Auteur: Henk Tennekes

  • Uit een recent Frans onderzoek blijkt dat pesticiden schadelijk zijn voor de hersenprestaties van boeren die er vaak aan worden blootgesteld

    Uit een recent Frans onderzoek blijkt dat pesticiden schadelijk zijn voor de hersenprestaties van boeren die er vaak aan worden blootgesteld

    Hun cognitieve capaciteiten, dus hun leervermogen lijkt er schade door op te lopen. Vorige week werden de resultaten gepresenteerd tijdens een conferentie over veiligheid en gezondheid. Hieruit blijkt een duidelijke achteruitgang in de hersenprestaties van boeren in Zuidwest-Frankrijk die tijdens hun werk worden blootgesteld aan pesticiden. Dr Isabelle Bladi, specialist arbeidsomstandigheden aan de Bordeaux Segalen University legt uit dat dit onderzoek inderdaad ”verschillen laat zien in prestatietests tussen personen die beroepshalve blootgesteld aan pesticiden en zij die hier niet mee te maken hebben. ” De wetenschappers onderzochten honderden boeren in de Gironde-streek, vooral groentetelers die pesticiden gebruiken. In deze vochtige streek zijn dat vooral fungiciden, dat zijn schimmeldodende chemicaliën. De controlegroep werd gevormd door agrarische werkers die geen gif gebruikten. Hun vaardigheden werden in een looptijd van tientallen jaren drie keer getest. De monitoring bevestigde dat er bij de ‘pesticiden-groep’ cognitieve stoornissen optreden. zegt Dr Baldi.

    Hun cognitieve capaciteiten, dus hun leervermogen lijkt er schade door op te lopen. Vorige week werden de resultaten gepresenteerd tijdens een conferentie over veiligheid en gezondheid. Hieruit blijkt een duidelijke achteruitgang in de hersenprestaties van boeren in Zuidwest-Frankrijk die tijdens hun werk worden blootgesteld aan pesticiden. Dr Isabelle Bladi, specialist arbeidsomstandigheden aan de Bordeaux Segalen University legt uit dat dit onderzoek inderdaad ”verschillen laat zien in prestatietests tussen personen die beroepshalve blootgesteld aan pesticiden en zij die hier niet mee te maken hebben. ” De wetenschappers onderzochten honderden boeren in de Gironde-streek, vooral groentetelers die pesticiden gebruiken. In deze vochtige streek zijn dat vooral fungiciden, dat zijn schimmeldodende chemicaliën. De controlegroep werd gevormd door agrarische werkers die geen gif gebruikten. Hun vaardigheden werden in een looptijd van tientallen jaren drie keer getest. De monitoring bevestigde dat er bij de ‘pesticiden-groep’ cognitieve stoornissen optreden. zegt Dr Baldi.

    Zij verklaarde dat “in de snelheidstests en bij andere scores, de resultaten natuurlijk ook met de leeftijd zijn verslechterd. Maar dit trad veel sterker op bij de mensen die zijn blootgesteld aan pesticiden.”

    Een derde reeks proeven die wordt uitgevoerd, test diezelfde groep op eventuele verschijningen van neuro-degeneratieve ziekten zoals de ziekte van Alzheimer of Parkinson. Een link tussen de ziekte van Parkinson en pesticidegebruik door boeren is vorig jaar al door de Franse overheid onderkend. Zij vaardigde een richtlijn uit, die onder bepaalde voorwaarden erkent dat deze neuro-degeneratieve ziekte geldt als beroepsziekte voor landarbeiders en boeren.

    Bron: France-Soir (Met AFP), februari 2014
    http://www.hetkanwel.net/2014/02/21/pesticiden-tasten-de-hersenen-van-boeren-aan/?utm_source=twitterfeed&utm_medium=twitter

