Boerenlandvogels – WP

Categorie: Niet gecategoriseerd

  • Neonicotinoïden vernietigen regenwormen

    Bestrijdingsmiddelen blijken in de bodem een al net zo desastreuze werking te hebben als daarboven. Eerder werd aangetoond dat de stoffen schadelijk zijn voor bijvoorbeeld bijen. Uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam blijkt dat deze middelen zeer giftig zijn voor organismen die in de bodem leven. Niet alleen voor insecten, maar ook voor regenwormen, wordt verteld in Vroege Vogels.

    Het gaat om zogeheten neonicotinoïden, gewasbeschermingsmiddelen op basis van nicotine. De Europese voedselveiligheidsautoriteit toonde vorig jaar al aan dat deze stoffen rechtstreeks schadelijk zijn voor bestuivers als wilde bijen, honingbijen en hommels.

    Kees van Gestel, al jaren bezig met bodemonderzoek, maar sinds kort hoogleraar Ecotoxicologie van Bodemecosystemen aan de Vrije Universiteit, heeft gekeken naar de gevolgen voor springstaarten en regenwormen.

    Springstaarten zijn kleine insecten die in de bodem leven. Van Gestel: “Niet zo heel gek dat insecticiden daarop van invloed zijn, insecten zijn immers het doelwit. Maar wat we totaal niet verwacht hadden is dat regenwormen bijna even gevoelig zijn als springstaarten. Bij de regenwormen zien we dat zowel de overleving als de voortplanting al bij kleine concentraties gif worden aangetast.”

    Regenwormen zijn onmisbaar voor de vruchtbaarheid van de bodem. De hoogleraar de situatie dan ook ‘dramatisch’. “Een bodem kan niet functioneren zonder regenwormen. De wormen hebben zo’n grote invloed op de bodemvruchtbaarheid, door zijn bijdrage aan de afbraak van het strooisel, het mengen van organisch materiaal. De regenworm zorgt voor doorluchting en doorlaatbaarheid van de bodem, ook belangrijk voor de afvoer van water. Een bodem zonder regenworm, dat is geen bodem.”

    Bron: NPO1, Vroege Vogels, 10-11-19
    https://www.nporadio1.nl/natuur-milieu/19858-giftige-bodem-desastreus-voor-regenwormen

  • Frankreich: Forscher finden Neonikotinoide im Rapsnektar

    Forscher haben im Nektar von Raps Rückstände von Neonikotinoiden gefunden. Es verdichteten sich die Hinweise, dass sich die Mittel lange in der Umwelt halten und auch weiträumig verbreiten können. Der Nektar von Raps kann offenbar weiterhin mit neonikotinoiden Wirkstoffen belastet sein, auch wenn für diese Kultur seit 2013 ein Anwendungsverbot gilt.

    Das legen Untersuchungen nahe, die jetzt von Wissenschaftlern des französischen Agrarforschungsinstitutes (INRA), des staatlichen Forschungszentrums (CNRS) und des Bieneninstitutes (ITSAP) veröffentlicht wurden. Die Forscher untersuchten nach Angaben des INRA über einen Zeitraum von fünf Jahren Rapsnektar auf Rückstände der neonikotinoiden Wirkstoffe Clothianidin, Imidacloprid und Thiamethoxam, deren Anwendung seit 2013 in für Honigbienen attraktiven Kulturen – und damit auch Raps – nicht mehr erlaubt ist. Alle drei Wirkstoffe konnten der Studie zufolge nachgewiesen werden.

    Insbesondere Imidacloprid sei jedes Jahr aufgetreten und in insgesamt 43 % der Proben sowie auf 48 % der Parzellen gefunden worden. Dabei sei im Untersuchungszeitraum kein Abwärtstrend zu verzeichnen gewesen, allerdings habe es eine starke Variation sowohl zwischen als auch innerhalb der Jahre gegeben. So wurde Imidacloprid 2016 laut INRA auf mehr als 90 % der Untersuchungsstandorte nachgewiesen; im Jahr zuvor seien es nur 5 % gewesen.

