Auteur: Henk Tennekes

  • De weidevogels in De Wieden zijn sinds 2007 gehalveerd

    De weidevogels in De Wieden zijn sinds 2007 gehalveerd

    29 vrijwilligers doken in het voorjaar en de vroege zomer De Wieden in om samen met medewerkers van Natuurmonumenten en Sovon Vogelonderzoek Nederland vogels te tellen. Jaarlijks nemen ze een zesde deel van De Wieden onder de loep. Dit jaar was dat grofweg het gebied Giethoornse Meer-Beulaker waar voor het laatst in 2007 is geteld. In totaal noteerden de vogelaars 5305 vogels tegen 3771 in 2007. “Die toename wordt echter vooral veroorzaakt door de nieuwe kolonie kokmeeuwen. Tel je die niet mee dan zijn er ongeveer hetzelfde aantal vogels”, vertelt Arend Jan van Dijk van Sovon. Ook het aantal vogelsoorten (nu 98 tegen 97 in 2007) bleef stabiel. Minder goed in het onderzochte gebied gaat het met weidevogels. Het aantal getelde kieviten daalde bijvoorbeeld van 139 naar 69 en van de 60 grutto’s bleven er maar de helft over.

    29 vrijwilligers doken in het voorjaar en de vroege zomer De Wieden in om samen met medewerkers van Natuurmonumenten en Sovon Vogelonderzoek Nederland vogels te tellen. Jaarlijks nemen ze een zesde deel van De Wieden onder de loep. Dit jaar was dat grofweg het gebied Giethoornse Meer-Beulaker waar voor het laatst in 2007 is geteld. In totaal noteerden de vogelaars 5305 vogels tegen 3771 in 2007. “Die toename wordt echter vooral veroorzaakt door de nieuwe kolonie kokmeeuwen. Tel je die niet mee dan zijn er ongeveer hetzelfde aantal vogels”, vertelt Arend Jan van Dijk van Sovon. Ook het aantal vogelsoorten (nu 98 tegen 97 in 2007) bleef stabiel. Minder goed in het onderzochte gebied gaat het met weidevogels. Het aantal getelde kieviten daalde bijvoorbeeld van 139 naar 69 en van de 60 grutto’s bleven er maar de helft over.

    De Wieden is een meren- en moerasgebied in de gemeente Steenwijkerland in de Kop van de Nederlandse provincie Overijssel. Het is een vergraven laagveengebied. De Belterwijde en Beulakerwijde (ook Belterwiede en Beulakerwiede genoemd) zijn twee grote veenplassen die deel uitmaken van dit natuurgebied. Samen met de Weerribben vormt het Nationaal Park Weerribben-Wieden ter grootte van ca 9500 ha. Samen vormen de beide gebieden één van de belangrijkste moerasgebieden van Europa. Een oppervlakte van 9260 ha van is aangemerkt als Natura 2000-gebied onder de naam Wieden.
    Bronnen:
    Varen in de Kop van Overijssel
    http://www.varenindekopvanoverijssel.nl/nieuws/meer-water-en-bosvogels-minder-weidevogels/
    Wikipedia
    http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Wieden

  • De GGD in Noord-Nederland maakt zich zorgen over het gebruik van landbouwgif en wil dat er een groot onderzoek komt

    De GGD in Noord-Nederland maakt zich zorgen over het gebruik van landbouwgif en wil dat er een groot onderzoek komt