  • Het gaat steeds slechter met de meeste Overijsselse weidevogels

    Het gaat steeds slechter met de meeste Overijsselse weidevogels

    Van de aantallen uit 1994 (het eerste jaar van het meetnet) is nog maar 42% over. Eerst waren het vooral de Grutto en de Veldleeuwerik die in aantallen afnamen. Sinds 2000 gaat het echter ook slecht met de Scholekster en de Kievit. De neerwaartse trend voor de Veldleeuwerik zet door. In verschillende delen van Salland en Twente zijn ze nu vrijwel verdwenen. Maar ook in sommige polders in West-Overijssel is sprake zijn van een achteruitgang. De informatie over de ontwikkelingen van de weidevogels is gebaseerd op het door de Provincie Overijssel in 1994 gestarte weidevogelmeetnet. Dit meetnet is bedoeld om de ontwikkelingen van de aantallen broedende weidevogels te volgen. Om het jaar wordt van 45 locaties (locaties zijn tussen de 50-100 ha groot) de weidevogelstand vastgesteld. Metingen werden in 2013 uitgevoerd door het bureau EcoGroen Advies uit Zwolle.

    Van de aantallen uit 1994 (het eerste jaar van het meetnet) is nog maar 42% over. Eerst waren het vooral de Grutto en de Veldleeuwerik die in aantallen afnamen. Sinds 2000 gaat het echter ook slecht met de Scholekster en de Kievit. De neerwaartse trend voor de Veldleeuwerik zet door. In verschillende delen van Salland en Twente zijn ze nu vrijwel verdwenen. Maar ook in sommige polders in West-Overijssel is sprake zijn van een achteruitgang. De informatie over de ontwikkelingen van de weidevogels is gebaseerd op het door de Provincie Overijssel in 1994 gestarte weidevogelmeetnet. Dit meetnet is bedoeld om de ontwikkelingen van de aantallen broedende weidevogels te volgen. Om het jaar wordt van 45 locaties (locaties zijn tussen de 50-100 ha groot) de weidevogelstand vastgesteld. Metingen werden in 2013 uitgevoerd door het bureau EcoGroen Advies uit Zwolle.

    Bron: Zwarte Water Krant, 20-02-2014
    http://www.zwartewaterkrant.nl/40783.html

  • Het kabinet neemt het advies Gezondheidsraad over om een blootstellingsonderzoek te starten onder omwonenden van teelten met een intensief gebruik van pesticiden

    Het kabinet neemt het advies Gezondheidsraad over om een blootstellingsonderzoek te starten onder omwonenden van teelten met een intensief gebruik van pesticiden

    Het kabinet neemt het advies van de Gezondheidsraad over om een meerjarig blootstellingsonderzoek te starten onder omwonenden van bollenvelden, fruitboomgaarden en andere teelten met een intensief gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Tegelijkertijd moet er ook naar de gezondheidseffecten worden gekeken. Het kabinet heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) al gevraagd voorbereidingen te treffen om een meerjarig blootstellingsonderzoek te kunnen starten. Dat schrijft staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu mede namens minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken aan de Tweede Kamer.

    Het kabinet neemt het advies van de Gezondheidsraad over om een meerjarig blootstellingsonderzoek te starten onder omwonenden van bollenvelden, fruitboomgaarden en andere teelten met een intensief gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Tegelijkertijd moet er ook naar de gezondheidseffecten worden gekeken. Het kabinet heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) al gevraagd voorbereidingen te treffen om een meerjarig blootstellingsonderzoek te kunnen starten. Dat schrijft staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu mede namens minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken aan de Tweede Kamer.

    Het RIVM adviseert eerst een pilot uit te voeren om de aanpak en de te gebruiken methodieken te testen. Met een pilot kan ondermeer vastgesteld worden hoeveel personen nodig zijn voor het betrouwbaar meten van urine, hoeveel metingen per persoon nodig zijn en wat de optimale verhouding is tussen het aantal omwonenden en het aantal personen uit de controlegroep. Het RIVM wordt gevraagd een consortium met deskundige partijen te vormen om in 2014 een pilot uit te voeren. Op basis hiervan kan een volledig blootstellingsonderzoek uitgevoerd worden in 2015 en 2016. De resultaten zullen dienen om de gebruikte blootstellingsmethodieken te toetsen en waar nodig te verbeteren. Ook kan dan bekeken worden of het noodzakelijk is blootstellingsbeperkende maatregelen te nemen in aanvulling op het huidige beleid.

