Auteur: Henk Tennekes

  • Greenhouse insect management without neonicotinoids

    Greenhouse insect management without neonicotinoids

    Recent research in Europe and North American has shown that very low concentrations of neonicotinoid insecticides, in some cases even less than 50 parts per billion, can affect the foraging behavior of bees and the health of colonies. Neonicotinoids are a group of insecticides with a chemical structure similar to nicotine. The active ingredients of neonicotinoid products used in greenhouses include imidacloprid, acetamiprid, dinotefuran and thiamethoxam. One reason that neonicotinoid products have been favored is because they are absorbed by plant roots and circulate in the plant.

    Recent research in Europe and North American has shown that very low concentrations of neonicotinoid insecticides, in some cases even less than 50 parts per billion, can affect the foraging behavior of bees and the health of colonies. Neonicotinoids are a group of insecticides with a chemical structure similar to nicotine. The active ingredients of neonicotinoid products used in greenhouses include imidacloprid, acetamiprid, dinotefuran and thiamethoxam. One reason that neonicotinoid products have been favored is because they are absorbed by plant roots and circulate in the plant. This systemic activity was particularly effective against sucking insects like aphids and whiteflies.

    For growers looking for alternatives to neonicotinoids, I have made a list of alternative products known to be effective against each type of greenhouse pest (see below). All of these products need to be applied as foliar sprays when pest populations exceed tolerable levels.

    Biological control is another alternative. For biological control, a good scouting program is critical, and predators and parasitoids should be released early in the crop before pests build to outbreak levels. Predators should not be released onto plants previously treated with pesticides because the residue will be toxic to them and plants cannot be sprayed when you are using biocontrol. There are a few products that are more compatible with predators and parasitoids. Contact a biosupply representative for more information.

    Insect management without neonicotinoids

    Starting clean. Do not carry over insects from one crop to another. Keep thrip numbers down to less than 10 per card per week in the fall and winter on poinsettias and Dracaena. Avoid keeping houseplants or allowing weeds to grow in the greenhouse. When each batch of media arrives for a new crop, check it for fungus gnats by filling a 1 gallon zip-lock bag half-full with moist soil. If fungus gnat adults emerge within three weeks, consider applying a fungus gnat treatment at planting time. Check incoming plant material carefully. If insects are found, treat them with an appropriate product listed below to start as clean as possible.

    Scouting. Monitor thrips and whiteflies with yellow sticky cards. Change cards once per week. Use at least one card per house or one per 2,000 square feet. Check the first plants to flower for thrips. For spider mites and aphids, check susceptible plants like marigold (mites) and pepper (aphids) weekly. Potato wedges can be stuck in soil and checked 24 hours later for fungus gnat larvae.

    Systemic insecticides. None available.

    Preventing outbreaks. If yellow sticky cards or scouting indicates an increase in aphids, mites, thrips, fungus gnats or whiteflies, apply one of the following insecticide products once per week.

    Thrips
    •Aria
    •Aza-Direct
    •AzaGuard
    •Azatin XL
    •Mesurol
    •Orthene 97
    •Overture
    •Pedestal
    •Pylon
    •Sanmite

    Aphids
    •Aria
    •Azatin
    •BotaniGard
    •Distance
    •Endeavor
    •Enstar II
    •Kontos
    •Ornazin
    •Orthene 97
    •Precision

    Whiteflies
    •Aria
    •Azatin
    •BotaniGard
    •Distance
    •Endeavor
    •Enstar
    •Kontos
    •Ornazin
    •Orthene 97
    •Pedestal (do not use on poinsettias)
    •Precision
    •Sanmite
    •Talus
    •Judo

    Mites
    •Akari
    •Avid
    •Floramite
    •Hexygon
    •Judo
    •Kontos
    •Ovation
    •ProMite
    •Pylon
    •Sanmite
    •Shuttle-O
    •Tetrasan
    •Ultiflora

    Broad mites and cyclamen mites
    •Avid
    •Akari
    •Judo
    •Pylon
    •SanMite
    •2% horticultural oil. Reduce humidity to below 80% if possible.

    Fungus gnats
    •Azatin XL
    •Adept (not on poinsettias)
    •Distance as a soil drench

    Mealybugs
    •Aria
    •Orthene 97
    •Talus
    Source: Posted on February 27, 2014 by Dave Smitley, Michigan State University Extension, Department of Entomology
    http://msue.anr.msu.edu/news/greenhouse_insect_management_without_neonicotinoids

  • Als de LTO iedere beperking van gewasbeschermingsmiddelen hoogmoedig tegenhoudt, wordt zij het kind van de rekening

    Als de LTO iedere beperking van gewasbeschermingsmiddelen hoogmoedig tegenhoudt, wordt zij het kind van de rekening

    Nationale verboden voor gewasbeschermingsmiddelen gebaseerd op neonicotinoiden en azolen bedreigen het voortbestaan van akker- en tuinbouwteelten. Dat stelt LTO Nederland in een reactie op het besluit van de Tweede Kamer om neonicotinoiden in Nederland te verbieden. Met het nationale neonicotinoidenverbod wil de Tweede Kamer veel verder gaan dan de Europese verboden die per 1 januari van kracht zijn en die gestoeld zijn op de wetenschappelijke analyses van de Europese autoriteit voor voedselveiligheid EFSA. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat de LTO de Tweede Kamer moties voor een verbod op neonicotinoiden en triazolen aan zichzelf te danken heeft. Hoogmoedig heeft de LTO iedere beperking van het gebruik van deze pesticiden tegengehouden in een situatie waarbij de problemen met deze pesticiden voor iedereen zichtbaar werden, zoals de onverteerbare milieuverontreiniging met het uitzonderlijk giftige imidacloprid en de door triazolen veroorzaakte resistentie van schimmels tegen antimycotica, waardoor de behandeling van schimmelinfecties bemoeilijkt werd, aldus Tennekes.