    Mensen die bloot worden gesteld aan landbouwgif kunnen last krijgen van ernstige ademhalingsproblemen, prikkelende ogen en huiduitslag. Het gaat om Metam Natrium. Dat is een giftig grondontsmettingsmiddel, waarmee lelievelden worden bewerkt voordat er bollen worden geplant. Volgens milieuarts Frans Duijm van de GGD komen er niet heel veel klachten binnen, maar wil de GGD wel weten wat de precieze gevolgen voor de gezondheid zijn van de middelen. Op 21 november 2013 was er een uitzending van het onderzoeksprogramma Zembla van de Vara over landbouwgif. Daarin wordt ook een incident uit 2011 uit Veeningen genoemd waarbij iemand ziek is geworden. Tweede Kamerlid Esther Ouwehand (PvdD) heeft staatssecretaris Sharon Dijksma van Landbouw hierover naar het vragenuurtje van de Kamer op 26 november geroepen. Ouwehand vond dat Dijksma het middel onmiddellijk zou moeten verbieden. De staatssecretaris zei dat de Gezondheidsraad begin 2014 komt met de resultaten van een onderzoek naar het bestrijdingsmiddel. Op grond daarvan wilde Dijksma eventueel maatregelen nemen, want “het moet wel zorgvuldig gebeuren”. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat de GGD zich terecht zorgen maakt over het landbouwgif metam-natrium omdat een mogelijk verband met ademhalingsproblemen al in 1994 in de wetenschappelijke literatuur werd beschreven en passen bij de symptomen die bij omwonenden van percelen waar het middel toegepast is werden vastgesteld (ademhalingsproblemen, prikkelende ogen en huiduitslag). Het middel is sinds 2010 door de Europese Unie verboden, maar mag in Nederland nog tot 31 december 2014 worden gebruikt. Het is onbegrijpelijk dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) het besluit van de EU niet integraal heeft overgenomen, aldus Tennekes.

    Mensen die bloot worden gesteld aan landbouwgif kunnen last krijgen van ernstige ademhalingsproblemen, prikkelende ogen en huiduitslag. Het gaat om Metam Natrium. Dat is een giftig grondontsmettingsmiddel, waarmee lelievelden worden bewerkt voordat er bollen worden geplant. Volgens milieuarts Frans Duijm van de GGD komen er niet heel veel klachten binnen, maar wil de GGD wel weten wat de precieze gevolgen voor de gezondheid zijn van de middelen. Op 21 november 2013 was er een uitzending van het onderzoeksprogramma Zembla van de Vara over landbouwgif. Daarin wordt ook een incident uit 2011 uit Veeningen genoemd waarbij iemand ziek is geworden. Tweede Kamerlid Esther Ouwehand (PvdD) heeft staatssecretaris Sharon Dijksma van Landbouw hierover naar het vragenuurtje van de Kamer op 26 november geroepen. Ouwehand vond dat Dijksma het middel onmiddellijk zou moeten verbieden. De staatssecretaris zei dat de Gezondheidsraad begin 2014 komt met de resultaten van een onderzoek naar het bestrijdingsmiddel. Op grond daarvan wilde Dijksma eventueel maatregelen nemen, want “het moet wel zorgvuldig gebeuren”. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat de GGD zich terecht zorgen maakt over het landbouwgif metam-natrium omdat een mogelijk verband met ademhalingsproblemen al in 1994 in de wetenschappelijke literatuur werd beschreven en passen bij de symptomen die bij omwonenden van percelen waar het middel toegepast is werden vastgesteld (ademhalingsproblemen, prikkelende ogen en huiduitslag). Het middel is sinds 2010 door de Europese Unie verboden, maar mag in Nederland nog tot 31 december 2014 worden gebruikt. Het is onbegrijpelijk dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) het besluit van de EU niet integraal heeft overgenomen, aldus Tennekes.

    De GGD in Noord-Nederland maakt zich zorgen over het landbouwgif metam-natrium. Omwonenden van percelen waar het middel toegepast is kregen ademhalingsproblemen, prikkelende ogen en huiduitslag. Het middel is sinds 2010 door de Europese Unie verboden, maar mag in Nederland nog tot 31 december 2014 worden gebruikt.

    ,,Van dit soort middelen kun je ernstige luchtwegklachten krijgen, die heel lang kunnen blijven bestaan”, zei milieuarts Frans Duijm van GGD Groningen gisteravond in het televisieprogramma Zembla. Ook zijn er klachten over prikkelende ogen en huiduitslag.

