Auteur: Henk Tennekes

  • Nederlandse banken weigeren de verkoop van kleding gemaakt van biologisch katoen te faciliteren

    Nederlandse banken weigeren de verkoop van kleding gemaakt van biologisch katoen te faciliteren

    Infact verkoopt kleding gemaakt van biologisch katoen. Deze zomer kreeg het bedrijf een lening van een Duitse bank. Sindsdien groeit het als kool. Toen hij zijn businessplan verzegeld en wel kreeg teruggestuurd door Trio­dosbank, ‘deed dat wel een beetje pijn’. Roland Wiechert (31) produceert met zijn bedrijf Infact kleding van louter biologische katoen, betaalt zijn personeel in India meer dan het minimumloon en is van plan om daar een school op te zetten. Hoe duurzaam kun je zijn? Maar de afwijzing sloot naadloos aan bij de queeste van Wiechert naar financiering, die bijna stukliep op de banken. ‘Ik had anderhalve ton nodig om de groei van mijn bedrijf te financieren. Voor een bank is dat peanuts. Ik heb alle Nederlandse banken gehad. Driekwart jaar ben ik ermee bezig geweest. Door ABN werd ik niet teruggebeld, Rabobank vond het bedrag te laag. De ene bank zei dat ik het bedrijf onmogelijk in mijn eentje kon runnen, de andere bank wilde niet investeren in personeel. Zo was er elke keer wel iets.’

    Infact verkoopt kleding gemaakt van biologisch katoen. Deze zomer kreeg het bedrijf een lening van een Duitse bank. Sindsdien groeit het als kool. Toen hij zijn businessplan verzegeld en wel kreeg teruggestuurd door Trio­dosbank, ‘deed dat wel een beetje pijn’. Roland Wiechert (31) produceert met zijn bedrijf Infact kleding van louter biologische katoen, betaalt zijn personeel in India meer dan het minimumloon en is van plan om daar een school op te zetten. Hoe duurzaam kun je zijn? Maar de afwijzing sloot naadloos aan bij de queeste van Wiechert naar financiering, die bijna stukliep op de banken. ‘Ik had anderhalve ton nodig om de groei van mijn bedrijf te financieren. Voor een bank is dat peanuts. Ik heb alle Nederlandse banken gehad. Driekwart jaar ben ik ermee bezig geweest. Door ABN werd ik niet teruggebeld, Rabobank vond het bedrag te laag. De ene bank zei dat ik het bedrijf onmogelijk in mijn eentje kon runnen, de andere bank wilde niet investeren in personeel. Zo was er elke keer wel iets.’

    Ondertussen had ik al orders binnen van Audi, dat ik bedrijfskleding zou leveren. Audi! Ik had geld nodig om die deal te financieren. Maar ik kreeg van de banken niets.’

    Terug naar het begin. Wiechert is een selfmade ondernemer. Een doener. ‘Ik hou van werken.’ Zonder duidelijke opleiding belandde hij jaren geleden op het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar hij het vervoer regelde voor alle Nederlandse ministers. Hij kreeg een riant salaris, maar na anderhalf jaar was de spanning er wel af. Wiechert vertrok naar Amsterdam, waar hij zijn studie voor makelaar pal voor de laatste tentamens afbrak. ‘Dat zag ik mezelf niet voor de rest van mijn leven doen.’

    Twee maanden lang sloot Wiechert zich op in zijn kamer om na te denken. Toen wist hij het: biologisch katoen. Dat zou de toekomst worden. ‘Ik heb een ticket geboekt en ben naar India gegaan. Ik had afspraken gemaakt met een aantal grote kledingbedrijven.’

    Wiechert weet dan nog nauwelijks iets van de industrie. Hij had geen winkel, geen geld, geen ervaring. Alleen een idee. Na de eerste presentatie keerde hij terug naar het hotel, overtuigd dat het niets was geworden. Amper op zijn kamer werd hij gebeld door een van de mensen die bij de presentatie aanzaten. ‘Ik nodig je uit om vanavond te gaan dineren’, zei de man aan de andere kant van de lijn. ‘Die avond reed er een verlengde Audi A8 voor’, vertelt Wiechert. ‘Een van de mannen die ik had gesproken bleek een enorme textielbaron te zijn. Hij heeft twaalf fabrieken. De helft van de kleding die in de Kalverstraat ligt, komt van hem. Maar dat wist ik allemaal niet. “Ik zie het in je zitten”, zei hij om twee uur ’s nachts. “Ik ga je groot maken.”’

