Auteur: Henk Tennekes

  • The endangered Great Indian Bustard bird walks to its doom

    The endangered Great Indian Bustard bird walks to its doom

    The Great Indian Bustard (Ardeotis nigriceps) is in deep trouble, and nearing the end of its days. Today its population, in just three Indian states and a handful in Pakistan, is estimated at about 200 to 300. Experts put the number lower, at around 150. This makes the GIB, as it is sometimes referred to, one of the rarest birds in the world. “Population estimates… suggest that the species has undergone a decline equivalent to around 82 per cent over 47 years,” says BirdLife International, a non-profit group. The great Indian bustard is omnivorous. Apparently, insects, consisting mainly of Orthoptera, but also beetles, particularly Mylabris sp. are preferred in the diet. Alternatively, they will take grass seeds, berries (largely of the genera Ziziphus and Eruca), rodents and reptiles (in Rajasthan they are known to take Uromastyx hardwickii. In cultivated areas, they feed on crops such as exposed groundnut, millets and pods of legumes.

    The Great Indian Bustard (Ardeotis nigriceps) is in deep trouble, and nearing the end of its days. Today its population, in just three Indian states and a handful in Pakistan, is estimated at about 200 to 300. Experts put the number lower, at around 150. This makes the GIB, as it is sometimes referred to, one of the rarest birds in the world. “Population estimates… suggest that the species has undergone a decline equivalent to around 82 per cent over 47 years,” says BirdLife International, a non-profit group. The great Indian bustard is omnivorous. Apparently, insects, consisting mainly of Orthoptera, but also beetles, particularly Mylabris sp. are preferred in the diet. Alternatively, they will take grass seeds, berries (largely of the genera Ziziphus and Eruca), rodents and reptiles (in Rajasthan they are known to take Uromastyx hardwickii. In cultivated areas, they feed on crops such as exposed groundnut, millets and pods of legumes.

    Source: The Straits Times, 1 December 2015
    http://www.straitstimes.com/asia/se-asia/while-people-argue-a-bird-walks-to-its-doom

  • Lesser florican population drastically declining in grasslands of Ajmer

    Lesser florican population drastically declining in grasslands of Ajmer

    The Kharmore or lesser florican (Sypheotides indicus) population in the Sonkhaliya grasslands of Ajmer are drastically declining, conservationists have warned. Over the past three years the number of the bustard sightings has come down from 400 to 100 in Rajasthan alone, indicating long-term population decline. According to the forest department records, the highest Kharmore count was recorded in 2012 (around 400), but their numbers of started falling steadily thereafter. Over 300 Kharmores were spotted in 2013, while over 200 were sighted in 2014. This year around 100 have been sighted post the breeding season. Lesser florican, endemic to India and some parts of Pakistan and Nepal, is listed as an endangered species in the International Union for Conservation of Nature (IUCN) Red List, 2011, and under the Schedule I of Wildlife (Protection) Act, 1972. Lesser floricans feed on a wide variety of small vertebrates and invertebrates which include worms, centipedes, lizards, frogs and insects such as locusts, flying ants and hairy caterpillars. They are also known to feed on shoots and seeds, herbs and berries.

    The Kharmore or lesser florican (Sypheotides indicus) population in the Sonkhaliya grasslands of Ajmer are drastically declining, conservationists have warned. Over the past three years the number of the bustard sightings has come down from 400 to 100 in Rajasthan alone, indicating long-term population decline. According to the forest department records, the highest Kharmore count was recorded in 2012 (around 400), but their numbers of started falling steadily thereafter. Over 300 Kharmores were spotted in 2013, while over 200 were sighted in 2014. This year around 100 have been sighted post the breeding season. Lesser florican, endemic to India and some parts of Pakistan and Nepal, is listed as an endangered species in the International Union for Conservation of Nature (IUCN) Red List, 2011, and under the Schedule I of Wildlife (Protection) Act, 1972. Lesser floricans feed on a wide variety of small vertebrates and invertebrates which include worms, centipedes, lizards, frogs and insects such as locusts, flying ants and hairy caterpillars. They are also known to feed on shoots and seeds, herbs and berries.