    Volgens de Partij voor de Dieren (PvdD) moet het kabinet omwonenden van bollenvelden beschermen tegen gevaarlijk landbouwgif, zo meldt de fractie in een reactie op de uitzending. Tweede Kamerlid Esther Ouwehand (PvdD) heeft staatssecretaris Sharon Dijksma van Landbouw hierover naar het vragenuurtje van de Kamer op 26 november geroepen. Ouwehand vond dat Dijksma het middel onmiddellijk zou moeten verbieden. De staatssecretaris zei dat de Gezondheidsraad begin 2014 komt met de resultaten van een onderzoek naar het bestrijdingsmiddel. Op grond daarvan wilde Dijksma eventueel maatregelen nemen, want “het moet wel zorgvuldig gebeuren”.
    Metam-natrium wordt gebruikt om lelievelden te ontsmetten voordat er bollen worden geplant. Het middel verdelgt schimmels in de grond. Het wordt ook gebruikt in de aardappel en maïsteelt. De problemen met metam-natrium wijzen volgens toxicoloog Martin van den Berg van de Universiteit Utrecht op onoordeelkundig gebruik. Het mag bij bepaalde weersomstandigheden niet worden gebruikt, maar dit gebeurt kennelijk toch, zei hij in Zembla.

    Begin dit jaar werden ook klachten gemeld in Oudemirdum door inwoners in de buurt van het lelieveld aan de Boegen en de Sminkewei. Volgens de bewoners ligt de akker veel te dicht bij het dorp. Het lelieveld is van teler Paul van der Bijl uit Creil. De akker is ongeveer vijf hectare groot en wordt onder meer bewerkt met metam-natrium.

    De klachten ontstonden nadat in Gaasterland een flinke zandstorm opstak. De harde wind blies dekzand van het lelieveld naar de huizen en daarbij werden, zo vermoeden de bewoners, ook schadelijke stoffen verspreid. Dat leidde bij sommige mensen tot gezondheidsklachten, waarvan melding werd gedaan bij de GGD. Die nam de zaak in onderzoek, samen met de Gezondheidsraad. De bewoners brachten ook de gemeente Gaasterlân-Sleat van de gezondheidsklachten op de hoogte.

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit werd bij een aantal incidenten in het land ingeschakeld, maar die heeft geen overtredingen geconstateerd. De inspectiedienst nam geen luchtmonsters, wat volgens deskundigen wel nodig is om te kunnen meten aan hoeveel giftig gas omwonenden zijn blootgesteld.

    GGD-arts Duijm vindt dat de regels voor dit soort middelen moeten worden aangescherpt. Misschien zouden ze wel moeten verboden. ,,Geen enkele overheidsinstelling weet hoeveel incidenten zich hebben voorgedaan met dit middel.”

    In januari 2011 besteedde Zembla al eens aandacht aan bestrijdingsmiddelen in de bollenstreek en de risico’s van blootstelling daaraan. De staatssecretarissen van Milieu en Landbouw vroegen daarop advies aan de Gezondheidsraad, die naar verwachting in januari een rapport hierover uitbrengt. Uit het conceptrapport zou blijken dat er voldoende reden voor blootstellingsonderzoek is, zo meldde Zembla.