    Nationale verboden voor gewasbeschermingsmiddelen gebaseerd op neonicotinoiden en azolen bedreigen het voortbestaan van akker- en tuinbouwteelten. Dat stelt LTO Nederland in een reactie op het besluit van de Tweede Kamer om neonicotinoiden in Nederland te verbieden. Met het nationale neonicotinoidenverbod wil de Tweede Kamer veel verder gaan dan de Europese verboden die per 1 januari van kracht zijn en die gestoeld zijn op de wetenschappelijke analyses van de Europese autoriteit voor voedselveiligheid EFSA. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat de LTO de Tweede Kamer moties voor een verbod op neonicotinoiden en triazolen aan zichzelf te danken heeft. Hoogmoedig heeft de LTO iedere beperking van het gebruik van deze pesticiden tegengehouden in een situatie waarbij de problemen met deze pesticiden voor iedereen zichtbaar werden, zoals de onverteerbare milieuverontreiniging met het uitzonderlijk giftige imidacloprid en de door triazolen veroorzaakte resistentie van schimmels tegen antimycotica, waardoor de behandeling van schimmelinfecties bemoeilijkt werd, aldus Tennekes.

    Waar het nog kan, zullen zaadbehandelingen worden vervangen door een veelvoud aan inzet van oude voor bijen veel schadelijkere middelen via bespuitingen. Waar die mogelijkheid ontbreekt, zullen teelten in grote problemen komen. Dat geldt voor bijna al het uitgangsmateriaal, maar ook voor diverse voedings- en sierteeltgewassen. Nederland zou zich met een dergelijk verbod isoleren in Europa en zet haar wereldwijde marktpositie op het spel, met een miljardenschade voor de sector en de Nederlandse economie tot gevolg.

    De 5 veel gebruikte azolen, waar nu een nationaal verbod op dreigt te komen, zijn onmisbaar en worden breed ingezet, ook buiten de landbouw. Ze spelen een zeer belangrijke rol in de schimmelbestrijding bij gewassen als granen, bieten, uien en vele kleine teelten. De betreffende middelen zijn onder meer cruciaal in de bestrijding van de voor de voedselveiligheid zeer schadelijke schimmels in de graanteelt.

    Met een nationaal verbod op 5 azolen denkt de Tweede Kamer een bijdrage te leveren aan het terugdringen van de azoolresistente Aspergillus schimmel die jaarlijks zorgt voor 30 tot 50 sterfgevallen bij patiënten met een sterk verminderde weerstand. Met de Tweede Kamer is LTO van mening dat die problematiek aandacht vraagt. Azoolresistentie is echter een wereldwijd probleem, en azolen kennen een brede toepassing. Dat wordt in de motie volledig buiten beschouwing gelaten. LTO vraagt zich dan ook af of dit verbod daadwerkelijk bijdraagt aan het terugdringen van de resistente Aspergillus schimmel. LTO pleit daarom voor een minimaal Europese en brede aanpak met een sterke wetenschappelijke basis die gericht is op die combinatie van factoren die verantwoordelijk is voor het ontstaan van resistentie. Een nationaal verbod, enkel gericht op gewasbeschermingsmiddelen, stelt de Nederlandse akker- en tuinbouw voor grote problemen en is waarschijnlijk nauwelijks effectief.

    Met betrekking tot de toelating van gewasbeschermingsmiddelen is sinds 2011 een Europese verordening van kracht die rechtstreeks geldt in alle lidstaten van de Europese Unie. LTO Nederland is van mening dat de door de Tweede Kamer voorgestelde nationale verboden van neonicotinoïden en azolen strijdig zijn met die Europese verordening en daarmee elke juridische grondslag missen. LTO Nederland doet een klemmend beroep op staatssecretaris Dijksma om deze moties niet tot uitvoer te brengen.

    Bron: LTO Noord & AgriHolland, 19/03/14
    http://www.agriholland.nl/nieuws/artikel.html?id=157424

  • House Sparrows Facing Decline In South India’s Capital City

    House Sparrows Facing Decline In South India’s Capital City

    House sparrows, once a prominent presence in many villages and towns in southern state of Kerala, are fast disappearing from capital Thiruvananthapuram. A recent bird survey conducted ahead of the ‘World Sparrow Day’ which falls on Thursday could spot only about 127 sparrows in the city, Press Trust of India (PTI) reported. A group of amateur bird watchers with the support of World Widelife Fund-Kerala spent three days looking for sparrows in various locations in the city, where the birds could be seen in high numbers in the past.

    House sparrows, once a prominent presence in many villages and towns in southern state of Kerala, are fast disappearing from capital Thiruvananthapuram. A recent bird survey conducted ahead of the ‘World Sparrow Day’ which falls on Thursday could spot only about 127 sparrows in the city, Press Trust of India (PTI) reported. A group of amateur bird watchers with the support of World Widelife Fund-Kerala spent three days looking for sparrows in various locations in the city, where the birds could be seen in high numbers in the past.

    The group spotted sparrows in six areas at the Palayam market, Chalai market, museum and zoo compound, Central Railway station and KSRTC terminal in the city.