    Sources: Hindustan Times, 30 November 2015
    http://www.hindustantimes.com/jaipur/lesser-florican-population-drastically-declining-in-grasslands-of-ajmer/story-PChAmVOOOmuU41cV89vdQJ.html
    Wikipedia
    https://en.wikipedia.org/wiki/Lesser_florican

  • Danish biodiversity in decline – 28% of known species are placed on the red list

    Danish biodiversity in decline – 28% of known species are placed on the red list

    The prevalence of several well-known Danish plants and animal species has decreased, reports the national monitoring program Novana. According to the Environment and Food Ministry, wading birds such as the meadow bird and the ruff are among the most threatened bird species in Denmark, and the golden plover has almost completely disappeared. “Approximately 28 percent of the known Danish species are endangered and placed on the red list,” stated Eva Kjer Hansen, the environment and food minister.

    The prevalence of several well-known Danish plants and animal species has decreased, reports the national monitoring program Novana. According to the Environment and Food Ministry, wading birds such as the meadow bird and the ruff are among the most threatened bird species in Denmark, and the golden plover has almost completely disappeared. “Approximately 28 percent of the known Danish species are endangered and placed on the red list,” stated Eva Kjer Hansen, the environment and food minister.

    Source: On Line Post, December 2015
    http://cphpost.dk/news/danish-biodiversity-in-decline.html

  • Blootstelling van jonge kinderen aan organofosfaten kan de longfunctie verminderen

    Blootstelling van jonge kinderen aan organofosfaten kan de longfunctie verminderen

    Een veelvoorkomende pesticide zou een schadelijk effect hebben op de longen van jonge kinderen. Dat stellen onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Thorax. Er lijkt een verband te bestaan tussen kinderen die op jonge leeftijd worden blootgesteld aan organofosforverbinding, een veelvoorkomend type pesticide, en een verminderde longfunctie bij kinderen. Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van Rachel Raanan, van de Universiteit van Californië in Berkeley. De Amerikaanse wetenschappers hebben een langdurig onderzoek gedaan, waarbij ze een groep van ruim tweehonderd kinderen vanaf de geboorte in de gaten hebben gehouden. Veel van de kinderen groeiden op in het platteland en werden vermoedelijk blootgesteld aan de pesticiden. De kinderen werden getest op de leeftijden vijf maanden, 1 jaar, 2 jaar, 3,5 jaar en 5 jaar oud. Op 7-jarige leeftijd kregen de kinderen een longtest. Ze kwamen tot de conclusie dat de longfunctie minder was bij kinderen die hogere concentraties organofosforverbinding in hun urine hadden.

    Een veelvoorkomende pesticide zou een schadelijk effect hebben op de longen van jonge kinderen. Dat stellen onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Thorax. Er lijkt een verband te bestaan tussen kinderen die op jonge leeftijd worden blootgesteld aan organofosforverbinding, een veelvoorkomend type pesticide, en een verminderde longfunctie bij kinderen. Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van Rachel Raanan, van de Universiteit van Californië in Berkeley. De Amerikaanse wetenschappers hebben een langdurig onderzoek gedaan, waarbij ze een groep van ruim tweehonderd kinderen vanaf de geboorte in de gaten hebben gehouden. Veel van de kinderen groeiden op in het platteland en werden vermoedelijk blootgesteld aan de pesticiden. De kinderen werden getest op de leeftijden vijf maanden, 1 jaar, 2 jaar, 3,5 jaar en 5 jaar oud. Op 7-jarige leeftijd kregen de kinderen een longtest. Ze kwamen tot de conclusie dat de longfunctie minder was bij kinderen die hogere concentraties organofosforverbinding in hun urine hadden.

    Bron: NU.nl, 05-12-15
    http://www.nu.nl/gezondheid/4176930/verband-tussen-gebruik-pesticide-en-verminderde-longfunctie-bij-kinderen.html

  • Claudia Külling en Henk Tennekes ontvouwen in Wageningen het Deltaplan Agro-Ecologie om een einde te maken aan de allesverwoestende industriële landbouw

    Claudia Külling en Henk Tennekes ontvouwen in Wageningen het Deltaplan Agro-Ecologie om een einde te maken aan de allesverwoestende industriële landbouw