    Bronnen:
    RTV Drenthe, 21-11-2013
    http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/ggd-maakt-zich-zorgen-over-gebruik-landbouwgif
    Friesch Dagblad, 22-11-2013
    http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=65948

  • Rusty blackbirds appear to be in free-fall – The available data show a 90% decline since the 1960s

    Rusty blackbirds appear to be in free-fall – The available data show a 90% decline since the 1960s

    Rusty blackbirds (Euphagus carolinus) nest in the far, far north, all the way to the tree line. They build large nests in trees alongside beaver ponds, muskeg swamps, and other watery habitats. In the winter, the birds flock in bottomland wetland forests in the southeast, sometimes mingling with larger flocks of grackles and red-winged blackbirds, but sometimes keeping to themselves. Unfortunately, this species appears to be in free-fall. The available data show a 90% decline since the 1960s. The cause of these plummeting numbers is not fully understood. Changes in the availability of forests on either the summer or winter grounds could be part of the explanation. Northern forests are being increasingly logged and disturbed, and climate change is drying them out and causing more frequent fire. Acid rain and mercury are also significant problems in the north. Here in the south, hardwood forests are cleared for agriculture, housing, and pine plantations. But neither of these habitat trends seems severe enough to account for the decline. Some as yet unknown form of contamination or disease might be involved. Or the decline might be rooted in the supply of the rusty blackbirds’ favorite foods, grasshoppers and other insects.

    Rusty blackbirds (Euphagus carolinus) nest in the far, far north, all the way to the tree line. They build large nests in trees alongside beaver ponds, muskeg swamps, and other watery habitats. In the winter, the birds flock in bottomland wetland forests in the southeast, sometimes mingling with larger flocks of grackles and red-winged blackbirds, but sometimes keeping to themselves. Unfortunately, this species appears to be in free-fall. The available data show a 90% decline since the 1960s. The cause of these plummeting numbers is not fully understood. Changes in the availability of forests on either the summer or winter grounds could be part of the explanation. Northern forests are being increasingly logged and disturbed, and climate change is drying them out and causing more frequent fire. Acid rain and mercury are also significant problems in the north. Here in the south, hardwood forests are cleared for agriculture, housing, and pine plantations. But neither of these habitat trends seems severe enough to account for the decline. Some as yet unknown form of contamination or disease might be involved. Or the decline might be rooted in the supply of the rusty blackbirds’ favorite foods, grasshoppers and other insects.

    Source: David Haskell
    Ramble, 20 November 2013
    http://davidhaskell.wordpress.com/2013/11/20/rusty-blackbird/

  • How declines in populations of forage fish in Florida’s coastal waters could exacerbate declines of seabirds, wading birds, and other fish-eating birds

    How declines in populations of forage fish in Florida’s coastal waters could exacerbate declines of seabirds, wading birds, and other fish-eating birds

    Florida’s birdlife is some of the most captivating and well-recognized in the country, from impossibly pink Roseate Spoonbills to the raucous gulls and terns of our sandy beaches. At the start of the 20th century, many Florida bird species were in steep decline because of exploitation for the millinery trade. Their bright, ornate feathers were highly prized as decoration for women’s hats. Most of these bird populations rebounded after the federal government banned this practice , yet today many of these birds are again threatened and decreasing. They face pressures on where they live and competition for the food they eat. Habitat loss is often the emphasis of bird conservation efforts, but comprehensive conservation of any species must consider all its vulnerabilities. Forage fish—sometimes known as baitfish or prey fish—play a vital role in the marine ecosystem as a food source for coastal birds and other marine wildlife. These small, nutrient-rich fish are the crucial link between plankton and predators in the ocean food webs. The schooling behavior and relative abundance of forage fish make them ideal prey for much larger coastal predators such as Terns, Pelicans, and Ospreys, as well as their ocean counterparts such as tarpon, snook, and dolphins. In this report, we investigate an area of growing concern for these birds: how declines in populations of forage fish in Florida’s coastal waters could exacerbate declines of seabirds, wading birds, and other fish-eating birds, particularly species of conservation concern such as Least Terns (Sternula antillarum, formerly Sterna antillarum) and Black Skimmers (Rynchops niger)