    Palayam and Chalai markets had the highest numbers of sparrows.

    While Palayam market had an average of 25 birds during the three days, Chalai market had between 30 to 70.

    Shockingly, only one sparrow was spotted at the railway station premise while not a single one could be found at the museum and zoo campus throughout the study period.

    The bird watchers attributed the dwindling sparrow population in the city to the rising number of concrete buildings and reduction in the availability of food.

    Source: Bernama, March 21, 2014
    http://www.bernama.com.my/bernama/v7/wn/newsworld.php?id=1023619

  • Sublethal doses of a neonicotinoid pesticide and pathogens interact to elevate honey bee mortality across the life cycle

    Sublethal doses of a neonicotinoid pesticide and pathogens interact to elevate honey bee mortality across the life cycle

    Microbial pathogens are thought to have a profound impact on insect populations. Honey bees are suffering from elevated colony losses in the northern hemisphere possibly because of a variety of emergent microbial pathogens, with which pesticides may interact to exacerbate their impacts. To reveal such potential interactions, we administered at sublethal and field realistic doses one neonicotinoid pesticide (thiacloprid) and two common microbial pathogens, the invasive microsporidian Nosema ceranae and black queen cell virus (BQCV), individually to larval and adult honey bees in the laboratory. Through fully crossed experiments in which treatments were administered singly or in combination, we found an additive interaction between BQCV and thiacloprid on host larval survival likely because the pesticide significantly elevated viral loads. In adult bees, two synergistic interactions increased individual mortality: between N. ceranae and BQCV, and between N. ceranae and thiacloprid. The combination of two pathogens had a more profound effect on elevating adult mortality than N. ceranae plus thiacloprid. Common microbial pathogens appear to be major threats to honey bees, while sublethal doses of pesticide may enhance their deleterious effects on honey bee larvae and adults.

    Microbial pathogens are thought to have a profound impact on insect populations. Honey bees are suffering from elevated colony losses in the northern hemisphere possibly because of a variety of emergent microbial pathogens, with which pesticides may interact to exacerbate their impacts. To reveal such potential interactions, we administered at sublethal and field realistic doses one neonicotinoid pesticide (thiacloprid) and two common microbial pathogens, the invasive microsporidian Nosema ceranae and black queen cell virus (BQCV), individually to larval and adult honey bees in the laboratory. Through fully crossed experiments in which treatments were administered singly or in combination, we found an additive interaction between BQCV and thiacloprid on host larval survival likely because the pesticide significantly elevated viral loads. In adult bees, two synergistic interactions increased individual mortality: between N. ceranae and BQCV, and between N. ceranae and thiacloprid. The combination of two pathogens had a more profound effect on elevating adult mortality than N. ceranae plus thiacloprid. Common microbial pathogens appear to be major threats to honey bees, while sublethal doses of pesticide may enhance their deleterious effects on honey bee larvae and adults.

    Source:
    Vincent Doublet et al. Environmental Microbiology (2014) doi:10.1111/1462-2920.12426

  • Neonicotinoide und andere Pflanzenschutzmittel wirken sich schon in geringen Mengen massiv auf das Nervensystem bestäubender Insekten aus

    Neonicotinoide und andere Pflanzenschutzmittel wirken sich schon in geringen Mengen massiv auf das Nervensystem bestäubender Insekten aus

    Pflanzenschutzmittel verschlechtern Forschern zufolge die Orientierungsfähigkeit von Honigbienen und anderen bestäubenden Insekten. Schon kleine Mengen von Pestiziden wirkten sich negativ auf das Nervensystem auch von Wildbienen und Hummeln aus, fand ein Team um den Neurobiologen Randolf Menzel von der FU Berlin heraus. Die Ergebnisse wurden aktuell im Journal “PLOS ONE” veröffentlicht. “Der Befund unserer Untersuchung ist deshalb von allgemeiner Bedeutung, weil der Einsatz von Pflanzenschutzmitteln, den sogenannten Neonicotinoiden, die das Nervensystem der Insekten beeinträchtigen und sie dadurch töten, kontrovers und heftig diskutiert wird”, betonte Menzel.

    Pflanzenschutzmittel verschlechtern Forschern zufolge die Orientierungsfähigkeit von Honigbienen und anderen bestäubenden Insekten. Schon kleine Mengen von Pestiziden wirkten sich negativ auf das Nervensystem auch von Wildbienen und Hummeln aus, fand ein Team um den Neurobiologen Randolf Menzel von der FU Berlin heraus. Die Ergebnisse wurden aktuell im Journal “PLOS ONE” veröffentlicht. “Der Befund unserer Untersuchung ist deshalb von allgemeiner Bedeutung, weil der Einsatz von Pflanzenschutzmitteln, den sogenannten Neonicotinoiden, die das Nervensystem der Insekten beeinträchtigen und sie dadurch töten, kontrovers und heftig diskutiert wird”, betonte Menzel.

    Bienen orientieren sich nach dem Sonnenkompass und entwickeln für ihre Flugrouten rund um den Bienenstock eine innere Landkarte. In dem Experiment testeten die FU-Forscher nun die Wirkung der beiden Neonicotinoide Imidacloprid und Clothianidin sowie des Pflanzenschutzmittels Thiacloprid: Sie trainierten eine Gruppe Bienen zunächst darauf, eine Futterstelle 400 Meter entfernt vom Bienenstock direkt anzufliegen. Danach kehrten die Tiere wieder zurück.