    Hoe zien we gewassen? Als biomechanische machines (‘dom en lui’) waar we weinig aan hebben zonder bemesting en andere industriële technieken? Of als ecosysteem organismen (‘slim en actief’) die precies weten wat ze doen zolang de omstandigheden maar gezond zijn? De ene benadering richt zich op fysisch-chemische materiaalstromen en onderzoekt een zo efficiënt mogelijk gebruik van grond- en hulpstoffen. De andere gaat uit van kringlopen van levend materiaal, die onlosmakelijk verbonden zijn met de natuurlijke leefomgeving en de bodem als basis. Wat zijn de gevolgen van deze vaak tegengestelde benaderingen voor onze landbouw, voeding en gezondheid? Op 4 december 2015 vond bij het NIOO in Wageningen een symposium plaats, georganiseerd door Down2Earth, dat dieper inging op deze vragen en dat een uitwisseling aanmoedigde tussen de twee benaderingen. Op het symposium waren een aantal prominente sprekers te horen, onder wie hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering aan de UU Herman Wijffels. NIOO-directeur Louise Vet was dagvoorzitter. Claudia Külling en Henk Tennekes ontvouwden een Deltaplan Agro-Ecologie om een einde te maken de industriële landbouw die na de Tweede Wereldoorlog overbemesting, bodemdegradatie, milieuverontreiniging met bestrijdingsmiddelen, een ontstellend verlies van biodiversiteit, en een explosieve toename van neurologische afwijkingen bij jonge kinderen in Nederland heeft veroorzaakt.

    Hoe zien we gewassen? Als biomechanische machines (‘dom en lui’) waar we weinig aan hebben zonder bemesting en andere industriële technieken? Of als ecosysteem organismen (‘slim en actief’) die precies weten wat ze doen zolang de omstandigheden maar gezond zijn? De ene benadering richt zich op fysisch-chemische materiaalstromen en onderzoekt een zo efficiënt mogelijk gebruik van grond- en hulpstoffen. De andere gaat uit van kringlopen van levend materiaal, die onlosmakelijk verbonden zijn met de natuurlijke leefomgeving en de bodem als basis. Wat zijn de gevolgen van deze vaak tegengestelde benaderingen voor onze landbouw, voeding en gezondheid? Op 4 december 2015 vond bij het NIOO in Wageningen een symposium plaats, georganiseerd door Down2Earth, dat dieper inging op deze vragen en dat een uitwisseling aanmoedigde tussen de twee benaderingen. Op het symposium waren een aantal prominente sprekers te horen, onder wie hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering aan de UU Herman Wijffels. NIOO-directeur Louise Vet was dagvoorzitter. Claudia Külling en Henk Tennekes ontvouwden een Deltaplan Agro-Ecologie om een einde te maken de industriële landbouw die na de Tweede Wereldoorlog overbemesting, bodemdegradatie, milieuverontreiniging met bestrijdingsmiddelen, een ontstellend verlies van biodiversiteit, en een explosieve toename van neurologische afwijkingen bij jonge kinderen in Nederland heeft veroorzaakt.

  • Het Ctgb laat een bestrijdingsmiddel met kankerverwekkende eigenschappen toe in de Nederlandse land- en tuinbouw

    Het Ctgb laat een bestrijdingsmiddel met kankerverwekkende eigenschappen toe in de Nederlandse land- en tuinbouw

    Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft tijdens de collegevergadering van 25 november besloten tot nieuwe toelatingen van Roundup met glyfosaat als werkzaam bestanddeel: Roundup Record wordt toegelaten als onkruidbestrijdingsmiddel of doodspuitmiddel in de teelt van akkerbouwgewassen, cultuurgrasland, fruitgewassen, groenteteelt, kruidenteelt, sierteeltgewassen, openbaar groen, bosbouw, aardappelen, suikerbiet, wintertarwe, wintergerst, zomertarwe, zomergerst, haver, peulvruchten, mosterd, lijnzaad, koolzaad, appel, peer, kers, pruim (onbedekte teelt), wijndruif (ouder dan 4 jaar), koolraap, knolraap, uien, bosuien, asperge, prei, bosbouw, tijdelijk onbeteeld terrein, open verhardingen en onverhard terrein. Roundup Optima wordt toegelaten als onkruidbestrijdingsmiddel in sierbeplanting, moestuinen, gazons, open verhardingen (grind, schelpen, grasbetontegels, etc.) en onverharde terreinen en als middel voor de behandeling van (stobben van afgezaagde) bomen en struiken.

    Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft tijdens de collegevergadering van 25 november besloten tot nieuwe toelatingen van Roundup met glyfosaat als werkzaam bestanddeel: Roundup Record wordt toegelaten als onkruidbestrijdingsmiddel of doodspuitmiddel in de teelt van akkerbouwgewassen, cultuurgrasland, fruitgewassen, groenteteelt, kruidenteelt, sierteeltgewassen, openbaar groen, bosbouw, aardappelen, suikerbiet, wintertarwe, wintergerst, zomertarwe, zomergerst, haver, peulvruchten, mosterd, lijnzaad, koolzaad, appel, peer, kers, pruim (onbedekte teelt), wijndruif (ouder dan 4 jaar), koolraap, knolraap, uien, bosuien, asperge, prei, bosbouw, tijdelijk onbeteeld terrein, open verhardingen en onverhard terrein. Roundup Optima wordt toegelaten als onkruidbestrijdingsmiddel in sierbeplanting, moestuinen, gazons, open verhardingen (grind, schelpen, grasbetontegels, etc.) en onverharde terreinen en als middel voor de behandeling van (stobben van afgezaagde) bomen en struiken.

    Bron: Agri-Holland Nieuws, 26-11-15
    http://www.agriholland.nl/nieuws/artikel.html?id=175908

  • Zeldzame Overijsselse vlinders in natuurgebieden in gevaar

    Zeldzame Overijsselse vlinders in natuurgebieden in gevaar

    Het voortbestaan van verschillende vlinders in natuurgebieden in Overijssel staat op het spel. Dat zegt de Vlinderstichting. Het gaat om zogeheten Natura-2000-gebieden; natuurgebieden met zeldzame diersoorten. Dat komt vooral door te veel stikstof, maar volgens het Wereld Natuur Fonds (WNF) zullen de plannen om dat terug te dringen niet veel helpen. In 2032 moet het Programma Aanpak Stikstof afgerond zijn, maar het WNF voorspelt dat “een forse extra inzet nodig zal zijn om de voor de natuur vereiste daling van stikstofdepositie te halen”. Stikstof is belangrijk voor de bevruchting van landbouwgrond en wordt dan ook vooral door de landbouw uitgestoten. Door te veel stikstof in de lucht gaan grassen veel harder groeien en verdringen ze planten waar vlinders als het Heideblauwtje, de Heivlinder en Bruine Vuurvlinder afhankelijk van zijn. “Kale en dus warmere plekken raken helemaal overgroeid”, vertelt Kars Veling van de Vlinderstichting. “Veel vlinders hebben juist meer open stukken nodig om zich goed te kunnen voortplanten.”
    Ook vogels zijn in gevaar. Volgens voorlichter van Sovon Vogelonderzoek gaat het in Overijssel om de Korhoen, Nachtzwaluw en Boomleeuwerik. Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden waar zeldzame diersoorten voorkomen. Overijssel heeft 24 Natura-2000-gebieden die beschermd worden om verdere achteruitgang te voorkomen.

    Het voortbestaan van verschillende vlinders in natuurgebieden in Overijssel staat op het spel. Dat zegt de Vlinderstichting. Het gaat om zogeheten Natura-2000-gebieden; natuurgebieden met zeldzame diersoorten. Dat komt vooral door te veel stikstof, maar volgens het Wereld Natuur Fonds (WNF) zullen de plannen om dat terug te dringen niet veel helpen. In 2032 moet het Programma Aanpak Stikstof afgerond zijn, maar het WNF voorspelt dat “een forse extra inzet nodig zal zijn om de voor de natuur vereiste daling van stikstofdepositie te halen”. Stikstof is belangrijk voor de bevruchting van landbouwgrond en wordt dan ook vooral door de landbouw uitgestoten. Door te veel stikstof in de lucht gaan grassen veel harder groeien en verdringen ze planten waar vlinders als het Heideblauwtje, de Heivlinder en Bruine Vuurvlinder afhankelijk van zijn. “Kale en dus warmere plekken raken helemaal overgroeid”, vertelt Kars Veling van de Vlinderstichting. “Veel vlinders hebben juist meer open stukken nodig om zich goed te kunnen voortplanten.”
    Ook vogels zijn in gevaar. Volgens voorlichter van Sovon Vogelonderzoek gaat het in Overijssel om de Korhoen, Nachtzwaluw en Boomleeuwerik. Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden waar zeldzame diersoorten voorkomen. Overijssel heeft 24 Natura-2000-gebieden die beschermd worden om verdere achteruitgang te voorkomen.

