Boerenlandvogels – WP

Blog

  • Insectensterfte is de oorzaak van de neergang van de boerenlandvogels

    Op 24 september 2009 schreef Minister Verburg in een brief aan de Tweede Kamer dat zij van plan was de handhaving van milieu normen voor oppervlaktewater aan te scherpen, maar dat zij een verband tussen de normoverschrijdingen en bijensterfte niet bewezen achtte. De minister was niet bereid een moratorium op imidacloprid en soortgelijke middelen in te stellen op basis van de extreme normoverschrijdingen en wilde eerst het onderzoek naar bijenziekten en de oorzaken ervan intensiveren. Volgens toxicoloog Henk Tennekes zijn er intussen voldoende bewijzen dat in het overgrote deel van Nederland de zware belasting van het oppervlaktewater met insecticiden (imidacloprid, organofosfaten en carbamaten) een dodelijke bedreiging vormt voor insecten. Bijen, hommels, dagvlinders, libellen en waterjuffers dreigen daardoor uit te sterven in ons land. Alleen al de gemeten imidacloprid concentraties in het oppervlaktewater van de Randstad veroorzaken in laboratorium onderzoek binnen enkele dagen sterfte van honingbijen.

    (meer…)

  • De patrijs verdwijnt door insectenschaarste uit grote delen van Nederland

    Patrijzen Perdix perdix zijn standvogels van open agrarisch gebied, heidevelden en hoogvenen. Akkerland is het meest in trek. Tot ver in de 20e eeuw was de patrijs een algemene broedvogel, met een populatie van naar schatting enkele honderdduizenden broedparen. Vanaf de jaren vijftig wordt gesproken van een afname, die met name in de jaren zestig en zeventig schrikbarende vormen heeft aangenomen en welke nog steeds voortduurt. Rond 1975 bedroeg het totaal aantal broedparen minder dan 50.000 en begin jaren negentig was het verder geslonken tot 20.000-25.000 paar. Inmiddels kunnen we spreken van nog slechts 10.000 paren. Volgens de Vogelbescherming is de populatie sinds 1980 met 95% geslonken. De afname is het sterkst in het oosten en midden van het land. Het zuidwesten komt er relatief goed vanaf, al is ook hier sprake van een niet mis te verstane afname. Inmiddels is de patrijs uit grote delen van Nederland aan het verdwijnen. Ook in België, Luxemburg, Frankrijk, Engeland, Ierland, Duitsland, Zwitserland en Polen is de soort ernstig bedreigd (gegevens Birdlife International, zie bijlage).

    Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste weken louter van insekten en ander klein gedierte.

    (meer…)

  • Sterke afname van de boerenlandvogels sinds de zeventiger jaren

    Rond de eeuwwisseling werd een dramatische afname van populaties van vogels die met landbouw geassocieerd zijn vastgesteld te opzichte van de zeventiger jaren. Behalve diverse soorten weidevogels zijn sprekende voorbeelden onder andere Patrijs, Steenuil, Veldleeuwerik, Boerenzwaluw, Ringmus, Ortolaan en Grauwe Gors. Voor sommige soorten is deze afname dramatisch (meer dan 80%), vooral bij akkervogels. De Ortolaan en Grauwe Gors zijn inmiddels uitgestorven in Nederland en de Veldleeuwerik en Patrijs verliezen in razend tempo terrein.

    (meer…)

  • Sterke afname van weidevogels in Nederland sinds de invoering van imidacloprid

    Weidevogels namen in de periode 1990-2000 in het agrarisch gebied jaarlijks met 1.2% af. Sinds 2000 is die jaarlijkse afname bijna verviervoudigd (4.6%). Sinds 2000 vertonen alle 9 onderzochte soorten weidevogels (veldleeuwerik (Alauda arvensis), slobeend (Anas clypeata), gele kwikstaart (Motacilla flava), scholekster (Haematopus ostralegus), grutto (Limosa limosa), kievit (Vanellus vanellus), tureluur (Tringa totanus), graspieper (Anthus pratensis) en kuifeend (Aythya fuligula)) jaarlijks een afname in aantal. De veldleeuwerik is koploper in achteruitgang met een jaarlijkse afname van 9,2%. Vooral de ontwikkeling in de laagveengebieden van West-Nederland draagt hieraan bij (met een jaarlijkse afname van weidevogels van 13%).