    Dann fingen die Forscher die Bienen nach dem Futtern ein, und ließen sie an versetzter Stelle frei: Nach dem Scheitern des direkten Heimflugs und kurzem Suchen orientierten sich die Bienen an ihrer inneren Landkarte neu und fanden trotzdem zum Stock zurück. Als dritten Schritt bekamen die Bienen an der Futterstelle dann geringe Mengen Pestizide verabreicht: Nun fanden deutlich weniger Bienen den Weg zurück zum Stock – und diese oft nur auf Umwegen.
    Quelle: APA/red, derStandard.at, 20.3.2014
    http://derstandard.at/1395057223101/Pestizide-verschlechtern-die-Orientierungsfaehigkeit-von-Bienen

  • 100 Jahre Giftgas-Tradition

    100 Jahre Giftgas-Tradition

    Kurz nach Beginn des 1. Weltkriegs wurde auf Vorschlag des Kriegsministeriums eine Kommission ins Leben gerufen, die sich mit der Nutzung giftiger Abfallstoffe der Chemie-Industrie beschäftigte. Diese unterstand dem BAYER-Generaldirektor Carl Duisberg, Fritz Haber vom Kaiser-Wilhelm-Institut sowie dem Chemiker Walter Nernst. Die Kommission empfahl der Heeresleitung zunächst die Nutzung von Chlorgas, wobei wissentlich gegen die Haager Landkriegsordnung verstoßen wurde, die den militärischen Einsatz von Giftgas seit 1907 verbietet.

    Kurz nach Beginn des 1. Weltkriegs wurde auf Vorschlag des Kriegsministeriums eine Kommission ins Leben gerufen, die sich mit der Nutzung giftiger Abfallstoffe der Chemie-Industrie beschäftigte. Diese unterstand dem BAYER-Generaldirektor Carl Duisberg, Fritz Haber vom Kaiser-Wilhelm-Institut sowie dem Chemiker Walter Nernst. Die Kommission empfahl der Heeresleitung zunächst die Nutzung von Chlorgas, wobei wissentlich gegen die Haager Landkriegsordnung verstoßen wurde, die den militärischen Einsatz von Giftgas seit 1907 verbietet.

    Carl Duisberg war bei den ersten Giftgasversuchen auf dem Truppenübungsplatz in Köln-Wahn persönlich anwesend und pries den chemischen Tod begeistert: „Die Gegner merken gar nicht, wenn Gelände damit bespritzt ist, in welcher Gefahr sie sich befinden und bleiben ruhig liegen, bis die Folgen eintreten.“ In Leverkusen wurde sogar eine Schule für den Gaskrieg eingerichtet. Der erste Einsatz von Chlorgas durch das deutsche Heer erfolgte schließlich im belgischen Ypern. Allein bei diesem Angriff gab es schätzungsweise 2.000 bis 3.000 Tote und ein mehrfaches an Schwerverletzten.
    Unter Carl Duisbergs Leitung wurden bei BAYER immer giftigere Kampfstoffe entwickelt, zunächst Phosgen und später Senfgas. Duisberg forderte vehement deren Einsatz: „Ich kann deshalb nur noch einmal dringend empfehlen, die Gelegenheit dieses Krieges nicht vorübergehen zu lassen, ohne auch die Hexa-Granate zu prüfen“, so Duisberg wörtlich. Insgesamt geht die Forschung von 60.000 Toten des von Deutschland begonnenen Gaskrieges aus.

    Die nächste Generation von Giftgasen, Stoffe wie Sarin und Tabun, gehört zur Gruppe der Organophosphate. Sie entstammt ebenfalls den Laboren von BAYER. Entwickelt wurden die Substanzen 1936 bzw. 1938 in Wuppertal von Dr. Gerhard Schrader (das „S“ in Sarin steht für Schrader). Bis Kriegsende wurden in der Giftgas-Fabrik in Dyhernfurt rund 12.000 Tonnen Tabun produziert. Gerhard Schrader leitete nach dem 2. Weltkrieg die Pestizid-Abteilung von BAYER.
    Nach dem Ende des Dritten Reiches unternahmen die Alliierten nichts, um die Wissenschaftler einer Strafe zuzuführen. Sie versuchten vielmehr, von ihrem gefährlichen Wissen zu profitieren. Die Militärs zogen dafür die ganze Wissenschaftselite auf Schloss Kransberg im Taunus zusammen. Schrader, Heinrich Hörlein und die übrigen Kollegen von der Dyhernfurther Chemiewaffen-Fabrik, deren Unterlagen später auch sowjetische Wehrwissenschaftler systematisch auswerteten, stellten dabei das größte Kontingent. „Die chemischen Nervenkampfstoffe stießen bei den Engländern und Amerikanern auf größtes Interesse, Vergleichbares besaßen sie in ihren Arsenalen nicht. Schrader und Konsorten mussten deshalb in Kransberg bis in die kleinsten Details Aufzeichnungen über die Synthese ihrer Ultragifte anfertigen“, schreiben Egmont R. Koch und Michael Wech in ihrem Buch „Deckname Artischocke“. Schrader war den US-Experten sogar so wertvoll, dass sie ihn mit in die Vereinigten Staaten nahmen. In Diensten des „Chemical Corps“ der US-Streitkräfte tat er dann genau das, was er während der NS-Zeit auch gemacht hat.

