Auteur: Henk Tennekes

  • South Dakota survey shows large decline in pheasant numbers

    South Dakota survey shows large decline in pheasant numbers

    Hundreds of thousands of pheasants (Phasianus colchicus) mysteriously disappeared from eastern and central South Dakota in the past year. Not enough chicks hatched this summer to offset the losses. The state Game, Fish and Parks Department left many South Dakotans stunned with its declaration of a 64 percent decrease in its annual brood survey, released Friday. In many places there seems to be fewer insects this summer, such as crickets and caterpillars that comprise young pheasants’ diets for the first month of life.

    Hundreds of thousands of pheasants (Phasianus colchicus) mysteriously disappeared from eastern and central South Dakota in the past year. Not enough chicks hatched this summer to offset the losses. The state Game, Fish and Parks Department left many South Dakotans stunned with its declaration of a 64 percent decrease in its annual brood survey, released Friday. In many places there seems to be fewer insects this summer, such as crickets and caterpillars that comprise young pheasants’ diets for the first month of life.

    Source: American News, 30 August 2013
    http://articles.aberdeennews.com/2013-08-31/news/41627288_1_pheasant-numbers-travis-runia-cochran

  • Bedreigde en kwetsbare zoetwatervissen in Nederland

    Bedreigde en kwetsbare zoetwatervissen in Nederland

    Dit rapport bevat de documentatie bij het voorstel tot de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare zoetwatervissen. Voorgesteld worden om 24 soorten op te nemen: drie als gevoelige soorten, acht als kwetsbare soorten, zes als
    bedreigde soorten en zeven als in het wild verdwenen soorten. De paling en de winde zijn gevoelig vanwege de grote
    afname in aantallen sinds de referentieperiode ca. 1945, ondanks het feit dat deze soorten nog algemeen voorkomen.
    Kroeskarper, rivierprik, zeeforel, kopvoorn en serpeling zijn kwetsbaar omdat hun aantal is afgenomen. Voor zeeforel en rivierprik geldt dit niet voor het aantal uurhokken. Voor vetje, grote modderkruiper en bittervoorn geldt dat het areaal sinds 1945 zeer waarschijnlijk is afgenomen waardoor deze soorten kwetsbaar zijn. Kwabaal, beekprik en elrits zijn zeer zeldzaam en vertonen sinds 1945 een afname met meer dan 50% in areaal en zijn daarom bedreigd. Bij barbeel en sneep zijn vooral de aantallen sinds de referentieperiode afgenomen en mogelijk ook het areaal. Bij de zeeprik nam alleen het aantal dat hogerop de rivier optrekt sterk af. De beekforel, de (Noordzee-)houting, de zalm. de fint, de vlagzalm, de steur en de elft kunnen als verloren voor de Nederlandse fauna worden beschouwd. Zwervende individuen of exemplaren die zijn geïntroduceerd, worden echter met zekere regelmaat gevangen.

    Dit rapport bevat de documentatie bij het voorstel tot de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare zoetwatervissen. Voorgesteld worden om 24 soorten op te nemen: drie als gevoelige soorten, acht als kwetsbare soorten, zes als
    bedreigde soorten en zeven als in het wild verdwenen soorten. De paling en de winde zijn gevoelig vanwege de grote
    afname in aantallen sinds de referentieperiode ca. 1945, ondanks het feit dat deze soorten nog algemeen voorkomen.
    Kroeskarper, rivierprik, zeeforel, kopvoorn en serpeling zijn kwetsbaar omdat hun aantal is afgenomen. Voor zeeforel en rivierprik geldt dit niet voor het aantal uurhokken. Voor vetje, grote modderkruiper en bittervoorn geldt dat het areaal sinds 1945 zeer waarschijnlijk is afgenomen waardoor deze soorten kwetsbaar zijn. Kwabaal, beekprik en elrits zijn zeer zeldzaam en vertonen sinds 1945 een afname met meer dan 50% in areaal en zijn daarom bedreigd. Bij barbeel en sneep zijn vooral de aantallen sinds de referentieperiode afgenomen en mogelijk ook het areaal. Bij de zeeprik nam alleen het aantal dat hogerop de rivier optrekt sterk af. De beekforel, de (Noordzee-)houting, de zalm. de fint, de vlagzalm, de steur en de elft kunnen als verloren voor de Nederlandse fauna worden beschouwd. Zwervende individuen of exemplaren die zijn geïntroduceerd, worden echter met zekere regelmaat gevangen.