    Terug in Nederland kreeg Infact gestalte. Het idee is simpel: basic kleding in effen kleuren van biologisch katoen. Dat is goed voor het milieu in India en bovendien is de kwaliteit van het katoen beter, zegt Wiechert. Hij begon met pop-upstores. ‘Leiden, Rotterdam, Den Haag, Utrecht. Ik was er zeven dagen per week mee bezig. Van de banken kreeg ik niets.’ Hij liep tegen zijn grenzen aan. ‘Ik ben geen webbouwer, maar ik moest wel een website hebben. Uiteindelijk doe je dan alles maar half.’ Daarbij: de voorraden hoopten zich op. ‘Ik had € 85.000 aan voorraad. Zoveel kan ik in mijn winkel in Haarlem onmogelijk verkopen. Dus dat was dood geld.’

    Driekwart jaar trok Wiechert aan de financiering. Tot hij in contact kwam met GLS. ‘De Duitse Triodos, maar dan een veelvoud groter.’ Eén belletje was voldoende. ‘“Wanneer heb je geld nodig”, vroeg de man aan de telefoon. “Gisteren”, antwoordde ik. “Wanneer kunnen we een afspraak maken?” vroeg hij. “Gisteren”, zei ik weer. Twee dagen later was hij hier. En in een ommezien had ik geld.’

    Deze zomer leende hij een ton. Minder dan de anderhalve ton waar Wiechert op hoopte, maar toch voelde het als een sluis die openging. ‘Zonder lening was ik wellicht doodgebloed, hoewel ik daar nooit serieus aan heb gedacht. Toen ik de lening kreeg, zei mijn vader nog: “Je moet ervan genieten.” Maar ik ben bezig. Het geld is niet voor mezelf, maar voor het pand, de voorraad en het personeel.’

    In het vierde kwartaal steeg de omzet met 500%. Wiechert levert nu met Infact kleding aan Audi, Vogue en Staatsbosbeheer. Geregeld vliegt hij naar India. ‘We hebben de hele keten in de hand. Van producent tot winkel. Daardoor kunnen we concurreren.’ Voor 2015 hoopt hij op een omzet van € 800.000 tot € 1 mln.

    Ondertussen gaat de zoektocht naar groeigeld verder. Niet bij de banken, ‘want die zijn er voor je als je ze niet meer nodig hebt’, maar bijvoorbeeld bij potentiële financiers in Dubai. Weer boekte Wiechert een ticket, dit keer naar de Emiraten, en maakte afspraken met investeerders. ‘Ik stond al met mijn bagage op Schiphol, maar uiteindelijk ben ik niet gegaan: het voelde toch niet goed.’

    Bron: Financieel Dagblad, 17-1-15
    http://fd.nl/fd-outlook/1088687/twee-maanden-heb-ik-nagedacht-toen-wist-ik-het-en-boekte-een-ticket-naar-india

  • Henk Tennekes in Boerderij Vandaag over het conflict tussen wetenschap en industrie over neonicotinoïden

    Henk Tennekes in Boerderij Vandaag over het conflict tussen wetenschap en industrie over neonicotinoïden

    Bedrijven in de branche van gewasbeschermingsmiddelen maken hun omzet met een beperkt aantal producten. Het is daarom niet verwonderlijk dat producenten de marktpositie van succesvolle producten verdedigen. In de landbouw worden insecticiden toegepast om plaaginsecten te bestrijden. Nuttige insecten zoals bijen en vlinders mogen daarbij geen schade oplopen. Resten van het bestrijdingsmiddel op het gewas (residuen) mogen ook geen ongewenste effecten op de gezondheid van mens en dier hebben. Niemand verwijt producenten van gewasbeschermingsmiddelen dat zij toxicologisch onderzoek niet naar behoren hebben uitgevoerd. Maar er is een levensgroot probleem ontstaan door nieuwe inzichten in de risicobeoordeling.