    In den 50er Jahren kehrte Schrader nach Deutschland und zu BAYER zurück. Seine Vergangenheit stellte für den Chemie-Multi kein Hindernis für eine Wiedereinstellung dar. Und erneut arbeitete Schrader auch an Kampfstoffen: Zusammen mit den BAYER-Forschern Ernst Schegk und Hanshelmut Schlör reichte er 1957 (zwei Jahre später auch in den USA) Patente zur Herstellung von Phosphorsäureester-Insektiziden ein. Diese sollten gegen Fliegen, Milben und Blattläuse eingesetzt werden. In seinem Artikel „Die Entwicklung neuer Phosphorsäureester“ führte Schrader aus, wie man aus der allgemeinen Formel Stoffe mit hoher „Warmblüter-Toxizität“ gewinnen kann, die diejenige von Sarin oder Tabun weit übersteigt.
    Die von der US-Armee hergestellten Kampfstoffe VX, VE, VM, VS und 33SN basieren zum Teil auf diesen Patenten. Zwar bestritt BAYER, nach diesen Formeln selber Chemie-Waffen hergestellt oder das Recht dazu dem US-Militär gegen Lizenz-Gebühren abgetreten zu haben. Wie es dennoch zur Produktion von VX-Waffen kommen konnte, erklärte der damalige Unternehmenssprecher Jürgen von Einem mit einem Ausnahme-Passus im US-amerikanischen Patent-Recht. Wenn ein übergeordnetes Interesse bestehe, erlaube es den zwangsweisen Zugriff auf das geistige Eigentum Dritter, ohne diese zu informieren und zu entschädigen. Ob dies der Realität entspricht oder ob es eine formale Zusammenarbeit der US-Armee mit BAYER gab, ist bis heute unklar.

    Auch an der Herstellung des im Vietnam-Kriegs eingesetzten Entlaubungsmittels Agent Orange war BAYER beteiligt. Die Produktion des Giftstoffs erfolgte unter anderem bei der gemeinsamen BAYER/MONSANTO-Tochterfirma MoBay. Der genaue Lieferumfang von MoBay liegt jedoch im Dunkeln.
    Agent Orange besteht aus den Wirkstoffen 2,4-D und 2,4,5-D, die herstellungsbedingt auch Dioxin enthielten. BAYER produzierte in der fraglichen Zeit jährlich 700 bis 800 Tonnen 2,4,5-D und verkaufte einen Teil der Produktion an die französische Firma PRODIL. Diese wiederum verarbeitete die Chemikalie weiter und lieferte sie nach Vietnam. Ein Akten-Notiz der der Boehringer AG, die ebenfalls mit PRODIL Geschäfte machte, belegt dies: „BAYER und PRODIL haben auf dem 2,4,5-D-Sektor seit Jahren (Vietnam) zusammengearbeitet“.
    Das 2,4,5-D, von dem das Pentagon 1967 und 1968 in den USA alle Bestände aufkaufte, fand zusätzlich noch im Reinzustand Verwendung. AGENT GREEN lautete seine Bezeichnung. Der für eine Organisation AGENT ORANGE-geschädigter Vietnam-Veteranen arbeitende Martin H. Kroll nennt in seiner Aufstellung der 58 im Krieg eingesetzten Chemikalien unter AGENT GREEN deshalb auch BAYER als Hersteller.
    Experten von BAYER und HOECHST standen der US-Army aber auch direkt vor Ort mit Rat und Tat zur Seite, wie Seymour M. Hersh in seinem Buch „Chemical and Biological Warfare“ mit Berufung auf einen Artikel der Eastern World schreibt. Als medizinische Helfer getarnt, arbeiteten sie dem US-amerikanischen Planungsbüro für B- und C-Waffeneinsätze in Saigon zu. Die transatlantische Kooperation konnte sich dabei auf alte Verbindungen stützen: Die Abstimmung zwischen den US-amerikanischen und bundesdeutschen Chemie-Firmen übernahm die ehemalige IG FARBEN-Tochter GENERAL ANILINE AND FILM CORPORATION. Der Zeitung zufolge stellte BAYER überdies in Spanien und Südafrika selbst chemische Kampfstoffe her – die autoritären Regierungsformen beider Länder dürften bei der Standort-Wahl für ein so heikles Unternehmen wohl eine nicht unerhebliche Rolle gespielt haben.

    Der Irak bekämpfte 1987/88 aufständische Kurden mit Tabun, Sarin und S-Lost. Dieselben Substanzen verwendete das Land im Krieg gegen den Iran als Waffen.
    Der Iran seinerseits begann in den achtziger Jahren mit Planungen zu einem großen Chemie-Komplex mit angeschlossener Pestizid-Produktion nahe der Stadt Ghaswin – an das Anwendungsgebiet „Landwirtschaft“ haben die Politiker in den Kriegszeiten kaum vorrangig gedacht. 1984 verkaufte BAYER dem Iran Lizenzen zur Fertigung von Azinphos-Methyl und Fenitrothion, einer chemiewaffen-fähigen Substanz aus der berühmt-berüchtigten Gruppe der Phosphorsäureester. Die Aufsichtbehörden genehmigten den Deal, rieten dem Konzern aber von weiteren Geschäften im Zusammenhang mit Ghaswin ab. Der Leverkusener Chemie-Multi hielt sich nicht daran. Ab 1987 lieferte er eine Anlage zur Pestizid-Produktion in den Iran. Für alle Bauten konnte der für die technische Koordination in Ghaswin zuständige LURCHI-Konzern Genehmigungen vorlegen, nur für die BAYER-Fabrik nicht – aus gutem Grund. „‚Das Endprodukt‘ könnte ‚auch zur Bekämpfung von Warmblütern‘ eingesetzt werden und ‚damit als Kampfgas dienen‘“, zitierte der SPIEGEL aus einem Schreiben der Kölner Oberfinanz-Direktion. Die Behörden leiteten aus diesem Grund Ermittlungen ein. Ende 1989 führten Fahnder Razzien in den Dormagener, Leverkusener und Monheimer BAYER-Niederlassungen durch und stellten drei Dutzend Ordner mit Konstruktionsplänen sicher. Der Staatsanwalt stellte das Verfahren später ein – wie so viele mit BAYER auf der Anklagebank.