    Bron: Dr. H.W. de Nie (1997) Bedreigde en kwetsbare zoetwatervissen in Nederland. Voorstel voor een Rode Lijst

  • Van drieëntwintig landen in Europa behoort Nederland tot de acht landen met het grootste aandeel bedreigde zoogdieren, vogels en vissen

    Van drieëntwintig landen in Europa behoort Nederland tot de acht landen met het grootste aandeel bedreigde zoogdieren, vogels en vissen

    Voor een groot aantal planten- en diergroepen zijn in Nederland Rode Lijsten van bedreigde soorten opgesteld. Daaruit komt naar voren dat bij alle soortgroepen meer dan éénderde van alle soorten van de soortgroep bedreigd is. Bij reptielen, steenvliegen en dagvlinders staan zelfs meer dan tweederde van de soorten op de Rode Lijst. Bij dagvlinders, steenvliegen, haften en bijen zijn relatief veel soorten geheel uit Nederland verdwenen. Van drieëntwintig landen in Europa behoort Nederland tot de acht landen met het grootste aandeel bedreigde zoogdieren, vogels en vissen. Met name de noordelijke landen van Europa hebben relatief het kleinste aantal bedreigde soorten. Nederland neemt wat betreft het totale aantal zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen dat met uitsterven bedreigd wordt binnen een Europa een middenpositie in.

    Voor een groot aantal planten- en diergroepen zijn in Nederland Rode Lijsten van bedreigde soorten opgesteld. Daaruit komt naar voren dat bij alle soortgroepen meer dan éénderde van alle soorten van de soortgroep bedreigd is. Bij reptielen, steenvliegen en dagvlinders staan zelfs meer dan tweederde van de soorten op de Rode Lijst. Bij dagvlinders, steenvliegen, haften en bijen zijn relatief veel soorten geheel uit Nederland verdwenen. Van drieëntwintig landen in Europa behoort Nederland tot de acht landen met het grootste aandeel bedreigde zoogdieren, vogels en vissen. Met name de noordelijke landen van Europa hebben relatief het kleinste aantal bedreigde soorten. Nederland neemt wat betreft het totale aantal zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen dat met uitsterven bedreigd wordt binnen een Europa een middenpositie in.

    Bron: Compendium voor de Leefomgeving
    http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl1052-Aantal-bedreigde-planten–en-diersoorten.html?i=33-109

  • Nearly 40 percent of all freshwater fish species on the American continent are in jeopardy

    Nearly 40 percent of all freshwater fish species on the American continent are in jeopardy

    Some 700 species of freshwater fish in North America are in jeopardy, scientists from the U.S., Mexico, and Canada said today. The number represents nearly 40 percent of all freshwater species on the continent and is nearly double the 364 listed as “imperiled” in the previous 1989 study published by the American Fisheries Society. Researchers classified each of the 700 fishes listed as either vulnerable (230), threatened (190), or endangered (280). In addition, 61 fishes are presumed extinct. The new report, published in Fisheries, was conducted by a U.S. Geological Survey-led team of scientists from the United States, Canada and Mexico. “Freshwater fish have continued to decline since the late 1970s” director of the USGS. Groups of fish most at risk are salmon and trout of the Pacific Coast and western mountain regions; minnows, suckers and catfishes throughout the continent; darters in the Southeastern United States; and pupfish, livebearers, and goodeids, a large, native fish family in Mexico and the Southwestern United States. Nearly half of the carp and minnow family and the Percidae (family of darters, perches and their relatives) are in jeopardy, the USGS said in a press statement.