    Florida’s birdlife is some of the most captivating and well-recognized in the country, from impossibly pink Roseate Spoonbills to the raucous gulls and terns of our sandy beaches. At the start of the 20th century, many Florida bird species were in steep decline because of exploitation for the millinery trade. Their bright, ornate feathers were highly prized as decoration for women’s hats. Most of these bird populations rebounded after the federal government banned this practice , yet today many of these birds are again threatened and decreasing. They face pressures on where they live and competition for the food they eat. Habitat loss is often the emphasis of bird conservation efforts, but comprehensive conservation of any species must consider all its vulnerabilities. Forage fish—sometimes known as baitfish or prey fish—play a vital role in the marine ecosystem as a food source for coastal birds and other marine wildlife. These small, nutrient-rich fish are the crucial link between plankton and predators in the ocean food webs. The schooling behavior and relative abundance of forage fish make them ideal prey for much larger coastal predators such as Terns, Pelicans, and Ospreys, as well as their ocean counterparts such as tarpon, snook, and dolphins. In this report, we investigate an area of growing concern for these birds: how declines in populations of forage fish in Florida’s coastal waters could exacerbate declines of seabirds, wading birds, and other fish-eating birds, particularly species of conservation concern such as Least Terns (Sternula antillarum, formerly Sterna antillarum) and Black Skimmers (Rynchops niger)

    See more at: http://www.pewenvironment.org/news-room/reports/fins-and-feathers-why-little-fish-are-a-big-deal-to-floridas-coastal-waterbirds-85899521601?utm_source=The%20Latest%20-%20Environmental%20Initiatives%20-%20The%20Pew%20Charitable%20Trusts&utm_medium=RSS&utm_campaign=RSSFeed#sthash.mZSuTyTH.dpuf

  • Er werd ons een groene en duurzame hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid beloofd en dit is wat we kregen

    Er werd ons een groene en duurzame hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid beloofd en dit is wat we kregen

    In ruil voor de miljarden euro’s aan jaarlijks betaalde belastingen werd de Europeanen een groene en duurzame hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) beloofd. Maar nu de besluiten zijn genomen is het zeer onwaarschijnlijk dat een groenere en duurzame landbouw vorm aan zal nemen. Vrijstelling van groene maatregelen is eerder regel dan uitzondering geworden. Erger nog, in sommige landen is deze zogenaamde “groene” hervorming eerder een stap achteruit door onevenredige bezuinigingen op het groene Fonds voor plattelandsontwikkeling en een reductie van de milieu-eisen.

    In ruil voor de miljarden euro’s aan jaarlijks betaalde belastingen werd de Europeanen een groene en duurzame hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) beloofd. Maar nu de besluiten zijn genomen is het zeer onwaarschijnlijk dat een groenere en duurzame landbouw vorm aan zal nemen. Vrijstelling van groene maatregelen is eerder regel dan uitzondering geworden. Erger nog, in sommige landen is deze zogenaamde “groene” hervorming eerder een stap achteruit door onevenredige bezuinigingen op het groene Fonds voor plattelandsontwikkeling en een reductie van de milieu-eisen.

    Meer dan een derde van de landbouwgrond in de EU is niet verplicht om natuurlijke elementen aan te brengen zoals bufferstroken tussen de velden, bomen, hagen en vijvers. Dit maakt het nog moeilijker voor dieren zoals vogels, insecten, vlinders, bijen en kleine zoogdieren te overleven in landbouwgebieden. Minder ruimte voor de natuur heeft verdere negatieve gevolgen voor de water- en bodemkwaliteit. Meer dan een kwart van de landbouwgrond in de EU wordt niet verplicht tot een drie gewasdiversificatie waardoor grote monoculturen in stand gehouden worden die gepaard gaan met verlies van biodiversiteit, uitputting van de bodem en verhoogd gebruik van pesticiden en meststoffen. Dit resulteert in onomkeerbare en schadelijke gevolgen voor het klimaat, alsmede voor de lucht-en waterkwaliteit. Disproportionele bezuinigingen op het milieuvriendelijke Fonds voor plattelandsontwikkeling betekent dat er waarschijnlijk weinig geld beschikbaar is voor groene boeren, die financiering aanvragen voor betere landbouwpraktijken.