    Quelle: Coordination gegen BAYER-Gefahren (CBG)

  • Tweede Kamer wil een Nederlands totaalverbod op bestrijdingsmiddelen die neonicotinoïden bevatten

    Tweede Kamer wil een Nederlands totaalverbod op bestrijdingsmiddelen die neonicotinoïden bevatten

    Een meerderheid van de Kamer schaarde zich vandaag achter moties van de Partij voor de Dieren voor een nationaal verbod op het gebruik van neonicotinoiden in de landbouw en verkoop aan particulieren. Neonicotinoïden zijn relatief nieuwe landbouwgiffen die een desastreus effect hebben op de bij. Begin 2013 schaarde een Kamermeerderheid zich achter een motie van Esther Ouwehand voor een Europees verbod op dit landbouwgif. Mede dankzij deze motie wordt het gebruik van drie soorten neonicotinoïden in de EU inmiddels aan banden gelegd. De Europese maatregelen laten echter het grootste deel van het neonicotinoïden-gebruik ongemoeid: maar liefst 80% blijft in Nederland buiten schot. De Kamer dwingt Dijksma vandaag om toch verdergaande maatregelen te nemen.

    Een meerderheid van de Kamer schaarde zich vandaag achter moties van de Partij voor de Dieren voor een nationaal verbod op het gebruik van neonicotinoiden in de landbouw en verkoop aan particulieren. Neonicotinoïden zijn relatief nieuwe landbouwgiffen die een desastreus effect hebben op de bij. Begin 2013 schaarde een Kamermeerderheid zich achter een motie van Esther Ouwehand voor een Europees verbod op dit landbouwgif. Mede dankzij deze motie wordt het gebruik van drie soorten neonicotinoïden in de EU inmiddels aan banden gelegd. De Europese maatregelen laten echter het grootste deel van het neonicotinoïden-gebruik ongemoeid: maar liefst 80% blijft in Nederland buiten schot. De Kamer dwingt Dijksma vandaag om toch verdergaande maatregelen te nemen.

    Een meerderheid van PvdA, SP, GroenLinks, D66, 50+ en PVV schaarde zich achter twee moties van Esther Ouwehand, waardoor het verbod in Nederland voor álle neonicotinoïden (en een vergelijkbaar middel, fipronil) moet gaan gelden. Dat is niet alleen belangrijk voor het voortbestaan van de bij en andere bestuivers, maar het is bovendien van groot belang voor de volksgezondheid. Wetenschappers wijzen op de gevaren van neonicotinoïden voor de gezondheid van mensen.

    Esther Ouwehand: “Dit is een grote doorbraak in de strijd tegen de bijensterfte. De private belangen van de chemische industrie hebben tot nu toe steeds voorrang gekregen op het publieke belang van een gezonde landbouw en de biodiversiteit. De maatregelen van de Europese Unie waren maar een druppel op de gloeiende plaat. Vandaag neemt de Tweede Kamer echte maatregelen om de bijen en de volksgezondheid te beschermen”.

    Bestuiving van gewassen door bijen en hommels is van essentieel belang voor de natuur en voor ons voedsel. Giftige bestrijdingsmiddelen, zoals neonicotinoïden, bedreigen het voortbestaan van deze onmisbare schakel in ons ecosysteem. Naast het gebruik van landbouwgif, wordt de bij ook bedreigd door een gebrek aan voldoende gevarieerd voedsel. steeds minder voedsel voor hen te vinden is. De motie die Esther Ouwehand samen met Gerard Schouw (D66) indiende voor bij-vriendelijk natuur- en bermbeheer werd vandaag eveneens door een meerderheid van de Kamer gesteund.

    Bron: Happy News, 18-03-2014
    http://www.happynews.nl/2014/03/18/totaalverbod-op-bijengif-na-moties-pvdd/#.Uyi0sfFOXVI

    De motie Ouwehand c.s. van 24-01-2013:
    De Kamer,

    gehoord de beraadslaging,

    constaterende, dat een tussenrapportage van de beoordeling van de EFSA van de in Europa toegelaten neonicotinoiden en fipronil het risico voor de gezondheid van bijen bij geen van de toegelaten toepassingen kan uitsluiten,

    overwegende, het voorzorgbeginsel en het grote publieke belang van de bij,

    verzoekt de regering, zich in te zetten voor een Europees moratorium op alle toepassingen van neonicotinoiden en fipronil, tenzij onomstotelijk bewezen is dat zij geen schadelijk effect hebben op de gezondheid van bijen,

    en gaat over tot de orde van de dag.

