Auteur: Henk Tennekes

  • Bescherming van weidevogels is nauwelijks mogelijk op land dat wordt blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen

    Bescherming van weidevogels is nauwelijks mogelijk op land dat wordt blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen

    In dit onderzoek werd op 24 Gelderse veehouderijbedrijven (15 gangbare en 9 biologische) de belasting van krachtvoer, mest en bodem met 685 verschillende bestrijdingsmiddelen en anti-parasitaire geneesmiddelen onderzocht. Op de 16 gangbare bedrijven werden in het totaal 116 bestrijdingsmiddelen gevonden en op 9 biologische 71. Geen enkel monster was vrij van bestrijdingsmiddelen. De concentraties in biologisch krachtvoer waren gemiddeld 3,7 maal lager dan in gangbaar krachtvoer. De gehalten in mest en in de bodem waren bij biologische bedrijven resp. 14% en 42% lager dan bij gangbare bedrijven. In 20 van de 24 onderzochte veebedrijven werden in de mest geen anti-parasitaire middelen boven de detectie grens gevonden. Op drie gangbare bedrijven en op één biologisch bedrijf werden die wel gevonden.

    De lading bestrijdingsmiddelen komt vooral via het krachtvoer de bedrijven binnen, via gangbaar stro van granen dat als strooisel gebruikt wordt in stallen en via stoffen die voor de bestrijding van plaaginsecten in stallen en mestkelders worden gebruikt.

    Door dit onderzoek werd het aannemelijk dat het zinloos is om naar bescherming van weidevogels te streven op land dat wordt blootgesteld aan grote hoeveelheden bestrijdingsmiddelen, waaronder vele zeer giftige insecticiden, waarmee de entomofauna ernstig bedreigd wordt. Bij slechts één gangbaar bedrijf bevatte het mengvoer minder dan 1 microgram insecticiden per kg voer. Ook bij twee biologisch bedrijven werden in een gerstmonster en een lucernebrok geen insecticiden gevonden. Bij twee gangbare bedrijven werd in mest minder dan 1 microgram insecticiden per kg verse mest aangetroffen en op twee biologische bedrijven werden geen insecticiden in de mest aangetroffen; herbiciden en fungiciden werden echter in alle monsters aangetroffen.

    Bron:: Jelmer Buijs (Buijs Agro-Services) en Margriet Samwel-Mantingh (WECF Nederland). Onderzoeksrapport Buijs Agro-Services, Schuurhoven 19, 6712SM Bennekom (bijlage)

  • Pestizide und Tier-Antibiotika in allen Fließgewässern Europas

    Pestizide und Tier-Antibiotika in allen Fließgewässern Europas

    Untersuchungen von Wasserproben aus 29 kleinen Wasserstraßen in zehn verschiedenen Ländern der Europäischen Union (Belgien, Dänemark, Deutschland, Großbritannien, Frankreich, Italien, Niederlande, Österreich, Polen, Spanien) zeigten erschreckend hohe Rückstände an Pestiziden und Tierarzneimitteln. Gefunden wurde die sagenhafte Menge von 103 Pestiziden und 21 Tierarzneimitteln. Stoffe, denen Tiere in der Umwelt ausgesetzt sind, die gar nicht Ziel der Präparate sind.

    Untersucht wurden die Proben auf insgesamt 275 mögliche Pestizide und 101 Tierarzneimittel. Alle untersuchten europäischen Flüsse und Kanäle waren mit Mischungen verschiedener Pestizide und in den meisten Fällen auch mit mehreren Tierarzneimitteln kontaminiert; nationale oder regionale Muster stellen die Wissenschaftler nicht fest.

    Insgesamt wurden 103 verschiedene Pestizide und 21 Tierarzneimittel in den untersuchten Proben gefunden. 24 der Pestizide sind in der EU verboten. Herbizide machten den Großteil der gefundenen Pestizide aus, Terbuthylazin war etwa in allen Proben vorhanden. Die höchste Konzentration an Pestizidgemischen wurde in einer Probe aus dem Wulfdambeek-Kanal in Belgien gefunden. Dort fanden sich 70 verschiedene Pestizide. Über den Grenzwerten lagen am häufigsten die Neonicotinoid-Insektizide Clothianidin und Imidacloprid.

    Die meisten der nachgewiesenen Tierarzneimittel waren antimikrobielle Mittel, hauptsächlich Antibiotika. Dicloxacillin war in zwei Drittel der untersuchten Proben vorhanden. In den Proben aus Belgien und den Niederlanden war das Antibiotika nicht vertreten. Die Forscher sehen zum Zeitpunkt der Probenahme in den getesteten Gewässern eine erhebliche Gefährdung derselben.

