Auteur: Henk Tennekes

  • De overheid moet een deltaplan voor de toekomst van de landbouwsector maken

    De overheid moet een deltaplan voor de toekomst van de landbouwsector maken

    De Nederlandse landbouw is de meest innovatieve van de wereld. We produceren zeer efficiënt en voorzien de wereld van hoogwaardige voedselproducten. De Nederlandse landbouwsector is echter ook ziek: veel boeren leven onder de inkomensgrens en kunnen vaak nauwelijks rondkomen. In de varkenssector verkeren veel boeren al jaren op het randje van een faillissement. Naast de problemen voor de boeren zelf is de milieu-impact van de sector groot. Die is verantwoordelijk voor 12 procent van alle Nederlandse CO2-uitstoot. De intensieve veehouderij zorgt verder voor gezondheidsschade bij Nederlanders, door de uitstoot van onder andere ammoniak en fijnstof. Schadelijke stoffen uit de landbouw bedreigen ook de natuur en biodiversiteit. Veel veevoer halen we uit Zuid-Amerika. De teelt hiervan heeft ook daar schadelijke gevolgen voor het milieu. Vaak wordt de oplossing gezocht in het verbeteren van de efficiency, maar dat draagt lang niet altijd bij aan de gewenste duurzaamheid. Integendeel. Ondanks alle efficiencymaatregelen neemt de totale uitstoot van broeikasgassen toe en gaat het inkomen van boeren alleen maar achteruit. De meest effectieve oplossing is het verminderen van het aantal dieren. De koe is een van de grootste ‘klimaatkonijnen’. Daarom moet het aantal koeien, maar ook het aantal varkens en kippen in Nederland flink omlaag. Ook zou het goed zijn als de overheid, samen met de landbouwsector, een deltaplan voor de toekomst zou maken. Een toekomst waarin boeren een goede boterham verdienen en kwaliteitsproducten maken met oog voor het dierenwelzijn en het milieu. Een toekomst ook waarin we onze hoogwaardige landbouwkennis exporteren naar landen waar die kennis nog nauwelijks aanwezig is.

    Het is zaak dat de politici die onderhandelen over het nieuwe kabinet hier werk van maken. Met name CDA en ChristenUnie aarzelen om ingrijpende maatregelen te nemen in de landbouwsector. Maar juistde boeren in hun achterban zijn gebaat bij een effectief landbouwbeleid waarin er aandacht is voor milieu én een goed verdienmodel voor boeren.

    De meerderheid van de CDA-achterban (58 procent) en de CU-achterban (63 procent) maakt zich zorgen om de klimaatverandering, blijkt uit onderzoek van het Amsterdamse marktonderzoeksbureau Motivaction. Het getuigt van goed rentmeesterschap als de onderhandelaars deze zorgen serieus nemen.

    Bron: Talitha Koek in het Reformatorisch Dagblad, 22-08-2017
    https://www.rd.nl/opinie/kleinere-veestapel-is-in-het-belang-van-de-boeren-1.1423890
    De auteur is woordvoerder landbouw bij Natuur & Milieu.

  • Pheasant survey in South Dakota shows 45 percent drop in population from ’16

    Pheasant survey in South Dakota shows 45 percent drop in population from ’16

    The South Dakota Game, Fish & Parks Department’s annual survey released Friday morning shows a 45 percent decline statewide in the number of pheasants (Phasianus colchicus) per mile compared to 2016. The results showed a statewide pheasants-per-mile index of 1.68, down from last year’s index of 3.05. This year is the second-lowest pheasants-per-mile index since 1979, slightly above 2013’s dismal preseason index of 1.52. That year, an estimated 979,000 pheasants were harvested, one of three years since 1991 that hunters in South Dakota did not harvest more than 1 million pheasants.

    From late July through mid-August, GF&P surveyed 110, 30-mile routes across the state to estimate production. Survey routes are grouped into 13 regions, based on a local city. The Mitchell region saw a 32 percent decrease from last year and is down 48 percent from the 10-year average. The Winner area is down 48 percent from 2016 and Chamberlain dropped 42 percent. Statewide, only 16 routes of the 110 surveyed showed an increase in pheasants-per-mile from 2016.

    That’s tough news for pheasant hunters, whose statewide season opens Oct. 21 and runs through Jan. 7. The three-day resident-only season on public lands is Oct. 14-16. Runia expects the decline in population to impact the number of nonresident hunters who travel to South Dakota this year. Last year, about 143,000 resident and nonresident hunters trekked across the state’s fields in search of roosters. In 2013, the last time there’s been a significantly large decrease from one year to the next, there were about 132,000 pheasant hunters in South Dakota.