    Het kabinet neemt het advies van de Gezondheidsraad over om vooruitlopend op de Europese methodiek voor beoordeling van risico’s voor omwonenden het nationale toelatingsbeleid aan te passen. Daarom heeft het kabinet het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) gevraagd om de huidige toelatingen aanvullend te beoordelen met bestaande methodieken voor risico’s voor omwonenden die in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland worden gebruikt. Daarbij wordt begonnen met de middelen die in de bollenteelt en fruitboomgaarden worden gebruikt. Daarna volgen middelen voor andere intensieve teelten. Er wordt gewerkt aan een geharmoniseerde Europese methode om risico’s voor omwonenden te toetsen en zodra de Europese autoriteit voor voedselveiligheid EFSA deze methode heeft vastgesteld, zal het Ctgb deze opnemen in het toetsingskader voor gewasbeschermingsmiddelen.

    Het kabinet heeft de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) gevraagd om de handhaving op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met voorrang te richten op de bollenteelt, fruitboomgaarden en andere teelten met een intensief gebruik van middelen, een en ander binnen de prioriteitstelling van de NVWA. In 2014 zal daarom bij de controles in het veld specifiek worden gekeken naar het juist toepassen van de voorschriften door middel van toepassingscontroles in deze sectoren.

    Het kabinet vindt het gewenst dat ook voor gevoelige bestemmingen een teeltvrije zone wordt ingevoerd. Invoering hiervan is echter vanuit juridisch oogpunt lastig. De Raad van State heeft in 2009 de invoering van een dergelijke maatregel afgewezen, wegens het ontbreken van voldoende wetenschappelijke onderbouwing over de mogelijke effecten op de gezondheid van omwonenden. Er zijn meer gerechtelijke uitspraken met een dergelijke strekking. Het kabinet zal juridisch advies vragen of het met het oog op de Richtlijn duurzaam gebruik en het advies van de Gezondheidsraad mogelijk is nu al teeltvrije zones in te voeren, in het Activiteitenbesluit of in de regelgeving voor de Ruimtelijke Ordening. Als dat niet mogelijk is, dan zal het kabinet in intensief overleg met de agrarische sector en de agrochemische industrie bekijken wat er in afwachting van de blootstellingsresultaten op vrijwillige basis mogelijk is.

    Bron: Ministerie van Infrastructuur en Milieu & Groene Ruimte, 18/02/14
    http://www.groeneruimte.nl/nieuws/artikel.html?id=156563

  • Het einde van de monarchvlinders

    Het einde van de monarchvlinders

    Het is een van de fascinerendste en meest onverklaarbare verschijnselen in de natuur: de trek van de monarchvlinder van Midden- naar Noord-Amerika. Maar de toekomst van de vlinder en zijn wonderbaarlijke trek is ernstig in gevaar. Vermoed wordt dat bestrijdingsmiddelen de belangrijkste oorzaak zijn van een afname in de populatie van ruim 1 miljard vlinders naar 35 miljoen. Liefst 4.500 kilometer kan deze vlinder reizen, dat wil zeggen, verdeeld over minstens vijf generaties. Iedere lente trekken de vlinders (die maar twee tot 5 weken leven) vanuit Mexico richting het noorden. De uiteindelijke noordelijke nakomelingen (die wonderlijk genoeg zes tot negen maanden leven) vliegen in de herfst de hele reis terug naar het zuiden. Hoe de vlinders dit voor elkaar krijgen is nog altijd onverklaard, ze kunnen het tenslotte niet van hun ouders hebben geleerd.

    Het is een van de fascinerendste en meest onverklaarbare verschijnselen in de natuur: de trek van de monarchvlinder van Midden- naar Noord-Amerika. Maar de toekomst van de vlinder en zijn wonderbaarlijke trek is ernstig in gevaar. Vermoed wordt dat bestrijdingsmiddelen de belangrijkste oorzaak zijn van een afname in de populatie van ruim 1 miljard vlinders naar 35 miljoen. Liefst 4.500 kilometer kan deze vlinder reizen, dat wil zeggen, verdeeld over minstens vijf generaties. Iedere lente trekken de vlinders (die maar twee tot 5 weken leven) vanuit Mexico richting het noorden. De uiteindelijke noordelijke nakomelingen (die wonderlijk genoeg zes tot negen maanden leven) vliegen in de herfst de hele reis terug naar het zuiden. Hoe de vlinders dit voor elkaar krijgen is nog altijd onverklaard, ze kunnen het tenslotte niet van hun ouders hebben geleerd.