    Quelle: Bienen-Nachrichten.de, 09.04.19
    https://bienen-nachrichten.de/2019/pestizide-und-tier-antibiotika-allen-flie%C3%9Fgew%C3%A4ssern-europas/466

  • Pesticides and antibiotics polluting streams across Europe

    Pesticides and antibiotics polluting streams across Europe

    Pesticides and antibiotics are polluting streams across Europe, a study has found. Scientists say the contamination is dangerous for wildlife and may increase the development of drug-resistant microbes. More than 100 pesticides and 21 drugs were detected in the 29 waterways analysed in 10 European nations, including the UK. A quarter of the chemicals identified are banned, while half of the streams analysed had at least one pesticide above permitted levels.

    The researchers said the high number of pesticides and drugs they found meant complex mixtures were present, the impact of which was unknown. Pesticides are acknowledged as one factor in plummeting populations of many insects and the birds that rely on them for food. Insecticides were revealed to be polluting English rivers in 2017. “The importance of our new work is demonstrating the prevalence of biologically active chemicals in waterways all over Europe,” said Paul Johnston, at the Greenpeace research laboratories at the University of Exeter. “There is the potential for ecosystemic effects.”

    The research, published in the journal Science of the Total Environment, found herbicides, fungicides and insecticides, as well as antimicrobial drugs used in livestock. The risk to people of antimicrobial drug resistance is well known, but Johnston highlighted resistance to fungicides too. “There are some pretty nasty fungal infections that are taking off in hospitals,” he said.

    One of the world’s biggest pesticide makers, Syngenta, announced a “major shift in global strategy” on Monday, to take on board society’s concerns and reduce residues in the environment. “There is an undeniable demand for a shift in our industry,” said Alexandra Brand, the chief sustainability officer of Syngenta. “We will put our innovation more strongly in the service of helping farms become resilient to changing climates and better able to adapt to consumer requirements, including reducing carbon emissions and reversing soil erosion and biodiversity decline.”

    Another major pesticide manufacturer, Bayer, said on Monday it was making public all 107 studies submitted to European regulators on the safety of its controversial herbicide glyphosate. “Transparency is a catalyst for trust, so more transparency is a good thing for consumers, policymakers and businesses,” said Liam Condon, the president of Bayer Crop Science. In March, a federal jury in the US found that the herbicide, known as Roundup, was a substantial factor in causing the cancer of a California man.

    The testing techniques used in the new research meant only a subset of pesticides could be detected. Two very common pesticides – glyphosate and chlorothalonil – were not included in the study, meaning the findings represent a minimum level of contamination. The research focused on streams, as these harbour a large proportion of aquatic wildlife.

    The detection of many pesticides that have long been banned was not necessarily due to continued illegal use, the scientists said, but could be the result of leaching of persistent chemicals that linger in soils. The study took place before the most widely used insecticides were banned by the EU for all outdoor uses.

    Irish Water said on Monday that EU pesticide levels were being breached in public water supplies across Ireland. In Switzerland, another new study found that soils in 93% of organic farms were contaminated with insecticides, as were 80% of the areas farmers set aside for wildlife.

    Research revealed in 2013 that insecticides were devastating dragonflies, snails and other water-based species in the Netherlands. The pollution was so severe in places that the ditchwater itself could have been used as a pesticide. A study in France in 2017 found that virtually all farms could slash their pesticide use while still producing as much food.

    Johnston said: “Farmers don’t want to pollute rivers, and water companies don’t want to have to remove all that pollution, so we have to work to reduce reliance on pesticides and veterinary drugs through more sustainable agriculture. This is not a case of us versus farmers or water companies.”

    Source: The Guardian, 8 April 2019
    https://www.theguardian.com/environment/2019/apr/08/pesticides-antibiotics-polluting-streams-europe-wildlife

  • De strengere toetsing van de chronische toxiciteit van bestrijdingsmiddelen wordt al jaren gedwarsboomd

    De strengere toetsing van de chronische toxiciteit van bestrijdingsmiddelen wordt al jaren gedwarsboomd

    Sinds 2013 ligt in de EU een richtsnoer klaar om bijen en andere insecten te beschermen tegen pesticiden. De invoering daarvan wordt al jaren getraineerd, en Nederland blijkt daaraan mee te doen: ons land betoont zich gevoelig voor de argumenten van de pesticide-fabrikanten. Sinds januari 2019 ligt er een drastisch afgezwakte versie van het richtsnoer ter tafel. ‘Soms verlies ik mijn motivatie,’ verzucht degene tegenover me. ‘Er is nu vijf of zes jaar tijd verspild. Als het mensen het niet interesseert dat de bijen verdwijnen, dan accepteer ik dat. Maar waarom die bijen sterven, moet dan wel duidelijk zijn.’

