Auteur: Henk Tennekes

  • Aantal broedsels van weidevogels daalt

    Aantal broedsels van weidevogels daalt

    Al vele jaren zijn honderden vrijwilligers op pad om de nesten van weidevogels op te sporen. Een tijdrovende activiteit die is bedoeld om de nesten te markeren, waardoor boeren bij werkzaamheden op het land de legsels kunnen ontzien. Maar ondanks alle inspanningen daalt het aantal broedsels van vrijwel alle weidevogels. Daarbij gaat het allang niet meer uitsluitend om de zeldzamere soorten als watersnip Gallinago gallinago, grutto Limosa limosa en tureluur Tringa totanus, maar ook om de veel voorkomende kievit Vanellus vanellus.

    Al vele jaren zijn honderden vrijwilligers op pad om de nesten van weidevogels op te sporen. Een tijdrovende activiteit die is bedoeld om de nesten te markeren, waardoor boeren bij werkzaamheden op het land de legsels kunnen ontzien. Maar ondanks alle inspanningen daalt het aantal broedsels van vrijwel alle weidevogels. Daarbij gaat het allang niet meer uitsluitend om de zeldzamere soorten als watersnip Gallinago gallinago, grutto Limosa limosa en tureluur Tringa totanus, maar ook om de veel voorkomende kievit Vanellus vanellus.

    Hoofdoorzaak van de achteruitgang blijft de teloorgang van het leefgebied. Natte, kruidenrijke graslanden die laat in het voorjaar worden gemaaid zijn zeldzaam geworden. Weliswaar wil de overheid meer contracten met boeren sluiten, die tegen een vergoeding een weidevogelvriendelijk beheer voeren.

    Weidevogelcoördinatoren winden er geen doekjes om dat ook predatie van eieren en jonge weidevogels door roofdieren een toenemend probleem is. Het gaat daarbij om zwarte kraaien en lokaal steenmarters, maar vooral om vossen.

    Het verlies van weidevogellegsels door predatie is in de loop van de tijd toegenomen. Zo is het totale verlies bijna 40 procent. In een kwart van de gevallen als gevolg van vos, kraai, marter en andere predatoren. Het bejagen van de vos lijkt noodzakelijk om een verdere afname te voorkomen.

    In 2008 werden in Twente 8.635 legsels gevonden van de vijf weidevogelsoorten. Van het totaal aantal gevonden legsels zijn er 1623 (18,7 procent) afkomstig van de kritische weidevogelsoorten grutto, wulp en tureluur. Ten opzichte van 2007 werden van de grutto 161 extra nesten gevonden. De waarschijnlijke verklaring hiervoor is dat in 2008 meer grutto’s uit Afrika zijn teruggekeerd. Deze extra grutto’s zijn geboren in het erg goede gruttojaar 2006.

    Hoewel 2008 het jaar van de scholekster was resulteerde dit niet in extra nestvondsten. Wel werden veel broedende scholeksters gemeld in de stedelijk gebied, waar de soort op daken van hoge gebouwen broedt.
    Tureluur en kievit handhaafden min of meer het niveau van 2007, hoewel de kievit met 5 procent minder nesten.
    Voor de kievit geldt overigens dat ongeveer 300.000 vogels tijdens de overwintering in Frankrijk worden afgeschoten. Dat is legaal, zo liet minister Gerda Verburg vorige week de Tweede Kamer weten.

    In het totaal slaagde bijna 65 procent van de broedsels. Maar het betekent niet dat alle kuikens uiteindelijk gezond het nest verlaten. Want juist in de eerste levensweken sterven veel kuikens, ook door predatie door onder meer buizerd en blauwe reiger.

    Bron: De Gelderlander, 13 maart 2009
    http://www.gelderlander.nl/specials/buiten/4650860/Aantal-broedsels-van-weidevogels-daalt.ece

  • Weidevogels hebben genoeg van de boer

    Weidevogels hebben genoeg van de boer

    Miljoenen worden er gestoken in natuurbeheer door boeren. Veel lijkt het niet uit te halen. Ook weidevogels hebben liever natuur. Ja, het is waar: alles wijst erop dat het maar niet lukt op het boerenland. De grutto Limosa limosa, de kievit Vanellus vanellus, de scholekster Haematopus ostralegus, de veldleeuwerik Alauda arvensis, miljoenen euro’s subsidie voor ‘agrarisch natuurbeheer’ hebben de sterk dalende trend in de aantallen broedparen niet kunnen ombuigen. Ook bioloog Adriaan Guldemond van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) moet het toegeven: ‘Met de meeste weidevogels gaat het niet goed. En in de agrarische gebieden gaat het gemiddeld slechter dan in natuurgebieden.’

    Miljoenen worden er gestoken in natuurbeheer door boeren. Veel lijkt het niet uit te halen. Ook weidevogels hebben liever natuur. Ja, het is waar: alles wijst erop dat het maar niet lukt op het boerenland. De grutto Limosa limosa, de kievit Vanellus vanellus, de scholekster Haematopus ostralegus, de veldleeuwerik Alauda arvensis, miljoenen euro’s subsidie voor ‘agrarisch natuurbeheer’ hebben de sterk dalende trend in de aantallen broedparen niet kunnen ombuigen. Ook bioloog Adriaan Guldemond van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) moet het toegeven: ‘Met de meeste weidevogels gaat het niet goed. En in de agrarische gebieden gaat het gemiddeld slechter dan in natuurgebieden.’

    SOVON Vogelonderzoek Nederland stelde in de deze week gepresenteerde Vogelbalans 2008 keihard dat boerenlandvogels zich in Nederland beter thuis voelen in natuurreservaten dan op het boerenland. En dat het nu, na zoveel jaren, vaststaat dat agrarisch natuurbeheer ‘weinig effectief’ blijkt te zijn voor weidevogels.

    Dat heeft allerlei redenen: de maatregelen worden te versnipperd over allerlei gebieden uitgevoerd en houden te weinig rekening met de eisen die weidevogels aan hun leefomgeving stellen, zoals een hoog waterpeil. Aldus SOVON.

    Het feit dat boeren vanwege stijgende prijzen voor agrarische producten misschien weer grootscheeps gaan kiezen voor voedselproductie in plaats van natuurbeheer, helpt ook al niet.

    En dat de landbouw in het algemeen steeds verder intensiveert, maakt de situatie alleen maar dramatischer. De landbouw van nu staat simpelweg haaks op wat weidevogels nodig hebben om te overleven, luidt de conclusie. De Silent Spring, het al in 1962 door Rachel Carson beschreven schrikbeeld van een platteland zonder vogels en insecten, is dichterbij dan ooit.

