembollen creëer je niet alleen een bloeiende lentetuin maar lever je ook een positieve bijdrage aan de bijenpopulatie in Nederland. In het voorjaar trekken de bloeiende bollen namelijk bijen aan. Het pakket is mede op advies van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NBV) samengesteld. Het bijenpakket bestaat uit tachtig bloembollen van zes verschillende soorten die op advies van de NBV zijn geselecteerd. De Crocus, Sneeuwroem (Chionodoxa), Blauw druifje (Muscari armeniacum), Botanische tulp (Tulipa linifolia), Anemone blanda en Bulgaarse ui (Nectaroscordum) produceren namelijk relatief veel nectar en stuifmeel. Die zijn beide van vitaal belang voor het welzijn van bijen. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat de NBV niet garandeert dat het bloembollenpakket voor bijen vrij is van landbouwgif.

    De bollen verwilderen en komen dus elk voorjaar automatisch weer tot bloei. Zo wordt met de bollenmix een blijvende bijdrage gegeven aan een gezonde bijenpopulatie. Ook de variatie in bloemen (biodiversiteit) en de gespreide bloeiperiode van bijna vijf maanden wordt door bijen zeer op prijs gesteld.
    Het planten van bloembollen kun je het beste in oktober of november doen. Bij een buitentemperatuur van ongeveer 9 graden Celsius worden bijen, na een winter in rust te zijn geweest, weer actief en gaan op zoek naar nectar en stuifmeel.
    Het pakket is vanaf september voor een adviesprijs € 9,99 verkrijgbaar bij diverse tuincentra en de Nederlandse Bijenhoudersvereniging via www.bijenhouders.nl
    Bronnen:
    De Weekkrant – Nieuwsbode Bunnik, 30-08-2013
    http://www.deweekkrant.nl/artikel/2013/augustus/30/najaar_planttijd_in_de_bres_voor_bijen
    NBV
    http://www.bijenhouders.nl/winkel/bloembollenpakket

  • Ctgb kritisch doorgelicht

    Ctgb kritisch doorgelicht

    Een internationale visitatiecommissie (IVC) onderzocht in het voorjaar 2013 indringend en diepgaand de werkwijze bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Tijdens deze visitatie is de wetenschappelijke en juridische kwaliteit van de besluitvorming maar ook de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld het personeelsbeleid) tegen het licht gehouden. De commissie vermeldt in haar rapport een aantal aanbevelingen en spreekt het vertrouwen uit in de gang van zaken bij het Ctgb en daarmee ook in het Nederlands toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) in Wageningen mede verantwoordelijk is voor falend agrarisch natuurbeheer, omdat het Ctgb veel te weinig oog had voor de kwalijke milieueigenschappen en extreme chronische toxiciteit voor geleedpotigen van imidacloprid, en deze stof vanaf 1994 in zeer ruime mate heeft toegelaten, waardoor extreme normoverschrijdingen in het oppervlaktewater werden veroorzaakt die een enorme bedreiging voor ongewervelde dieren vormen.

    Een internationale visitatiecommissie (IVC) onderzocht in het voorjaar 2013 indringend en diepgaand de werkwijze bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Tijdens deze visitatie is de wetenschappelijke en juridische kwaliteit van de besluitvorming maar ook de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld het personeelsbeleid) tegen het licht gehouden. De commissie vermeldt in haar rapport een aantal aanbevelingen en spreekt het vertrouwen uit in de gang van zaken bij het Ctgb en daarmee ook in het Nederlands toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) in Wageningen mede verantwoordelijk is voor falend agrarisch natuurbeheer, omdat het Ctgb veel te weinig oog had voor de kwalijke milieueigenschappen en extreme chronische toxiciteit voor geleedpotigen van imidacloprid, en deze stof vanaf 1994 in zeer ruime mate heeft toegelaten, waardoor extreme normoverschrijdingen in het oppervlaktewater werden veroorzaakt die een enorme bedreiging voor ongewervelde dieren vormen.