    Ouwehand
    Van Gerven
    Jacobi
    Klaver
    Van Veldhoven

    Status: Aangenomen
    Voor: PvdD, SP, PvdA, GL, D66, CU, 50+
    Tegen: PVV, CDA, VVD, SGP
    Motie Ouwehand c.s.: moratorium op gebruik neonicotinoiden
    15-11-2012

    De Kamer,

    gehoord de beraadslaging,

    constaterende, dat de relatie tussen het gebruik van neonicotinoiden enerzijds en de hoge sterfte onder bijen en het optreden van hersenschade bij kinderen anderzijds niet is uitgesloten,

    verzoekt de regering een moratorium in te stellen op het gebruik van neonicotinoiden totdat vaststaat dat neonicotinoiden geen schadelijk effect hebben op bijen en de volksgezondheid,

    en gaat over tot de orde van de dag.

    Ouwehand
    Van Gerven
    Schouw

    Status: Aangenomen 18/03/2014
    Voor: PvdD, SP, PvdA, GL, D66, 50+, PVV
    Tegen: VVD, CU, CDA, SGP, Bontes

  • RIVM bevestigt wat al lang bekend is – de bollenteelt verontreinigt de leefomgeving met pesticiden

    RIVM bevestigt wat al lang bekend is – de bollenteelt verontreinigt de leefomgeving met pesticiden

    De bollenteelt vormt een potentiële bedreiging voor de kwaliteit van het drinkwater in het gebied van de Drentse Aa. Dat schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in een rapport over de gevolgen van de klimaatverandering op de beschikbaarheid van oppervlaktewater als drinkwater. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bollenteelt zal er naar verwachting toe leiden dat de normen voor die middelen overschreden worden in het oppervlaktewater, zegt het RIVM.

    De bollenteelt vormt een potentiële bedreiging voor de kwaliteit van het drinkwater in het gebied van de Drentse Aa. Dat schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in een rapport over de gevolgen van de klimaatverandering op de beschikbaarheid van oppervlaktewater als drinkwater. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bollenteelt zal er naar verwachting toe leiden dat de normen voor die middelen overschreden worden in het oppervlaktewater, zegt het RIVM.

    Ook in het watersysteem de Andelse Maas is sprake van overschrijding van de normen. Het RIVM meldt dat in het water verschillende stoffen worden gevonden, waaronder bestrijdingsmiddelen en antibiotica, maar ook andere niet rechtstreeks aan de landbouw te relateren hormoonverstorende stoffen, geneesmiddelen of röntgencontrastmiddelen.

    Spuitvrije zones zorgen ervoor dat de belasting minder wordt, “maar water met bestrijdingsmiddelen van het naastgelegen perceel kan toch via deze zones naar het oppervlaktewater draineren”, zo staat in het rapport.

    Het RIVM constateert dat bij alle locaties in Nederland waar oppervlaktewater gewonnen wordt voor drinkwater de kwaliteit onder druk staat door klimaatverandering.

    Er zijn aanpassingen in het watersysteem nodig en betere waterzuiveringen om het water geschikt te houden of te maken voor drinkwater.

    Vanwege klimaatverandering zal er sprake zijn van langere droge perioden. Dat heeft vooral effect op de kwaliteit van het rivierwater, waar de invloed van lozingen groter wordt naarmate minder water door de rivier gaat. Het RIVM oppert om het toelatingsbeleid van verschillende stoffen aan te passen.

    Bron: Jan Braakman in Boerderij, 18 mrt 2014
    http://www.boerderij.nl/Akkerbouw/Nieuws/2014/3/Zorg-over-effect-bollenteelt-op-water-1484046W/?cmpid=SOC%7CTwitter%7CBoerderijVandaag

  • Thousands of ducks starving to death all over the Great Lakes

    The Niagara River corridor from Lake Erie to Lake Ontario is renowned as a spectacular winter haven for hundreds of thousands of water birds. But this year’s bitterly cold season has made it notable for something else: dead ducks. Biologists say carcasses began piling up by the hundreds in early January after the plunging temperatures started icing over nearly the entire Great Lakes, preventing the ducks from getting to the minnows that are their main source of food. Necropsies on dozens of birds have confirmed the cause: starvation. “All have empty stomachs. They’re half the weight they should be,” said Connie Adams, a biologist in the state Department of Environmental Conservation’s Buffalo office who has personally seen 950 dead birds. “This is unprecedented. Biologists who’ve worked here for 35 years have never seen anything like this,” she said. “We’ve seen a decline in tens of thousands in our weekly waterfowl counts.”

    The Niagara River corridor from Lake Erie to Lake Ontario is renowned as a spectacular winter haven for hundreds of thousands of water birds. But this year’s bitterly cold season has made it notable for something else: dead ducks. Biologists say carcasses began piling up by the hundreds in early January after the plunging temperatures started icing over nearly the entire Great Lakes, preventing the ducks from getting to the minnows that are their main source of food. Necropsies on dozens of birds have confirmed the cause: starvation. “All have empty stomachs. They’re half the weight they should be,” said Connie Adams, a biologist in the state Department of Environmental Conservation’s Buffalo office who has personally seen 950 dead birds. “This is unprecedented. Biologists who’ve worked here for 35 years have never seen anything like this,” she said. “We’ve seen a decline in tens of thousands in our weekly waterfowl counts.”

    It’s a phenomenon that has been seen elsewhere along the Great Lakes, with news reports of diving ducks and other waterfowl turning up dead by the hundreds along the southern part of Lake Michigan. They’ve also been found in Lake St. Clair between Lakes Erie and Huron.

    “It’s a hard winter for ducks, like everything else,” said Russ Mason, wildlife director with the Michigan Department of Natural Resources.