    Het SOVON-rapport is in feite één groot pleidooi voor het uitbreiden van natuurgebieden, en lijkt daarmee impliciet te beweren dat de strijd om ook buiten de aangewezen reservaten weidevogels te laten overleven, hopeloos is.

    Zo ver wil Adriaan Guldemond niet gaan. ‘Zeker, weidevogels passen bij de landbouw die we hier meer dan dertig jaar geleden hadden. Om maar een voorbeeld te noemen: vroeger deden boeren een paar weken over het maaien van hun grasland, nu doen ze het in een dag. Maar toch lukt het weidevogelbeheer op sommige plaatsen wel degelijk. In bijvoorbeeld Schipluiden en omgeving houden boeren de weidevogelstand al 25 jaar wel op peil.’

    Guldemond verzet zich ook tegen het optimistische verhaal over weidevogels in natuurreservaten. ‘Ook daar gaat het in sommige gebieden niet bijster goed. En ook het weidevogelbeheer in natuurgebieden kost heel veel geld. Dat is een van de redenen waarom de beheerders het niet grootscheeps kunnen aanpakken.

    ‘Sterker: natuurbeheerders zijn vaak net zo opportunistisch als boeren; heel vaak verandert ineens de doelstelling van een natuurgebied, dan wordt het opeens moeras, bijvoorbeeld.’ En wat weinig mensen weten, aldus Guldemond: ‘Het weidevogelbeheer wordt in natuurgebieden bijna altijd uitgevoerd door boeren. Je hebt ook vee nodig. Daarnaast zijn er wel degelijk boeren die zich met passie inzetten voor de weidevogels.’

    De vraag is: als de grutto en de kievit dan zonodig willen verdwijnen, moet je dat dan ten koste van alles voorkomen? Een nog net geen impertinente vraag voor Guldemond en Ruud Foppen van het SOVON. Foppen: ‘Wij dragen als Nederland verantwoordelijkheid voor een aantal weidevogels die vooral in Nederland voorkomen. Bovendien: als het slecht gaat met de grutto en de veldleeuwerik, zegt dat ook iets over de verarming van het landschap.’

    Guldemond en Foppen zijn het met elkaar eens over wat er dan wél moet gebeuren. Foppen: ‘Je zult in natuurreservaten meer moeten doen aan specifiek weidevogelbeheer. En daaromheen kun je dan boeren hebben die aan agrarisch natuurbeheer doen. Dan heb je een kans.’ Guldemond: ‘Je zult het inderdaad in de combinatie moeten zoeken. Uit onderzoek blijkt dat in gebieden met een combinatie van natuurreservaat en agrarisch natuurbeheer de meest duurzame weidevogelpopulaties zitten.’

    Wat vooral is gebleken in de afgelopen jaren, aldus Guldemond, is dat je de grutto en andere vogels niet alleen maar redt met wat later maaien. ‘Er wordt nu veel geëxperimenteerd met mozaïekbeheer. Dat blijkt succesvol, er overleeft een voldoende aantal jongen om de weidevogels in stand te houden.’ Maar dan nóg vraagt zowat iedere vogel om zijn eigen, specifieke aanpak.

    ‘Een kievit vraagt bijvoorbeeld een opener land dan de grutto. En nestbescherming kan de kievit en de scholekster helpen. Maar nestbescherming wordt nu heel makkelijk afgeschreven.’

    In het algemeen moet het dus slimmer en specifieker en meer op gebiedsniveau worden georganiseerd, aldus Guldemond. ‘En niet met losse pakketten voor her en der een boer, zoals nu gebeurt.’ Maar dan nog. ‘In de praktijk zie je dat alleen boeren die zich echt interesseren voor de vogels, ook successen boeken.

    ‘We zijn nu aan het onderzoeken hoe het voor de grutto ideale boerenbedrijf eruitziet. Misschien krijgen we dan in de nabije toekomst de eerste gruttoboer in Nederland.’

    ‘Sterker: de natuur- beheerders zijn vaak net zulke opportunisten als de boeren’

    Bron: De Volkskrant, 23 augustus 2008
    http://www.volkskrant.nl/economie/article1078496.ece/Weidevogels_hebben_genoeg_van_de_boer

  • Het deuntje van het voorjaar dreigt te verdwijnen

    Het deuntje van het voorjaar dreigt te verdwijnen

    Iedereen kende ‘m. Het voorjaar begon met zijn deuntje, iedereen floot dat riedeltje mee. En nu staat-ie op de Rode Lijst.” De constatering van Ruud Foppen over de veldleeuwerik Alauda arvensis komt er met enige verbazing uit. Het hoofd onderzoek van SOVON Vogelonderzoek Nederland en medesamensteller van de Vogelbalans 2008 noemt de teloorgang van het oer-Hollandse zangvogeltje ‘gigantisch’.

    Iedereen kende ‘m. Het voorjaar begon met zijn deuntje, iedereen floot dat riedeltje mee. En nu staat-ie op de Rode Lijst.” De constatering van Ruud Foppen over de veldleeuwerik Alauda arvensis komt er met enige verbazing uit. Het hoofd onderzoek van SOVON Vogelonderzoek Nederland en medesamensteller van de Vogelbalans 2008 noemt de teloorgang van het oer-Hollandse zangvogeltje ‘gigantisch’.

    ,,De veldleeuwerik was tot begin jaren tachtig een typische algemeen voorkomende exponent van het boerenland. Daarna is het enorm achteruitgegaan. We hebben echt niet hoeven tellen om die achteruitgang te meten; iedereen ziet het. De veldlleeuwerik verdwijnt letterlijk uit delen van Nederland. In de periode 1973 tot 1977 waren er nog tussen de 500.000 en 750.000 broedparen, in de periode 1998-2000 werden er 50.000 tot 70.000 geregistreerd. En ik durf de stelling aan dat dit aantal in de laatste jaren is terguggezakt naar rond de 25.000.”

    De oorzaak voor de drastische daling ligt in het feit dat de veldleeuwerik zijn broedsels niet meer groot kan brengen. ,,Het is symptomatisch voor de boerenlandvogels, daar gaat het niet goed mee. De veldleeuwerik heeft als akkerlandvogel met name last gehad van de manier van bebouwen van het land en het verdwijnen van begroeide akkerranden. Er zijn belangrijke gaten in de voedselvoorziening van de vogel gevallen waardoor de veldleeuwerik bijna nooit aan een tweede of derde legsel toekomt.”

    Een klein lichtpuntje ziet Foppen ondanks de jobstijdingen van de afgelopen jaren. De belangstelling voor akkerranden zoals die vroeger langs de velden stonden komt snel terug. ,,En er zijn echt broedsuccessen geboekt in akkerrranden.”