    Für Bienen können die Rückstände nach Einschätzung der Forscher ein signifikantes Risiko darstellen. Bei den in den Jahren 2014 und 2016 nachgewiesenen Wirkstoffkonzentrationen von Imidacloprid habe in 12 % der untersuchten Parzellen für Honigbienen ein Mortalitätsrisiko von 50 % bestanden. In den gleichen Jahren habe es auf 10 % bis 20 % der Parzellen ein vergleichbares Risiko für Hummeln und Wildbienen gegeben.

    Quelle: Top Agrar, 04.12.19
    https://www.topagrar.com/acker/news/frankreich-forscher-finden-neonikotinoide-im-rapsnektar-11929432.html

  • MEPs call for reduction in use of pesticides

    MEPs call on the Commission to beef up its Pollinators Initiative and to come up with new measures to protect bees and other pollinators. In a resolution adopted on Wednesday, Parliament welcomes the EU Pollinators Initiative, but highlights that, as it stands, it fails to protect bees and other pollinators from some of the many causes of their decline, including intensive farming, pesticides, climate change, land-use changes, loss of habitat and invasive species. As pollinators are essential for biodiversity, agriculture and reproduction in many plant species, MEPs urge the Commission to present a full-scale action programme with sufficient resources.

    To help further decrease pesticide residues in bee habitats, reducing the use of pesticides must become a key objective of the future Common Agricultural Policy (CAP), MEPs say. They also call for EU-wide mandatory reduction targets to be included in the upcoming revision of the Directive on the sustainable use of pesticides. Parliament finally demands more funds to support research into the causes of bee decline to protect the diversity of pollinator species. The resolution was adopted by show of hands.

    In April 2018, the EU agreed to fully ban the outdoor use of imidacloprid, clothianidin and thiamethoxam, known as neonicotinoids. However, several member states notified emergency exemptions regarding their use on their territory.
    After calls from Parliament and Council for action to protect bees and other pollinators, the Commission presented its Communication on the EU Pollinators Initiative on 1 June 2018.

    According to the Commission, around 84 % of crop species and 78 % of wild flower species in the EU alone depend, at least in part, on animal pollination. Up to almost EUR 15 billion of the EU’s annual agricultural output is directly attributed to insect pollinators.

    Source: European Parliament, 18 December 2019
    https://www.europarl.europa.eu/news/en/press-room/20191212IPR68921/bees-meps-call-for-reduction-in-use-of-pesticides-to-save-europe-s-bees

  • Neonicotinoids and bees: Despite EU moratorium, insecticides still detectable

    Since 2013, a European Union moratorium has restricted the application of three neonicotinoids to crops that attract bees because of the harmful effects they are deemed to have on these insects. Yet researchers have just demonstrated that residues of these insecticides can still be detected in rape nectar from 48% of the plots of studied fields, their concentrations varying greatly over the years.

    An assessment of the risk posed to bees, based on health agency models and parameters, has revealed that for two out of five years, at least 12% of the fields were sufficiently contaminated to kill 50% of the bees and bumblebees foraging on them.

    Journal Reference:
    Dimitry Wintermantel, Jean-François Odoux, Axel Decourtye, Mickaël Henry, Fabrice Allier, Vincent Bretagnolle. Neonicotinoid-induced mortality risk for bees foraging on oilseed rape nectar persists despite EU moratorium. Science of The Total Environment, 2019; 135400 DOI: 10.1016/j.scitotenv.2019.135400

    Source: Science Daily, November 27, 2019
    https://www.sciencedaily.com/releases/2019/11/191127121340.htm

  • Fipronil application on rice paddy fields eliminates dragonfly nymphs

    Several reports suggested that rice seedling nursery-box application of some systemic insecticides (neonicotinoids and fipronil) is the cause of the decline in dragonfly species noted since the 1990s in Japan. We conducted paddy mesocosm experiments to investigate the effect of the systemic insecticides clothianidin, fipronil and chlorantraniliprole on rice paddy field biological communities.

    Concentrations of all insecticides in the paddy water were reduced to the limit of detection within 3 months after application. However, residuals of these insecticides in the paddy soil were detected throughout the experimental period. Plankton species were affected by clothianidin and chlorantraniliprole right after the applications, but they recovered after the concentrations decreased. On the other hand, the effects of fipronil treatment, especially on Odonata, were larger than those of any other treatment. The number of adult dragonflies completing eclosion was severely decreased in the fipronil treatment.

