Boerenlandvogels – WP

Blog

  • Soortbeschermingsplan moerasvogels: achteruitgang insecteneters, vooruitgang viseters sinds 1990

    Het beschermingsplan moerasvogels heeft verschillende doelen op de korte termijn (2000-2004). Het eerste doel is het stoppen van de afname (die in de laatste decennia is opgetreden) in landelijke aantallen en/of verspreiding van baardman (Panurus biarmicus), blauwe kiekendief (Circus cyaneus), grote karekiet (Acrocephalus arundinaceus), kwak (Nycticorax nycticorax), porseleinhoen (Porzana porzana), purperreiger (Ardea purpurea), roerdomp (Botaurus stellaris), snor (Locustella luscinioides), woudaap (Ixobrychus minutus) en zwarte stern (Chlidonias niger). Een tweede korte termijndoel is het behoud van aantallen en verspreiding van blauwborst (Luscinia svecica), krooneend (Netta rufina) en lepelaar (Platalea leucorodia). Drie moerasvogelsoorten die zich in de broedtijd voeden met insecten en andere ongewervelden (grote karekiet, baardman, porseleinhoen) vertonen sinds 1990 een matige tot sterke afname, terwijl alle visetende moerasvogelsoorten (roerdomp, woudaap, purperreiger, lepelaar en kwak) sinds 1990 een matige tot sterke toename laten zien (zie bijlage). Deze gegevens doen sterk vermoeden dat er een gebrek aan insecten als voedingsbron voor vogelsoorten is ontstaan.

    (meer…)

  • Les explications par les experts des pertes d’abeille en milieu agricole intensif en France : Gaucho ® comme cause comparé aux autres facteurs causaux supposés. Résumé, Christian Pacteau

    Expert explanations of honeybee losses in areas of extensive agriculture in France: Gaucho® compared with other supposed causal factors
    L Maxim1 and J P van der Sluijs2
    1 Institut des Sciences de la Communication, CNRS UPS 3088, 27 Rue Damesme, 75013 Paris, France
    2 Copernicus Institute for Sustainable Development and Innovation, Department of Science, Technology and Society, Utrecht University, Heidelberglaan 2, 3584 CS Utrecht, The Netherlands
    Les débats sur la causalité sont au cœur de controverses en ce qui concerne les transformations environnementales. Le présent papier présente une nouvelle méthode d’analyse des controverses sur les causalités dans un contexte de débat social et les résultats de ces tests empiriques. L’étude de cas est la controverse concernant le rôle joué par l’insecticide Gaucho ® comparé aux autres facteurs causaux supposés, dans les pertes substantielles des abeilles (Apis mellifera L.) rapportées, s’étant produites en France entre 1994 et 2004.

    La méthode fait appel à des découvertes d’experts sur la force de preuve perçue concernant chaque critère de causalité de Bradford Hill’s en ce qui concerne le lien entre chacun des huit facteurs causaux possibles identifiés dans la tentative d’expliquer chacun des cinq effets observés sur les colonies d’abeilles. Ces jugements ont été obtenus à partir des parties prenantes et des experts impliqués dans le débat, i. e., les représentants de Bayer Cropscience, du Ministère de l’Agriculture, de l’AFSSA, des apiculteurs et des scientifiques du service public.

    Nous montrons que la controverse intense observée dans des discours publics confus et passionnés est beaucoup moins saillante quand les arguments variés sont structurés en utilisant les critères causaux. La contradiction entre les différents point de vue d’experts ont une triple origine : (1) le manque de définitions partagés et de quantification des effets observés dans les colonies ; (2) le manque de connaissance spécifiques sur les abeilles ; et (3) des discours associés à une absence de confiance entre les représentants des parties prenantes ayant des intérêts divergents dans l’affaire.

    (meer…)

  • De Nederlandse broedpopulatie van de lepelaar is vanaf de jaren 1980 sterk toegenomen

    De Lepelaar Platalea leucorodia heeft een voorkeur voor dynamische milieus op de overgang tussen zoet en zout en broedt daar op eilanden, in duinvalleien en kwelders, en in het binnenland ook in uitgestrekte moerassen met veel waterriet en wisselend waterpeil. Het aantal broedparen was op een dieptepunt van 150 paar in 1969. Sindsdien heeft de lepelaar zich spectaculair hersteld. Rond 1990 werd de 500-paren grens weer gehaald en in 1995 werden zelfs meer dan 700 paren geteld! Volgens SOVON was er sinds 1990 een significante toename van >5% per jaar en wordt de huidige populatie (2005-2008) geschat op 1.500 – 2.000 paar. De broedpopulaties van de lepelaar waren in de jaren 1990 vrijwel overal in Europa stabiel of namen zelfs toe, met uitzondering van Rusland en de Ukraine (gegevens Birdlife International, zie bijlage). De populatie op de Waddeneilanden is in een kwart eeuw vertienvoudigd. Bijna tweederde (gemiddeld 63%) van de lepelaars broedt tegenwoordig op de Waddeneilanden. Het IJsselmeergebied (voornamelijk Oostvaardersplassen) en het Deltagebied (vooral Quackjeswater) volgen met elk een aandeel van 15-16%. Het hoofdvoedsel van de lepelaar bestaat uit vis.