    Some 700 species of freshwater fish in North America are in jeopardy, scientists from the U.S., Mexico, and Canada said today. The number represents nearly 40 percent of all freshwater species on the continent and is nearly double the 364 listed as “imperiled” in the previous 1989 study published by the American Fisheries Society. Researchers classified each of the 700 fishes listed as either vulnerable (230), threatened (190), or endangered (280). In addition, 61 fishes are presumed extinct. The new report, published in Fisheries, was conducted by a U.S. Geological Survey-led team of scientists from the United States, Canada and Mexico. “Freshwater fish have continued to decline since the late 1970s” director of the USGS. Groups of fish most at risk are salmon and trout of the Pacific Coast and western mountain regions; minnows, suckers and catfishes throughout the continent; darters in the Southeastern United States; and pupfish, livebearers, and goodeids, a large, native fish family in Mexico and the Southwestern United States. Nearly half of the carp and minnow family and the Percidae (family of darters, perches and their relatives) are in jeopardy, the USGS said in a press statement.

    Source: National Geographic, September 10, 2008
    http://newswatch.nationalgeographic.com/2008/09/10/forty_percent_of_north_america/

  • Water contamination with clothianidin on canola/oilseed rape fields in Saskatchewan

    Water contamination with clothianidin on canola/oilseed rape fields in Saskatchewan

    Environment Canada had conducted a water study in Saskatchewan on canola/ oilseed rape fields both last year and this year. They found Clothianidin in a large number of agricultural sites where Canola (oilseed rape) had been planted in 2011. The concentrations of residual Clothianidin in puddles and ditches were almost one thousand times the LD50 required to kill bees.Clothianidin concentrations ranged from 5.1 to 2280 ng/L. The average Clothianidin contamination of water was 162.9 ng/L. The scientifc presentation is attached.

    Environment Canada had conducted a water study in Saskatchewan on canola/ oilseed rape fields both last year and this year. They found Clothianidin in a large number of agricultural sites where Canola (oilseed rape) had been planted in 2011. The concentrations of residual Clothianidin in puddles and ditches were almost one thousand times the LD50 required to kill bees.Clothianidin concentrations ranged from 5.1 to 2280 ng/L. The average Clothianidin contamination of water was 162.9 ng/L. The scientifc presentation is attached.

  • Glyfosaat heeft een ongunstige invloed op de darmflora van kippen

    Glyfosaat heeft een ongunstige invloed op de darmflora van kippen

    Roundup, één van de meest gebruikte pesticiden in de VS, wordt vaak toegepast op maïs en soja, de twee gewassen die samen het grootste deel van het voer zijn voor kippenstallen. Duits onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift Current Microbiologie, heeft geconstateerd dat het werkzame bestanddeel in Roundup interfereert met gezonde bacteriën in de darmen van dieren en mogelijk kan leiden tot sterkere en resistente stammen van ongezonde, ziekteverwekkende organismen. De onderzoekers keken naar het effect van glyfosaat, het werkzame bestanddeel van Roundup, op nuttige bacteriën in de ingewanden van voor vlees gefokte kippen. Zij vonden dat de niveaus van glyfosaat die gebruikelijk worden gevonden in op maïs en soja gebaseerde voedingsmiddelen interfereren met de darmflora van de vogels. Ze ontdekten dat gezonde bacteriën makkelijk werden gedood door glyfosaat, terwijl ziekteverwekkende bacteriën er niet door leken te worden beïnvloed. Het zijn vaak de gezonde bacteriën die slechte bacteriën, zoals E. coli, Clostridium, Salmonella en Staphylococcus onder controle houden, schreven ze. Verder ontdekten ze dat bepaalde stammen van Staphylococcus in staat bleken om resistentie te ontwikkelen tegen de chemische stof.