    Bedrijven in de branche van gewasbeschermingsmiddelen maken hun omzet met een beperkt aantal producten. Het is daarom niet verwonderlijk dat producenten de marktpositie van succesvolle producten verdedigen. In de landbouw worden insecticiden toegepast om plaaginsecten te bestrijden. Nuttige insecten zoals bijen en vlinders mogen daarbij geen schade oplopen. Resten van het bestrijdingsmiddel op het gewas (residuen) mogen ook geen ongewenste effecten op de gezondheid van mens en dier hebben. Niemand verwijt producenten van gewasbeschermingsmiddelen dat zij toxicologisch onderzoek niet naar behoren hebben uitgevoerd. Maar er is een levensgroot probleem ontstaan door nieuwe inzichten in de risicobeoordeling.

    Bron: Opiniebijdrage van Henk Tennekes in Boerderij Vandaag van 9 januari 2015 (lees verder in de bijlage)

  • Besmetting van vogelsoorten met H5N8 virus in de dierentuin van Rostock

    Besmetting van vogelsoorten met H5N8 virus in de dierentuin van Rostock

    In de dierentuin van Rostock in Noord-Duitsland is opnieuw bij een vogel H5N8 vastgesteld, namelijk bij een rode ibis (Eudocimus ruber). Dat heeft het landbouwministerie van de deelstaat Meckelenburg-Voor-Pommeren laten weten.. Naar aanleiding van de besmetting van de rode ibis zijn achttien vogels in de dierentuin geruimd. Behalve om ibissen gaat het daarbij om diverse typen reigers. De dierentuin is gesloten in afwachting van de resultaten van verder onderzoek. Onder meer wordt gestudeerd op het in- en uitgaande verkeer van personen en voer voordat vogelgriep uitbrak. Vorig jaar bleek een ooievaar besmet met dit type vogelgriepvirus. In totaal bood de dierentuin in de havenstad aan de Oostzee onderdak aan negen ooievaars. De dieren moesten worden geruimd. Meckelenburg-Voor-Pommeren kreeg begin november te maken met het virus, toen dit de kop op had gestoken op een groot kalkoenenbedrijf bij Greifswald. In december werd het virus in deze deelstaat ook vastgesteld bij een in het wild levende taling op het Oostzee-eiland Rügen.

    In de dierentuin van Rostock in Noord-Duitsland is opnieuw bij een vogel H5N8 vastgesteld, namelijk bij een rode ibis (Eudocimus ruber). Dat heeft het landbouwministerie van de deelstaat Meckelenburg-Voor-Pommeren laten weten.. Naar aanleiding van de besmetting van de rode ibis zijn achttien vogels in de dierentuin geruimd. Behalve om ibissen gaat het daarbij om diverse typen reigers. De dierentuin is gesloten in afwachting van de resultaten van verder onderzoek. Onder meer wordt gestudeerd op het in- en uitgaande verkeer van personen en voer voordat vogelgriep uitbrak. Vorig jaar bleek een ooievaar besmet met dit type vogelgriepvirus. In totaal bood de dierentuin in de havenstad aan de Oostzee onderdak aan negen ooievaars. De dieren moesten worden geruimd. Meckelenburg-Voor-Pommeren kreeg begin november te maken met het virus, toen dit de kop op had gestoken op een groot kalkoenenbedrijf bij Greifswald. In december werd het virus in deze deelstaat ook vastgesteld bij een in het wild levende taling op het Oostzee-eiland Rügen.

    Bron: De Boerderij, 8 en 12 januari 2015
    http://www.boerderij.nl/Pluimveehouderij/Nieuws/2015/1/Ooievaar-met-H5N8-in-dierentuin-Rostock-1679083W/
    http://www.boerderij.nl/Pluimveehouderij/Nieuws/2015/1/Meer-vogels-met-HN58-in-dierentuin-Rostock-1680948W/?cmpid=NLC|boerderij_vandaag|2015-01-12|Meer_vogels_met_H5N8_in_dierentuin_Rostock