    Een succesverhaal in de Vogelbalans 2008 is dat van de slechtvalk. DDT en ander landbouwgif tastte het beestje en zijn legsels letterlijk aan. De van nature schuwe roofvogel werd nauwelijks nog gezien. Maar hij heeft zich uitstekend hersteld. Foppen: ,,De slechtvalk heeft specifieke bescherming genoten, kon gebruikmaken van nestkasten en wordt hier ook niet sterk bejaagd. De vogel is door de afname van gif in de landbouw echt hersteld. De slechtvalk is zelfs een cultuurvogel geworden die rondom menselijk bebouwing letterlijk hoog en droog zijn plekken vindt: in torens, electriciteitsmasten en zelfs flats. Onneembare plekken voor de mens. We hebben wel respect voor deze fraaie roofvogel. Hij spreekt echt tot de verbeelding.”

    Bron: De Stentor, 21 augustus 2008
    http://www.destentor.nl/inbox/hermesinbox/3589612/Het-deuntje-van-het-voorjaar-dreigt-te-verdwijnen.ece

  • Bescherming weidevogel laat te wensen over

    Bescherming weidevogel laat te wensen over

    De European Bird Census Council (EBCC) meldt dat de achteruitgang van boerenlandvogels in Europa doorgaat – de halvering van het aantal veldleeuweriken Alauda arvensis in 25 jaar tijd ligt op het gemiddelde. Doortastende actie is geboden. ‘Maar,’ zegt Jet-Anne Vos van Vogelbescherming Nederland, ‘het dreigt mis te lopen’. Volgens Vogelbescherming komt dat vooral omdat het geld voor agrarisch natuurbeheer (25 miljoen euro) sinds dit jaar wordt verdeeld over de provincies.

    De European Bird Census Council (EBCC) meldt dat de achteruitgang van boerenlandvogels in Europa doorgaat – de halvering van het aantal veldleeuweriken Alauda arvensis in 25 jaar tijd ligt op het gemiddelde. Doortastende actie is geboden. ‘Maar,’ zegt Jet-Anne Vos van Vogelbescherming Nederland, ‘het dreigt mis te lopen’. Volgens Vogelbescherming komt dat vooral omdat het geld voor agrarisch natuurbeheer (25 miljoen euro) sinds dit jaar wordt verdeeld over de provincies.

    Dick Melman, coördinator weidevogelonderzoek van het Wageningse Alterra, beaamt dat. ‘We hadden één landelijk doel, nu hebben we twaalf subdoeletjes.’

    Vos: ‘De drie provincies waar weidevogelbeleid zin heeft, Friesland, Noord-Holland en Zuid-Holland, krijgen te weinig geld. De andere provincies hebben geld voor inefficiënt beheer.’

    Al eerder wezen onderzoekers op de noodzaak om weidevogels te beschermen op ‘toplocaties’. De grutto is daarbij de norm: waar deze soort het goed doet, overleven ook andere weidevogels.

    In 2006 legde toenmalig minister Veerman de ambitie vast de achteruitgang van de grutto in 2010 tot staan te brengen. Daarvoor was 280 duizend hectare grond nodig.

    Melman: ‘Voor een goed beheer is 80 miljoen per jaar nodig. Omdat er maar 25 miljoen beschikbaar is, hebben wij gezegd: richt je op plekken waar je het effectiefst kunt zijn.’ Melman vermoedt dat provincies vasthouden aan hun budget omdat ze ervan uitgaan dat ze dat geld goed kunnen besteden. ‘En ze willen boeren die meedoen aan agrarisch natuurbeheer, niets afpakken: draagvlak wil ook wat. Ik denk dan toch: is dit mensenbeschermgeld of vogelbeschermgeld?’

    Een ander gevaar is, vindt Vos, dat provincies zich niet vastleggen op landelijke ‘spelregels’ voor het beheer. ‘Iedereen maakt zijn eigen postzegeltje. Maar daarmee heb je nog geen goed weidevogelgebied.’

    Bron: De Volkskrant dinsdag 2 december 2008
    http://www.nederlandbloeit.nl/nl/25222753-%5Blinkpage_home%5D.html?opage_id=25222716&location=-1986675186769349,10092239,true

  • Het gaat slecht met vogeldiversiteit in Nederland

    Het gaat slecht met vogeldiversiteit in Nederland

    Het gaat slecht met vogeldiversiteit in Nederland. De kemphaan Philomachus pugnax, velduil Asio flammeus, draaihals Jynx torquilla, kuifleeuwerik Galerida cristata en grauwe gors Miliaria calandra balanceren nog steeds op de rand van uitsterven. De grutto Limosa limosa en de veldleeuwerik Alauda arvensis zijn in de gevarenzone beland. Bijna de helft van de vogelsoorten die in 2004 op de ‘rode lijst’ zijn gezet van bedreigde dier- en plantensoorten, is verder in aantal gekrompen. Dat rapporteert de Vogelbalans 2008 van SOVON Vogelonderzoek Nederland, onderdeel van Vogelbescherming Nederland. Volgens het rapport is het noodzakelijk natuurgebieden te vergroten.

    Het gaat slecht met vogeldiversiteit in Nederland. De kemphaan Philomachus pugnax, velduil Asio flammeus, draaihals Jynx torquilla, kuifleeuwerik Galerida cristata en grauwe gors Miliaria calandra balanceren nog steeds op de rand van uitsterven. De grutto Limosa limosa en de veldleeuwerik Alauda arvensis zijn in de gevarenzone beland. Bijna de helft van de vogelsoorten die in 2004 op de ‘rode lijst’ zijn gezet van bedreigde dier- en plantensoorten, is verder in aantal gekrompen. Dat rapporteert de Vogelbalans 2008 van SOVON Vogelonderzoek Nederland, onderdeel van Vogelbescherming Nederland. Volgens het rapport is het noodzakelijk natuurgebieden te vergroten.

    Vooral soorten die afhankelijk zijn van een specifieke omgeving, zoals heidevogels en duin- en kustvogels, hebben het moeilijk. Ook boerenlandvogels zijn gebaat bij uitbreiding en verbetering van reservaten, schrijven de onderzoekers.

    In totaal komt bijna zestig procent van de bedreigde soorten alleen nog voor in natuurreservaten. De kemphaan, velduil, draaihals, kuifleeuwerik en grauwe gors balanceren nog steeds op de rand van uitsterven. Volgens SOVON wijst alles erop dat zij over een tijdje uit Nederland zullen zijn verdwenen.

    Meer dan de helft van de vogels die op de rode lijst staan, komen voor op het boerenland. De afgelopen jaren is er weliswaar veel aandacht voor geweest, maar dat heeft weinig geholpen. Zowel het aantal vogels, als het aantal soorten daalt nog steeds. .