    Herman Koëter, voormalig wetenschappelijk directeur van de EFSA (European Food and Safety Authority), is begin dit jaar door het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden benoemd als voorzitter van een internationale visitatiecommissie. De commissie, samengesteld door dhr. Koëter, bestond uit deskundigen op het vlak van onder andere risico-management, toxicologie en chemie. De commissie-leden waren afkomstig uit verschillende lidstaten van EU. De Visitatiecommissie heeft in juli zijn eindrapport aan het College aangeboden. De vragen die de Commissie zich heeft gesteld waren:

    Zijn de besluiten van het Ctgb in overeenstemming met de geldende regelgeving en de geldende toetsingskaders?
    Zijn de besluiten helder en compleet?
    Gaat het Ctgb op de juiste wijze om met de aangeleverde gegevens, de daar bij behorende onzekerheid en de gebruikte aannames?
    De IVC heeft in vrijheid het onderzoek georganiseerd en had toegang tot alle documenten van het Ctgb.

    De belangrijkste conclusies van de IVC zijn:

    … there were no instances in which they found either a Ctgb risk assessment opinion or a risk management decision reviewed, to be inadequately grounded or to be inappropriate (de IVC heeft geen besluiten gevonden die niet adequaat waren onderbouwd of niet juist waren).
    However, a higher level of openness and transparency by the Ctgb would minimise the possibility of third parties having a different perception (de IVC beveelt aan om transparanter te zijn over de besluiten en de onderbouwing hiervan); and
    … the Ctgb is a regulatory agency that is well run, has significant resources and has capacity above and beyond what might have been expected (de IVC concludeert dat het Ctgb een wetenschappelijk gedreven toelatingsautoriteit is die goed wordt geleid over aanzienlijke middelen beschikt en een capaciteit boven wat kon worden verwacht.)
    De Commissie heeft 29 aanbevelingen gedaan die tot een verdere kwaliteitsverbetering kunnen leiden. Deze liggen op het vlak van transparantie, verbetering interne proces en personeelsbeleid.

    Het Ctgb is uiteraard ingenomen met het positieve oordeel van de Visitatiecommissie. De aanbevelingen worden overgenomen en inmiddels is een plan van aanpak beschikbaar. Het Ctgb beschouwt de internationale visitatie als een waardevol instrument voor de borging van een uniforme uitvoering van het EU toelatingsbeleid en is voorstander van een Europese aanpak in deze zin. Dat bevordert de transparantie van het proces van toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en is belangrijk ter bevordering van het “level playing field” in Europa.

    Bron: Ctgb
    http://www.ctb.agro.nl/portal/page?_pageid=33,189906&_dad=portal&_schema=PORTAL

  • Glyphosate suppresses the antagonistic effect of Enterococcus spp. on Clostridium botulinum

    Glyphosate suppresses the antagonistic effect of Enterococcus spp. on Clostridium botulinum

    During the last 10–15 years, an increase of Clostridium botulinum associated diseases in cattle has been observed in Germany. The reason for this development is currently unknown. The normal intestinal microflora is a critical factor in preventing intestinal colonisation by C. botulinum as shown in the mouse model of infant botulism. Numerous bacteria in the gastro-intestinal tract (GIT) produce bacteriocines directed against C. botulinum and other pathogens: Lactic acid producing bacteria (LAB) such as lactobacilli, lactococci and enterococci, generate bacteriocines that are effective against Clostridium spp. A reduction of LAB in the GIT microbiota by ingestion of strong biocides like glyphosate could be an explanation for the observed increase in levels of C. botulinum associated diseases. In the present paper, we report on the toxicity of glyphosate to the most prevalent Enterococcus spp. in the GIT. Ingestion of this herbicide could be a significant predisposing factor that is associated with the increase in C. botulinum mediated diseases in cattle.