    Onderweg, als de vlinders een rustpauze inlassen, settelen de vlinders zich soms met miljoenen tegelijk op een kleine oppervlakte en met tienduizenden in een enkele boom. Een verschijnsel dat veel bekijks trekt bij natuurliefhebbers.

    Maar de soort wordt nu ernstig in zijn voorbestaan bedreigd. De afgelopen 20 jaar is de populatie met liefst 95 procent afgenomen en deze winter werd het kleinste aantal vlinders waargenomen sinds 1993.

    De belangrijkste oorzaak van de afname wordt door wetenschappers in de landbouw gezocht. Door het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen die resistent zijn voor bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden, worden juist die planten, waar de vlinder voedsel uithaalt veel effectiever bestreden.

    Wetenschappers ontdekten dat de groep vlinders die via de westkant van de Rocky Mountains, (waar veel minder landbouwgronden zijn en dus meer onkruid groeit) een veel lagere daling in populatie kent dan de groepen die langs de oostkant van de Rockies de reis maakt.
    Vlinderspecialist, Professor Karen Oberhauser van de universiteit van Minnesota noemt de toestand zorgwekkend: vooral de laatste jaren gaat het hard omlaag met de aantallen vlinders. Maar dat is niet alleen slecht nieuws voor de vlinders, maar voor het hele ecosysteem. Mocht de vlinder ertussenuit vallen dan zal uiteindelijk ook de mens erdoor getroffen worden.
    Bron: Zaplog.nl 07-02-24
    http://zaplog.nl/zaplog/article/massale_sterfte_monarchvlinders_bedreigt_natuurwonder

  • Die Zahl der Fasane nimmt in Niedersachsen drastisch ab

    Die Zahl der Fasane nimmt in Niedersachsen drastisch ab

    Die Zahl der Fasane (Phasianus colchicus) nimmt in Niedersachsen drastisch ab. Schaumburg bildet eine der wenigen Ausnahmen. Im Landkreis hat sich der Rückgang der Fasanenpopulation schon vor vielen Jahren vollzogen und ist seitdem auf einem konstant niedrigen Stand. Landesweit ist jüngst ein Rückgang von 21,2 Prozent verzeichnet worden. Das geht aus der Jagdstrecke hervor, die über die Zahl der durch Jagd oder andere Ursachen tot aufgefundenen Tiere Auskunft gibt. Die Strecke im vergangenen Jagdjahr, das vom 1. April 2012 bis zum 31. März 2013 dauerte, zählte 45 231 Fasane. Im vorausgegangenen Jagdjahr wurden hingegen noch 56 645 tote Tiere gezählt. Auch im Jagdjahr 2010/2011 war bei dem Vogel in ganz Niedersachsen ein Rückgang von etwa 20 Prozent in der Strecke im Vergleich zum Vorjahr zu verzeichnen.

    Die Zahl der Fasane (Phasianus colchicus) nimmt in Niedersachsen drastisch ab. Schaumburg bildet eine der wenigen Ausnahmen. Im Landkreis hat sich der Rückgang der Fasanenpopulation schon vor vielen Jahren vollzogen und ist seitdem auf einem konstant niedrigen Stand. Landesweit ist jüngst ein Rückgang von 21,2 Prozent verzeichnet worden. Das geht aus der Jagdstrecke hervor, die über die Zahl der durch Jagd oder andere Ursachen tot aufgefundenen Tiere Auskunft gibt. Die Strecke im vergangenen Jagdjahr, das vom 1. April 2012 bis zum 31. März 2013 dauerte, zählte 45 231 Fasane. Im vorausgegangenen Jagdjahr wurden hingegen noch 56 645 tote Tiere gezählt. Auch im Jagdjahr 2010/2011 war bei dem Vogel in ganz Niedersachsen ein Rückgang von etwa 20 Prozent in der Strecke im Vergleich zum Vorjahr zu verzeichnen.

    Dieser Trend wird in Schaumburg nicht beobachtet. Die Fasanenstrecke stieg sogar um knapp fünf Prozent vom Jagdjahr 2010/2011 auf 2011/2012 beziehungsweise von 142 auf 149 Tiere. Auch 2012/2013 war kein Rückgang zu verzeichnen, die Fasanen-Strecke blieb bei 149 Stück.

