Vogelbescherming Nederland concludeerde in de Boerenlandvogelbalans 2020 dat de karakteristieke vogels van akkers en grasland sinds 1990 met gemiddeld 70 procent zijn afgenomen. Veldleeuwerik en grutto verloren respectievelijk 25 en 24 procent van hun verspreidingsgebied, terwijl soorten als kievit en patrijs het afgelopen decennium zelfs nog sneller achteruitgingen dan de rest van de groep. Enkele moerasgebonden soorten als watersnip en zomertaling laten een minder scherpe daling zien. Als hoofdoorzaak wijst het rapport op de intensivering van de landbouw, met als gevolg verdroging, vermesting en versnippering van het leefgebied — en roept op tot een fundamentele koerswijziging in het landbouwbeleid.