    During the last 10–15 years, an increase of Clostridium botulinum associated diseases in cattle has been observed in Germany. The reason for this development is currently unknown. The normal intestinal microflora is a critical factor in preventing intestinal colonisation by C. botulinum as shown in the mouse model of infant botulism. Numerous bacteria in the gastro-intestinal tract (GIT) produce bacteriocines directed against C. botulinum and other pathogens: Lactic acid producing bacteria (LAB) such as lactobacilli, lactococci and enterococci, generate bacteriocines that are effective against Clostridium spp. A reduction of LAB in the GIT microbiota by ingestion of strong biocides like glyphosate could be an explanation for the observed increase in levels of C. botulinum associated diseases. In the present paper, we report on the toxicity of glyphosate to the most prevalent Enterococcus spp. in the GIT. Ingestion of this herbicide could be a significant predisposing factor that is associated with the increase in C. botulinum mediated diseases in cattle.

    Source:
    Krüger, M. et al (2013) Anaerobe 20, 74–78

  • Bayer und Syngenta wehren sich gegen EU-Verbot von Neonicotinoiden

    Bayer und Syngenta wehren sich gegen EU-Verbot von Neonicotinoiden

    Die EU-Kommission irrt – diesen Standpunkt vertreten die Chemiekonzerne Bayer und Syngenta zum „Neonicotinoid-Verbot“. Die beiden Unternehmen wehren sich deshalb. Die Pflanzenschutz- und Saatgut-Tochter Bayer CropScience hat bereits Mitte August eine Klage eingebracht. Am Dienstag der letzten Augustwoche teilte auch Syngenta mit, rechtlich gegen die Entscheidung vorzugehen. Die Bestimmung der Kommission habe sich auf ein “fehlerhaftes Verfahren sowie eine ungenaue und unvollständige Prüfung” durch die EU-Behörde für Lebensmittelsicherheit (EFSA) gestützt und sei zudem nicht von allen Mitgliedstaaten unterstützt worden, teilte Syngenta dazu mit. Im April hatte sich eine Mehrheit der Mitgliedstaaten, darunter Deutschland, für das Verbot von drei Neonicotinoiden ausgesprochen. Die Wirkstoffe stellen nach Angaben der EU ein Risiko für die Bienen dar.

    Die EU-Kommission irrt – diesen Standpunkt vertreten die Chemiekonzerne Bayer und Syngenta zum „Neonicotinoid-Verbot“. Die beiden Unternehmen wehren sich deshalb. Die Pflanzenschutz- und Saatgut-Tochter Bayer CropScience hat bereits Mitte August eine Klage eingebracht. Am Dienstag der letzten Augustwoche teilte auch Syngenta mit, rechtlich gegen die Entscheidung vorzugehen. Die Bestimmung der Kommission habe sich auf ein “fehlerhaftes Verfahren sowie eine ungenaue und unvollständige Prüfung” durch die EU-Behörde für Lebensmittelsicherheit (EFSA) gestützt und sei zudem nicht von allen Mitgliedstaaten unterstützt worden, teilte Syngenta dazu mit. Im April hatte sich eine Mehrheit der Mitgliedstaaten, darunter Deutschland, für das Verbot von drei Neonicotinoiden ausgesprochen. Die Wirkstoffe stellen nach Angaben der EU ein Risiko für die Bienen dar.

    Auch Landwirtschaftsminister Nikolaus Berlakovich stimmte – nach einer in Österreich sehr emotional geführten Diskussion – einem Verbot zu. So dürfen von Dezember 2013 an die Wirkstoffe Clothianidin, Imidacloprid, vom deutschen Bayer-Konzern, und Thiamethoxam, von Syngenta, nicht mehr für den Anbau von Mais, Sonnenblumen, Raps und Baumwolle verwendet werden. Die Sperre gilt zunächst für zwei Jahre, in denen mögliche Auswirkungen des Verbots wissenschaftlich untersucht werden sollen, bevor die Maßnahme erneut auf den Prüfstand kommt. Wie Syngenta laut der französischen Nachrichtenagentur AFP mitteilte, sei die Ursache für das Bienensterben in Europa nicht das Pflanzenschutzmittel Thiamethoxam, sondern “laut Experten Krankheiten, Viren, schwindender Lebensraum sowie mangelnde Nahrung”. John Atkin, Chef des Schweizer Unternehmens Syngenta, erklärte, sein Unternehmen würde lieber auf rechtliche Schritte verzichten, “doch leider bleibt uns keine andere Wahl, denn wir sind überzeugt, dass die EU-Kommission sich irrt, wenn sie Thiamethoxam mit der Verschlechterung der Bienengesundheit in Verbindung bringt”. Die Kommission verstoße mit dem Verbot des Produkts gegen die Pestizidgesetzgebung und habe das Vorsorgeprinzip nicht korrekt angewandt.
    Quelle: Bauernzeitung, 28.08.2013
    http://www.bauernzeitung.at/?+Bayer+und+Syngenta+wehren+sich+gegen+EU-Verbot+von+Neonicotinoiden+&id=2500%2C1029864%2C%2C%2Cc1F1PSUyMCZjdD0xJmJhY2s9MQ%3D%3D