    These results suggest that the accumulation of these insecticides in paddy soil reduces biodiversity by eliminating dragonfly nymphs, which occupy a high trophic level in paddy fields.

    Source: Atsushi Kasai, Takehiko I. Hayashi, Hitoshi Ohnishi, Kazutaka Suzuki, Daisuke Hayasaka & Koichi Goka
    Scientific Reports volume 6, Article number: 23055 (2016)

  • In 29 onderzochte kleine Europese beken werden sporen van 103 gewasbeschermingsmiddelen teruggevonden

    “Veel gewasbeschermingsmiddelen breken moeilijk af en daarom kan je ze nog jaren in de bodem van beken terugvinden.” Zo verklaart de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) de cocktail van pesticidenresiduen die gemeten werd in drie beken in landbouwgebied. Aan het onderzoek werkte VMM niet mee. Een Britse universiteit vergeleek in opdracht van Greenpeace de waterkwaliteit van 29 kleine Europese beken. De drie onderzochte Vlaamse beken, twee in West-Vlaanderen en één in Antwerpen, scoren goed op sporen van diergeneesmiddelen – die waren er niet – maar erg slecht op pesticidenresiduen. Nergens werden zoveel sporen van pesticiden gevonden als in de Harelbeek in Ledegem. Burgemeester Bart Dochy (CD&V) gaf Inagro de opdracht om dit verder uit te pluizen.

    Uit een vergelijkend onderzoek naar de waterkwaliteit van 29 kleine Europese beken komt de Harelbeek in Ledegem als meest vervuilde niet-bevaarbare waterloop. Boosdoener zijn de sporen van 70 verschillende soorten gewasbeschermingsmiddelen die teruggevonden worden. Nergens anders zijn dat er zoveel. De onderzoekers van de universiteit van Exeter, waar een onderzoekslabo van milieuorganisatie Greenpeace geïnstalleerd is, noteerden elke stof die ze konden vinden. De gevonden concentraties in de Harelbeek zijn meestal beperkt, behalve bij drie actieve stoffen waarvoor ze 20 keer hoger liggen dan de gehanteerde veiligheidsnorm. De stalen werden in juni vorig jaar genomen, bij ons en in negen andere EU-lidstaten.

    Verspreid over de 29 onderzochte beken werden sporen van 103 gewasbeschermingsmiddelen teruggevonden, meer onkruidbestrijdingsmiddelen dan fungiciden en insecticiden. In 13 van de 29 waterstalen werd voor minstens één actieve stof de Europese veiligheidslimiet overschreden. Bij overschrijdingen zijn neonicotinoïden meestal de boosdoeners, met name imidacloprid en clothianidin waarvan het gebruik reeds sterk aan banden is gelegd vanwege hun risico voor bijen.

    Bron: VILT, 12-04-19
    https://www.vilt.be/drie-vlaamse-beken-scoren-slecht-op-pesticidenresiduen

  • Imidacloprid led to a fishery collapse in Japan

    In May of 1993, rice farmers living near Lake Shinji, in southwestern Japan, began widely using an insecticide called imidacloprid. Within the same year, populations of arthropods that form the base of the food web, such as crustaceans and zooplankton, began to plummet. By the end of 1994, two commercially important fish that depend on these creatures for food, eel and smelt, crashed as well. And as the use of imidacloprid and other neonicotinoids has grown over the years, the fish have never recovered.

    These findings, from a paper published in Science in early November, are the first to show that neonicotinoids, a class of toxic insecticides that are the world’s most widely used, can seep into aquatic ecosystems and significantly disrupt fisheries, dramatically reducing their yields. What’s more, scientists think that Japan is not an isolated example, but rather a dramatic illustration of neonicotinoids’ potential to seriously harm aquatic ecosystems worldwide.