    Onderwerp van ons gesprek is de ‘Bee Guidance’, een Europees richtsnoer dat bijen en hommels beter moet gaan beschermen tegen schadelijke effecten van bestrijdingsmiddelen. Het document ligt al sinds 2013 op goedkeuring te wachten. Mijn bron kent het dossier van dichtbij, en ziet al jarenlang documenten voorbij komen zonder dat de zaak ook maar een millimeter vooruit komt. Dat maakt mijn bron enigszins wanhopig: er gebeurt niets, en de bijensterfte neemt inmiddels dramatische vormen aan. Vandaar dat de bron me graag vertelt welke belangenstrijd er op de achtergrond speelt. Vanwege de gevoeligheid van het dossier heeft de bron om strikte anonimiteit verzocht.

    Het richtsnoer veroorzaakt grote nervositeit, met name in het hartland van de Duitse chemiesector: denk aan Bayer en BASF. ‘Veel van hun producten zullen van de markt moeten verdwijnen,’ zegt de bron. De zorgen van de chemiesector vinden weerklank bij een deel van de lidstaten: vandaar dat er maar niets gebeurt.

    De tijd dringt echter, benadrukt mijn bron: de bewijzen dat bijen en andere insecten in hoog tempo verdwijnen, stapelen zich op. Begin dit jaar publiceerden onderzoekers van de universiteit van Queensland een overzichtsstudie waarin ze wereldwijde trends samenvatten. Hun conclusie, gebaseerd op gegevens uit 73 verschillende onderzoeken, liegt er niet om: ruim 40 procent van alle soorten insecten kampt met grote sterfte. Een derde wordt inmiddels zelfs met uitsterven bedreigd.
    De oorzaken die de onderzoekers in de onderliggende studies vonden, zijn teloorgang van leefgebied (‘habitatverlies’), plus vervuiling en vergiftiging. ‘Met name de intensivering van de landbouw […] is de wortel van het probleem,’ concluderen ze. ‘Daarbinnen is het meedogenloze gebruik van synthetische pesticiden een grote veroorzaker van recente insectensterfte.’

    ‘Plummeting insect numbers threaten collapse of nature’, kopte de Britse The Guardian naar aanleiding van de studie. De onderzoekers waarschuwen dat drastisch ingrijpen vereist is om een ineenstorting van ecosystemen te voorkomen. De wereld kan immers niet zonder insecten. Ze zijn nodig voor het recyclen van voedingsstoffen in de bodem, dienen als voedsel voor andere diersoorten, en zijn onontbeerlijk voor de bestuiving van gewassen. Driekwart van ’s werelds landbouwgewassen is voor bevruchting afhankelijk van insecten, met name van bijen; datzelfde geldt voor veel wilde planten.

    De alarmerende krantenkoppen over de insectensterfte klinken door in de bestuurskringen waarin mijn bron zich bevindt. Maar bestrijdingsmiddelen aan banden leggen is een precaire kwestie. ‘Er wordt grote druk gevoeld’, zegt de bron. ‘De burgers verwachten dat er iets aan wordt gedaan. Maar er is ook een sterke lobby van de agrochemische industrie.’

    Die sector heeft er alle belang bij dat de voorgenomen maatregelen op de lange baan worden geschoven. Drie van de vijf wereldspelers in bestrijdingsmiddelen hebben hun hoofdzetel in Europa: Bayer, BASF en Syngenta. De totale markt voor pesticiden in Europa beloopt naar schatting ruim 12 miljard euro.

    Uit lobbybrieven die FTM kon inzien, blijkt dat de chemiegiganten vrezen dat het richtsnoer het ‘vrijwel onmogelijk’ zal maken om bestrijdingsmiddelen toegelaten te krijgen. Blijkens een brandbrief die ze op 16 juni 2017 aan een hoge Europese ambtenaar stuurden, dreigen 51 insecticiden dan strenger te worden gereguleerd. Ook veel onkruidverdelgers (herbiciden) en middelen tegen schimmels (fungiciden) zouden van de markt verdwijnen, zo vreest de sector.

    De Bee Guidance is een handleiding voor toezichthoudende instanties in de EU. Voordat een pesticide op de markt wordt toegelaten, worden eerst op Europees niveau alle werkzame bestanddelen apart onderzocht. Daarna kijken de nationale autoriteiten naar de ‘gemengde’ eindproducten; in Nederland is dat het College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). In het bijenrichtsnoer staan de testmethoden beschreven waarmee onderzocht moet worden welke risico’s de middelen voor bijen hebben.

    Maar hoewel het persbericht waarmee de nieuwe Bee Guidance werd aangekondigd al uit juli 2013 stamt, hebben de EU-lidstaten tot op heden geweigerd ermee in te stemmen. Het gedraal in Brussel heeft recent tot vragen in het Nederlandse parlement geleid. Waarom duurt het zo lang voor het richtsnoer wordt ingevoerd, wilde de Partij voor de Dieren op 28 januari 2019 van landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie) weten?