    Bron (contact):
    Trees Robijns, BirdLife Europe: trees.robijns@birdlife.org, tel: +32 (0)2 2385091
    Faustine Defossez, EEB: faustine.defossez@eeb.org, tel: +32 (0)2 7908814

  • Europe was promised a green agriculture reform- but this is what we got!

    Europe was promised a green agriculture reform- but this is what we got!

    In exchange for the billions of euros paid annually in taxes, Europeans were promised a green and more sustainable CAP reform. But now the reform is over and greener and more sustainable farming is unlikely to take form because exemptions from green measures have become the rule rather than the exception. Even worse, in some countries this so called “green” reform will constitute a step backwards on previous environmental achievements through disproportionate cuts to the much greener Rural Development Fund and a decrease in environmental requirements.

    In exchange for the billions of euros paid annually in taxes, Europeans were promised a green and more sustainable CAP reform. But now the reform is over and greener and more sustainable farming is unlikely to take form because exemptions from green measures have become the rule rather than the exception. Even worse, in some countries this so called “green” reform will constitute a step backwards on previous environmental achievements through disproportionate cuts to the much greener Rural Development Fund and a decrease in environmental requirements.

    Over one third of farmland in the EU will not be required to include natural elements that protect biodiversity, such as buffer strips between fields, trees, hedges and ponds. This will make it even more difficult for animals such as birds, insects, butterflies, bees and small mammals to survive in farmland areas. Less space for nature has further negative impacts on water and soil quality. Over a quarter of the arable land in the EU will not be required to do a three crop diversification. The EU is thereby allowing large monocultures to perpetuate biodiversity loss, soil depletion and increased pesticide and fertilizer use. This results in irreversible and damaging consequences for the climate as well as air and water quality. Disproportionate cuts to the more conditional and environmentally focused Rural Development Fund means that there will most likely be less money available for green farmers, who are applying better farming practices to their everyday work.

    Source (Contact):
    Trees Robijns, BirdLife Europe: trees.robijns@birdlife.org, tel: +32 (0)2 2385091
    Faustine Defossez, EEB: faustine.defossez@eeb.org, tel: +32 (0)2 7908814

  • Occurrence of Pesticide Residues in Lebanon’s Water Resources

    Occurrence of Pesticide Residues in Lebanon’s Water Resources

    Research findings on Pesticides are discussed in a new report. According to news reporting from Talence, France, by NewsRx journalists, research stated, “Contamination of water sources by pesticides is one of the most critical environmental problems. The present work is designed to address the occurrence of 67 pesticides in the Lebanese waters.” The news correspondents obtained a quote from the research from the University of Bordeaux, “Chemical analysis was performed by a solid-phase extraction followed by a gas chromatography-mass spectrometry using programmed temperature vaporization injection. In drinking water and groundwater samples, organochlorine and organophosphate pesticides were frequently detected with a maximal sum concentration of up to 31.8 ng L-1.” According to the news reporters, the research concluded: “High pesticide ecotoxicological risk was noticed in many surface waters, while this risk was driven mainly by diazinon, chlorpyrifos, fenpropathrin and bifenthrin insecticides.”

    Research findings on Pesticides are discussed in a new report. According to news reporting from Talence, France, by NewsRx journalists, research stated, “Contamination of water sources by pesticides is one of the most critical environmental problems. The present work is designed to address the occurrence of 67 pesticides in the Lebanese waters.” The news correspondents obtained a quote from the research from the University of Bordeaux, “Chemical analysis was performed by a solid-phase extraction followed by a gas chromatography-mass spectrometry using programmed temperature vaporization injection. In drinking water and groundwater samples, organochlorine and organophosphate pesticides were frequently detected with a maximal sum concentration of up to 31.8 ng L-1.” According to the news reporters, the research concluded: “High pesticide ecotoxicological risk was noticed in many surface waters, while this risk was driven mainly by diazinon, chlorpyrifos, fenpropathrin and bifenthrin insecticides.”

