Het jaar leverde het wetenschappelijke bewijs waarnaar deze site al sinds haar oprichting had verwezen. Onderzoekers van de Radboud Universiteit en Sovon Vogelonderzoek Nederland publiceerden in Nature dat vogelpopulaties sterker daalden in gebieden met hogere concentraties imidacloprid in het oppervlaktewater – onder meer bij de spreeuw en de boerenzwaluw. Het bewijs kwam echter niet zonder controverse: toxicoloog Henk Tennekes, die dit verband al in 2010 in eigen werk had beschreven, verweet de auteurs zijn publicaties genegeerd te hebben in hun 24 referenties – een verwijt dat onderzoeksleider Hans de Kroon van de hand wees, maar dat internationale wetenschappers als ‘misselijkmakend’ bestempelden.
Op het Binnenhof herhaalde zich intussen een inmiddels bekend patroon. In maart stemde een Kamermeerderheid voor een volledig Nederlands verbod op alle neonicotinoiden, nadat eerder onderzoek had aangetoond dat het bestaande EU-verbod slechts zo’n 20 procent van het Nederlandse gebruik raakte. Een maand later verklaarde het kabinet deze aangenomen motie juridisch niet uitvoerbaar. Pas in december, onder hernieuwde druk van een actieplan van de Partij voor de Dieren, beloofde staatssecretaris Dijksma opnieuw naar een verbod te kijken – dezelfde belofte die inmiddels voor het derde jaar op rij klonk.
Het grotere plaatje werd er niet vrolijker op: Britse onderzoekers berekenden dat Europa in dertig jaar 421 miljoen vogels had verloren, negentig procent daarvan gewone soorten als huismus, veldleeuwerik en spreeuw. Toch bewees het kabinet dat snel en besluitvaardig ingrijpen wel degelijk mogelijk was wanneer de wil er was: na gezondheidsklachten van omwonenden werd grondontsmetter metam-natrium per direct verboden – een besluit dat in schril contrast stond met het jarenlange uitstel rond de neonicotinoiden.