Uit de meest recente update van het Compendium voor de Leefomgeving (CLO) blijkt dat vogels van het open boerenland — akker- en graslandsoorten als grutto, kievit en scholekster — sinds het begin van de twintigste eeuw met circa 85 procent zijn afgenomen. Na 1960 liep de populatie met meer dan 70 procent terug, en sinds 1990 gemiddeld nog eens met twee derde. Als belangrijkste oorzaken noemt het CLO schaalvergroting en intensivering van de landbouw, ontwatering, verslechterde broed- en voedselomstandigheden en het verlies van geschikt habitat. Vogels van erven en struwelen laten een minder scherpe, maar wel langdurige daling zien, met de laatste twaalf jaar een relatief stabiel beeld.