    Source: The Daily Republic, August 25, 2017
    http://www.mitchellrepublic.com/news/local/4317543-pheasant-survey-shows-45-percent-drop-population-16

  • Hoe de eiercrisis het failliet van ons landbouwsysteem onthult

    Hoe de eiercrisis het failliet van ons landbouwsysteem onthult

    In volle vakantieperiode barstte de fipronilcrisis los. Een illegaal bestrijdingsmiddel tegen bloedluizen kwam via de legkippen in onze eieren en met eieren bewerkte voedingsmiddelen terecht. De oplossing van de overheid? De verantwoordelijken straffen en getroffen boeren ondersteunen. Maar deze maatregelen zijn slechts doekjes voor het bloeden. Als we chronische problemen willen voorkomen, dan is een grondige bijsturing van ons voedingssysteem nodig. De eiercrisis is opnieuw een pijnlijke landing van een landbouwsector die al jaren van crisis naar crisis hinkt. Steeds wordt op een zeer beperkte manier naar oorzaken gezocht. Vandaag een frauduleuze toeleverancier, gisteren een frauduleuze landbouwer of slachter. Morgen smeren we weer iemand anders in met pek en veren. Maar waar ligt het echte probleem?

    Wel hier: bij een falend landbouwbeleid en ontbrekend voedingsbeleid. De overheid moet zichzelf de vraag durven stellen hoe het komt dat de landbouwsector voortdurend onder vuur ligt. Zolang we blijven inzetten op een grootschalige, industriële landbouw die voornamelijk focust op de dierlijke productie en daarbij de chemische hulpmiddeltjes niet schuwt, zitten we in een straatje zonder einde. Of het nu gaat om dubieus paardenvlees, antibiotica of fipronil, het zijn precies deze dieperliggende oorzaken die moeten worden aangepakt: de grootschaligheid van de landbouwsector en het streven naar de laagst mogelijke productiekosten.

    In een kleinschalige, duurzame landbouw gestoeld op agro-ecologische principes gaat men uit van een systeembenadering. Men kijkt naar de interacties tussen planten, bodem en dieren, waarbij alle elementen uit het ecosysteem elkaar beïnvloeden. Zo kan je nuttige insecten inzetten voor het bestrijden van plagen of wilde bijen voor het bestuiven van de teelt. En concreet voor de eiercrisis? Je kan legkippen houden als vrije uitloopkippen onder boomgaarden. Doordat de kippen meer plaats hebben en kunnen rondscharrelen, verlaagt de ziektedruk en verhoogt hun immuunsysteem. Bovendien eten ze eventuele schadelijke insecten voor de fruitbomen op. Deze zogenaamde ecosysteemdiensten herstellen de band tussen natuur en landbouw en garanderen een goede opbrengst. Bestrijdingsmiddelen worden namelijk overbodig gemaakt, waardoor de totale opbrengst van het systeem verhoogt. Deze principes worden ook duidelijk ondersteund in de rapporten van VN-rapporteurs Olivier De Schutter en Hilal Elver. Vergelijk deze aanpak met de industriële landbouwvormen die verslaafd zijn aan chemische inputs en je beseft dat we te maken hebben met een chronisch zieke patiënt. Een grondige reanimatie van het systeem is nodig.

    Alleen zijn de meerderheidspartijen blind voor deze analyse. Dat maakte het debat over de crisis in het Vlaamse parlement pijnlijk duidelijk. Men koos er enkel voor om branden te blussen, en de belastingbetaler, die krijgt de rekening gepresenteerd. Never waste a good crisis. Winston Churchill wist het al. Het wordt hoog tijd dat ook onze beleidsmakers leren uit de fouten van het verleden en de toekomst van onze voeding duurzaam vormgeven. Dat is de beste, zelfs enige garantie op het vermijden van de grootschalige problemen waar we vandaag nog al te vaak mee te maken krijgen.