  • Pesticidemakers Challenge E.U. Neonicotinoid Ban in Court

    Pesticidemakers Challenge E.U. Neonicotinoid Ban in Court

    Two agrochemical companies are fighting back against an E.U.-wide ban on three common neonicotinoid pesticides. Syngenta Crop Protection, which manufactures and sells one of the compounds in Europe, announced yesterday that it has brought a legal case earlier this month before the Court of Justice of the European Union, based in Luxembourg. Bayer CropScience, another producer, has done the same, a company spokesperson tells ScienceInsider. In April, the European Commission decided to introduce a 2-year moratorium on the compounds—clothianidin, imidacloprid, and thiamethoxam—following reports by the European Food Safety Authority (EFSA) saying the substances pose an “acute risk” to honey bees essential to farming and natural ecosystems. The Dutch toxicologist Henk Tennekes infers that pesticide producers are ignoring compelling evidence implicating neonicotinoid pesticides in insect decline.

    Two agrochemical companies are fighting back against an E.U.-wide ban on three common neonicotinoid pesticides. Syngenta Crop Protection, which manufactures and sells one of the compounds in Europe, announced yesterday that it has brought a legal case earlier this month before the Court of Justice of the European Union, based in Luxembourg. Bayer CropScience, another producer, has done the same, a company spokesperson tells ScienceInsider. In April, the European Commission decided to introduce a 2-year moratorium on the compounds—clothianidin, imidacloprid, and thiamethoxam—following reports by the European Food Safety Authority (EFSA) saying the substances pose an “acute risk” to honey bees essential to farming and natural ecosystems. The Dutch toxicologist Henk Tennekes infers that pesticide producers are ignoring compelling evidence implicating neonicotinoid pesticides in insect decline.

    EFSA scientists based their conclusions on the data submitted for the substances’ initial market approval, as well as later laboratory and field studies. They examined modes of contamination that had been overlooked when neonicotinoids were first approved for sale. But some scientists are unconvinced that the pesticides are a leading cause of pollinator deaths, and E.U. countries are divided over the issue.

    “The Commission took the decision on the basis of a flawed process, an inaccurate and incomplete assessment by [EFSA] and without the full support of EU Member States,” Syngenta wrote in a statement published yesterday. “In suspending the product, [the European Commission] breached EU pesticide legislation and incorrectly applied the precautionary principle,” added John Atkin, Syngenta’s chief operating officer.

    Syngenta, based in Basel, Switzerland, insists that its products are not responsible for the decline of bee populations and that the problem lies instead in “disease, viruses and the loss of habitat and nutrition.” A Syngenta spokesperson says that the company not only wants the decision reversed, but has also submitted a claim for damages. “We are also seeking to defend our reputation which has been significantly damaged,” the spokesperson tells ScienceInsider in an e-mail.

    There have been “no new scientific facts” supporting a product withdrawal after years of preliminary testing and widespread use, says the spokesperson for Bayer, which is based in Monheim, Germany. He says at stake is not just these compounds, but also the way in which the European Union makes its regulatory decisions. “It’s very important for us to have guidance and clarity” regarding the European Union’s regulatory framework, he says, because these regulations have a strong impact on the firm’s investment decisions.