    Necropsies and toxicity analyses showed many of the Michigan ducks were subsisting on invasive zebra mussels, which caused the birds to have potentially toxic levels of selenium in their bodies, Mason said. Zebra mussels filter toxins from the water and pass them up the food chain.

    Most of the dead ducks seen in the upstate New York are red-breasted mergansers, which breed in northern Canada and Alaska and come south for the winter to the Great Lakes region. In most years, there are periods of freezing and thawing, providing enough breaks in the ice for them to dive for minnows.

    But this winter, it’s been so bitterly cold for so long that the ice had pushed across 92.2 per cent of the Great Lakes’ surface area earlier this month, according to federal monitors, just short of the record 94.7 per cent set in 1979.

    Biologists say the Niagara River also has ice extending up to 100 yards off shore, creating a shelf where minnows and shiners can hide.

    There is evidence some waterfowl gave up and tried to fly farther south but were too weak to do so. Dead birds have been seen along shorelines, on docks and on the ice, their carcasses feasted upon by gulls and bald eagles.

    Two weeks ago, Adams said, there were 240,000 water birds in her area’s weekly count. Last week, there were 43,000. It’s unknown how many birds – which also included such species as scaup, canvasbacks and grebes – migrated elsewhere and how many died.

    At the DEC’s Wildlife Health Unit near Albany, biologist Joe Okoniewski has refrigerators stuffed with bags of red-breasted mergansers sent by wildlife biologists on Lakes Erie and Ontario. The diving ducks are black and white with a rusty speckled breast, orange bill and an iridescent green head with a shaggy crest on the back.

    “The skin is stuck tight to the body wall because there’s no layer of fat underneath,” Okoniewski said, running a scalpel along the breastbone of a dead merganser. The gizzard and intestine were empty, except for a few normal parasites.

    “I’ve seen a couple with stomachs full of feathers and feathers all the way down through their intestines,” Okoniewski said. “They’re desperate for anything to eat. It’s really sad.”

    Unlike mallard or black ducks, mergansers won’t eat bread or other food people may offer. They only eat live fish.

    While the bird deaths are a natural event that can be documented but not changed, wildlife rehabilitators are trying to save birds that people find near death in snowbanks and parking lots.

    “We’ve had over 160 since the beginning of January,” said Dawn Mazierski, a wildlife technician at the Erie County SPCA in Tonawanda. “We have to tube-feed them a liquid diet three to four times a day until they’re strong enough to eat on their own.”

    The birds, which spend all their time on water, can hardly walk, and often their natural waterproofing is damaged by dirt or road salt so they can’t swim either. “They soak up water like a sponge and sink,” Mazierski said.

    So the birds rest in a quiet room on net hammocks called loon beds, preening their feathers back to condition. When they’re ready, they go into tubs of water stocked with minnows donated by bait shops.

    “A merganser can eat 200 to 250 fish per day,” Mazierski said. “We go through thousands of fish a day.”

    After anywhere from three days to a couple of weeks, the birds are ready for release.

    “Once their weight has increased and they’re real spunky, and we have a decent weather day, we take them back out,” Mazierski said. “And we hope they’ll find enough food to bulk up for their flight north in spring.

    Source: Global News, March 17, 2014

    Thousands of dead ducks appearing all over the Great Lakes

  • Het Ministerie van Landbouw van Frankrijk heeft de teelt van Monsanto’s genetisch gemodificeerde maïsras MON 810 verboden

    Het Ministerie van Landbouw van Frankrijk heeft de teelt van Monsanto’s genetisch gemodificeerde maïsras MON 810 verboden

    Het Ministerie van Landbouw van Frankrijk heeft zaterdag de verkoop, het gebruik en de teelt van Monsanto’s genetisch gemodificeerde maïsras MON 810 verboden. De ban komt vlak voordat het plantseizoen begint. MON 810 is nochtans de enige insectresistente maïs die is toegelaten in de EU, maar Frankrijk wil er niets van weten. Zij wijzen op de aanzienlijke milieurisico’s van genetisch gemodificeerde gewassen. De huidige socialistische regering van François Hollande, ondersteunt het verzet tegen gmo-gewassen in licht van het publieke wantrouwen en protesten van milieuactivisten en boeren. Het decreet komt precies op tijd om te voorkomen dat boeren de maïs zaaien voordat het wetsvoorstel op 10 april wordt besproken. Hierin wordt een gepoogd de aanplant van genetisch gemodificeerde gewassen permanent te verbieden.

    Het Ministerie van Landbouw van Frankrijk heeft zaterdag de verkoop, het gebruik en de teelt van Monsanto’s genetisch gemodificeerde maïsras MON 810 verboden. De ban komt vlak voordat het plantseizoen begint. MON 810 is nochtans de enige insectresistente maïs die is toegelaten in de EU, maar Frankrijk wil er niets van weten. Zij wijzen op de aanzienlijke milieurisico’s van genetisch gemodificeerde gewassen. De huidige socialistische regering van François Hollande, ondersteunt het verzet tegen gmo-gewassen in licht van het publieke wantrouwen en protesten van milieuactivisten en boeren. Het decreet komt precies op tijd om te voorkomen dat boeren de maïs zaaien voordat het wetsvoorstel op 10 april wordt besproken. Hierin wordt een gepoogd de aanplant van genetisch gemodificeerde gewassen permanent te verbieden.

    Bron: Boerenbusiness, 17-03-2014
    http://www.boerenbusiness.nl/granenmarkt/artikel/item/10846550/Frankrijk-verbiedt-GMO-mais-MON-810