    Bron: Bond Beter Leefmilieu, 25-08-17
    www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/hoe-de-eiercrisis-het-failliet-van-ons-landbouwsysteem-onthult

  • De boomkikker zal uitsterven in de Achterhoek door insectenschaarste

    De boomkikker zal uitsterven in de Achterhoek door insectenschaarste

    Begin 1900 was de boomkikker (Hyla arborea) nog een algemeen voorkomende soort in ons landschap, maar door een steeds intensiever agrarisch gebruik is de kwaliteit van het leefgebied hard achteruit gegaan. In Nederland is deze soort nu zeldzaam. Versnipperde populaties komen voor in het zuiden en oosten in de provincies Limburg, Noord-Brabant, Zeeuws-Vlaanderen; de Achterhoek in Gelderland heeft de grootste populatie van het land, doorlopend in de populatie in Oost-Twente in Overijssel. Jan Stronks doet al sinds 1988 onderzoek naar de boomkikker in de Achterhoek, onder meer in opdracht van de provincie Gelderland en RAVON (Reptielen, Amfibieën, Vissen Onderzoek Nederland). Destijds waren er in de gehele Achterhoek nog negen gescheiden leefgebiedjes aan te wijzen met nog maar zo’n 200 roepende mannetjes. De grote vraag was toen of de boomkikker nog te redden was. “Eigenlijk is de belangrijkste oorzaak van de teruggang niet eens de overgang van natuur- naar cultuurlandschap geweest,” begint Stronks. De boomkikker zich heeft weten aan te passen aan het vroegere agrarische landschap. Maar in de loop van de tijd veranderde ook dit landschap door intensivering van de landbouw.

    Het voedsel van de boomkikker bestaat uit allerlei insecten, meestal tweevleugeligen of andere vliegende insecten zoals kevers en wantsen, die met de lange tong worden gevangen of worden besprongen. Vooral vliegende insecten worden gegrepen, waarschijnlijk vanwege het lenige lichaam van de boomkikker, het vermogen om zich vast te hechten na een sprong en de stevige achterpoten waarmee een relatief grote sprong kan worden gemaakt. Meestal steekt de boomkikker zijn tong naar de prooi uit en maakt hij tegelijkertijd een happende beweging met zijn bek, terwijl hij zich daarbij voorwaarts beweegt.

    Bronnen:
    Achterhoek Nieuws Berkelland, 25-08-2017
    www.achterhoeknieuwseibergenneede.nl/nieuws/algemeen/172904/biodiversiteit-in-berkelland-de-boomkikker-
    Wikipedia
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Boomkikker

  • Insektensterben muss gestoppt werden

    Insektensterben muss gestoppt werden

    Es kann keinen Zweifel mehr geben, dass das „Insektensterben“ von großer Tragweite ist, für die Landwirtschaft, für die Ökosysteme und die Biodiversität im Land, und nicht zuletzt für alle, die sich einen Frühling ohne Schmetterlinge nicht vorstellen können. Fakt ist ein Rückgang von Insekten und insektenfressenden Wirbeltieren in Deutschland. Als Hauptgrund für dieses „Verschwinden“ wird jeweils der Einsatz von systemischen Insektiziden vermutet. Diese Stoffe wirken auf das Nervensystem und somit auf den Orientierungssinn und das Verhalten von Insekten und anderen Gliedertieren. Darüber hinaus weisen diese Stoffe lange Halbwertszeiten auf – je nach Umweltbedingungen bis zu mehreren Jahren – wodurch sie im Boden wie auch im Grundwasser persistieren und wirksam bleiben.Wir setzen uns daher gegen die Wiederzulassung der drei Neonikotinoid- Insektizide Clothianidin, Imidacloprid und Thiamethoxam, die im Januar bei der EU-Kommission geprüft wurden ein. Aus Sicht zahlreicher kompetenter Wissenschaftler sind die zuvor genannten Insektizide ein wesentlicher Grund für den derzeitigen alarmierenden Rückgang vieler Insektenarten. Es wurde festgestellt, dass in Deutschland und anderen Ländern binnen weniger Jahre ein erheblicher Einbruch in den Populationen zahlreicher Insektenarten zu verzeichnen ist. Das betrifft Blüten besuchende wie auch andere Arten der verschiedensten Insektengruppen, am auffälligsten wohl die Honigbiene. Die Fluginsekten sind in NRW um bis zu 80 Prozent zurückgegangen. Dieses Sterben bedroht die natürliche Bestäubung von Nutzpflanzen und die Verbreitung seltener Wildkräuter und damit auch unsere Nahrungsgrundlage. Auch für Singvögel, Amphibien, Igel, Fledermäuse, Reptilien und viele andere Tiere ist das bedeutsam, da auch sie ihre Nahrungsquelle verlieren. Greifvögel oder Füchse, die weiter oben an der Nahrungskette stehen, sind zudem betroffen. Insekten erfüllen auch die oft unterschätzte Aufgabe, biologisches Material in Humus zu verwandeln und somit den PH-Wert des Bodenhaushaltes konstant zu halten.