    But several environmental groups have praised the European Commission’s action. “The Commission was right to intervene,” Mark Breddy, a spokesman for Greenpeace EU, said in a statement. “The environmental risks and the threat to agricultural production posed by these pesticides far outweigh any benefits.” Some E.U. countries, including France and Italy, have already restricted the use of neonicotinoids, with no significant impacts on agricultural production, Greenpeace says.

    It may take the court years to reach a decision. In the meantime, the legal cases have no suspensory effect, so the restrictions on the three chemicals will apply as planned from 1 December in all 28 E.U. member states.

    Source: ScienceInsider, 28 August 2013
    http://news.sciencemag.org/europe/2013/08/pesticidemakers-challenge-e.u.-neonicotinoid-ban-court

  • Traditional risk assessments of chemicals are failing to protect the environment

    Traditional risk assessments of chemicals are failing to protect the environment

    Regulatory decisions based on current risk approaches are flawed simply because the science underpinning the risk of chemicals is inappropriate in many cases. A fundamental problem is to use one methodology for all compounds, irrespective of their toxic mode of action in organisms. According to the theories of Druckrey and Küpfmüller, the character of a poison is primarily determined by the reversibility of critical receptor binding. Chemicals showing irreversible or slowly reversible binding to specific receptors will produce cumulative effects with time of exposure, and whenever the effects are also irreversible (e.g. death) they are reinforced over time; these chemicals have time-cumulative toxicity.This concept was validated by Druckrey and co-workers with genotoxic carcinogens, the action of which is described by what is now known as the Druckrey-Küpfmüller equation: c x t˄n = constant, where c = exposure concentration, t = median time to effect, and n is an exponent > 1, which reflects reinforcement of the effect over time. Using data generated by Sanchez-Bayo, Tennekes demonstrated that the Druckrey-Küpfmüller equation also described the toxicity of (non-genotoxic) neonicotinoid insecticides to arthropods. This discovery showed that the theories of Druckrey and Küpfmüller were generally applicable in toxicology and, perhaps even more importantly, that risk assessment procedures needed to be revised, because the risks of time-cumulative toxins had been seriously underestimated.

    Regulatory decisions based on current risk approaches are flawed simply because the science underpinning the risk of chemicals is inappropriate in many cases. A fundamental problem is to use one methodology for all compounds, irrespective of their toxic mode of action in organisms. According to the theories of Druckrey and Küpfmüller, the character of a poison is primarily determined by the reversibility of critical receptor binding. Chemicals showing irreversible or slowly reversible binding to specific receptors will produce cumulative effects with time of exposure, and whenever the effects are also irreversible (e.g. death) they are reinforced over time; these chemicals have time-cumulative toxicity.This concept was validated by Druckrey and co-workers with genotoxic carcinogens, the action of which is described by what is now known as the Druckrey-Küpfmüller equation: c x t˄n = constant, where c = exposure concentration, t = median time to effect, and n is an exponent > 1, which reflects reinforcement of the effect over time. Using data generated by Sanchez-Bayo, Tennekes demonstrated that the Druckrey-Küpfmüller equation also described the toxicity of (non-genotoxic) neonicotinoid insecticides to arthropods. This discovery showed that the theories of Druckrey and Küpfmüller were generally applicable in toxicology and, perhaps even more importantly, that risk assessment procedures needed to be revised, because the risks of time-cumulative toxins had been seriously underestimated.

    While most toxicants with a generic mode of action can be evaluated by the traditional concentration–effect approaches, a certain number of chemicals, including carcinogens, methylmercury, rodenticides, neonicotinoids and cartap insecticides have toxic effects that are reinforced with time of exposure (time-cumulative effects). Therefore, the traditional risk approach cannot predict the impacts of the latter chemicals in the environment. New assessment procedures are needed to evaluate the risk that the latter chemicals pose on humans and the environment.
    Since imidacloprid and other neonicotinoid insecticides have time-cumulative effects on arthropods, the risk of foraging worker bees feeding on tiny levels of residues becomes an issue that cannot and should not be ignored Given that honey bee workers can live up to a few months in winter time, any residue concentration found in pollen will have a lethal effect provided there is sufficient time of exposure. The values of n are 2.2 and 5.8 for thiamethoxam and imidacloprid, respectively.