    Roundup, één van de meest gebruikte pesticiden in de VS, wordt vaak toegepast op maïs en soja, de twee gewassen die samen het grootste deel van het voer zijn voor kippenstallen. Duits onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift Current Microbiologie, heeft geconstateerd dat het werkzame bestanddeel in Roundup interfereert met gezonde bacteriën in de darmen van dieren en mogelijk kan leiden tot sterkere en resistente stammen van ongezonde, ziekteverwekkende organismen. De onderzoekers keken naar het effect van glyfosaat, het werkzame bestanddeel van Roundup, op nuttige bacteriën in de ingewanden van voor vlees gefokte kippen. Zij vonden dat de niveaus van glyfosaat die gebruikelijk worden gevonden in op maïs en soja gebaseerde voedingsmiddelen interfereren met de darmflora van de vogels. Ze ontdekten dat gezonde bacteriën makkelijk werden gedood door glyfosaat, terwijl ziekteverwekkende bacteriën er niet door leken te worden beïnvloed. Het zijn vaak de gezonde bacteriën die slechte bacteriën, zoals E. coli, Clostridium, Salmonella en Staphylococcus onder controle houden, schreven ze. Verder ontdekten ze dat bepaalde stammen van Staphylococcus in staat bleken om resistentie te ontwikkelen tegen de chemische stof.

    Gentech versies van maïs en soja zijn ontwikkeld om grote hoeveelheden van het herbicide te weerstaan en het gebruik van Roundup is 7 procent toegenomen sinds de gewassen voor het eerst werden introduceerd in 1996, volgens een recent onderzoek in het tijdschrift Environmental Sciences Europe.

    Bron: ZapLog, 10-01-2013
    http://zaplog.nl/zaplog/article/zijn_pesticiden_een_nieuwe_bedreiging_voor_voedselveiligheid

  • Zembla onderzoekt wat er met ons vlees gebeurt voordat het in de winkel ligt

    Zembla onderzoekt wat er met ons vlees gebeurt voordat het in de winkel ligt

    Hoe gezond is uw gehaktbal? Hoe eerlijk is uw karbonade? Iedere dag worden er in Nederlandse slachthuizen honderdduizenden kippen, koeien, varkens en kalveren verwerkt voor de consumptie-industrie. Maar wat weten we eigenlijk van het hele vleesproductieproces? Hoe wordt de voedselveiligheid gecontroleerd? Het imago van de vleesindustrie krijgt dit jaar een forse knauw als bekend wordt dat paardenvlees als rundvlees wordt verkocht. Zembla onderzoekt wat er met ons vlees gebeurt voordat het in de winkel ligt. ZEMBLA – ‘Sjoemelen met vlees’ donderdag 5 september 2013 om 21.10 uur bij de VARA op Nederland 2

    Hoe gezond is uw gehaktbal? Hoe eerlijk is uw karbonade? Iedere dag worden er in Nederlandse slachthuizen honderdduizenden kippen, koeien, varkens en kalveren verwerkt voor de consumptie-industrie. Maar wat weten we eigenlijk van het hele vleesproductieproces? Hoe wordt de voedselveiligheid gecontroleerd? Het imago van de vleesindustrie krijgt dit jaar een forse knauw als bekend wordt dat paardenvlees als rundvlees wordt verkocht. Zembla onderzoekt wat er met ons vlees gebeurt voordat het in de winkel ligt. ZEMBLA – ‘Sjoemelen met vlees’ donderdag 5 september 2013 om 21.10 uur bij de VARA op Nederland 2

    Vlees uit Nederlandse slachterijen komt op de markt met ziekteverwekkende bacteriën als E.coli. Ook belandt vlees van zieke dieren in de voedselketen. Dat meldt tv-programma Zembla in haar uitzending op 5 september. Het programma baseert dit op verklaringen van keurmeesters van de Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS) die anoniem wensen te blijven uit angst voor ontslag. De KDS-keurmeesters werken onder verantwoordelijkheid van de NVWA.