    Het antwoord van de minister kwam op 13 maart: een ‘groot aantal lidstaten’ vindt onderdelen van het document ‘niet uitvoerbaar’, schrijft ze. De testen zouden volgens hen te streng zijn, waardoor bestrijdingsmiddelen ten onrechte als riskant worden bestempeld. Zestien EU-landen willen daarom niet met de Bee Guidance instemmen. Nederland is daar een van, blijkt uit een terloopse opmerking in de Kamerbrief: ‘Nederland heeft ingebracht dat verbetering van de praktische toepassing van het Bee Guidance document wenselijk is,’ meldt de minister.

    Dat Nederland bij het clubje blokkerende landen hoort, is essentiële informatie: want onder druk van deze lidstaten wordt het voorstel nu drastisch aangepast. Dat staat in bedekte termen in Schoutens Kamerbrief: ‘Omdat de Europese Commissie op korte termijn geen verschuiving ziet in de posities van lidstaten, zal de EC nu voorstellen [tot] de gefaseerde invoering van het Bee Guidance document’.

    De Europese Commissie heeft dit nieuwe voorstel in januari aan de lidstaten voorgelegd. De minister wil dat niet met de Kamer delen, schrijft ze, omdat het een ‘werkdocument’ is. FTM kreeg echter inzage in het vertrouwelijke plan. Terwijl Schouten spreekt over ‘gefaseerde invoering’, schrapt de Europese Commissie voor de meeste testcriteria de concrete invoeringsdatum.

    ‘Dit is nogal schokkend,’ zegt hoogleraar milieu- en gezondheidsrisico’s Jeroen van der Sluijs (Universiteit Utrecht) wanneer hij het Europese voorstel onder ogen krijgt. ‘Alles wat aan de hand van de recente stand van de wetenschap aan de Bee Guidance is toegevoegd, verdwijnt hier weer van tafel.’

    Van der Sluijs stelt dat de huidige risicoanalyse in Europa voor bijen ‘hopeloos verouderd’ is. Zo wordt vrijwel niet getest op chronische toxiciteit, de effecten op langere termijn. ‘Bij pesticiden kan de giftigheid zich opstapelen. Bijen raken dan niet acuut vergiftigd, maar sterven binnen een paar weken alsnog. Daar moet je specifiek naar kijken.’

    Ook de niet-dodelijke effecten zijn een blinde vlek. Onderzoek laat zien dat pesticiden het navigatievermogen van bijen kunnen aantasten. ‘Dan verdwalen ze,’ zegt Van der Sluijs, ‘en sterven ze door honger en kou’. Een test om dat te detecteren is in het vertrouwelijke voorstel tot nader order uitgesteld. In totaal worden meer dan twintig testen geschrapt.

    Achter de schermen blijken andere lidstaten, in tegenstelling tot Nederland, zeer kritisch te zijn over de ontwikkeling van het dossier. Geen van die landen wilde on the record praten. Maar FTM kon de hand leggen op correspondentie tussen een aantal EU-lidstaten en de milieuambtenaar van de Commissie die aan het voorstel werkt. Zo is de vertegenwoordiger van Oostenrijk het gesjagger meer dan beu: hij merkt op dat ‘de herhaalde vertraging’ van de Bee Guidance moet stoppen, en dat het richtsnoer van 2013 ‘de best beschikbare wetenschappelijke methode beschrijft om de risico’s voor bijen te beoordelen.’

    Bij de e-mails die FTM kon inzien, zit ook het commentaar van Nederland. Wat blijkt: Nederland wil juist nog meer veiligheidstesten uit het Europese richtsnoer schrappen. ‘NL waardeert dat het gewijzigde implementatieplan nu ruimte biedt voor de invoering van de minder controversiële onderdelen van de nieuwe GD [guidance document], en dat er een update gaat komen voor de problematische onderdelen,’ schrijft de geanonimiseerde Nederlandse ambtenaar. ‘Echter, dit komt nog niet tegemoet aan onze eerder geuite zorgen. Het voorstel van de Commissie voorziet nog steeds in de invoering van de strikte vereisten voor veldstudies[..].

    Waarom verzet Nederland zich tegen invoering van de Bee Guidance? Volgens de Kamerbrief van de minister is dat omdat het richtsnoer ‘onvoldoende werkbaar’ is; de normen zijn te streng (‘conservatief’) geformuleerd. Mijn bron, die de technische aspecten van het dossier terdege kent, zegt dat het smoesjes zijn. ‘Het probleem is politieke wil.’ Er wordt achter de coulissen op nationaal en Europees niveau druk uitgeoefend door de ‘agro-industrie’, zegt de bron: door de belangengroepen van de agrarische sector en de Europese chemiesector.