  • Syngenta en Bayer stappen naar de rechter

    Syngenta en Bayer stappen naar de rechter

    Bayer CropScience zal een klacht indienen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie om het moratorium op de toelating van een drietal neonicotinoïden aan te vechten. Ook het Zwitserse agrochemiebedrijf Syngenta vecht voor de rechtbank het verbod aan dat de Europese Commissie instelde op het gebruik van de insecticide thiamethoxam op gewassen die bijen aantrekken. Die beslissing werd genomen ‘op basis van een gebrekkige procedure, en een ontoereikende en onvolledige evaluatie van het Europese agentschap voor de voedselveiligheid’, luidt het in interview met Vilt.be. ‘We waren liever niet naar de rechtbank gestapt, maar hebben geen keuze omdat we ervan overtuigd zijn dat de Commissie ten onrechte een link heeft gelegd tussen thiamethoxam en de achteruitgang van de gezondheid van de bijen’, zegt John Atkin, de operationeel directeur van Syngenta. ‘Door het product op te schorten, heeft de Commissie gezondigd tegen de Europese pesticidewetgeving en het voorzorgsprincipe foutief toegepast.’ De Europese Commissie bevestigde in mei de beslissing om het gebruik van drie pesticiden uit de familie van de neonicotinoïden (clothianidine, thiamethoxam en imidaclopride) gedurende twee jaar te verbieden, omdat die gevaarlijk zijn voor bijen. De beperkingen treden op 1 december in werking. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat Bayer en Syngenta het feit negeren dat de traditionele risicoanalyse bij de neonicotinoiden volledig heeft gefaald en de risico’s voor honingbijen schromelijk zijn onderschat. Sporen van thiamethoxam of imidacloprid in stuifmeel/nectar hebben ruimschoots binnen de gemiddelde levensverwachting een dodelijke werking op honingbijen, aldus Tennekes.

    Bayer CropScience zal een klacht indienen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie om het moratorium op de toelating van een drietal neonicotinoïden aan te vechten. Ook het Zwitserse agrochemiebedrijf Syngenta vecht voor de rechtbank het verbod aan dat de Europese Commissie instelde op het gebruik van de insecticide thiamethoxam op gewassen die bijen aantrekken. Die beslissing werd genomen ‘op basis van een gebrekkige procedure, en een ontoereikende en onvolledige evaluatie van het Europese agentschap voor de voedselveiligheid’, luidt het in interview met Vilt.be. ‘We waren liever niet naar de rechtbank gestapt, maar hebben geen keuze omdat we ervan overtuigd zijn dat de Commissie ten onrechte een link heeft gelegd tussen thiamethoxam en de achteruitgang van de gezondheid van de bijen’, zegt John Atkin, de operationeel directeur van Syngenta. ‘Door het product op te schorten, heeft de Commissie gezondigd tegen de Europese pesticidewetgeving en het voorzorgsprincipe foutief toegepast.’ De Europese Commissie bevestigde in mei de beslissing om het gebruik van drie pesticiden uit de familie van de neonicotinoïden (clothianidine, thiamethoxam en imidaclopride) gedurende twee jaar te verbieden, omdat die gevaarlijk zijn voor bijen. De beperkingen treden op 1 december in werking. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat Bayer en Syngenta het feit negeren dat de traditionele risicoanalyse bij de neonicotinoiden volledig heeft gefaald en de risico’s voor honingbijen schromelijk zijn onderschat. Sporen van thiamethoxam of imidacloprid in stuifmeel/nectar hebben ruimschoots binnen de gemiddelde levensverwachting een dodelijke werking op honingbijen, aldus Tennekes.