    „Das liegt an der ohnehin geringen Zahl der Fasane, die hier leben“, sagt Michael Schaer, Leiter des Hegerings Seeprovinz. Während das „Institut für Terrestrische und Aquatische Wildtierforschung“ von der Stiftung Tierärztliche Hochschule Hannover Krankheitserreger als Grund für den Populationsrückgang im Auge hat, sehen andere die Ursache im verändertet Lebensraum der Tiere durch die Landwirtschaft und das Klima. Schaer hingegen sagt, Schaumburg habe den Populationsrückgang schon längst erlebt. Und nun gelte frei das Motto „was am Boden liegt, kann nicht weiter fallen“.

    „In den Siebziger Jahren haben wir im Jagdjahr manchmal 1000 erlegte Fasane gezählt“, beschreibt Schaer. Niedersachsenweit waren es fast 300 000 Tiere, die zu diesem Zeitpunkt erlegt wurden. Dann, ab 1975 begann der Absturz. Innerhalb von fünf Jahren sank die Zahl der geschossenen Fasane durch nasskalte Sommer und schneereiche Winter auf etwa 50 000 Exemplare im Land. In fast ganz Niedersachsen erholte sich die Fasanenpopulation anschließend und pendelte sich bei einem Mittelwert von 100 000 erlegten Tieren pro Jagdjahr ein.

    In Schaumburg blieb die Fasanenstrecke laut Schaer jedoch im Keller. Das wirtschaftliche Aus vieler kleiner Bauernhöfe, das Anlegen großflächiger Felder für die Landwirtschaft und die damit eintretende Flurbereinigung hätten dafür gesorgt, dass sich die Anzahl der Fasane nicht mehr erholen konnte.

    Quelle: Schaumburger Nachrichten, 22.01.2014
    http://www.sn-online.de/Schaumburg/Landkreis/Themen/Thema-des-Tages/Tiefpunkt-seit-Jahrzehnten-erreicht

  • Meg Sears | Prevent Cancer Now » The Buzz about the “new nicotine-like” insecticides

    Meg Sears | Prevent Cancer Now » The Buzz about the “new nicotine-like” insecticides

    To minimize risks of cancer and other chronic diseases, a healthy diet includes lots of fruits and vegetables. Growing many of these foods requires pollination by bees, but bees are dying en masse – this is called “colony collapse.” Top of the list of suspect causes is a group of chemicals known as neonicotinoid (literally “new, nicotine-like”) insecticides. Canadian beekeepers, such as those in Ontario, see ample evidence that these insecticides kill bees. Neonicotinoids don’t stay in one place – they are mobile in the environment, and pollinators ingest the pesticide from pollen and water. Henk Tennekes and Pierre Mineau, have demonstrated falling insect and associated bird populations with current use of neonicotinoids in Europe and North America respectively. Neonicotinoids degrade very slowly (breakdown products persist for years), and thus are continually building up in the environment, with some breakdown products even more toxic than the original chemical. Breakdown is very complex, as illustrated by Bayer’s information on imidacloprid. According to the US National Toxicology Program summary, the breakdown product, 2-chloropyridine, has no known environmental breakdown pathway, is very stable, is mutagenic, and has the characteristics of a carcinogen. Every molecule of the pesticide creates a molecule of 2-chloropyridine.

    To minimize risks of cancer and other chronic diseases, a healthy diet includes lots of fruits and vegetables. Growing many of these foods requires pollination by bees, but bees are dying en masse – this is called “colony collapse.” Top of the list of suspect causes is a group of chemicals known as neonicotinoid (literally “new, nicotine-like”) insecticides. Canadian beekeepers, such as those in Ontario, see ample evidence that these insecticides kill bees. Neonicotinoids don’t stay in one place – they are mobile in the environment, and pollinators ingest the pesticide from pollen and water. Henk Tennekes and Pierre Mineau, have demonstrated falling insect and associated bird populations with current use of neonicotinoids in Europe and North America respectively. Neonicotinoids degrade very slowly (breakdown products persist for years), and thus are continually building up in the environment, with some breakdown products even more toxic than the original chemical. Breakdown is very complex, as illustrated by Bayer’s information on imidacloprid. According to the US National Toxicology Program summary, the breakdown product, 2-chloropyridine, has no known environmental breakdown pathway, is very stable, is mutagenic, and has the characteristics of a carcinogen. Every molecule of the pesticide creates a molecule of 2-chloropyridine.