  • Amerikaanse vleermuizen gaan ten onder aan schimmelinfecties

    Amerikaanse vleermuizen gaan ten onder aan schimmelinfecties

    Onderzoekers hebben het verloop van het dodelijke ‘witneussyndroom’ in kaart gebracht. De ziekte doodt in het noorden van de VS en in Canada miljoenen vleermuizen tijdens de winterslaap. De veroorzaker van de ziekte is de schimmel Pseudogymnoascus destructans. Maar hoe de schimmel de vleermuizen doodt was nog onbekend. Onderzoekers hebben besmette en onbesmette vleermuizen in dezelfde ruimte laten overwinteren om ze te kunnen vergelijken. Dit experiment bevestigde het vermoeden van biologen dat de infectie met de schimmel ervoor zorgde dat de vleermuizen tijdens de winterslaap veel meer energie verbruiken: de besmette dieren hielden veel minder lichaamsvet over. Ook bleek dat de stofwisseling al hoger werd voordat er symptomen zichtbaar waren, zoals rusteloosheid of zichtbare plekken met schimmel. Dat laatste is van belang voor de controle op het syndroom, die nu vooral gericht was op dieren met symptomen. Naast de verhoogde stofwisseling hadden besmette dieren ook te veel kooldioxide en kalium in het bloed.

    Onderzoekers hebben het verloop van het dodelijke ‘witneussyndroom’ in kaart gebracht. De ziekte doodt in het noorden van de VS en in Canada miljoenen vleermuizen tijdens de winterslaap. De veroorzaker van de ziekte is de schimmel Pseudogymnoascus destructans. Maar hoe de schimmel de vleermuizen doodt was nog onbekend. Onderzoekers hebben besmette en onbesmette vleermuizen in dezelfde ruimte laten overwinteren om ze te kunnen vergelijken. Dit experiment bevestigde het vermoeden van biologen dat de infectie met de schimmel ervoor zorgde dat de vleermuizen tijdens de winterslaap veel meer energie verbruiken: de besmette dieren hielden veel minder lichaamsvet over. Ook bleek dat de stofwisseling al hoger werd voordat er symptomen zichtbaar waren, zoals rusteloosheid of zichtbare plekken met schimmel. Dat laatste is van belang voor de controle op het syndroom, die nu vooral gericht was op dieren met symptomen. Naast de verhoogde stofwisseling hadden besmette dieren ook te veel kooldioxide en kalium in het bloed.

    Met de nieuwe informatie, die gepubliceerd is in het tijdschrift BMC Physiology, hopen onderzoekers meer grip te krijgen op de ziekte die een bedreiging vormt voor de vleermuizenstand in de VS en Canada. Het ‘witneussyndroom’ is zo genoemd omdat geïnfecteerde dieren in een laat stadium van de ziekte witte schimmelplekken rond hun snuit hebben.

    Bron: Nederlands Dagblad, 10-01-2015
    http://www.nd.nl/artikelen/2015/januari/10/dodelijke-ziekte-vleermuizen-geanalyseerd

  • Habicht immer seltener

    Habicht immer seltener

    Der Habicht-Bestand im Meißner Land bleibt nach Beobachtungen von Vogelkundlern auf drei Brutpaare beschränkt. Sachsenweit sind es aktuell 650 bis 800 Paare. Der Fachgruppe Ornithologie Meißen zufolge sind für die Seltenheit des Greifvogels mehrere Ursachen verantwortlich. Obwohl seit den 70er Jahren streng geschützt, würden Habichte weiterhin illegal geschossen oder in Fallen gefangen. Ein weiterer Grund für die Gefährdung des Greifvogels ist der Rückgang einiger seiner wichtigsten Beutetiere wie Feldhase, Fasan oder Rebhuhn. Deshalb jagt der Habicht (Accipiter gentilis) Zuchttauben oder Rassegeflügel.

    Der Habicht-Bestand im Meißner Land bleibt nach Beobachtungen von Vogelkundlern auf drei Brutpaare beschränkt. Sachsenweit sind es aktuell 650 bis 800 Paare. Der Fachgruppe Ornithologie Meißen zufolge sind für die Seltenheit des Greifvogels mehrere Ursachen verantwortlich. Obwohl seit den 70er Jahren streng geschützt, würden Habichte weiterhin illegal geschossen oder in Fallen gefangen. Ein weiterer Grund für die Gefährdung des Greifvogels ist der Rückgang einiger seiner wichtigsten Beutetiere wie Feldhase, Fasan oder Rebhuhn. Deshalb jagt der Habicht (Accipiter gentilis) Zuchttauben oder Rassegeflügel.