    (meer…)

  • Milieuverontreiniging met insecticiden in Reeuwijkse Plassengebied bedreigt groene glazenmaker en grote karekiet

    Het Reeuwijkse Plassengebied (dertien plassen tussen Bodegraven en Gouda) behoort tot de plaatsen waar, ook in de jaren 90, de aantallen van de grote karekiet Acrocephalus arundinaceus sterk bleven afnemen. In 1975 werden nog 90-100 territoria geconstateerd, in 1993 nog 40, in 1997 de helft en in 2000 nog maar 14 territoria. In 2004 bleeef de teller op 8 territoria staan, in 2005 op 6 territoria. De grote karekiet nestelt langs de randen van rietmoerassen en langs grote open wateren met brede waterrietzones. Het voedsel van de grote karekiet bestaat vooral uit water- en oeverinsecten zoals libellen en waterkevers. De grote populatie van de groene glazenmaker Aeshna viridis, een vrij grote libel, in het Reeuwijkse Plassengebied lijkt de laatste jaren ook sterk in omvang te zijn afgenomen. In het oppervlaktewater van de landbouwgronden rondom de Reeuwijkse Plassen (die bij hevige regenval water aan de plassen leveren) zijn vanaf 2004 zeer hoge concentraties van insecticiden (waaronder imidacloprid) gemeten, die een dodelijke bedreiging voor insecten vormen (zie bijlage).

    (meer…)

  • De purperreiger populatie groeit gestaag sinds 1990 dankzij aanbod aan vis in veenweidegebied

    In tegenstelling tot de leegloop (in de veenweiden van West-Nederland) van kievit, grutto, tureluur, scholekster, veldleeuwerik, graspieper en gele kwikstaart (weidevogelsoorten die afhankelijk zijn van het aanbod aan insecten) is de Purperreiger Ardea purpurea broedvogel populatie in Nederland sinds 1990 met ongeveer 160% toegenomen: in 1990 270-280 paren in 17 kolonies en in 2008 702 in 25 kolonies. Daarmee heeft deze soort zich aanzienlijk weten te herstellen van een inzinking in de jaren zeventig en tachtig, veroorzaakt door droogte in de overwinteringsgebieden (Sahel) en habitatverslechtering in de broedgebieden. Ook in Frankrijk en Italië vertoonde de purperreiger in de jaren 1990 sterke groei, terwijl in sommige Oost-Europese landen de bestanden afnemen (gegevens Birdlife International, zie bijlage). Purperreigers zoeken hun voedsel, dat voornamelijk uit kikkers, vis, (larven van) waterinsecten, kevers en muizen bestaat, langs sloten. Vooral het veenweidegebied met zijn talloze ondiepe en vaak soortenrijke sloten is een ideale habitat voor de purperreiger. Recent onderzoek in veenweiden toonde aan dat de dichtheid aan purperreigers in een polder in belangrijke mate werd verklaard door het aanbod aan vis. Naarmate er meer verschillende soorten en grotere hoeveelheden vis aanwezig waren in een polder werden er meer reigers geteld.

    (meer…)

  • Bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater van Deltagebied bedreigen wilde bijensoorten en strandplevier

    De moshommel Bombus muscorum kwam voor 1980 verspreid over heel Nederland voor, met name in het westen van het land. In Zuid-Holland komt de moshommel nu slechts nog voor in enkele buitendijkse gebieden in de Delta. Op de Beninger Slikken en Tiengemeten zijn nog grote populaties aanwezig, maar de populatie van de moshommel op de Slikken van Flakkee is vermoedelijk klein. Op de Hompelvoet was de populatie rond 2000 groot, maar lijkt imiddels bijna verdwenen te zijn. Ook met de overige wilde bijensoorten van het eiland gaat het slecht. De Slikken van Flakkee zijn de belangrijkste broedplaats in Noordwest-Europa van de Strandplevier Charadrius alexandrinus. Het aantal broedparen van de Strandplevier op de Slikken van Flakkee is in 2008 verder gedaald (32 paren tegenover 62 paren in 2007).