    Opvallend is dat Nederland in de vertrouwelijke correspondentie met name pleit voor het schrappen van veldstudies. Precies datzelfde pleidooi staat in een lobbybrief die de Nederlandse vertegenwoordigers in Brussel op 15 januari 2019 kregen van de European Crop Protection Association (ECPA). ECPA is de belangenorganisatie van de fabrikanten, waaronder Bayer, BASF en Syngenta.

    ‘ECPA is voorstander van een robuuste risicoanalyse voor bestuivende insecten,’ zo steekt de lobbygroep van wal. ‘Echter, we zijn van mening dat de onderdelen waarvan de Commissie zegt dat ze klaar zijn voor invoering, nog steeds bijgeschaafd moeten worden. Dit is met name het geval voor de veldstudies.’ En dan: ‘Alleen een herziening van het document zou de mogelijkheid bieden om de meest actuele stand van wetenschap mee te nemen in de vereisten voor [deze] veldproeven.’
    Wanneer de brieven van de Brusselse belangengroep ECPA naast de Kamerbrief van Schouten worden gelegd, valt iets op. De kritiek van de minister op de Bee Guidance komt overeen met de analyse van de industrie, vaak letterlijk. ECPA noemt het richtsnoer ‘onwerkbaar’; de minister stelt dat de Bee Guidance ‘onvoldoende werkbaar’ is. Volgens ECPA zijn de opgestelde beschermdoelen te ‘conservatief’, oftewel te streng; de Kamerbrief noemt de doelen ‘te conservatief’. ECPA stelt dat het document uit 2013 ‘niet meer gebaseerd is op de meest recente wetenschappelijke kennis’; de minister laat weten: ’Verder is de afgelopen jaren nieuwe wetenschappelijke informatie beschikbaar gekomen die in het EFSA Bee guidance document moet worden verwerkt.’

    Is de kritiek van de minister wellicht geschoeid op de leest van de lobby? Nee, antwoordt een woordvoerder stellig: de analyse in de Kamerbrief over de Bee Guidance is gebaseerd op ‘adviezen van het Ctgb’. Kan FTM deze adviezen dan inzien? Nee, luidt ook daarop het antwoord. Die adviezen zijn ‘nog niet openbaar’. Met andere woorden: ze zijn vertrouwelijk.

    Niet alleen in Brussel is Nederland door de lobby benaderd; die klopte ook bij het Haagse ministerie aan. Dat gebeurde al vroeg in het proces: in de zomer van 2014. ‘De directe gevolgen van het doorgaan met het huidig voorstel zijn naar ons oordeel groot,’ schreef Nefyto, de belangengroep van de pesticide-fabrikanten in Nederland, op 24 juni 2014. De brief werd verstuurd aan toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken), en waarschuwde voor de specifieke gevolgen voor ons land: ‘Concreet betekent dit dat de [..] land- en tuinbouw zal worden geconfronteerd met een sterk uitgedund middelenpakket,’ meldde Nefyto. ‘De continuïteit van teelten zal hierdoor onder druk komen te staan. De land- en tuinbouw als belangrijke pijler onder onze economie zal ernstig worden geschaad.’ Ook land- en tuinbouworganisatie LTO heeft met het ministerie van Landbouw over de Bee Guidance gesproken, meldt hun woordvoerder.

    ‘Wij hebben inderdaad gevraagd om het document te herzien’, zegt Graeme Taylor, hoofd PR van belangengroep ECPA. Dat veel pesticiden door de Bee Guidance verboden kunnen worden, betekent volgens hem niet dat ze gevaarlijk voor bijen zijn. ‘De vereisten in de Bee guidance zijn simpelweg disproportioneel,’ zegt Taylor in een gesprek met FTM. Hij noemt de testvereisten in het richtsnoer ‘onrealistisch’ en ‘onwerkbaar’, en verwijst specifiek naar de manier waarop veldstudies moeten worden uitgevoerd: ‘Daarvoor moet in sommige gevallen een oppervlak ter grootte van Cyprus worden gebruikt,’ stelt hij.

    Een andere norm waartegen ECPA bezwaar maakt, is de maximale 7 procent afname in een bijenkolonie na blootstelling aan een bestrijdingsmiddel. Een mooi voorbeeld van een norm die de industrie ‘extreem conservatief’ acht: ‘Een afname van 7 procent is niet nadelig, en gemakkelijk weer te compenseren.’ Zelfs een ‘afname van 20 procent’ in een bijenvolk is niet nadelig, meent ECPA.

    Maakt de sector zich dan geen zorgen om de bijensterfte? ‘Het is een ontzettend grote zorg’, zegt Taylor. Maar hij betwist de rol van pesticiden daarin: ‘Er moet ook naar andere factoren worden gekeken’.