    De bacteriën komen volgens hen op het vlees terecht door mestbezoedeling. De darmen worden tijdens het slachtproces kapot geprikt, waardoor de darminhoud zich over het karkas verspreidt. Een van de anonieme keurmeesters zegt dat bij ongeveer 60 procent van de karkassen sprake is van mestbezoedeling. “Het komt door een te hoge bandsnelheid of door mensen die hun handen niet ontsmetten of die hun messen niet schoonmaken.”

    Slachterijen zijn wettelijk verplicht mest ruim weg te snijden van het karkas, maar dat gebeurt volgens de keurmeesters in veel gevallen niet. ‘Het komt gewoon heel vaak voor dat mest wordt weggespoten of met een mes wordt weggeschraapt, zodat het helemaal verspreid raakt over het hele karkas, dus over het vlees. We zien dat ze het afvegen met papieren doekjes met wat water erop. Ze proberen het op allerlei manieren te verdoezelen. Want elke gram die ze wegsnijden kost het bedrijf geld.”

    Keurmeesters hebben slechts enkele seconden om een karkas te keuren, waardoor zij afwijkingen missen. Bovendien mogen zij als gevolg van de in 2005 in de grote slachterijen ingevoerde zicht- of ketenkeuring karkassen slechts visueel controleren, en geen organen meer insnijden ter controle op ziekten of afwijkingen. “De kans dat wij afwijkingen, abcessen en ontstekingen, missen is zeer groot. Dus die komen in de voedselketen terecht”, zegt een keurmeester.

    De keurmeesters verklaren bovendien onder druk gezet te worden door hun eigen directie. Ze zouden zich afzijdig moeten houden en geen melding moeten maken van misstanden, zodat niet hoeft te worden opgetreden en er dus ook geen problemen zijn.

    Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken (EZ) heeft al aangegeven het toezicht op slachterijen structureel te willen verbeteren. Dit omdat het toezicht volgens haar nu onvoldoende functioneert om op incidenten te kunnen reageren.

    Ze wil bij misstanden bij slachtbedrijven sneller boetes opleggen. Bij intimidatie van bijvoorbeeld controleurs die toezien op de voedselveiligheid moet het bedrijf direct worden stilgelegd.

    Als reactie op de misstanden uit Zembla roept Dijksma de keurmeesters uit de slachterijen op, zich (desnoods anoniem) bij haar te melden, en haar te vertellen wat ze meemaken.

    Het Vara-programma Zembla wordt donderdag 5 september uitgezonden op Nederland 2 om 21:10 uur
    Bronnen: Zembla
    http://zembla.incontxt.nl/seizoenen/2013/afleveringen/05-09-2013
    EVMI, 04-09-2013
    http://evmi.nl/voedselveiligheid-kwaliteit/schadelijke-bacterien-en-afgekeurd-vlees-in-voedselketen/

  • Dat kan er nog wel bij – Zuid-Holland gaat snoeien op het landschapsbeheer

    Dat kan er nog wel bij – Zuid-Holland gaat snoeien op het landschapsbeheer

    Een cursus hoogstamfruitbomen snoeien, een training weidevogelbeheer en adviezen over de inrichting en beplanting van erven en landgoederen. Het is zomaar een greep uit de activiteiten die vanaf 2014 niet meer worden uitgevoerd door Landschapsbeheer Zuid-Holland. Per 31 december beëindigt deze 34-jarige stichting al haar activiteiten. ,,Er zal zeker een groot gat vallen’’, zegt woordvoerder Dorien Wiltjer teleurgesteld. De stichting houdt het voor gezien omdat de provincie de vaste subsidie, die sinds 1982 jaarlijks wordt uitgekeerd, aanzienlijkt verlaagt. ,,We verliezen ongeveer driekwart van ons budget. Dat is onhoudbaar. We wisten wel dat de potten langzaam leeg zouden raken, maar de keuzes van de provincie worden nu pijnlijk zichtbaar.’’ De 19 medewerkers van de stichiting staan aan het einde van dit jaar op straat.