    Met sommige bedreigde vogels op de rode lijst gaat het daarentegen wel goed. De slechtvalk, groene specht en kerkuil maken een goede kans om de volgende keer van de rode lijst te kunnen worden geschrapt. De slechtvalk en de kerkuil profiteren van de vele nestkasten die natuurliefhebbers ophangen. Het aantal kerkuilen is sinds 1990 verdrievoudigd.

    Vogelbescherming Nederland heeft de overheid opgeroepen om natuurgebieden verder uit te breiden. Bescherming werkt, aldus de vereniging. ,,Soorten als de lepelaar, de zilverreiger en de purperreiger doen het goed dankzij het inrichten van natuurgebieden”, aldus Hans Peeters van Vogelbescherming Nederland.

    Naast het uitbreiden van natuurgebieden, pleit de Vogelbescherming ook voor betere bescherming van weide- en akkervogels op het boerenland.

    Bron: Nederlands Dagblad, 20 augustus 2008
    http://www.nd.nl/artikelen/2008/augustus/20/meer-natuur-kan-vogelsoorten-redden

  • De grauwe gors is feitelijk uitgestorven in Nederland

    De grauwe gors Miliaria calandra is feitelijk uitgestorven in Nederland. De vogel, die vroeger vaste gast was op akkergebieden en hooilanden, wordt nu eigenlijk alleen nog ’s winters in groepen waargenomen. En dan vooral op de zogeheten hamsterakkers waar langer gewassen staan om het de in Limburg levende hamsters naar de zin te maken. Tot die slotsom komt Sovon Vogelonderzoek Nederland.

    De grauwe gors Miliaria calandra is feitelijk uitgestorven in Nederland. De vogel, die vroeger vaste gast was op akkergebieden en hooilanden, wordt nu eigenlijk alleen nog ’s winters in groepen waargenomen. En dan vooral op de zogeheten hamsterakkers waar langer gewassen staan om het de in Limburg levende hamsters naar de zin te maken. Tot die slotsom komt Sovon Vogelonderzoek Nederland.

    De grauwe gors, een grote vinkachtige, vestigde overigens niet de aandacht op zich met een opvallend verenkleed, maar door zijn gezang dat zich volgens kenners het beste laat vergelijken met een rammelende sleutelbos.

    Werden er eind jaren zeventig nog meer dan duizend broedparen geteld, sinds 2005 werden dat er minder dan tien paar. Dit jaar kreeg Sovon Vogelonderzoek maar een melding. ,,Dit was bovendien een ongepaarde vogel, dus we kunnen aannemen dat de soort in feite als uitgestorven is te beschouwen in ons land”, meldt Sovon.

    Niet alleen in Nederland heeft de grauwe gors het moeilijk, ook in de rest van Europa is een achteruitgang te zien. De terugloop heeft te maken met de manieren waarop tegenwoordig akkers worden bewerkt. Sovon verklaart: ,,Moderne oogstmethoden zijn zo efficiënt dat er voor de vogels niets te halen valt. Waarschijnlijk heeft dat onmiddellijk gevolgen voor hun overlevingskansen in de winter.”

    Maandag maken internationale vogelbeschermingsorganisaties de laatste cijfers bekend over de boerenlandvogels. Vooruitlopend daarop buigen Nederlandse vogelliefhebbers zich zaterdag over mogelijkheden het tij te keren. Want de ortolaan ging de grauwe gans al voor en ook de patrijs en veldleeuwerik hebben het zwaar. Sovon Vogelonderzoek denkt dat het zou helpen als de Europese maatregel die boeren niet langer oplegt een deel van hun akkers braak te leggen, zou worden heroverwogen.

    Bron: De Pers, 26 november 2008
    http://www.depers.nl/wetenschap/264757/Grauwe-gors-alleen-s-winters-in-het-land.html

  • Met uitsterven bedreigde vogels zijn in Nederland steeds afhankelijker van natuurgebieden

    Met uitsterven bedreigde vogels zijn in Nederland steeds afhankelijker van natuurgebieden

    Met uitsterven bedreigde vogels zijn in Nederland steeds afhankelijker van natuurgebieden. 60 procent van de zogenaamde Rode Lijstsoorten komt alleen nog voor in natuurgebieden. Zelfs weidevogels voelen zich daar beter thuis dan op het boerenland. Dit blijkt uit Vogelbalans 2008, de jaarlijkse indicator van de vogelstand in Nederland, opgesteld door SOVON, Vogelonderzoek Nederland. Bijna de helft van de Rode Lijstsoorten blijft, sinds de eerste publicatie van de lijst in 2004 afnemen, aldus SOVON. Soorten als de kemphaan Philomachus pugnax, de velduil Asio flammeus, de draaihals Jynx torquilla, de kuifleeuwerik Galerida cristata en de grauwe gors Miliaria calandra balanceren net als vorig jaar op de rand van uitsterven.

    Met uitsterven bedreigde vogels zijn in Nederland steeds afhankelijker van natuurgebieden. 60 procent van de zogenaamde Rode Lijstsoorten komt alleen nog voor in natuurgebieden. Zelfs weidevogels voelen zich daar beter thuis dan op het boerenland. Dit blijkt uit Vogelbalans 2008, de jaarlijkse indicator van de vogelstand in Nederland, opgesteld door SOVON, Vogelonderzoek Nederland. Bijna de helft van de Rode Lijstsoorten blijft, sinds de eerste publicatie van de lijst in 2004 afnemen, aldus SOVON. Soorten als de kemphaan Philomachus pugnax, de velduil Asio flammeus, de draaihals Jynx torquilla, de kuifleeuwerik Galerida cristata en de grauwe gors Miliaria calandra balanceren net als vorig jaar op de rand van uitsterven.

    Het blijft vooral slecht gaan met boerenlandvogels. De aantallen broedparen van de grutto Limosa limosa, de kievit Vanellus vanellus, de scholekster Haematopus ostralegus, de tureluur Tringa totanus en de veldleeuwerik Alauda arvensis lopen nog altijd hard achteruit, ondanks jarenlange subsidies aan boeren voor ‘agrarisch natuurbeheer’. ‘Ik vrees dat je moet concluderen dat al het geld en al die inspanningen niet tot resultaten hebben geleid’, aldus Ruud Foppen, hoofd onderzoek van SOVON.

    Het gaat niet overal slecht. Met bijzondere broedvogels in het netwerk van Natura 2000-gebieden gaat het zelfs goed. Moerasvogels als de lepelaar Platalea leucorodia, de purperreiger Ardea purpurea en de roerdomp Botaurus stellaris profiteren van hun beschermde status. De purperreiger doet het ook beter vanwege enkele nattere winters in de Sahel.