    Vindt ECPA het een goede zaak dat de invoering van de Bee Guidance wordt uitgesteld? ‘Daar gaan wij niet over,’ zegt Taylor. ‘Het zijn de lidstaten die tot op heden problemen hebben met het richtsnoer voor bijen.’

    Naar verwachting zullen tijdens een vergadering op 20 en 21 mei in Brussel de EU-landen een definitief besluit over het richtsnoer nemen. Minister Schouten laat weten dat wanneer er een ‘eindvoorstel’ ligt, de Kamer nader zal worden geïnformeerd.

    Bron: Follow the Money, 6 April 2019
    https://www.ftm.nl/artikelen/bijensterfte?share=1

  • Heavy Neonicotinoid Insecticide Contamination Damaging British Rivers

    Heavy Neonicotinoid Insecticide Contamination Damaging British Rivers

    The first analysis of new monitoring data reveals that British freshwaters are heavily contaminated with neonicotinoids. Half of the sites monitored in England exceed chronic pollution limits and two rivers are acutely polluted. Aquatic insects are just as vulnerable to neonicotinoid insecticides as bees and flying insects, yet have not received the same attention because the UK Government has not responded to calls to introduce systematic monitoring.

    However, under the EU Water Framework Directive ‘Watch List’ initiative the UK was required to introduce a pilot monitoring scheme for all five commonly used neonicotinoids – Imidacloprid, Clothianidin, Thiamethoxam, Acetamiprid and Thiacloprid. Twenty-three sites were sampled in 2016, 16 in England, four in Scotland, three in Wales and three in Northern Ireland. The Northern Ireland data has yet to be released to the public.

    88% of samples in Britain were contaminated with neonicotinoids, eight rivers in England exceeded recommended chronic pollution limits, and two were acutely polluted. Populations of mayflies and other insects in these rivers are likely to be heavily impacted, with implications for fish and bird populations.

    The River Waveney on the Norfolk/Suffolk Border was the worst polluted river with the acute harm level exceeded for a whole month and the River Wensum in Norfolk, a Special Area of Conservation for its river life, was also chronically polluted. These rivers supply the Broads, an internationally important wetland site and home to many endangered aquatic animals. Sugar beet fields are the most likely source of pollution in these rivers.

    The River Tame, an almost entirely urban river in the West Midlands was only monitored twice, and the second reading was very high, indicating a probable industrial or disposal pollution event. Initial enquiries with the Environment Agency suggest that there has, as yet, been no regulatory or policy response to the high levels of pollution detected, nor to the apparent pollution incident.

    Concerns are raised about the levels of imidacloprid recorded in rivers, including urban rivers and a remote Scottish stream in the Cairngorms. Imidacloprid is now a rare arable insecticide, but its high persistence in soil means that it will continue polluting water in arable areas for years to come. However, it is still used in greenhouses, which are known to be a particular pollution risk to water bodies and is used as a flea treatment on pets. The most likely source of pollution in the Cairngorms is a treated dog entering the stream.

    “We are devastated to discover that many British Rivers have been heavily damaged by neonicotinoid insecticides. It is vital that action is taken to completely ban these three toxins, including in greenhouses and on pets, before another year of disgraceful pollution occurs.” Matt Shardlow, CEO, Buglife.

    “Three years ago, the Angling Trust pressed the Environment Agency to sample neonicotinoids in rivers after academic papers showed that they can have a significant impact on insects, the main food for most fish. These results are highly alarming in the context of widespread declines in aquatic insect life and fish populations. We urge the government to act urgently to ban continued use of these chemicals to protect wildlife, fisheries and drinking water supply.” Mark Lloyd, CEO, Angling Trust and Fish Legal.

    “Recent history has shown how agricultural chemicals which we initially thought were safe have proven extremely damaging to the environment and our wildlife. The Rivers Trust works closely with farmers and growers to reduce and better target chemical and fertiliser usage, however some chemicals are just too damaging and persistent to be tolerated.” Arlin Rickard, CEO, of The Rivers Trust.

    Source: Buglife, 12th December 2017
    https://www.buglife.org.uk/news-and-events/news/heavy-neonicotinoid-insecticide-contamination-damaging-british-rivers

  • Insect decline coinciding with the introduction of neonicotinoids

    Insect decline coinciding with the introduction of neonicotinoids

    A NEW report has warned of a ‘widespread crash’ in pollinating insect numbers, with an average decline of 25% across all bees and hoverflies since 1980. The Centre for Ecology and Hydrology used data collected by volunteers across a 33-year period to monitor the populations of over 350 species of pollinators – and concluded that the ‘intensification’ of farming and pesticides was a major driver behind the declines it found. In particular, it highlighted several species declines coinciding with the introduction of neonicotinoids in 2007.