    Der Greifvogel brütet einmal im Jahr und legt zwei bis fünf Eier, wobei nur zwei Junge ausfliegen und etwa ein Fünftel der Bruten erfolglos verlaufen. 15 Prozent der Habichte brüten gar nicht. Nach einer erfolgreichen Aufzucht siedeln sich die Jungvögel im Umkreis von 15 bis 30 Kilometern um ihren Geburtsort an. Der Horst steht auf Bäumen meist in einer Höhe von zehn bis 16 Metern. Der Habicht brütet ortstreu, oft wird der Horst über Jahre benutzt. Dabei entsteht aus dem ausladenden Nest eine große Habichtburg, welche die Vögel während der Brutzeit mit grünen Zweigen auslegen.

    Zwischen den Brutpartnern beim Habicht besteht ein starker Größenunterschied: Das Männchen ähnelt einer Krähe, das Weibchen eher dem Mäusebussard. Wie bei den meisten Greifvögeln und Eulen sind auch die Habicht-Weibchen etwa ein Drittel größer als die Männchen und rund 60 Prozent schwerer. Sieht man einen Habicht fliegen, fallen bei dem kräftigen Greifvogel breite, abgerundete Flügel und der lange Schwanz mit vier sogenannten Querbinden auf. Der Habicht jagt von einem Anstand aus, stößt überraschend, auf seine Beute und überwältigt sie rasch mit seinen kräftigen Fängen.

    Quelle: Sächsische Zeitung, 06.01.15
    http://www.sz-online.de/nachrichten/habicht-immer-seltener-3008455.html

  • Rechter: KLM moet onderzoek laten doen naar luchtkwaliteit

    Rechter: KLM moet onderzoek laten doen naar luchtkwaliteit

    KLM moet de luchtkwaliteit van haar Boeing 737’s laten onderzoeken. De rechter vindt zo’n onderzoek nodig, omdat een piloot zegt ziek te worden van de slechte luchtkwaliteit in de cockpit. KLM moet het onderzoek door een onafhankelijk instituut laten uitvoeren en de piloot daarbij betrekken. Willem Felderhof is gezagvoerder bij de KLM. Hij meldde zich meerdere keren ziek. Volgens hem worden zijn klachten veroorzaakt door te hoge concentraties van de giftige stof TCP. De airconditioning in Boeing’s 737 maken gebruik van bleed air, ofwel lucht die uit de motor van het vliegtuig wordt afgetapt. Daarbij kan de oliedamp naar de cabine worden meegevoerd. In principe gaat dat om kleine hoeveelheden. KLM betwist dat te hoge concentraties TCP tot de gezondheidsklachten van de piloot leiden. Uit het onderzoek moet ook blijken hoe Felderhof op de concentraties reageert.

    KLM moet de luchtkwaliteit van haar Boeing 737’s laten onderzoeken. De rechter vindt zo’n onderzoek nodig, omdat een piloot zegt ziek te worden van de slechte luchtkwaliteit in de cockpit. KLM moet het onderzoek door een onafhankelijk instituut laten uitvoeren en de piloot daarbij betrekken. Willem Felderhof is gezagvoerder bij de KLM. Hij meldde zich meerdere keren ziek. Volgens hem worden zijn klachten veroorzaakt door te hoge concentraties van de giftige stof TCP. De airconditioning in Boeing’s 737 maken gebruik van bleed air, ofwel lucht die uit de motor van het vliegtuig wordt afgetapt. Daarbij kan de oliedamp naar de cabine worden meegevoerd. In principe gaat dat om kleine hoeveelheden. KLM betwist dat te hoge concentraties TCP tot de gezondheidsklachten van de piloot leiden. Uit het onderzoek moet ook blijken hoe Felderhof op de concentraties reageert.

    Felderhof is sinds 1995 in dienst van KLM. Sinds 2000 meldde hij zich een aantal malen voor langere tijd ziek. De arbodienst van de luchtvaartmaatschappij stelde de diagnose burn-out of migraine, gerelateerd aan stress.