    De lepelaar heeft veel baat bij de toename van de hoeveelheid voedsel (stekelbaarsjes) in poldersloten. Van de 13 soorten die in het ‘Beschermingsplan Moerasvogels’ worden genoemd, nemen er nog slechts drie in aantal af: de blauwe kiekendief, de grote karekiet en de baardman. Foppen: ‘Hier en daar gaat het beter. Het is dus mogelijk om voor bepaalde soorten de negatieve tendens om te keren.’

    Incidenteel zijn er nog meer succesjes, zo blijkt uit de Vogelbalans. De slechtvalk, groene specht Picus viridis en kerkuil Tyto alba maken een goede kans om van de volgende Rode Lijst te worden afgevoerd. De kerkuil en de slechtvalk profiteren van de vele nestkasten die door vrijwilligers worden opgehangen. En ook de kwartelkoning Crex crex lijkt te profiteren van beschermingsmaatregelen in natuurgebieden. Daar staat tegenover dat het met veel wad- en watervogels blijvend slecht gaat.

    Vooral onder broedvogels is het beeld weinig rooskleurig. De stand van de blauwe kiekendief Circus cyaneus, de kluut Recurvirostra avosetta, de velduil Asio flammeus, de noordse stern Sterna paradisaea en de tapuit Oenanthe oenanthe bevindt zich op een dieptepunt. De topper Aythya marila en de scholekster Haematopus ostralegus hebben het moeilijk vanwege een gebrek aan schelpdieren.

    De gegevens van SOVON zijn niet allemaal even recent. Soms dateren de laatst verwerkte tellingen uit 2006. Maar wat betreft stadsvogels zijn de gegevens juist extreem actueel, dankzij het in 2007 gestarte Meetnet Urbane Soorten (MUS), een monitoringproject waarin het aantal stadsvogels in 400 gebieden wordt geteld door vogelaars.

    Belangrijkste conclusie over dit voorjaar (2008): met de huismus Passer domesticus blijft het slecht gaan (-6 procent), vanwege almaar minder nestgelegenheid en vanwege een gebrek aan voedsel in stadstuinen. Daar staat tegenover dat steeds meer bosvogels – de groenling Carduelis chloris (+7 procent) en de winterkoning Troglodytes troglodytes (+9 procent) – zich in de stad vestigen.

    Nog een recente ontwikkelingen: dit voorjaar werd voor het eerst in dertig jaar een broedgeval van de ruigpootuil Aegolius funereus vastgesteld.

    Bron: De Volkskrant, 21 augustus 2008
    http://www.volkskrant.nl/binnenland/article1057977.ece/Subsidies_helpen_de_weidevogel_niet

    Lees ook een artikel in Trouw van 23 mei 2008
    http://www.trouw.nl/groen/article1728047.ece/Behoud_weidevogels_is_kwestie_van_kiezen.html

  • Kamervragen over het falen van de subsidies voor agrarisch natuurbeheer

    Subsidies helpen de weidevogel niet. De kemphaan Philomachus pugnax, de draaihals Jynx torquilla, de kuifleeuwerik Galerida cristata en de grauwe gors Miliaria calandra balanceren op de rand van uitsterven. Vragen van Marianne Thieme en de antwoorden van de regering. Thieme vraagt o.a. “Deelt u de conclusie dat soorten als de kemphaan, de draaihals, de velduil, de kuifleeuwerik en de grauwe gors in ons land op de rand van uitsterven balanceren?Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u voornemens maatregelen te treffen om de habitat van deze soorten te verbeteren? Het antwoord van de regering: “De genoemde soorten staan op de Rode Lijst voor Vogels in de categorie ‘Ernstig Bedreigd’. Op 12 oktober 2007 is de nieuwe strategie voor het soortenbeleid aangeboden aan de Tweede Kamer: “De leefgebiedenbenadering. Een nieuwe beleidsstrategie voor soorten”. Voor de leefgebiedenbenadering is een soortenlijst opgesteld van ruim 300 sterk bedreigde of internationaal beschermde dier- en plantensoorten. De kemphaan, de draaihals, de velduil en de grauwe gors staan op deze lijst vermeld. De kuifleeuwerik heeft een voorkeur voor stedelijk gebied. Specifieke maatregelen voor deze soort zijn niet goed mogelijk”

    Subsidies helpen de weidevogel niet. De kemphaan Philomachus pugnax, de draaihals Jynx torquilla, de kuifleeuwerik Galerida cristata en de grauwe gors Miliaria calandra balanceren op de rand van uitsterven. Vragen van Marianne Thieme en de antwoorden van de regering. Thieme vraagt o.a. “Deelt u de conclusie dat soorten als de kemphaan, de draaihals, de velduil, de kuifleeuwerik en de grauwe gors in ons land op de rand van uitsterven balanceren?Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u voornemens maatregelen te treffen om de habitat van deze soorten te verbeteren? Het antwoord van de regering: “De genoemde soorten staan op de Rode Lijst voor Vogels in de categorie ‘Ernstig Bedreigd’. Op 12 oktober 2007 is de nieuwe strategie voor het soortenbeleid aangeboden aan de Tweede Kamer: “De leefgebiedenbenadering. Een nieuwe beleidsstrategie voor soorten”. Voor de leefgebiedenbenadering is een soortenlijst opgesteld van ruim 300 sterk bedreigde of internationaal beschermde dier- en plantensoorten. De kemphaan, de draaihals, de velduil en de grauwe gors staan op deze lijst vermeld. De kuifleeuwerik heeft een voorkeur voor stedelijk gebied. Specifieke maatregelen voor deze soort zijn niet goed mogelijk”

    Geachte Voorzitter,

    Hierbij stuur ik u het antwoord op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over het falen van de subsidies voor agrarisch natuurbeheer.

    Kent u het bericht “Subsidies helpen de weidevogel niet”?

    Ja.

    Deelt u de conclusie dat soorten als de kemphaan, de draaihals, de velduil, de kuif¬leeuwerik en de grauwe gors in ons land op de rand van uitsterven balanceren?Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u voornemens maatregelen te treffen om de habitat van deze soorten te verbeteren?

    De genoemde soorten staan op de Rode Lijst voor Vogels in de categorie ‘Ernstig Bedreigd’.
    Op 12 oktober 2007 is de nieuwe strategie voor het soortenbeleid aangeboden aan de Tweede Kamer: “De leefgebiedenbenadering. Een nieuwe beleidsstrategie voor soorten”. Voor de leefgebiedenbenadering is een soortenlijst opgesteld van ruim 300 sterk bedreigde of internationaal beschermde dier- en plantensoorten. De kemphaan, de draaihals, de velduil en de grauwe gors staan op deze lijst vermeld. De kuifleeuwerik heeft een voorkeur voor stedelijk gebied. Specifieke maatregelen voor deze soort zijn niet goed mogelijk (zie ook www.vogelbescherming.nl).