    For more information on this research see: Occurrence of Pesticide Residues in Lebanon’s Water Resources. Bulletin of Environmental Contamination and Toxicology, 2013;91(5):503-509. Bulletin of Environmental Contamination and Toxicology can be contacted at: Springer, 233 Spring St, New York, NY 10013, USA. (Springer – www.springer.com; Bulletin of Environmental Contamination and Toxicology – www.springerlink.com/content/0007-4861/)

    Our news journalists report that additional information may be obtained by contacting A. Kouzayha, University of Bordeaux, CNRS, Lab Physico & Toxicochem, EPOC LPTC UMR 5805, F-33405 Talence, France. Additional authors for this research include A. Al Ashi, R. Al Akoum, M. Al Iskandarani, H. Budzinski and F. Jaber (see also Pesticides).

    Source: Hispanic Business, 21 November 2013
    http://www.hispanicbusiness.com/2013/11/20/findings_from_university_of_bordeaux_reveals.htm

  • Hervorming landbouwbeleid biedt geen antwoord op uitdagingen van de toekomst

    Hervorming landbouwbeleid biedt geen antwoord op uitdagingen van de toekomst

    Vandaag bekrachtigde het Europees Parlement het akkoord over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Judith Merkies reageert namens de PvdA in het Europees Parlement: “Deze hervormingen bieden oplossingen van gisteren, en zijn onvoldoende om de uitdagingen van de toekomst aan te pakken. Voor mij was alleen een soberder, moderner en groener landbouwbeleid aanvaardbaar geweest”. Landbouwbeleid is al jaren de grote slokop van de Europese begroting. Maar liefst 41% van de EU-gelden gaan naar landbouw, waarvan het grootste deel naar achterhaalde maatregelen en mechanismen. De nu aangenomen hervormingen bieden slechts een kleine verbetering. Merkies: “Hoewel sommige financieringsmechanismen worden afgebouwd, blijft het zwaartepunt van het beleid liggen bij de platte steun per product en per hectare. Wel heb ik mijn steun gegeven aan de voorstellen voor plattelandsontwikkeling, die bijdragen aan de verduurzaming van Europese landbouw”.

    Vandaag bekrachtigde het Europees Parlement het akkoord over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Judith Merkies reageert namens de PvdA in het Europees Parlement: “Deze hervormingen bieden oplossingen van gisteren, en zijn onvoldoende om de uitdagingen van de toekomst aan te pakken. Voor mij was alleen een soberder, moderner en groener landbouwbeleid aanvaardbaar geweest”. Landbouwbeleid is al jaren de grote slokop van de Europese begroting. Maar liefst 41% van de EU-gelden gaan naar landbouw, waarvan het grootste deel naar achterhaalde maatregelen en mechanismen. De nu aangenomen hervormingen bieden slechts een kleine verbetering. Merkies: “Hoewel sommige financieringsmechanismen worden afgebouwd, blijft het zwaartepunt van het beleid liggen bij de platte steun per product en per hectare. Wel heb ik mijn steun gegeven aan de voorstellen voor plattelandsontwikkeling, die bijdragen aan de verduurzaming van Europese landbouw”.

    Bron: S&D, 20 november 2013
    http://www.socialistenendemocraten.nl/nieuws/2013/11/Hervorming+landbouwbeleid+biedt+geen+antwoord+op+uitdagingen+van+de+toekomst