    Quellen:
    Blick Aktuell, 25.08.17
    http://www.blick-aktuell.de/Berichte/Insektensterben-nimmtbedrohliche-Ausmasse-an-282809.html
    Neue Westfälische, 25.08.17
    http://www.nw.de/lokal/kreis_guetersloh/rheda_wiedenbrueck/rheda_wiedenbrueck/21895587_Insektensterben-in-Rheda-Wiedenbrueck-soll-gestoppt-werden.html

  • American Burying Beetle Close To Extinction

    American Burying Beetle Close To Extinction

    Historically, the American burying beetle (Nicrophorus americanus) was found in 35 states, including Missouri, according to Bob Merz, zoological manager for invertebrates at the St. Louis Zoo and director of the Center for Conservation of the American Burying Beetle at the zoo’s Wildcare Institute. It is a partner with the U.S. Fish and Wildlife Service, the Missouri Department of Conservation and the Nature Conservancy in beetle restoration. The last orange-and-black American burying beetle found in Missouri was collected in 1972 in Newton County. By 1989, there were only two known populations of the beetle surviving in the wild, one in Rhode Island and one in Oklahoma. At the time, it was thought that the American burying beetle had experienced “one of the most disastrous declines of an insect’s range ever to be recorded,” according to federal records. That year, it also became one of the first insects added to the federal government’s list of endangered species.

    Since that listing, subsequent surveys for the American burying beetle have turned up small but isolated populations in several Midwestern states, including Kansas, Oklahoma and Arkansas, but it is still missing across 90 percent of its former range, which once extended from Florida to Canada and from the Dakotas to Texas.

    Source: The Joplin Globe, August 17, 2017
    http://www.joplinglobe.com/news/lifestyles/is-american-burying-beetle-ready-to-solo/article_2d0758e1-9fb2-5e03-af05-4c20658b8901.html

  • New Evidence of Western Forest Decline

    New Evidence of Western Forest Decline

    In Colorado’s San Juan National Forest, between 7,000 and 10,000 feet, quaking aspen grow in glorious, shimmering groves. In mid-2004, Forest Service rangers noticed the aspen groves sickening. Trees crowns browned in patchy clusters. Their lime-green, spear-shaped leaves dropped. Aerial surveys observed a rapidly widening area of forest illness and death in the years that followed. Sudden aspen decline, or SAD, as scientists have termed the crown deterioration, spread from southwest Colorado throughout the entire western half of the state. At its peak, in 2008, 300 new square miles of forest succumbed in one year. SAD also took hold in Utah, Minnesota and Arizona, and in the Canadian provinces of Ontario, Alberta and Saskatchewan. The episode of die-offs that had begun in 2004 has since abated. But the sheer scale of the die-off, and concern that it could recur, has researchers monitoring the recovering forest.

    Source: Pulitzer Centre, August 17, 2017
    http://pulitzercenter.org/reporting/researcher-finds-new-evidence-western-forest-decline

  • In Deutschland verschwinden die Schmetterlinge

    In Deutschland verschwinden die Schmetterlinge

    Verschwinden in Deutschland die Schmetterlinge? Um diese Frage zu beantworten, wurde im Auftrag der Deutschen Wildtier Stiftung ein sogenannter Statusbericht erstellt. Demnach haben Vorkommen und Häufigkeit der Schmetterlinge in den vergangenen Jahrzehnten stark abgenommen. Außerdem gebe es Hinweise, dass die Häufigkeit nachtaktiver Schmetterlinge „um die Hälfte“ und die Anzahl der Arten um „mehr als die Hälfte“ zurückgegangen ist. Bei den Tagfaltern sei seit Mitte der 70er-Jahre die Zahl der Wiesenarten um 73 Prozent zurückgegangen.

    Nach Ansicht des Bonner Zoologen Prof. Wolfgang Wägele, Direktor des Zoologischen Forschungsmuseums Alexander Koenig, sind die Ursachen für das Verschwinden der Schmetterlingeäußerst komplex: Wägele kritisiert das „Aufräumen der Landschaft“ und die Überdüngung der Wiesen, große Stickstoffmengen aus der Massentierhaltung und aus der Luft gelangten in den Boden, Pestizide und der Siedlungsbau trügen ebenfalls zum Rückgang der Artenvielfalt bei und auch Lampen seien eine tödliche Falle für Nachtfalter.