    High levels of infections in some “collapsed colonies” have clouded evidence that neonicotinoids cause bee deaths; however recent research shows that these are connected. Honey bees exposed to a common neonicotinoid insecticide had impaired immunity and higher pathogenic viral replication, making them more susceptible to infection.

    Will we save our bees? The scientists and bee-keepers are pitted against pesticide lobbyists for the hearts and minds of Canada’s regulators. Croplife, the chief pesticide lobbying group, just recruited former Conservative MP Ted Menzies as its new President and CEO. According to investigations by CBC, Menzies is restricted from lobbying until 2018, but his job includes openly dispatching others to bend the ears of his former colleagues.

    What to do? Organic farming methods are bee-friendly, while virtually all of Canada’s conventionally grown corn and half the soy seed comes with a coating of neonicotinoid insecticide. While lobbyists battle it out in Ottawa, we can all write letters, and vote with our money at the grocery store.
    Author (source): Dr Meg Sears in Pesticide Truths, 10 February 2014

    Expert at Nothing | Meg Sears | Prevent Cancer Now » The Buzz about the “new nicotine-like” insecticides

    Meg Sears PhD is a Board Member of Prevent Cancer Now

    Link to imidacloprid breakdown:
    http://www.flora.org/healthyottawa/merit-pesticide-insecticide-grub.htm

  • The local extinction of migratory shore birds in the Australian Hunter River estuary is forecast within the next two decades as numbers decline rapidly

    The local extinction of migratory shore birds in the Australian Hunter River estuary is forecast within the next two decades as numbers decline rapidly

    The Hunter Bird Observers Club says figures for 2013 showed no improvement, with less than a third of the birds coming to the region when compared to 15 years ago. Member Chris Herbert says that is largely due to habitat destruction locally and at the bird’s Northern Hemisphere refuel areas near China and Korea. He says three types of the 20-odd species that come to the Hunter are already gone. “Projecting the decline of these birds into the future from the data that we have in the future, which is very detailed data, there’ll be virtually an insignificant number of migratory shore birds in the estuary during the next 10 to 20 years,” he said. “It’s that serious a decline and so steep.”

    The Hunter Bird Observers Club says figures for 2013 showed no improvement, with less than a third of the birds coming to the region when compared to 15 years ago. Member Chris Herbert says that is largely due to habitat destruction locally and at the bird’s Northern Hemisphere refuel areas near China and Korea. He says three types of the 20-odd species that come to the Hunter are already gone. “Projecting the decline of these birds into the future from the data that we have in the future, which is very detailed data, there’ll be virtually an insignificant number of migratory shore birds in the estuary during the next 10 to 20 years,” he said. “It’s that serious a decline and so steep.”

    The club says the loss of migratory shore birds in the estuary is part of an international problem that must be dealt with.

    Mr Herbert says the development and filling of tidal flats in the Yellow Sea near China and Korea for things such as fish farms is having a drastic effect on bird numbers as their feeding habitats are destroyed.

    “We’re monitoring the decline of a whole group of bird species here and we know really what’s going on and probably now after all the modifications we’ve done locally,” he said.

    “It’s now probably up to the Chinese and Koreans doing something to stop the development in prime areas where these birds feed in the Yellow Sea on their way north to breed.”

    Source: ABC News, 7 February 2014
    http://www.abc.net.au/news/2014-02-07/feared-extinction-of-local-shore-birds/5244514