    Een cursus hoogstamfruitbomen snoeien, een training weidevogelbeheer en adviezen over de inrichting en beplanting van erven en landgoederen. Het is zomaar een greep uit de activiteiten die vanaf 2014 niet meer worden uitgevoerd door Landschapsbeheer Zuid-Holland. Per 31 december beëindigt deze 34-jarige stichting al haar activiteiten. ,,Er zal zeker een groot gat vallen’’, zegt woordvoerder Dorien Wiltjer teleurgesteld. De stichting houdt het voor gezien omdat de provincie de vaste subsidie, die sinds 1982 jaarlijks wordt uitgekeerd, aanzienlijkt verlaagt. ,,We verliezen ongeveer driekwart van ons budget. Dat is onhoudbaar. We wisten wel dat de potten langzaam leeg zouden raken, maar de keuzes van de provincie worden nu pijnlijk zichtbaar.’’ De 19 medewerkers van de stichiting staan aan het einde van dit jaar op straat.

    Het werk van de stichting is in deze regio voornamelijk in het buitengebied zichtbaar. Wiltjer noemt als voorbeeld de inpassing van paardenhouderijen, die steeds meer in opkomst zijn. Ook de creatie van kilometers aan bloemrijke bermen langs recreatieve routes behoort tot het takenpakket van de natuurstichting.

    Verder geeft de stichting onafhankelijk advies aan gemeenten over bijvoorbeeld de uitbreiding van bollenbedrijven of de sloop van functieloze kassen. ,,Eigenlijk zijn wij het geweten van het landschap. Dat valt nu weg. Wil een agrariër of particulier nu advies over de inrichting van een erf, zal hij of zij daar zelf subsidie voor moeten loskrijgen.’’

    Er gloort echter nog hoop aan de horizon: de provincie wil de vele vrijwilligers die actief zijn namens Landschapsbeheer Zuid-Holland niet in de kou laten staan. Een nieuw netwerk, ’De Groene Motor’ genaamd, moet deze groenliefhebbers blijven ondersteunen.

    Bron: Leidsch Dagblad, 04-09-2013
    http://www.leidschdagblad.nl/regionaal/rijnenveen/article24365353.ece/Geweten-van-landschap-verdwijnt

  • The mobility and feeding behaviour of aquatic invertebrates is impaired by imidacloprid

    The mobility and feeding behaviour of aquatic invertebrates is impaired by imidacloprid

    Neonicotinoid insecticides have adverse effects not only on bees but also on freshwater invertebrates. An Eawag study published today in the journal PLOS ONE (Public Library of Science) shows that at least one of the insecticides in this class also has toxic effects on freshwater invertebrates. In this study, native freshwater shrimps (gammarids) were exposed to pulsed high and to constant low concentrations of imidacloprid. Peak concentrations typically occur when rain falls on farmland during or shortly after the application of insecticides; these soluble but persistent substances can then enter surface waters via runoff. Interestingly, pulses lasting no more than a day proved less harmful to the organisms than concentrations that were much lower but persisted for several days or weeks. While organisms transferred to clean water after pulsed exposure recovered relatively rapidly, constant exposure led to starvation after 2 to 3 weeks. This was because the organisms’ mobility and feeding behaviour was impaired by the neurotoxin.