    Pestizide machen aber nicht nur Schmetterlingen zu schaffen. Und genau das ist das Dilemma. Studien haben ergeben, dass es heute in manchen Gegenden bis zu 80 Prozent weniger Insekten gibt als vor 30 Jahren. Bienen, Hummeln, Libellen, Wespen, Fliegen, Käfer, Schmetterlinge – alle kämpfen wegen intensiver Landwirtschaft, Pflanzenschutzmitteln und Überdüngung ums Überleben. Erst kürzlich kam eine Studie heraus, die zeigt, dass es auch immer weniger Vögel gibt. Der Bestand der Kiebitze zum Beispiel soll in Deutschland zwischen 1990 und 2013 um 80 Prozent abgenommen haben. Das Braunkehlchen um 63 Prozent und die Zahl der Uferschnepfen um 61 Prozent. Ein Grund: Sie finden zu wenige Insekten zu fressen.

    Quellen:
    General Anzeiger, 21.08.17
    http://www.general-anzeiger-bonn.de/news/panorama/In-Deutschland-verschwinden-die-Schmetterlinge-article3633449.html

    Deutsche Welle, 21.08.17
    http://www.dw.com/de/das-verschwinden-der-schmetterlinge/g-40169982

  • Daling van aantal bestuivers zorgwekkend

    Daling van aantal bestuivers zorgwekkend

    Sinds de jaren ’80 neemt het aantal bijen en andere bestuivers zorgwekkend af. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de natuur. Ook de landbouwsector is sterk afhankelijk van bestuivers. Recent onderzoek in België en Noord-Frankrijk heeft aan het licht gebracht dat het lot van de provincie Limburg het sterkst verbonden is aan dat van onze bestuivers, omwille van de fruitproductie, zo meldt Natuurpunt. Kijken we naar de verschillende provincies, dan zien we dat niet elke regio even sterk afhankelijk is van bestuivers. Die verschillen zijn vooral te verklaren door de geografische concentratie van de verschillende teelten. Teelten zijn namelijk niet allemaal even afhankelijk van bestuiving. Zo zijn bestuivers in fruitboomgaarden van groter belang dan in graanvelden. Granen zijn windbestuivers en hebben geen bloembezoekende insecten nodig. Fruitsoorten zoals appel, peer, kers en aardbei zijn in zeer hoge mate afhankelijk van insecten. De berekende kwetsbaarheidsindex was dan ook het hoogst in de fruitprovincies Limburg (41 %) en Vlaams-Brabant (27 %) en het laagst in regio’s met vooral graan en suikerbiet als West-Vlaanderen (3%), Wallonië (1,5-9,5 %) en Noord-Frankrijk (1-4,5%). De economische waarde van bestuivers is enorm: in de provincie Limburg alleen gaat het over 108 miljoen euro. In heel België gaat het om 251,6 miljoen euro. Dit komt neer op 11,1% van de totale Belgische landbouwproductie.

    Bron: Internetgazet, 19-08-17
    http://www.internetgazet.be/daling-van-aantal-bestuivers-zorgwekkend.aspx

  • Thiamethoxam reduces egg development in wild bumblebee queens

    Thiamethoxam reduces egg development in wild bumblebee queens

    New research published in the journal Proceedings of the Royal Society B has found that wild bumblebee queens are less able to develop their ovaries when exposed to a common neonicotinoid pesticide. The research was conducted by Dr Gemma Baron , Professor Mark Brown of Royal Holloway, University of London and Professor Nigel Raine, (now based at the University of Guelph). The study investigated the impact of exposure to field-realistic levels of a neonicotinoid insecticide (thiamethoxam) on the feeding behaviour and ovary development of four species of bumblebee queen. Lead author, Dr Baron said, “We consistently found that neonicotinoid exposure, at levels mimicking exposure that queens could experience in agricultural landscapes, resulted in reduced ovary development in queens of all four species we tested.” She continued, “Impacts of neonicotinoid exposure on feeding behaviour were species-specific, with two out of four species eating less artificial nectar when exposed to the pesticide. These impacts are likely to reduce the success of bumblebee queens in the spring, with knock-on effects for bee populations later in the year” added Baron.

    Read more at: https://phys.org/news/2017-05-neonicotinoid-pesticide-egg-wild-bumblebee.html#jCp