    Deelt u de conclusie dat agrarisch natuurbeheer niet tot de gewenste resultaten heeft geleid waar het gaat om verbetering van de positie van boerenlandvogels als de grutto, de kievit, de tureluur, de veldleeuwerik en de scholekster? Zo ja, bent u voornemens de inzet van subsidies ten aanzien van agrarisch natuurbeheer (versneld) te evalueren en deze afhankelijk van de uitkomsten van een dergelijke evaluatie te heroverwegen? Zo neen, waarom niet?

    Ik deel uw conclusie dat de resultaten van agrarisch natuurbeheer waar het gaat om verbetering van de positie van boerenlandvogels, achterblijven. In 2006 is het project het Weidevogelverbond gestart om met de betrokken partijen de effectiviteit van het beheer te verbeteren. Per 1 januari 2007 is het instrument agrarisch natuurbeheer overgegaan in handen van de provincies. Zij werken momenteel aan een nieuw subsidiestelsel voor agrarisch natuurbeheer. Voor dit nieuwe stelsel zijn uitgangspunten dat het stelsel eenvoudiger in gebruik moet worden en effectiever voor de natuur. Gezien deze ontwikkelingen ben ik niet voornemens om de inzet van subsidies ten aanzien van agrarisch natuurbeheer nu te evalueren.

    Deelt u de conclusie dat het slecht gaat met de huismus in stedelijke gebieden? Zo ja, bent u bereid verbetering van het aantal nestelgelegenheden voor deze soort in stedelijk gebied te bevorderen? Zo neen, waarom niet?

    Ondanks de daling van het aantal broedparen is de huismus, na de merel, nog altijd
    de meest algemene broedvogel in Nederland. Maatregelen van rijkswege zijn niet aan de orde.

    Is het waar dat de ontwikkeling van zeldzame vogelsoorten in Natura 2000-gebieden aanmerkelijk beter te noemen is dan in landbouwgebieden? Zo ja, vormt die constatering voor u aanleiding meer prioriteit te geven aan het aanwijzen en verwerven van natuurgebieden op (voormalige) landbouwgronden en de verwerving van natuurgebieden door natuurbeschermingsorganisaties te stimuleren? Zo neen, waarom niet?

    In Natura 2000-gebieden gaat het inderdaad beter met de vogelstand dan in landbouwgebieden. De regie voor het nog te realiseren deel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) ligt bij de provincies. De provincies werken op dit moment aan de verbetering van het weidevogelbeheer, in het kader van het nieuwe subsidiestelsel voor agrarisch natuurbeheer.

    Kunt u aangeven op welke specifieke gronden een subsidie voor agrarisch natuurbeheer verstrekt wordt aan het Koninklijk Huis, c.q. het Kroondomein? Op welke vorm van agrarisch natuurbeheer heeft de subsidie betrekking, op welk deel van het terrein en wat kunt u zeggen over de resultaten van dit agrarisch natuurbeheer?

    De subsidie ten behoeve van het Kroondomein wordt verstrekt onder dezelfde voorwaarden als andere subsidies die verstrekt worden onder de (provinciale) subsidieregeling agrarisch natuurbeheer. In het Aanhangsel van Handelingen, nr. 717, vergaderjaar 2007-2008 is de Kamer reeds geïnformeerd over de verstrekte subsidies door het ministerie van LNV aan het Kroondomein. De controle op resultaten van subsidies die worden verstrekt in het kader van de (provinciale) subsidieregeling agrarisch natuurbeheer worden verricht als omschreven in deze regeling, en conform de uitvoeringsverordening (EG) 1974/2006 en controleverordening (EG) 1975/2006 voor steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling.

    DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
    VOEDSELKWALITEIT

    G. Verburg

    Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal, Vergaderjaar 2008-2009
    http://parlis.nl/pdf/kamervragen/KVR33441.pdf

  • Environmental Fate of Imidacloprid

    Environmental Fate of Imidacloprid

    There are concerns regarding the long-term environmental fate and environmental persistence of the widely used insecticide imidacloprid. The 2005 sales figures for insecticides in Germany show not only that imidacloprid is one of the most widely used active ingredients, but also that this compound is more toxic to honey bees, more persistent in soil with a higher leachability than most other insecticides used in that country. The neonicotinoid insecticides clothianidine and thiomethoxam have similarly unfavourable properties.

    There are concerns regarding the long-term environmental fate and environmental persistence of the widely used insecticide imidacloprid. The 2005 sales figures for insecticides in Germany show not only that imidacloprid is one of the most widely used active ingredients, but also that this compound is more toxic to honey bees, more persistent in soil with a higher leachability than most other insecticides used in that country. The neonicotinoid insecticides clothianidine and thiomethoxam have similarly unfavourable properties.

    Download information on the environmental fate of imidacloprid:
    http://www.cdpr.ca.gov/docs/emon/pubs/fatememo/imid.pdf
    http://npic.orst.edu/factsheets/imidacloprid.pdf
    http://ceqg-rcqe.ccme.ca/download/en/187/
    http://www.ccme.ca/assets/pdf/imidacloprid_ssd_1388.pdf

    2005 Insecticide sales (in tonnes) for Germany, honey bee LD50 (in nanogram, ng) in parentheses:

    Dimethoate: 100 – 250 (120 ng, contact), non-persistent in soil, low leachability;
    Methiocarb: 100 – 250 (230 ng, contact), non-persistent in soil, low leachability;
    Imidacloprid: 25 – 100 (3,7 ng, oral), persistent in soil, high leachability;
    Methamidophos: 25 – 100 (220 ng, oral), non-persistent in soil, transition state leachability;
    lambda-Cyhalothrin: 25 – 100 (38 ng, contact), non-persistent in soil, low leachability;
    Pirimicarb: 10 – 25 (4.000 ng, oral), moderately persistent in soil, transition state leachability;
    Alpha-Cypermethrin: 10 – 25 (33 ng, contact), moderately persistent in soil, low leachability;
    Beta-Cyfluthrin: 10 – 25 (1 ng, contact), non-persistent in soil, low leachability;
    Delthamethrin: 2,5 – 10 (1,5 ng, contact), non-persistent in soil, low leachability;
    Clothianidine: 2,5 – 10 (4 ng, oral), very persistent in soil, high leachability;
    Thiacloprid: 2,5 – 10 (17.320 ng, oral), non-persistent in soil, low leachability;
    Thiamethoxam : 2,5 – 10 (5 ng, oral), moderately persistent in soil, high leachability;
    Dichlorvos: 2,5 – 10 (290 ng, oral), non-persistent in soil, low leachability;
    Chlorfenvinphos: 2,5 – 10 (550 ng, oral), moderately persistent in soil, transition state leachability;
    Pirimiphos-methyl: 2,5 – 10 (› 220 ng, oral), moderately persistent in soil, low leachability;
    Fenoxycarb: 2,5 – 10 (› 204.000 ng, contact), non-persistent in soil, low leachability;,
    Carbosulfan: 2,5 – 10 (180 ng, oral), non-persistent in soil, low leachability;
    Tefluthrin: 2,5 – 10 (280 ng, oral), moderately persistent in soil, low leachability;
    zeta-Cypermethrin: 2,5 – 10 (2 ng, contact), moderately persistent in soil, low leachability;
    Chlorpyrifos: less than 1,0 (59 ng, contact), moderately persistent in soil, low leachability;
    Lambda-Cyhalothrin: less than 1,0 (38 ng, contact), non-persistent in soil, low leachability.

