De cijfers over de Europese boerenlandvogels bereiken in 2011 een nieuw dieptepunt. Op basis van dertig jaar monitoring in 25 landen staat de top tien van snelste dalers vol vertrouwde soorten van het Nederlandse platteland: patrijs (95% afname), grutto (60%) en veldleeuwerik (90%). Rond 1960 kwamen er nog 120 akkerplantensoorten regelmatig voor in Nederland, nu nog maar twintig – en zonder bloemen en insecten hebben boerenlandvogels simpelweg niets meer te eten in het broedseizoen. Het onderliggende conflict wordt in mei bondig samengevat: “Boer wil geld, geen grutto” – het boerenland van vroeger, arm en nat en vol akkeronkruid, is verdwenen met de vooruitgang.
Toxicoloog Henk Tennekes trekt in juni aan de bel in de Tweede Kamer: bij voortzetting van het huidige beleid zal zich in Nederland een milieuramp voltrekken, met imidacloprid-concentraties in het oppervlaktewater die op het hoogtepunt bijna 25.000 keer de veilige norm overschreden. Wanneer bijenteeltconsulent Kees van Heemert in juli in de Volkskrant schrijft dat alleen de varroamijt de bijensterfte veroorzaakt, weerspreekt Tennekes dat fel: “Het rampscenario van Rachel Carson kan werkelijkheid gaan worden” – een halve eeuw na Silent Spring dreigt de Nederlandse akker een kerkhof van de biodiversiteit te worden.
Politiek gebeurt er intussen weinig. In juli pleit de milieucommissie van het Europees Parlement voor een voorzorgsverbod op neonicotinoïden, maar het Ctgb herbeoordeelt diezelfde week 55 middelen zonder er één enkele toelating van in te trekken. In oktober volgt de definitieve domper: de landbouwcommissie van het Europees Parlement zwakt het voorstel af en schrapt, na felle lobby van de industrie, alle specifieke eisen voor pesticiden. “De landbouwcommissie zet een stap terug in de tijd die we ons niet kunnen veroorloven”, aldus GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout. Het zal nog twee jaar duren voor Europa alsnog ingrijpt.