    Neonicotinoid insecticides have adverse effects not only on bees but also on freshwater invertebrates. An Eawag study published today in the journal PLOS ONE (Public Library of Science) shows that at least one of the insecticides in this class also has toxic effects on freshwater invertebrates. In this study, native freshwater shrimps (gammarids) were exposed to pulsed high and to constant low concentrations of imidacloprid. Peak concentrations typically occur when rain falls on farmland during or shortly after the application of insecticides; these soluble but persistent substances can then enter surface waters via runoff. Interestingly, pulses lasting no more than a day proved less harmful to the organisms than concentrations that were much lower but persisted for several days or weeks. While organisms transferred to clean water after pulsed exposure recovered relatively rapidly, constant exposure led to starvation after 2 to 3 weeks. This was because the organisms’ mobility and feeding behaviour was impaired by the neurotoxin.

    The slow starvation effect observed under constant exposure to low levels of neonicotinoids is not detected by conventional toxicity tests, as they are not carried out over a period of several weeks. In addition, the study indicated that seasonal and environmental factors can be crucial: the results of the experiments are significantly affected by organisms’ initial fitness and lipid reserves. To eliminate these effects and to identify processes other than starvation that influence survival rates in aquatic organisms, the research team has also developed a mathematical model which makes it possible to predict harmful concentrations and exposure times.
    Sources:
    Anna-Maija Nyman, Anita Hintermeister, Kristin Schirmer, Roman Ashauer. The Insecticide Imidacloprid Causes Mortality of the Freshwater Amphipod Gammarus pulex by Interfering with Feeding Behavior. PLoS ONE, 2013; 8 (5): e62472 DOI: 10.1371/journal.pone.0062472 (attached)
    EAWAG: Swiss Federal Institute of Aquatic Science and Technology (2013, May 15). Insecticides lead to starvation of aquatic organisms. ScienceDaily. Retrieved September 5, 2013, from http://www.sciencedaily.com­ /releases/2013/05/130515203015.htm

  • Telers van zomerbloemen komen in de problemen

    Telers van zomerbloemen komen in de problemen

    In de teelt van zomerbloemen wordt gewasbescherming steeds moeilijker doordat mogelijkheden op het gebied van insecticiden en herbiciden steeds verder worden uitgekleed. Deze probleemstelling bleek duidelijk tijdens een telersbijeenkomst, georganiseerd door de landelijke commissie Zomerbloemen en die dinsdagavond 3 september plaatsvond op zomerbloemenkwekerij Van Ruiten in Lisse. Aad Vernooy, netwerkcoördinator voor onder meer zomerbloemen bij LTO Groeiservice, wees op de herformulering van etiketten bij herbiciden en insecticiden waaraan het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) werkt. Volgens hem is vooral de impact van wijzigingen bij insecticiden voor zomerbloementelers groot. Een voorbeeld bij een tripsmiddel is dat het aantal bespuitingen per jaar sterk wordt verminderd, zodat telers in de problemen zullen komen.

    In de teelt van zomerbloemen wordt gewasbescherming steeds moeilijker doordat mogelijkheden op het gebied van insecticiden en herbiciden steeds verder worden uitgekleed. Deze probleemstelling bleek duidelijk tijdens een telersbijeenkomst, georganiseerd door de landelijke commissie Zomerbloemen en die dinsdagavond 3 september plaatsvond op zomerbloemenkwekerij Van Ruiten in Lisse. Aad Vernooy, netwerkcoördinator voor onder meer zomerbloemen bij LTO Groeiservice, wees op de herformulering van etiketten bij herbiciden en insecticiden waaraan het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) werkt. Volgens hem is vooral de impact van wijzigingen bij insecticiden voor zomerbloementelers groot. Een voorbeeld bij een tripsmiddel is dat het aantal bespuitingen per jaar sterk wordt verminderd, zodat telers in de problemen zullen komen.

    Bron: Vakblad voor de Bloemisterij, 04-09-2013

    http://www.vakbladvoordebloemisterij.nl/nieuws/12009/zomerbloementelers-voelen-krimp-in-middelen