    Source: National Geographic, November 2019
    https://www.nationalgeographic.com/animals/2019/11/neonicotinoid-insecticides-cause-fish-declines-japan/

  • “Si las abejas desaparecieran de la tierra, al hombre sólo le quedarían cuatro años de vida”

    “Si las abejas desaparecieran de la tierra, al hombre sólo le quedarían cuatro años de vida; sin abejas no hay polinización, ni hierba, ni animales, ni hombres”. La contundente frase atribuida a Albert Einstein, muy poco propenso a predicciones apocalípticas, es actual en momentos en que ha desaparecido el 80 por ciento de las abejas silvestres y el 90 por ciento de las domésticas del mundo.

    Dos congresos de apicultores celebrados en Europa para tratar de entender y afrontar una situación para la que no estaban preparados, concluyó que dado que las abejas no han desaparecido del todo, los cuatro años de Einstein podrían estirarse hasta 20. Otros son un poco más generosos: 40 años para el mundo “como lo conocemos”. Después, un adiós sin flores.

    Pero la situación que afecta a más de 1.200 colmenas por una mortandad de abejas en el Valle de Traslasierra, preocupa a los productores y a la población en general, no sólo de la provincia de Córdoba sino de todo el país. El fenómeno sucedió en los últimos días y los apicultores no tienen aún respuestas sobre las causas.

    El problema afecta hasta ahora a una decena de familias dedicadas a la producción apícola en un radio de unos 30 kilómetros, cuyo centro se sitúa entre las localidades de La Paz y de Villa Dolores, cerca de la ruta nacional 148.

    Si bien el Servicio Nacional de Sanidad Animal (Senasa), desde su sede de Villa Dolores, investiga las causas, la primera especulación es que el fenómeno sería consecuencia de una fumigación indiscriminada que se habría producido en esa zona. Entre los apicultores, domina esa impresión.

    Los neonicotinoides son los insecticidas más usados en el mundo. La nicotina es un veneno potente que usa como defensa la planta del tabaco.

    Pero en la naturaleza es preciso que los pájaros y los insectos lleguen hasta la planta para sentir los efectos del veneno. Con la producción en gran escala de productos de efectos similares o más potentes, se ha multiplicado enormemente el riesgo, roto el equilibrio que la naturaleza alcanza por sí sola cuando no es perturbada por acciones humanas calculadas con el solo fin del lucro, presentadas como la cima de la racionalidad.

    Un informe de la American Bird Conservancy (ABC), de los Estados Unidos, advierte el peligro mundial con claridad: “Como parte de un estudio sobre los efectos del tipo de insecticidas más utilizado en el mundo, los neonicotinoides, la American Bird Conservancy (ABC) ha hecho un llamamiento a la prohibición de su uso para tratar semillas, así como para la suspensión de todas las solicitudes a la espera de una revisión independiente de los efectos de dichos productos en las aves, invertebrados terrestres o acuáticos y el resto de animales salvajes”.

    “Está claro que estos químicos tienen potencial para afectar a toda la cadena alimentaria. La persistencia en el ambiente de los neonicotinoides, su propensión a los vertidos e infiltraciones en las aguas subterráneas, así como su modo acumulativo y en gran medida irreversible de actuar en los invertebrados, plantea problemas ambientales significativos”.

    Un informe de 100 páginas encargado por la ABC al toxicólogo ambiental Pierre Mineau, revisa 200 estudios sobre los neonicotinoides. El informe evalúa el riesgo toxicológico para las aves y los sistemas acuáticos e incluye comparaciones extensas con otros pesticidas anteriores que han sido sustituidos por los neonicotinoides. La evaluación concluye que los neonicotinoides son letales para las aves y para los sistemas acuáticos de los que dependen.

    Source: Paralelo 32, 26 marzo 2018
    https://paralelo32.com.ar/si-las-abejas-desaparecieran-de-la-tierra-al-hombre-solo-le-quedarian-cuatro-anos-de-vida/

  • Rapport over gewasbeschermingsmiddelen: ‘telers en omwonenden lossen het niet op: overheid moet regie nemen’

    De discussie over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw ‘waait niet zomaar over’ en omwonenden en telers lossen het probleem niet samen op. De overheid moet daarom nu de regie nemen. Dat staat in een rapport, dat in opdracht van het ministerie van LNV en de provincies Drenthe en Overijssel is gemaakt.