    Soil Association head of policy, Gareth Morgan, said: “The crash in pollinators since the 1980s is yet more grim news for British wildlife and is a stark warning that the government urgently needs to support farmers to reduce reliance on pesticides. With several of the pollinator declines coinciding with the introduction of neonicotinoids in 2007, the report shows the ban on neonics was right and should be upheld, and echoes last month’s research revealing a steep decline in global insect populations linked to intensive farming and pesticide use.

    “The UK urgently needs to transition to a more diverse farming landscape that can support pollinators with more flower-rich meadows and nesting areas, and less reliance on chemicals. It’s never been clearer that government needs to support farmers to transition to more agroecological farming, with 50% more wildlife on organic farms – a recent study showing agroecology can feed Europe’s population healthily while phasing out pesticides.”

    Source: The Scottish Farmer, 2 April 2019
    https://www.thescottishfarmer.co.uk/news/17545181.pollinator-study-damns-intensive-farming/

  • Pflanzenschutzmittel vergiften kleine Bäche

    Pflanzenschutzmittel vergiften kleine Bäche

    Zwei Studien zeigen erneut, dass Gewässer in landwirtschaftlich genutzten Einzugsgebieten stark mit Pflanzenschutzmitteln belastet sind. Die Konzentrationen einzelner Stoffe stellen über Monate hinweg ein Risiko für chronische Schäden der Pflanzen und Tiere im Wasser dar. Vom März bis im Oktober 2017 haben die Eawag und das Oekotoxzentrum Proben aus fünf kleineren Bächen genommen. Wie die Eawag berichtet, wurden die Einzugsgebiete der Bäche dabei jeweils unterschiedlich landwirtschaftlich genutzt. Untersucht wurden die Proben auf Pflanzenschutzmittel. Die Resultate sind besorgniserregend.

    Die Konzentration von Pflanzenschutzmitteln liegen längere Zeit über Werten, ab denen für Pflanzen und Tiere im Wasser ein akut toxisches Risiko besteht. In den meisten Proben wurden 30 oder mehr verschiedene Wirkstoffe gemessen. Untersuchungen der Artenvielfalt in den Bächen und Biotests bestätigen die Gefahr, welche von diesen Stoffgemischen ausgeht.

    Pro Standort wurden zwischen 71 und 89 Wirkstoffe gefunden, insgesamt 145 Stoffe. Für jeden Stoff wurde mittels Tests Umweltqualitätskriterien festgelegt. Diese wurden in allen fünf Bächen überschritten. Über dreieinhalb bis sechseinhalb Monate lang, das heisst stellenweise während der ganzen Vegetationszeit, bestand ein Risiko für eine chronische Schädigung der Organismen im Bach. Während 14 bis 74 Tagen war das Risiko so hoch, dass mit akuten Beeinträchtigungen der Lebensgemeinschaften gerechnet werden muss.

    Zu diesem Befund führten einzelne besonders problematische Stoffe, aber schliesslich auch die ganze Mischung aus Herbiziden, Fungiziden, Insektiziden und weiteren Mitteln. Die Schwelle, ab welcher negative Effekte auf Fortpflanzung, Entwicklung und Gesundheit von Pflanzen, Tieren und Mikroorganismen befürchtet werden müssen, wurde mehrmals überschritten. Im Eschelisbach (TG) lag das berechnete Risiko bis 36 mal und im Weierbach (BL) bis 50 mal über der Schwelle. Bei den wirbellosen Tieren zeigte sich, dass empfindliche Arten an belasteten Standorten schlicht fehlten.

    Quelle: Naturschutz.ch, 02.04.19
    http://naturschutz.ch/news/pflanzenschutzmittel-vergiften-kleine-baeche/132376

  • Viele insektenfressende Vögel sterben

    Viele insektenfressende Vögel sterben

    Ob Bachstelze (Motacilla alba), Kiebitz (Vanellus vanellus) oder Rauchschwalbe (Hirundo rustica): Die Zahl der insektenfressenden Vögel ist in den vergangenen 25 Jahren europaweit deutlich zurückgegangen. Durchschnittlich um 13 Prozent sank die Zahl dieser Vögel einer im Fachjournal Conservation Biology veröffentlichten Studie zufolge. Bei den insektenfressenden Ackerland-Vögeln sei der Rückgang sehr viel stärker als bei den insektenfressenden Waldvögeln. Neben dem starken Einsatz von Pflanzenschutzmitteln gingen mit dem Trend zu großflächig angebauten Monokulturen immer mehr Hecken, Ackerränder und Brachen verloren; viele Wiesen und Weiden würden in Ackerland umgewandelt. Dadurch würde es für die Insektenfresser schwerer, Nahrung sowie Brutplätze zu finden.