    Salaris
    KLM heeft inmiddels al een aantal maanden geen salaris meer betaald aan Felderhof, omdat hij weigerde weer aan het werk te gaan. Felderhof eiste daarom ook doorbetaling van zijn loon, maar dat wees de rechter af. Wel moet KLM een dwangsom van 1000 euro betalen voor iedere dag dat het onderzoek niet wordt uitgevoerd, met een maximum van 50.000 euro.
    Oberman spreekt van “een belangrijke overwinning”. “Dit gaat verder dan de zaak van één piloot. Dit gaat ook over de gezondheid van andere medewerkers en passagiers.”
    KLM stelt in een reactie aan het vonnis gehoor te zullen geven. Maar de luchtvaartmaatschappij benadrukt daarbij voorstander te zijn van een grootschaliger onderzoek in internationaal verband.
    Een woordvoerder van KLM benadrukt verder dat er volgens de rechter geen aangetoond verband bestaat tussen de aanwezigheid van concentraties TCP en de gezondsheidsklachten van vliegend personeel.
    Bron: Luchtvaartnieuws, 18-09-13

  • Animas River trout in decline. Fewer young browns particularly worrisome

    Animas River trout in decline. Fewer young browns particularly worrisome

    The number of brown and rainbow trout in the Animas River swimming through Durango has declined, according to an ongoing study.In particular, a decline has been noted in fish from 32nd Street to the Lightner Creek confluence with the Animas, said Jim White an aquatic biologist with Colorado Parks and Wildlife, who worked on the fish survey. This is the first time the area hasn’t met the Gold Medal standard for large fish since 1996, White said. Colorado Parks and Wildlife stocks the Animas with both kinds of trout, and the stocking practices have not changed in about 20 years. However, the most recent survey in September revealed a worrisome decline in both young and large brown trout compared with prior years, White said. “We’re concerned over the absence of these young brown trout,” he said.


    White plans to start monitoring brown trout specifically and tracking their population fluctuation. He completes fish surveys along this stretch of the Animas every two years.

    No clear reason has been identified as to why the fish populations may be declining, but there are many circumstances that might be playing a role.

    “There’s a whole suite of negative environmental factors,” said Buck Skillen, president of Five Rivers Chapter of Trout Unlimited.

    White plans to research the effect of dissolved heavy metals brought down the river by heavy runoff.

    Zinc and cadmium from the mines near Silverton have had an adverse effect on the fish and the environment upstream of Bakers Bridge, said Peter Butler, coordinator of the Animas River Stakeholders Group.

    An insect-population study done this fall may reveal more information about river health next year.

    The Ecosphere Environmental Services study focused on the food supply for fish, and it will be compared to a similar study completed 10 years ago. The results will be released in the spring, Skillen said.

    Anecdotally anglers have noticed a decline in caddisflies, pale morning duns, midges and blue-winged olives, he said.

    Some of these insect populations may be affected by sediment flowing into the river because it fills in areas where they live, White said.

    Source: The Durango Herald, December 7, 2014
    http://durangoherald.com/article/20141207/NEWS01/141209652/Animas-River-trout-in-decline-

  • De door milieuverontreiniging met imidacloprid veroorzaakte kaalslag is niet meer te overzien

    De door milieuverontreiniging met imidacloprid veroorzaakte kaalslag is niet meer te overzien

    Gezamenlijk zijn de vogels van het landelijk gebied sinds 1990 (toen het neonicotinoide insecticide imidacloprid op de markt werd toegelaten) met ongeveer de helft afgenomen. De afgelopen tien jaar nam het aantal kieviten en scholeksters met gemiddeld 5% per jaar af en de grutto en tureluur met 3%. Niet alleen vogels verdwijnen uit het landelijk gebied, ook bijen, vlinders en het bodemleven. Niet langzaam maar zeker, maar snél en zeker wordt ons agrarische areaal leger en stiller. De teloorgang van de biodiversiteit beperkt zich niet tot ons land. Uit een onderzoek van de universiteit van Exeter blijkt dat we nu in Europa 421 miljoen vogels minder hebben dan dertig jaar geleden; vooral gewone vogels van het platteland. Sinds het begin van deze eeuw wordt het cultuurlandschap verontreinigd met imidacloprid, dat zich door goede oplosbaarheid in water met neerslag gemakkelijk kan verplaatsen en ook in het grond- en oppervlaktewater terechtkomt. Alles wat groeit en bloeit wordt zo extreem giftig voor insecten, die onmisbaar zijn voor de voortplanting van veel vogelsoorten. Dat doet akkervogels de das om.