  • Broedsucces van kenmerkende kustbroedvogels in de Waddenzee in mineur

    Broedsucces van kenmerkende kustbroedvogels in de Waddenzee in mineur

    Uit de sinds 1991 uitgevoerde inventarisaties van broedvogels in de internationale Waddenzee blijkt dat van de goed onderzochte 29 soorten er 16 achteruitgaan en 3 inmiddels zo sterk zijn afgenomen dat ze op punt van verdwijnen staan: Watersnip (Gallinago gallinago), Kemphaan (Philomachus pugnax) en Bonte Strandloper (Calidris alpina). In de Nederlandse Waddenzee komen deze soorten nu al niet meer tot broeden. Bij de soorten die achteruit gaan staan prominente waddenbroedvogels zoals Velduil (Asio flammeus), Eider (Somateria mollissima), Scholekster (Haematopus ostralegus), Kluut (Recurvirostra avosetta) en Blauwe Kiekendief (Circus cyaneus). Uit een analyse van recente aantalsveranderingen blijkt dat bij tien van de zestien soorten met een negatieve trend op lange termijn (sinds 1991) de mate van afname sinds 2000 versnelt, waaronder Noordse Stern (Sterna paradisaea), Eider, Scholekster, Kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus), Tureluur (Tringa totanus) en Blauwe Kiekendief. Bij Stormmeeuw (Larus canus) is bovendien de significant positieve trend op lange termijn omgebogen in een significante afname, terwijl veel soorten die op lange termijn een hoge groeisnelheid lieten zien, sinds 2000 worden geconfronteerd met een afnemende groei (bijv. Aalscholver (Phalacrocorax carbo), Kleine Mantelmeeuw (Larus fuscus)).

    Uit de sinds 1991 uitgevoerde inventarisaties van broedvogels in de internationale Waddenzee blijkt dat van de goed onderzochte 29 soorten er 16 achteruitgaan en 3 inmiddels zo sterk zijn afgenomen dat ze op punt van verdwijnen staan: Watersnip (Gallinago gallinago), Kemphaan (Philomachus pugnax) en Bonte Strandloper (Calidris alpina). In de Nederlandse Waddenzee komen deze soorten nu al niet meer tot broeden. Bij de soorten die achteruit gaan staan prominente waddenbroedvogels zoals Velduil (Asio flammeus), Eider (Somateria mollissima), Scholekster (Haematopus ostralegus), Kluut (Recurvirostra avosetta) en Blauwe Kiekendief (Circus cyaneus). Uit een analyse van recente aantalsveranderingen blijkt dat bij tien van de zestien soorten met een negatieve trend op lange termijn (sinds 1991) de mate van afname sinds 2000 versnelt, waaronder Noordse Stern (Sterna paradisaea), Eider, Scholekster, Kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus), Tureluur (Tringa totanus) en Blauwe Kiekendief. Bij Stormmeeuw (Larus canus) is bovendien de significant positieve trend op lange termijn omgebogen in een significante afname, terwijl veel soorten die op lange termijn een hoge groeisnelheid lieten zien, sinds 2000 worden geconfronteerd met een afnemende groei (bijv. Aalscholver (Phalacrocorax carbo), Kleine Mantelmeeuw (Larus fuscus)).

    Bron:Kees Koffijberg | Sovon Vogelonderzoek Nederland
    Cor Smit | IMARES Wageningen UR
    Broedsucces van kenmerkende kustbroedvogels in de Waddenzee in mineur
    WOt-paper 25, november 2013 (bijlage)

  • Beantwoording vragen van de Tweede Kamer over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw

    Beantwoording vragen van de Tweede Kamer over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw

    Met belangstelling heb ik kennis genomen van de vragen die leden van uw Kamer hebben gesteld naar aanleiding van de brief van 3 september 2013, over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw (Kamerstuk 27 858, nr. 215). Hieronder treft u mijn reactie aan. De vragen en reacties zijn per fractie gegroepeerd.

    Met belangstelling heb ik kennis genomen van de vragen die leden van uw Kamer hebben gesteld naar aanleiding van de brief van 3 september 2013, over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw (Kamerstuk 27 858, nr. 215). Hieronder treft u mijn reactie aan. De vragen en reacties zijn per fractie gegroepeerd.