    (meer…)

  • Lage insectenstand nekt de weidevogels

    Het aantal weidevogels in Nederland is opnieuw gedaald. Onder meer de grutto’s (skriezen) Limosa limosa en kieviten (ljippen) Vanellus vanellus zijn minder te zien. Dat blijkt uit een in 2007 gepubliceerd onderzoek van Wetlands International. Mogelijk ligt het aan de hoeveelheid voedsel die voor de vogels beschikbaar is. Zo sterven veel insecten, het menu van veel weidevogels, door het gebruik van pesticiden.

    (meer…)

  • De teloorgang van weidevogels in het Overijsselse boerenland

    Ondanks de inspanningen die de provincie Overijssel heeft gedaan blijkt uit tellingen in de polders en open gebieden dat de weidevogel het moeilijk heeft. Vooral voor de Grutto Limosa limosa is de situatie zorgwekkend. ‘Het aantal is in de afgelopen 15 jaar met tweederde afgenomen’, meldt de provincie.

    (meer…)

  • ‘Hervorm landbouwbeleid voor behoud vogelsoorten’

    Het EU-landbouwbeleid moet radicaal om, om de alarmerende daling van het aantal vogels op het platteland een halt toe te toeroepen. Dat meldt een nieuwe studie van de Europese Raad voor Vogeltelling (EBCC). Volgens dat onderzoek is de populatie van 33 soorten vogels op boerenland tussen 1980 en 2005 over heel Europa met 44 procent gedaald. De EBCC wijt dat aan intensieve landbouwmethoden, die bevorderd zouden worden door het EU-landbouwbeleid.
    (meer…)

  • Het gaat bar slecht met de spreeuw in Nederland

    Het gaat bar slecht met de spreeuw Sturnus vulgaris in Nederland. Het aantal dieren holt sinds de jaren negentig van de vorige eeuw achteruit.

    Belangrijkste oorzaak is vermoedelijk de afname van sappige weilanden, de voornaamste voedselbron voor de vogel.

    SOVON Vogelonderzoek uit Beek bij Nijmegen luidde in juli 2009 de noodklok voor de spreeuw. “Het doodnormale straatschoffie”, zoals de organisatie de zwartgespikkelde vogel noemt, was in ons land net zo bekend en algemeen voorkomend als de huismus. De mussenstand loopt al dertig jaar terug en nu gaan de spreeuwen dat algemeen bekende vogeltje achterna.

    (meer…)

  • Akkervogels verdwijnen door intensivering van de landbouw

    Intensivering van de landbouw heeft op Europese schaal geleid tot een afname van populaties van vogelsoorten die met landbouw geassocieerd zijn. Dit geldt zowel voor akkervogels als voor weidevogels. In de literatuur zijn de volgende componenten van intensivering met een negatief effect op akkervogels beschreven: 1. Een toename van het gebruik van meststoffen en pesticiden (eenvormige gewascultuur en minder insecten). 2. Het slechten van heggen, houtwallen, greppels en andere landschapselementen (gereduceerde habitat). 3. Vervanging van zomergranen door wintergranen en mais (afname aanbod graanstoppels in najaar en winter). 4. Ontmenging van akkerbouw en veeteelt, schaalvergroting en uniformering (minder gevarieerd aanbod aan habitats).

    (meer…)

  • Grauwe kiekendief van de ondergang gered

    Agrarisch natuurbeheer op perceelsniveau heeft niet zo veel zin. Je kunt het volgens Alterra-onderzoeker Paul Opdam beter op landschapsniveau toepassen. Het werk van Ben Koks van de Rijksuniversiteit Groningen en Sovon Vogel-onderzoek Nederland lijkt dat te bevestigen. In Oost-Groningen is mede dankzij zijn werk de grauwe kiekendief Circus pygargus van de ondergang gered.

    (meer…)