    ‘Sinds de beslissing hebben verschillende landbouwers en landbouworganisaties wereldwijd hun bezorgdheid uitgedrukt over het verlies van dit zeer effectieve, lage dosis-product. Ze zullen het moeten vervangen door minder duurzame alternatieven’, voegt Atkin toe.

    Syngenta roept alle betrokkenen op om zich te concentreren op praktische oplossingen voor de gezondheid van de bijen. ‘De meeste experts zijn het erover eens dat die aangetast is door ziektes, virussen en het verdwijnen van hun habitat en hun voedsel’, klinkt het.

    Eerder deze maand ondernam ook de Duitse groep Bayer al gerechtelijke stappen tegen het verbod.

    Bronnen: Boerenbusiness, 27-8-2013
    http://www.boerenbusiness.nl/granenmarkt/artikel/item/10833057/Syngenta-op-de-bres-voor-neonics
    Landbouwleven & Groene Ruimte, 28-8-2013
    http://www.groeneruimte.nl/nieuws/artikel.html?id=151505

  • De verbetering van de waterkwaliteit in de Maas is in 2012 opnieuw gestagneerd

    De verbetering van de waterkwaliteit in de Maas is in 2012 opnieuw gestagneerd

    Dat meldt RIWA-Maas, de vereniging van bedrijven die uit Maaswater drinkwater produceren, bij de publicatie van het jaarrapport “De kwaliteit van het Maaswater in 2012”. De vereniging is onder meer verontrust over de aanwezigheid van geneesmiddelen, röntgencontrastmiddelen en industriële stoffen in het Maaswater, maar verzekert dat het gedistribueerde drinkwater betrouwbaar en van zeer goede kwaliteit is. In 2012 zijn de streefwaarden in ruim tien procent van de metingen voor geneesmiddelen en röntgencontrastmiddelen overschreden. Het gaat daarbij om metoprolol, metformine, ibuprofen, aspirine en zes verschillende röntgencontrastmiddelen. “Dit komt overeen met het beeld dat al enkele jaren bestaat. De belangrijkste bron van deze verontreiniging is het dagelijkse gebruik van medicijnen in de huishoudens”, legt RIWA-Maas uit. “Al jaren wordt bij overheid en bedrijfsleven aangedrongen op maatregelen, maar die zijn tot nu toe uitgebleven.”

    Dat meldt RIWA-Maas, de vereniging van bedrijven die uit Maaswater drinkwater produceren, bij de publicatie van het jaarrapport “De kwaliteit van het Maaswater in 2012”. De vereniging is onder meer verontrust over de aanwezigheid van geneesmiddelen, röntgencontrastmiddelen en industriële stoffen in het Maaswater, maar verzekert dat het gedistribueerde drinkwater betrouwbaar en van zeer goede kwaliteit is. In 2012 zijn de streefwaarden in ruim tien procent van de metingen voor geneesmiddelen en röntgencontrastmiddelen overschreden. Het gaat daarbij om metoprolol, metformine, ibuprofen, aspirine en zes verschillende röntgencontrastmiddelen. “Dit komt overeen met het beeld dat al enkele jaren bestaat. De belangrijkste bron van deze verontreiniging is het dagelijkse gebruik van medicijnen in de huishoudens”, legt RIWA-Maas uit. “Al jaren wordt bij overheid en bedrijfsleven aangedrongen op maatregelen, maar die zijn tot nu toe uitgebleven.”

    De vereniging pleit voor samenhangende maatregelen voor normering, bronaanpak (bij de productie en het voorschrijven van medicijnen), waterbeheer (zoals het zuiveren van afvalwater) en internationale afstemming. Daarnaast stagneert ook de kwaliteitsverbetering voor gewasbeschermingsmiddelen en industriële stoffen. Een verbod op chemische onkruidbestrijding op verhardingen en sportterreinen vindt RIWA-Maas dan ook noodzakelijk. De vereniging meldt dat voor geneesmiddelen, röntgencontrastmiddelen en hormoonverstorende stoffen momenteel nog geen normen in oppervlaktewater bestaan. Dankzij de toegepaste zuiveringstechnieken is het gedistribueerde drinkwater wel nog steeds betrouwbaar en veilig, klinkt het. “De vraag is echter of die technieken ook in de toekomst voldoende blijven.”