    Gezamenlijk zijn de vogels van het landelijk gebied sinds 1990 (toen het neonicotinoide insecticide imidacloprid op de markt werd toegelaten) met ongeveer de helft afgenomen. De afgelopen tien jaar nam het aantal kieviten en scholeksters met gemiddeld 5% per jaar af en de grutto en tureluur met 3%. Niet alleen vogels verdwijnen uit het landelijk gebied, ook bijen, vlinders en het bodemleven. Niet langzaam maar zeker, maar snél en zeker wordt ons agrarische areaal leger en stiller. De teloorgang van de biodiversiteit beperkt zich niet tot ons land. Uit een onderzoek van de universiteit van Exeter blijkt dat we nu in Europa 421 miljoen vogels minder hebben dan dertig jaar geleden; vooral gewone vogels van het platteland. Sinds het begin van deze eeuw wordt het cultuurlandschap verontreinigd met imidacloprid, dat zich door goede oplosbaarheid in water met neerslag gemakkelijk kan verplaatsen en ook in het grond- en oppervlaktewater terechtkomt. Alles wat groeit en bloeit wordt zo extreem giftig voor insecten, die onmisbaar zijn voor de voortplanting van veel vogelsoorten. Dat doet akkervogels de das om.

    Bron: Natuurbericht
    http://www.natuurbericht.nl/?id=13012

  • Akkerranden zijn niet in staat het uitsterven van de boerenlandvogels te verhinderen

    Akkerranden zijn niet in staat het uitsterven van de boerenlandvogels te verhinderen

    Boerenlandvogels hebben weinig baat bij akkerranden. Hun broedsucces gaat er niet op vooruit. Dit blijkt uit het proefschrift waarop Marije Kuiper op 9 januari promoveert in Wageningen. Er is meer nodig, concludeert zij, om soorten als de veldleeuwerik, de gele kwikstaart of de kwartel voor akkerbouwgebieden te behouden. Boeren krijgen in het kader van agrarisch natuurbeheer al zo’n twintig jaar een vergoeding als ze een strook langs hun akkers niet inzaaien met tarwe of een ander gewas, maar met een bloemenmengsel of verschillende grassen.

    Boerenlandvogels hebben weinig baat bij akkerranden. Hun broedsucces gaat er niet op vooruit. Dit blijkt uit het proefschrift waarop Marije Kuiper op 9 januari promoveert in Wageningen. Er is meer nodig, concludeert zij, om soorten als de veldleeuwerik, de gele kwikstaart of de kwartel voor akkerbouwgebieden te behouden. Boeren krijgen in het kader van agrarisch natuurbeheer al zo’n twintig jaar een vergoeding als ze een strook langs hun akkers niet inzaaien met tarwe of een ander gewas, maar met een bloemenmengsel of verschillende grassen.

    De maatregel moet de achteruitgang van de biodiversiteit op het platteland tegengaan. Zo zouden vogels in de randen voedsel kunnen zoeken en broeden. De mooiste en breedste akkerranden liggen in Oost-Groningen. Daar nam Kuiper de proef op de som: profiteren vogels daadwerkelijk?

    Op het eerste gezicht lijkt dat het geval te zijn. Hoe meer akkerranden in een gebied, des te hoger de aantallen en diversiteit aan akkervogels. Maar die rijkdom vertaalt zich niet in een gunstiger populatieontwikkeling. Dat kan komen door de korte studieperiode van maar vijf jaar, houdt de onderzoekster een slag om de arm. ‘Maar het kan ook een aanwijzing zijn dat gebieden met akkerranden wel bij vogels in de smaak vallen, maar geen wezenlijke bijdrage leveren aan een verhoging van het broedsucces.’

    Patrouillerende kraaien

    Zo ging de afgelopen vijf jaar in het studiegebied in Oost-Groningen het aantal veldleeuweriken met 40 procent achteruit, terwijl ze wel degelijk profijt lijken te hebben van de akkerranden. Daar is de hoeveelheid en diversiteit aan insecten bijvoorbeeld veel groter dan op de akkers. Jonge veldleeuweriken krijgen dat gevarieerde menu ook binnen, blijkt uit uitwerpselenonderzoek, maar dit vertaalt zich uiteindelijk niet in meer nakomelingen. De broedcondities vormen namelijk een veel groter knelpunt voor de vogel, aldus Kuiper.

