Het jaar opende meteen met het grote plaatje: een update van het Compendium voor de Leefomgeving liet zien dat boerenlandvogels sinds het begin van de twintigste eeuw met circa 85 procent zijn afgenomen. Niet sinds 1990, zoals de meeste cijfers in dit jaaroverzicht – sinds 1900. Een eeuw aan neergang in één getal.
Voor insecten was 2025 al even somber. Het CBS meldde dat de Nederlandse vlinderstand voor het tiende jaar op rij daalde en het laagste niveau ooit bereikte, en voor het derde jaar op rij overleed meer dan een vijfde van de honingbijenvolken de winter niet. Een positiever geluid kwam van het burgerwetenschapsproject ‘Meet de Mees’, dat de koolmees inzet als levend meetinstrument voor bestrijdingsmiddelen in de leefomgeving – een nieuwe, laagdrempelige manier om de vinger aan de pols te houden.
Juridisch leek 2025 het jaar waarin een aantal knopen definitief werden doorgehakt – niet altijd in dezelfde richting. Het Franse hooggerechtshof blokkeerde de herinvoering van het insecticide acetamipride, terwijl het Nederlandse College van Beroep voor het bedrijfsleven de toelating van glyfosaat en cypermethrin definitief in stand hield – een uitspraak waartegen geen hoger beroep meer mogelijk is. Roemeënië liet ondertussen zien hoe rekbaar ’tijdelijk’ kan zijn: het land gaf voor het derde jaar op rij een noodtoelating voor een verboden neonicotinoïde.
Er was ook zelfkritiek. Na kritische vragen van het tv-programma Zembla erkende het Ctgb dat het jarenlang een voor producenten gunstige rekenmethode gebruikte, en kondigde het aan zijn kankerrisicobeoordeling aan te scherpen. Het college meldde daarnaast dat een nieuwe werkwijze de toelatingsprocedure sneller en voorspelbaarder maakt – een procesverbetering waarvan de uitkomst voor natuur en boerenlandvogels nog moet blijken. Het vlinderjaar zelf had, precies als het beleidsjaar, twee gezichten: een goed voorjaar, een tegenvallende zomer.