  • Minister EZ benoemt twee nieuwe collegeleden voor Ctgb

    Minister EZ benoemt twee nieuwe collegeleden voor Ctgb

    De minister van Economische Zaken heeft twee nieuwe collegeleden benoemd van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Het betreft prof. dr. Annemarie van Wezel als lid en dr.ir. Martin Wolfs als plaatsvervangend lid. Annemarie van Wezel is toxicoloog en als onderzoeker verbonden aan het KWR Watercycle Research Institute. Zij vervult daar de functie van ‘principal scientist’. Daarnaast is zij hoogleraar Waterkwaliteit en Gezondheid aan de Universiteit Utrecht. Eerder vervulde zij functies bij het RIVM en bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Met haar ruime ervaring in het toxicologisch onderzoek, met risicobeoordeling op het gebied van de waterkwaliteit en de evaluatie van het milieubeleid is Annemarie van Wezel een aanvulling binnen het college voor de inhoudsdomeinen water en milieu en toxicologische risico’s. Zij volgt binnen het Ctgb ir. Paul van Erkelens, dijkgraaf van Wetterskip Fryslân, die is teruggetreden als collegelid vanwege het bereiken van de maximale statutaire termijn. Martin Wolfs is fysisch chemicus Hij is gepensioneerd en bekleedde in zijn werkzame leven na een periode van onderzoeker bij het researchlaboratorium van Unilever, als researchleider chemie en fysica, diverse functies bij Nederlandse inspectiediensten. Zo was hij van 2003 tot 2004 plaatsvervangend directeur generaal Voedsel en Waren Autoriteit en in de periode 2003 tot 2009 voormalig plaatsvervangend inspecteur generaal voor de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Binnen het college zal hij met name het inhoudsdomein chemie versterken en het werkterrein biociden voor zijn rekening nemen. Daarnaast brengt hij ervaring in op het terrein van de handhaving. Wolfs volgt drs. D.H. Meijer op die vorig jaar is teruggetreden als plaatsvervangend lid van het college.

    De minister van Economische Zaken heeft twee nieuwe collegeleden benoemd van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Het betreft prof. dr. Annemarie van Wezel als lid en dr.ir. Martin Wolfs als plaatsvervangend lid. Annemarie van Wezel is toxicoloog en als onderzoeker verbonden aan het KWR Watercycle Research Institute. Zij vervult daar de functie van ‘principal scientist’. Daarnaast is zij hoogleraar Waterkwaliteit en Gezondheid aan de Universiteit Utrecht. Eerder vervulde zij functies bij het RIVM en bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Met haar ruime ervaring in het toxicologisch onderzoek, met risicobeoordeling op het gebied van de waterkwaliteit en de evaluatie van het milieubeleid is Annemarie van Wezel een aanvulling binnen het college voor de inhoudsdomeinen water en milieu en toxicologische risico’s. Zij volgt binnen het Ctgb ir. Paul van Erkelens, dijkgraaf van Wetterskip Fryslân, die is teruggetreden als collegelid vanwege het bereiken van de maximale statutaire termijn. Martin Wolfs is fysisch chemicus Hij is gepensioneerd en bekleedde in zijn werkzame leven na een periode van onderzoeker bij het researchlaboratorium van Unilever, als researchleider chemie en fysica, diverse functies bij Nederlandse inspectiediensten. Zo was hij van 2003 tot 2004 plaatsvervangend directeur generaal Voedsel en Waren Autoriteit en in de periode 2003 tot 2009 voormalig plaatsvervangend inspecteur generaal voor de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Binnen het college zal hij met name het inhoudsdomein chemie versterken en het werkterrein biociden voor zijn rekening nemen. Daarnaast brengt hij ervaring in op het terrein van de handhaving. Wolfs volgt drs. D.H. Meijer op die vorig jaar is teruggetreden als plaatsvervangend lid van het college.

    Bronnen: Ctgb & AgriHolland Nieuws, 11/02/14
    http://www.agriholland.nl/nieuws/artikel.html?id=156329

  • Volgens het Ctgb zijn de risico’s van middelen met neonicotinoïden voor bijen en mensen verwaarloosbaar

    Volgens het Ctgb zijn de risico’s van middelen met neonicotinoïden voor bijen en mensen verwaarloosbaar