    De strandplevier is ook van oudsher broedvogel in 10-tallen paren in het Haringvliet met als belangrijkste broedplaats de Scheelhoek en het Quackgors bij Hellevoetsluis. Door de Deltawerken ontstonden broedplaatsen door het opspuiten van zand bij de Hellegatsdam en het droogvallen van de Ventjagersplaat.

    Het gemiddelde uitvliegsucces van de strandplevier in het Deltagebied in de periode 2000-2005 bedroeg slechts 0,39 jong/paar, waardoor deze soort met uitsterven wordt bedreigd. Het voedsel van de standplevier bestaat uit ongewervelden van de bodem- en waterfauna waaronder ook insecten. Sinds 2001 zijn in het oppervlaktewater van het Deltagebied normoverschrijdingen gemeten van bestrijdingsmiddelen, die met name in de aardappelteelt worden ingezet, en die een dodelijke bedreiging voor ongewervelde dieren vormen. Ook de bodem van het Grevelingenmeer is zo dood als een dooie pier.

    (meer…)

  • De duinpieper en draaihals kunnen zich ook op de Veluwe niet handhaven en verdwijnen als broedvogels

    De afname van het aantal broedende duinpiepers Anthus campestris in Nederland is in de tweede helft van de jaren negentig in een versnelling gekomen. Aanvankelijk namen vooral de aantallen buiten de twee belangrijkste gebieden af, maar daarna zijn ook deze populaties op de Veluwe (het Kootwijkerzand en het Harskampse Zand) voor de bijl gegaan. In 2003 werd nog slechts één territorium gevonden, in 2004 voor zo ver bekend geen enkele. Het dieet van Duinpiepers omvat een breed spectrum van vooral kleine insecten en andere ongewervelden. Het broedgebied van de draaihals Jynx torquilla in Nederland is ook geconcentreerd in de centrale en zuidelijke Veluwe (Kootwijkerzand, Harskampse Zand, Planken Wambuis en de Zuidoost-Veluwe). Sinds 1973-1977 is het aantal paren met 60-75% gedaald en de afname zet nog steeds door, ook in de resterende broedgebieden op de Veluwe. Over de periode 1994-2003 vertoont de landelijke trend een sterke afname. Het voedsel van de draaihals bestaat uit mieren en mierenpoppen.

    (meer…)

  • Visetende vogels doen het al 30 jaar uitstekend in de Nederlandse binnenwateren

    De populatie van visetende vogels in de Nederlandse binnenwateren groeit gestaag sinds 1981. De aalscholver Phalacrocorax carbo populatie ging van 6.600 paar in 1979-1983 naar gemiddeld 21.000 paren in 1999-2003. De futenpopulatie Podiceps cristatus laat over de periode 1981-2003 een matige toename in aantallen zien. De grote zilverreiger Egretta alba broedt vanaf 1991 jaarlijks in ons land en het aantal stijgt sinds 1998-2000 spectaculair. De ijsvogel Alcedo atthis populatie laat sinds 1981 een sterke toename zien van >5% per jaar. De visarend Pandion haliaetus laat in Nederland sinds 1988 een matige toename zien.

    (meer…)

  • Woodland birds in steep decline in Britain, France and Germany

    Since 1994 the Breeding Bird Survey (BBS) has revealed a major decline in the numbers of some woodland birds but those with the most specialist habitat requirements (some of which are also long-distance migrants), have shown the most dramatic declines, notably willow tit Parus montanus (down 77 per cent), spotted flycatcher Muscicapa striata (down 59 per cent), wood warbler Phylloscopus sibilatrix (down 57 per cent) and pied flycatcher Ficedula hypoleuca (down 54 per cent). In France, there has been a steep decline since the 1990s of the Wood Nuthatch Sitta europaea (down 48%),Willow Warbler Phylloscopus trochilus (down 54%), Marsh Tit Parus palustris (down 53%), Grey-faced Woodpecker Picus canus (down 62%), Wryneck Jynx torquilla (down 44%) and Common Crossbill Loxia curvirostra (down 54%) as well. Similarly dramatic decline took place in the woodlands of Germany since the 1990s (with the exception of the Wood Nuthatch). The German Golden-Oriole Oriolus oriolus is in decline since the 1990s as well. The dramatic woodland bird decline in the UK, France and Germany appears to be associated with decline of the Eurasian Sparrowhawk Accipiter nisus, which nearly exclusively takes birds. The Northern Goshawk Accipiter gentilis is in steep decline in Germany as well.

    (meer…)

  • Pesticides shown to have negative effects on biodiversity

    In a Europe-wide study in eight West and East European countries negative effects of agricultural intensification were observed on wild plant, carabid and bird species diversity. Of the 13 components of intensification measured, use of insecticides and fungicides had consistent negative effects on biodiversity.

    (meer…)