    Bron: RTV Oost, 2-11-15
    http://www.rtvoost.nl/nieuws/default.aspx?nid=230112&_ga=1.4482163.152447004.1448810014

  • Grijze roodstaartpapegaai met uitsterven bedreigd in Ghana

    Grijze roodstaartpapegaai met uitsterven bedreigd in Ghana

    In Ghana dreigt de grijze roodstaartpapegaai (Psittacus erithacus) binnen een paar jaar uit te sterven. De populatie papegaaien die in het land in het wild leven is sinds 1992 met 90 tot zelfs 99% afgenomen. Dat blijkt uit recent onderzoek van de Manchester Metropolitan University in het wetenschappelijke tijdschrift Ibis. De wetenschappers voerden tellingen uit in 42 afgebakende gebieden van 100 vierkante kilometer in de bossen van Ghana. Ze vergeleken de onderzoeksresultaten met de tellingen die in 1992 werden gedaan. De verschillen zijn enorm. In bepaalde stukken bos werden nog maar 18 papegaaien geteld. 23 jaar geleden werden nog tussen de 700 en 1200 dieren waargenomen.

    In Ghana dreigt de grijze roodstaartpapegaai (Psittacus erithacus) binnen een paar jaar uit te sterven. De populatie papegaaien die in het land in het wild leven is sinds 1992 met 90 tot zelfs 99% afgenomen. Dat blijkt uit recent onderzoek van de Manchester Metropolitan University in het wetenschappelijke tijdschrift Ibis. De wetenschappers voerden tellingen uit in 42 afgebakende gebieden van 100 vierkante kilometer in de bossen van Ghana. Ze vergeleken de onderzoeksresultaten met de tellingen die in 1992 werden gedaan. De verschillen zijn enorm. In bepaalde stukken bos werden nog maar 18 papegaaien geteld. 23 jaar geleden werden nog tussen de 700 en 1200 dieren waargenomen.

    Onderzoeker Nigel Collar zegt op nieuwssite New Scientist:
    “Het was shockerend. Het is moeilijk om te bepalen wat we hieraan kunnen doen.”
    Om de mogelijke oorzaken van de dramatische achteruitgang van de populatie te achterhalen ondervroegen de onderzoekers de lokale bevolking.
    Volgens de meeste ondervraagden (41%) is houtkap de grootste bedreiging voor de grijze roodstaartpapegaaien. Maar ook ligt er volgens veel mensen (37%) een grote verantwoordelijkheid bij de handelaren in deze dieren. De vogel staat als “gevoelig” genoteerd op de Rode Lijst van de IUCN.
    Grijze roodstaartpapegaaien komen alleen voor in Centraal-Afrika en zijn helaas nog steeds erg populair als huisdier.
    Bron: Nu.nl ©PiepVandaag.nl

  • The relationship between the decline of common and widespread British butterflies and the increasing use of neonicotinoid pesticides on arable crops

    The relationship between the decline of common and widespread British butterflies and the increasing use of neonicotinoid pesticides on arable crops

    There has been widespread concern that neonicotinoid pesticides may be adversely impacting wild and managed bees for some years, but recently attention has shifted to examining broader effects they may be having on biodiversity. For example in the Netherlands, declines in insectivorous birds are positively associated with levels of neonicotinoid pollution in surface water. In England, the total abundance of widespread butterfly species declined by 58% on farmed land between 2000 and 2009 despite both a doubling in conservation spending in the UK, and predictions that climate change should benefit most species. Here we build models of the UK population indices from 1985 to 2012 for 17 widespread butterfly species that commonly occur at farmland sites. Of the factors we tested, three correlated significantly with butterfly populations. Summer temperature and the index for a species the previous year are both positively associated with butterfly indices.