    Source:
    http://www.bvl.bund.de/cln_027/nn_1248996/DE/04__Pflanzenschutzmittel/00…

    Pesticide properties from IUPAC FOOTPRINT Pesticides Properties database:
    http://sitem.herts.ac.uk/aeru/iupac/index.htm

  • Sterke afname van vlinders in Nederland en Vlaanderen – West-Nederland opvallend arm aan vlinders

    Sterke afname van vlinders in Nederland en Vlaanderen – West-Nederland opvallend arm aan vlinders

    In Nederland was het aantal dagvlinders nog nooit zo laag als in 2008. Op een gemiddelde algemene route werden nog geen 480 vlinders geteld. In het topjaar 1995 waren dat er meer dan 1000, in 2007 nog bijna 570. Buiten de duinen is West-Nederland opvallend arm aan vlinders. Maar de laatste tien jaar zien we in de duinen eveneens een sterke achteruitgang. Ook de aantallen nachtvlinders zijn in dertig jaar met een derde afgenomen en tweederde van de soorten gaat achteruit. In het Groene Hart zijn enkele soorten als de aardbeivlinder, zilveren maan en parelmoervlinder al uitgestorven. Ook in Vlaanderen is sprake van sterke achteruitgang. Antwerpen heeft, net als Oost-Vlaanderen, niet minder dan 35% van zijn oorspronkelijke dagvlinderfauna verloren. In Vlaams-Brabant (inclusief Brussel) is 44% van de soorten verdwenen, in West-Vlaanderen 29% en in Limburg 25%.

    Sinds 1994 wordt het insecticide imidacloprid in toenemende mate gebruikt in de Nederlandse land- en tuinbouw, met een zware belasting van het oppervlaktewater met dit insecticide als gevolg, vooral in West-Nederland, waardoor het gif zich in het milieu kan verspreiden en daarmee een toegevoegde bedreiging voor niet-doelwit insecten (zoals bijen en vlinders) vormt. Een causaal verband tussen de neergang van vlinders en het toenemende gebruik van imidacloprid kan niet worden uitgesloten.

    In Nederland was het aantal dagvlinders nog nooit zo laag als in 2008. Op een gemiddelde algemene route werden nog geen 480 vlinders geteld. In het topjaar 1995 waren dat er meer dan 1000, in 2007 nog bijna 570. Buiten de duinen is West-Nederland opvallend arm aan vlinders. Maar de laatste tien jaar zien we in de duinen eveneens een sterke achteruitgang. Ook de aantallen nachtvlinders zijn in dertig jaar met een derde afgenomen en tweederde van de soorten gaat achteruit. In het Groene Hart zijn enkele soorten als de aardbeivlinder, zilveren maan en parelmoervlinder al uitgestorven. Ook in Vlaanderen is sprake van sterke achteruitgang. Antwerpen heeft, net als Oost-Vlaanderen, niet minder dan 35% van zijn oorspronkelijke dagvlinderfauna verloren. In Vlaams-Brabant (inclusief Brussel) is 44% van de soorten verdwenen, in West-Vlaanderen 29% en in Limburg 25%.

    Sinds 1994 wordt het insecticide imidacloprid in toenemende mate gebruikt in de Nederlandse land- en tuinbouw, met een zware belasting van het oppervlaktewater met dit insecticide als gevolg, vooral in West-Nederland, waardoor het gif zich in het milieu kan verspreiden en daarmee een toegevoegde bedreiging voor niet-doelwit insecten (zoals bijen en vlinders) vormt. Een causaal verband tussen de neergang van vlinders en het toenemende gebruik van imidacloprid kan niet worden uitgesloten.

    We hadden 71 soorten, waarvan 17 soorten inmiddels zijn verdwenen uit Nederland. We hebben nu 54 soorten, waarvan 31 soorten worden bedreigd of kwetsbaar zijn. Vanaf 1992 houden honderden vrijwilligers van De Vlinderstichting jaarlijks de vlinderstand bij. De resultaten maken ons helaas niet blij, want van de vijftig soorten die binnen het ­Landelijk Meetnet Vlinders worden bijgehouden laten zevenentwintig een achteruitgang zien. In 2004 vertoonden acht soorten een trend sinds 1992 die een achteruitgang te zien geeft die sterker is dan 50% in vijf jaar (kleine ijsvogelvlinder Limenitis camilla, spiegeldikkopje Heteropterus morpheus, duinparelmoervlinder Argynnis niobe, bruine eikenpage Satyrium ilicis, donker pimpernelblauwtje Phengaris nausithous, veenbesparelmoervlinder Boloria aquilonaris, veenbesblauwtje Plebejus optilete, kleine heivlinder Hipparchia statilinus). Zeven soorten vertoonden van 1999-2004 tenminste één keer een populatiegrootte dat in dat jaar slechts 10% was van die in 1992 (spiegeldikkopje, bruine eikenpage, kleine ijsvogelvlinder, duinparelmoervlinder, grote parelmoervlinder Argynnis aglaja, argusvlinder Lasiommata megera, kleine heivlinder). Het gaat slecht met de dagvlinders in het Groene Hart. ,,Hier zitten minder vlinders dan op heel veel andere plekken in Nederland,’’ constateert Kars Veling van de Vlinderstichting. Enkele soorten als de aardbeivlinder Pyrgus malvae, zilveren maan Boloria selene en parelmoervlinder Argynnis aglaja zijn zelfs in dit gebied al uitgestorven.

    Sinds 1994 wordt het voor insecten zeer giftige insecticide imidacloprid in toenemende mate gebruikt in de Nederlandse land- en tuinbouw, met een zware belasting van het oppervlaktewater met dit insecticide als gevolg, vooral in West-Nederland. Een verband tussen de neergang van dagvlinders en het toenemende gebruik van imidacloprid kan niet worden uitgesloten.

