Jaaroverzicht 2010: van 500.000 veldleeuweriken naar 25.000

Hoogleraar Frank Berendse presenteert in 2010 aan de Tweede Kamer cijfers die geen ruimte laten voor twijfel: insecticiden en fungiciden blijken de enige factoren die consistent samenhangen met het verlies aan wilde planten, loopkevers en akkervogels. De veldleeuwerik zakte van 500.000-750.000 broedparen in de jaren zeventig naar nog maar 25.000. De patrijs daalde van 37.500-47.500 paren naar 10.000. Grauwe gors en ortolaan zijn inmiddels helemaal verdwenen uit Nederland, en het paapje komt als akkervogel nauwelijks meer voor. “Die uitkomsten zijn zeer robuust”, aldus Berendse – een verdubbeling van de landbouwproductie halveert het aantal wilde plantensoorten.

Ook de grutto, het boegbeeld van het Nederlandse weidelandschap, staat er dramatisch voor: in tien jaar tijd is de populatie gehalveerd, en van de kemphaan resten nog maar 100 paartjes. In december promoveert Julia Schröder in Groningen op onderzoek dat een nog somberder beeld schetst: “fatale vergrijzing” onder de grutto’s – de lange levensduur van volwassen vogels verhult voorlopig nog hoe weinig jongen er bijkomen, maar de populatie zal onherroepelijk verder inzakken zolang dat zo blijft.

In november publiceert toxicoloog Henk Tennekes zijn boek “The Systemic Insecticides: A Disaster in the Making”, waarin hij laat zien dat imidacloprid het grootste deel van het Nederlandse oppervlaktewater heeft verontreinigd en dat het gebrek aan insecten daardoor de vogelachteruitgang verklaart. Maar in de politiek slaat de stemming de andere kant op: vlak voor kerst neemt een Kamermeerderheid van VVD, PVV en CDA een motie aan die het kabinet oproept zich in te zetten voor “een sterke landbouwsector die zich niet laat kapen door milieugoeroes”, tegen de wens van EU-landbouwcommissaris Ciolos in om natuurbeleid zwaarder te laten meewegen. Wetenschap en politiek bewegen dit jaar in tegengestelde richting.