    There has been widespread concern that neonicotinoid pesticides may be adversely impacting wild and managed bees for some years, but recently attention has shifted to examining broader effects they may be having on biodiversity. For example in the Netherlands, declines in insectivorous birds are positively associated with levels of neonicotinoid pollution in surface water. In England, the total abundance of widespread butterfly species declined by 58% on farmed land between 2000 and 2009 despite both a doubling in conservation spending in the UK, and predictions that climate change should benefit most species. Here we build models of the UK population indices from 1985 to 2012 for 17 widespread butterfly species that commonly occur at farmland sites. Of the factors we tested, three correlated significantly with butterfly populations. Summer temperature and the index for a species the previous year are both positively associated with butterfly indices.

    By contrast, the number of hectares of farmland where neonicotinoid pesticides are used is negatively associated with butterfly indices. Indices for 15 of the 17 species show negative associations with neonicotinoid usage.

    The declines in butterflies have largely occurred in England, where neonicotinoid usage is at its highest.

    In Scotland, where neonicotinoid usage is comparatively low, butterfly numbers are stable.

    Further research is needed urgently to show whether there is a causal link between neonicotinoid usage and the decline of widespread butterflies or whether it simply represents a proxy for other environmental factors associated with intensive agriculture.

    Source:
    Gilburn et al. (2015), PeerJ, DOI 10.7717/peerj.1402

  • Wetenschapsjournalist Rypke Zeilmaker: ‘Planbureau voor de Leefomgeving manipuleert Nederlandse natuurstatistieken’

    Wetenschapsjournalist Rypke Zeilmaker: ‘Planbureau voor de Leefomgeving manipuleert Nederlandse natuurstatistieken’

    Het planbureau voor de leefomgeving (PBL) manipuleert natuurstatistieken zodat het lijkt alsof het natuurbeleid in Nederland aanslaat. Dat schrijft wetenschapsjournalist Rypke Zeilmaker donderdag in Elsevier. Het PBL is het nationale instituut voor strategische beleidsanalyses op het gebied van milieu, natuur en ruimte. Het is organisatorisch onderdeel van het ministerie van Infrastructuur en Milieu maar verricht volgens de eigen missie ‘onafhankelijk en wetenschappelijk gefundeerd’ onderzoek. Zeilmaker richt zich op een biodiversiteitsmeter van het PBL die veel wordt aangehaald door beleidsmakers en natuurorganisaties. Volgens de gegevens van het PBL zou de afgelopen drie eeuwen in Nederland 85 procent van de biodiversiteit zijn verdwenen, om zich vanaf 1990 iets te herstellen. Zeilmaker – die de onderliggende gegevens van het PBL verkreeg door aanspraak te doen op de Wet Openbaarheid Bestuur – concludeert onder meer dat stadsnatuur en waternatuur niet worden meegenomen in de statistieken van het PBL, waardoor een onvolledig beeld van de Nederlandse natuur ontstaat. Ook stelt hij dat het PBL een verkeerde historische voorstelling geeft van de ontwikkeling van het landbouwareaal in Nederland. Keimpe Wieringa, sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het PBL, spreekt van ‘onheuse aantijgingen’.


    Volgens Wieringa is de bekritiseerde grafiek slechts één indicator van de biodiversiteit in Nederland en claimt het PBL ook niet dat die de volledige stand van de biodiversiteit zou weergeven. ‘Vergelijk het met de economie. Dan heb je indicatoren als werkgelegenheid, handelsbalans, noem maar op. Het klopt dat wij stadsnatuur en waternatuur in de bekritiseerde indicator niet meenemen, want daar hebben we andere indicatoren voor. Het beeld van een recent herstel van de biodiversiteit in Nederland wordt breed gedeeld, onder andere door het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Europese Milieuagentschap.’

    Ook de beschuldiging dat het PBL de historische landbouwgegevens van Nederland zou manipuleren, werpt Wieringa van zich af. ‘Bij het maken van een indicator over de ontwikkeling van biodiversiteit moeten we natuurlijk allerlei aannames maken, bijvoorbeeld over hoe de natuur in Nederland er een paar eeuwen geleden voorstond. Daar kun je over discussiëren. We zijn hierin transparant en we gebruiken de best beschikbare data en methoden.’

    Bron: De Volkskrant, 26-11-2015
    http://www.volkskrant.nl/wetenschap/-planbureau-manipuleert-nederlandse-natuurstatistieken~a4195553/