    Vögel seien Indikatoren für eine industrielle Landwirtschaft mit ihren negativen Effekten auf die Biodiversität, sagte Böhning-Gaese, die auch Direktorin des Forschungszentrums Biodiversität und Klima ist. Gegensteuern ließe sich auf vielen Ebenen: “Das fängt mit der Agrarpolitik in Brüssel an, geht über Planungsentscheidungen der Kommunen bis zur Förderung des Ökolandbaus, der lokalen Vermarktung biodiversitätfreundlich erzeugter Lebensmittel und der Bereitschaft der Konsumenten, mehr für solche Lebensmittel zu bezahlen.” Etwa die Hälfte aller Vogelarten in Europa ernährt sich von Insekten.

    Quelle: SZ, 31.03.19
    https://www.sueddeutsche.de/wissen/insektensterben-voegel-naturschutz-1.4390195

  • Ctgb maakt 85 studies neonics openbaar

    Ctgb maakt 85 studies neonics openbaar

    Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) gaat 85 studies met middelen met de werkzame stof imidacloprid openbaar maken. Het besluit volgt op een lang lopende bezwaar- en beroepzaak uit 2012 van de Bijenstichting en de toelatinghouder Bayer CropScience.

    De Bijenstichting verzocht in deze zaak de 85 neonicotinoïden-studies volledig openbaar te maken, terwijl Bayer CropScience juist volledige geheimhouding wilde. Het Ctgb besloot al eerder tot gedeeltelijke openbaarmaking, maar mocht dit besluit door de gerechtelijke procedures niet uitvoeren.

    De vraag om openbaarmaking van de studies was sinds 2013 in behandeling bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). De discussie ging vooral over welk belang het zwaarst weegt: het algemene, publieke belang van toegang tot milieu-informatie versus het belang van de eigenaren van deze informatie, met een beroep op het Verdrag van Aarhus.

    Het CBb vroeg in 2014 het Hof van Justitie van de Europese Unie om duiding van de regelgeving. Na de reactie van het Europees Hof bepaalde het CBb dat het Ctgb uiterlijk 31 maart 2019 een nieuwe beslissing moest nemen.

    Het Ctgb vindt dat de informatie openbaar gemaakt moet worden, met uitzondering van persoonsgegevens en onder meer GLP- en analysecertificaten van laboratoria. Het Ctgb vindt het van maatschappelijk belang dat zo veel mogelijk informatie openbaar is. Tegen het besluit is nog beroep mogelijk. De studies worden daarom niet direct, maar in principe over vier weken, openbaar gemaakt.

    Bron: Nieuwe Oogst, 29-03-19
    https://www.nieuweoogst.nu/nieuws/2019/03/29/ctgb-maakt-85-studies-neonics-openbaar

  • A survey and risk assessment of neonicotinoids in water, soil and sediments of Belize

    A survey and risk assessment of neonicotinoids in water, soil and sediments of Belize

    Usage of neonicotinoids is common in all agricultural regions of the world but data on environmental contamination in tropical regions is scarce. We conducted a survey of five neonicotinoids in soil, water and sediment samples along gradients from crops fields to protected lowland tropical forest, mangroves and wetlands in northern Belize, a region of high biodiversity value. Neonicotinoid frequency of detection and concentrations were highest in soil (68%) and lowest in water (12%). Imidacloprid was the most common residue reaching a maximum of 17.1 ng/g in soil samples. Concentrations in soils differed among crop types, being highest in melon fields and lowest in banana and sugarcane fields. Residues in soil declined with distance to the planted fields, with clothianidin being detected at 100 m and imidacloprid at more than 10 km from the nearest applied field. About half (47%) of the sediments collected contained residues of at least one compound up to 10 km from the source. Total neonicotinoid concentrations in sediments (range 0.014–0.348 ng/g d. w.) were about 10 times lower than in soils from the fields, with imidacloprid being the highest (0.175 ng/g). A probabilistic risk assessment of the residues in the aquatic environment indicates that 31% of sediment samples pose a risk to invertebrate aquatic and benthic organisms by chronic exposure, whereas less than 5% of sediment samples may incur a risk by acute exposure. Current residue levels in water samples do not appear to pose risks to the aquatic fauna. Fugacity modeling of the four main compounds detected suggest that most of the dissipation from the agricultural fields occurs via runoff and leaching through the porous soils of this region. We call for better monitoring of pesticide contamination and invertebrate inventories and finding alternatives to the use of neonicotinoids in agriculture.

    Source:
    Jean-Marc Bonmatin et al. Environmental Pollution, Available online 26 March 2019
    In Press, Accepted Manuscript. https://doi.org/10.1016/j.envpol.2019.03.099