    Bron: HLN, 26-08-2013
    http://www.hln.be/hln/nl/957/Binnenland/article/detail/1693050/2013/08/26/Aanwezigheid-geneesmiddelen-in-Maas-verontrustend.dhtml

  • FAO: Ontwikkelingslanden moeten zo snel mogelijk stoppen met het gebruik van zeer gevaarlijke insecticiden

    FAO: Ontwikkelingslanden moeten zo snel mogelijk stoppen met het gebruik van zeer gevaarlijke insecticiden

    Ontwikkelingslanden moeten zo snel mogelijk stoppen met het gebruik van zeer gevaarlijke insecticiden. Dat bepleitte de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties FAO dinsdag. Meer dan 20 kinderen overleden 2 weken geleden in India na het eten van een gratis lunch waarin landbouwgif zat. In de lunch van de Indiase kinderen zat monocrotofos. Deze stof is onder meer in Europa, de Verenigde Staten, Australië en China verboden. Ook in veel landen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika is de insecticide niet beschikbaar. De overheid van India oordeelde echter dat het gif goedkoper en effectiever is dan zijn alternatieven.

    Ontwikkelingslanden moeten zo snel mogelijk stoppen met het gebruik van zeer gevaarlijke insecticiden. Dat bepleitte de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties FAO dinsdag. Meer dan 20 kinderen overleden 2 weken geleden in India na het eten van een gratis lunch waarin landbouwgif zat. In de lunch van de Indiase kinderen zat monocrotofos. Deze stof is onder meer in Europa, de Verenigde Staten, Australië en China verboden. Ook in veel landen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika is de insecticide niet beschikbaar. De overheid van India oordeelde echter dat het gif goedkoper en effectiever is dan zijn alternatieven.

    Bron: De Volkskrant, 30-07-2013
    http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2664/Nieuws/article/detail/3484124/2013/07/30/VN-Ontwikkelingslanden-moeten-stoppen-met-gebruik-gevaarlijke-insecticiden.dhtml

  • Von 70 Fischarten in Bayern sind noch 64 geblieben – 90 Prozent der Arten stehen auf der Roten Liste

    Von 70 Fischarten in Bayern sind noch 64 geblieben – 90 Prozent der Arten stehen auf der Roten Liste

    Wer im Supermarkt die Gefriertruhen betrachtet, sieht nicht, dass die Fische immer weniger werden. Anders ist es beim Blick in heimische Gewässer. Dort hat sich die Zahl der Tiere reduziert: „Von 70 Fischarten in Bayern sind noch 64 geblieben“, sagt Dr. Oliver Born, Fachberater für das Fischereiwesen in Schwaben. „Und davon sind 13, die nicht bei uns heimisch waren.“ Vor allem die Dichte des Fischbestands habe spürbar abgenommen – die Populationen werden dadurch anfälliger. „90 Prozent der Arten stehen auf der Roten Liste“ sagt Born, der am Schwäbischen Fischereihof in Salgen arbeitet.

    Wer im Supermarkt die Gefriertruhen betrachtet, sieht nicht, dass die Fische immer weniger werden. Anders ist es beim Blick in heimische Gewässer. Dort hat sich die Zahl der Tiere reduziert: „Von 70 Fischarten in Bayern sind noch 64 geblieben“, sagt Dr. Oliver Born, Fachberater für das Fischereiwesen in Schwaben. „Und davon sind 13, die nicht bei uns heimisch waren.“ Vor allem die Dichte des Fischbestands habe spürbar abgenommen – die Populationen werden dadurch anfälliger. „90 Prozent der Arten stehen auf der Roten Liste“ sagt Born, der am Schwäbischen Fischereihof in Salgen arbeitet.

    Quelle: Augsburger Allgemeine, 22.08.2013
    http://www.augsburger-allgemeine.de/mindelheim/Die-Rote-Liste-wird-voller-das-Wasser-leerer-id26716441.html