    In Antwerpen kwamen in de eerste helft van de 20ste eeuw 54 soorten standvlinders voor, momenteel zijn dat er nog 35. Negentien soorten (35%) zijn uit de provincie verdwenen. Antwerpen is met 35 soorten, na Limburg dat met 43 soorten de kroon spant, de op één na soortenrijkste Vlaamse provincie. Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen tellen momenteel respectievelijk 33, 32 en 29 soorten dagvlinders. Antwerpen heeft, net als Oost-Vlaanderen, niet minder dan 35% van zijn oorspronkelijke dagvlinderfauna verloren. Ter vergelijking: In Vlaams-Brabant (inclusief Brussel) is 44% van de soorten verdwenen, in West-Vlaanderen 29% en in Limburg 25%.

    De lijst van uitgestorven dagvlinders in Nederland:
    Aporia crataegi – Groot geaderd witje
    Argynnis paphia – Keizersmantel
    Boloria euphrosyne – Zilvervlek
    Brenthis ino – Purperstreepparelmoervlinder
    Coenonympha hero – Zilverstreephooibeestje
    Cupido minimus minimus – Dwergblauwtje
    Euphydryas aurinia aurinia – Moerasparelmoervlinder
    Leptidea reali – Verborgen boswitje
    Lycaena hippothoe hippothoe – Rode vuurvlinder
    Maculinea alcon arenaria – Duingentiaanblauwtje (1979)
    Maculinea arion – Tijmblauwtje
    Maculinea nausithous – Donker pimpernelblauwtje
    Maculinea teleius – Pimpernelblauwtje
    Melitaea diamina – Woudparelmoervlinder
    Nymphalis antiopa – Rouwmantel
    Plebeius idas idas – Vals heideblauwtje
    Polyommatus semiargus semiargus – Klaverblauwtje
    Thymelicus acteon acteon – Dwergdikkopje
    Spialia sertorius sertorius – Kalkgraslanddikkopje
    Lijst van uitgestorven dagvlinders in Vlaanderen:
    Aporia crataegi – Groot geaderd witje
    Argynnis adippe – Adippevlinder
    Argynnis aglaja – Grote parelmoervlinder
    Argynnis niobe – Duinparelmoervlinder
    Boloria euphrosyne – Zilvervlek
    Coenonympha hero – Zilverstreephooibeestje
    Erynnis tages – Bruin dikkopje
    Euphydryas aurinia – Moerasparelmoervlinder
    Hipparchia statilinus – Kleine heivlinder
    Limenitis populi – Grote ijsvogelvlinder
    Maculinea teleius – Pimpernelblauwtje
    Melitaea athalia – Bosparelmoervlinder
    Melitaea diamina – Woudparelmoervlinder
    Nymphalis antiopa – Rouwmantel
    Plebeius idas – Vals heideblauwtje
    Pyrgus armoricanus – Bretons spikkeldikkopje

    Vlinders zijn een belangrijke schakel in de natuur, niet alleen werken de rupsen enorme hoeveelheden planten weg maar ook vormen zij een belangrijke voedselbron voor veel andere dieren. Ook spelen vlinders een rol in de bestuiving van planten. Een vlinder heeft een buisvormige roltong die ook wel proboscis wordt genoemd. Met de tong wordt nectar uit de bloem opgezogen.

    Bronnen:
    Wikipedia:
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_uitgestorven_dieren_in_Nederland
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_uitgestorven_dieren_in_Vlaanderen
    Veranderingen in het Dagvlinderbestand van de Provincie Antwerpen
    http://www.provant.be/binaries/Jaarboek2001_Dagvlinderbestand%20van%20de…

    Natuurrapport 2003 – Toestand van de natuur in Vlaanderen – Cijfers voor het beleid
    http://www.inbo.be/docupload/2279.pdf

    Vlinders en libellen geteld: jaarverslag 2005 (Vlinderstichting, Wageningen & CBS, Voorburg):
    http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/5F70A31C-2FFB-4C29-A53B-16A6085C4A0A/0/20…

    Persbericht CBS (2002) – Vlinderstand naar nieuw dieptepunt:
    http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/A7AE163A-FF22-4F93-9691-7E6AD6550612/0/pb02n220.pdf

    Chris van Swaay, De Vlinderstichting, Wageningen (april 2004). Acuut bedreigde dagvlinders in Nederland
    http://www.vlindernet.nl/doc/dvs/pdf/VS2004023.pdf

    van Swaay CAM et al (2006) Hotspots Dagvlinder Biodiversiteit, Rapport VS2006.016, De Vlinderstichting, Wageningen
    http://www.wotnatuurenmilieu.wur.nl/NR/rdonlyres/11EA110D-8E41-4092-8802-9909A93B446A/24736/WOtwerkdocument31webversie.pdf

    De Vlinderstichting, Tien voor 12:
    http://www.tienvoor12.nu/index.php?id=208

    Het Algemeen Dagblad 07/10/08:
    http://www.boerenlandvogels.nl/node/71

    Meer informatie over vlinders:
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Vlinders

    Nederlandse Rode Lijst van Vlinders:
    http://www.2metdenatuur.nl/rodelijstvlinders.htm
    http://www.vlindernet.nl/doc/dvs/pdf/200608_De_nieuwe_Rode_Lijst_Dagvlinders.pdf

    Informatie over de sterke achteruitgang van de duinvlinders in de laatste 10 jaar:
    http://www.boerenlandvogels.nl/content/sterke-achteruitgang-van-de-duinvlinders-de-laatste-tien-jaar

    Libellen vlogen tientallen miljoenen jaren eerder rond op aarde dan vogels. Ze behoren tot de oudste insectensoorten. De oudste bekende libelle leefde ruim 300 miljoen jaar geleden. De libelle heeft twee onderorden: de echte libelle en de waterjuffer. Libellen worden met uitsterven bedreigd. Ze zijn gevoelig voor watervervuiling.

    Bronnen:
    Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie
    http://www.libellen.org/rodelyst.html
    Basisschool Floralaan, Eindhoven
    http://www.bs-floralaan.nl/paddenpoel/insect.html
    Belgische Rode Lijst van Libellen:
    http://www.inbo.be/docupload/2908.doc

    Informatie over de sterke achteruitgang van de nachtvlinders in de laatste decennia:
    http://www.boerenlandvogels.nl/content/sterke-achteruitgang-van-de-nachtvlinders-de-laatste-decennia

    Informatie over de sterke achteruitgang van graslandvlinders in Europa:
    http://www.natuurbericht.nl/?id=5331