    Mierenlokdoosjes, vliegenstrips en andere producten waarin bepaalde insecticiden zitten, blijven te koop. De Tweede Kamer had op initiatief van de Partij voor de Dieren aangedrongen op een verkoopverbod aan particulieren van de bestrijdingsmiddelen die gevaarlijk zijn voor bijen en hommels. Daarvoor bestaat geen grondslag, zo heeft staatssecretaris Wilma Mansveld (Milieu) aan de Kamer geschreven. Ze baseert zich daarbij op onderzoek van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Volgens het college zijn de risico’s van middelen met zogeheten neonicotinoïden voor bijen en mensen verwaarloosbaar. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat het Ctgb bij de beoordeling van imidacloprid de wettelijke kaders waaraan het Ctgb gebonden is heeft overtreden. Imidacloprid voldoet aan geen van drie in de Nederlandse wetgeving opgenomen milieucriteria waaraan de toelaatbaarheid van een gewasbeschermingsmiddel getoetst dient te worden (persistentie in de bodem, uitspoeling naar het grondwater, en de risico’s voor waterorganismen). Staatssecretaris Mansveld heeft met haar adviesaanvraag aan een incompetente instantie het primaat van de politiek de facto afgegeven aan Nefyto, de belangenorganisatie van de agrochemische industrie in Nederland, aldus Tennekes.

    Mierenlokdoosjes, vliegenstrips en andere producten waarin bepaalde insecticiden zitten, blijven te koop. De Tweede Kamer had op initiatief van de Partij voor de Dieren aangedrongen op een verkoopverbod aan particulieren van de bestrijdingsmiddelen die gevaarlijk zijn voor bijen en hommels. Daarvoor bestaat geen grondslag, zo heeft staatssecretaris Wilma Mansveld (Milieu) aan de Kamer geschreven. Ze baseert zich daarbij op onderzoek van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Volgens het college zijn de risico’s van middelen met zogeheten neonicotinoïden voor bijen en mensen verwaarloosbaar. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat het Ctgb bij de beoordeling van imidacloprid de wettelijke kaders waaraan het Ctgb gebonden is heeft overtreden. Imidacloprid voldoet aan geen van drie in de Nederlandse wetgeving opgenomen milieucriteria waaraan de toelaatbaarheid van een gewasbeschermingsmiddel getoetst dient te worden (persistentie in de bodem, uitspoeling naar het grondwater, en de risico’s voor waterorganismen). Staatssecretaris Mansveld heeft met haar adviesaanvraag aan een incompetente instantie het primaat van de politiek de facto afgegeven aan Nefyto, de belangenorganisatie van de agrochemische industrie in Nederland, aldus Tennekes.

    Bron: Dagblad Trouw, 10-02-14
    http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3594146/2014/02/10/Producten-met-insecticiden-blijven-te-koop.dhtml

  • Fifteen species of birds in India have been declared critically endangered by the IUCN for 2013

    Fifteen species of birds in India have been declared critically endangered by the IUCN for 2013

    The endangered birds include the Great Indian Bustard, Siberian Crane, White backed Vulture and Red-headed Vulture, said a report of IUCN (International Union for Conservation of Nature) updated till December 2013. The other birds in the revised list are Baer’s Pochard, Forest Owlet, Bengal Florican, Spoon-billed Sandpiper, Sociable Lapwing, Jerdon’s Courser, Whitebellied Heron, Slender-billed Vulture, Indian Vulture, Himalayan Quail and Pink-headed Duck. The Siberian Crane, one of the longest migratory crane species, visits the Keoladeo National Park in Rajasthan during winter. It used to travel 3,500 miles every winter to the park but has been missing in the last few years. Similarly, other migratory birds from other parts of the world, which come to India during winter have declined, said a BNHS (Bombay Natural History Society) official.

    The endangered birds include the Great Indian Bustard, Siberian Crane, White backed Vulture and Red-headed Vulture, said a report of IUCN (International Union for Conservation of Nature) updated till December 2013. The other birds in the revised list are Baer’s Pochard, Forest Owlet, Bengal Florican, Spoon-billed Sandpiper, Sociable Lapwing, Jerdon’s Courser, Whitebellied Heron, Slender-billed Vulture, Indian Vulture, Himalayan Quail and Pink-headed Duck. The Siberian Crane, one of the longest migratory crane species, visits the Keoladeo National Park in Rajasthan during winter. It used to travel 3,500 miles every winter to the park but has been missing in the last few years. Similarly, other migratory birds from other parts of the world, which come to India during winter have declined, said a BNHS (Bombay Natural History Society) official.

    Source: The Times of India, 10 February 2014
    http://timesofindia.indiatimes.com/home/environment/flora-fauna/15-bird-species-in-India-critically-endangered-International-report/articleshow/30135875.cms