    Graan is gedurende een groot deel van het broedseizoen van de veldleeuwerik ongeschikt om in te broeden; in de akkerrand is het te gevaarlijk om te nestelen omdat daar vossen en kraaien patrouilleren. Bij voorkeur kiezen de vogels daarom voor weilanden in de omgeving, maar daar worden hun nesten door het vele maaien met de grond gelijkgemaakt.

    ‘Volgend jaar wordt onderzocht of dat probleem valt op te lossen door afspraken met de boeren te maken over de maaidatum of misschien wel de maaihoogte.’ Ook wordt geëxperimenteerd met vogelakkers met luzerne, om de leeuweriken te verleiden daar te gaan broeden.

    Maar twee smaken
    Kuiper vindt het ‘merkwaardig’ dat de effectiviteit van de aanleg van akkerranden nauwelijks is onderzocht. ‘Het is een te algemene maatregel. Voor de veldleeuwerik bieden de randen wel voedsel, maar hun nesten gaan kapot door maaien of predatie. Er moet een veel duidelijker beeld zijn, per vogelsoort, van waar het aan schort en wat er moet gebeuren. De boodschap in mijn proefschrift is dan ook niet dat akkerranden niet werken, maar dat ze niet voldoende zijn toegespitst op wat soorten echt nodig hebben.’

    Jules Bos van Vogelbescherming Nederland onderschrijft die conclusie. Het agrarisch natuurbeheer voor akkervogels kent in Nederland maar twee smaken, legt hij uit: wintervoedselveldjes en akkerranden. In onder meer Groot-Brittannië wordt een diverser palet aan maatregelen ingezet. ‘Denk bijvoorbeeld aan meer struweel zodat patrijzen veilig kunnen broeden. Wij pleiten ervoor om de beperkte middelen selectief in te zetten in kansrijke gebieden, maar dan wel zo dat daar het jaar rond in de behoeften van de verschillende soorten wordt voorzien.

    Bron: De Volkskrant, 29-12-14
    http://www.volkskrant.nl/wetenschap/akkerrand-helpt-vogel-onvoldoende~a3819129/

  • Voor wie nog twijfelt over de catastrofale gevolgen van milieuverontreiniging met imidacloprid: kijk naar onze zwaluwen

    Voor wie nog twijfelt over de catastrofale gevolgen van milieuverontreiniging met imidacloprid: kijk naar onze zwaluwen

    Het gaat bar slecht met onze zwaluwen. Tellingen van de aantallen wijzen uit dat zwaluwsoorten sinds de invoering van de neonicotinoïde insecticiden in de jaren 1990 in Europa en Noord Amerika met 50 % tot 80 % achteruit gegaan zijn. De catastrofale achteruitgang van oeverzwaluw (Riparia riparia), boerenzwaluw (Hirundo rustica) en huiszwaluw (Delichon urbicum) wordt veroorzaakt door een schaarste aan insecten. Zwaluwen zijn voor hun voeding en het grootbrengen van hun jongen volledig aangewezen op insecten, die door sterke milieuverontreiniging met moeilijk afbreekbare neonicotinoïden (met name imidacloprid) systematisch worden uitgeroeid.

    Het gaat bar slecht met onze zwaluwen. Tellingen van de aantallen wijzen uit dat zwaluwsoorten sinds de invoering van de neonicotinoïde insecticiden in de jaren 1990 in Europa en Noord Amerika met 50 % tot 80 % achteruit gegaan zijn. De catastrofale achteruitgang van oeverzwaluw (Riparia riparia), boerenzwaluw (Hirundo rustica) en huiszwaluw (Delichon urbicum) wordt veroorzaakt door een schaarste aan insecten. Zwaluwen zijn voor hun voeding en het grootbrengen van hun jongen volledig aangewezen op insecten, die door sterke milieuverontreiniging met moeilijk afbreekbare neonicotinoïden (met name imidacloprid) systematisch worden uitgeroeid.

    Bronnen: deze website