    In opdracht van het ministerie van LNV en de provincies Drenthe en Overijssel, hebben Martha Buitenkamp en Marga Kool de afgelopen maanden de gewasbeschermingsmiddelenproblematiek onderzocht. De twee voerden hiervoor verkennende gesprekken met telers, georganiseerde en niet-georganiseerde omwonenden van bollenvelden, vertegenwoordigers van landbouworganisaties en andere (milieu)organisaties. Aan de hand van die gesprekken is nu het rapport ‘Uitgesproken’ gepresenteerd.

    In dertig gesprekken hebben betrokkenen zich uitgesproken over wat hen bezighoudt. De opvattingen bleken allemaal uitgesproken duidelijk én verschillend en een aantal personen en organisaties gaf aan inmiddels letterlijk te zijn uitgesproken. Duidelijk is wel geworden dat als het gaat om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, er brede zorg is bij zowel telers als bij al dan niet georganiseerde omwonenden. Bij de één bestaat er zorg over gezondheid, biodiversiteit, landschap, natuur, bij de ander over het voortbestaan van het eigen bedrijf. Bij alle partijen is er zorg over de verdeeldheid, als gevolg daarvan, tussen de verschillende groepen in eigen gemeenschap.

    ‘Die zorgen waaien niet over of waaieren zelfs uit naar andere gebieden en teelten. Vanwege de heftigheid en de emotionele geladenheid van de discussie, vormen de meningsverschillen een (potentiële) splijtzwam binnen plattelandsgemeenschappen in Drenthe en Overijssel’, zo is in het rapport te lezen.

    Omwonenden en telers lossen volgens Buitenkamp en Kool de problemen niet samen op. ‘De gezamenlijke overheden zijn aan zet. Die moeten een helder en consistent beleid opstellen en maatregelen nemen op het snijpunt van landbouw, volksgezondheid en ruimtelijke ordening. Dit moet gepaard gaan met een grote aandacht voor de onderlinge verhoudingen (welzijn, leefbaarheid en samenlevingsopbouw) op het platteland.’
    Positief

    De Westerveldse actiegroep Meten=Weten die zich ernstige zorgen maakt over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de Westerveldse landbouw, is positief over het door Buitenkamp en Kool opgestelde rapport. ‘Er is goed geluisterd en zonder enige rangorde in de verschillende meningen aan te brengen, worden zinnige suggesties gedaan. We zijn het eens met hun constatering dat de discussie ‘niet overwaait’ en dat burgers en telers dit niet samen kunnen oplossen: de overheid is aan zet.’

    Volgens Meten = Weten worden in het rapport handvatten aangedragen die duidelijke kenmerken hebben van wat Meten = Weten de overheden al heeft gevraagd/gesuggereerd. De actiegroep heeft het dan onder meer over de toelating van bestrijdingsmiddelen.

    ‘Ook wij hebben aangedrongen om rekening te houden met stapeling van middelen, stressfactoren en effecten op kwetsbare groepen (ongeborenen en zeer jonge kinderen). Verder worden in het kielzog hiervan handvatten gegeven voor de lagere overheden. Deze handvatten zijn nog nergens concreet en het zal nog een hele tour worden om dat bevredigend in te vullen’, zo laat Meten = Weten weten.

    Volgens de actiegroep is een integrale benadering van landbouw, volksgezondheid en ruimtelijke ordening zoals dat in het rapport staat, inderdaad noodzakelijk om een leefbaar platteland te realiseren. ‘Het zal duidelijk zijn dat de overheden hier bewust in moeten investeren. Via menskracht én geld. Nu gaat het er om of de overheden inderdaad de regie gaan nemen en stappen zetten.’

    Bron: Dagblad v/h Noorden, 30-10-19
    ttps://www.dvhn.nl/drenthe/westerveld/Rapport-over-gewasbeschermingsmiddelen-‘telers-en-omwonenden-lossen-het-niet-op-overheid-moet-regie-nemen’-24970409.html

  • Bat Population Decline In Connecticut Since Mid-2000s ‘Astonishing’

    One of the most iconic Halloween symbols has been suffering a severe population drop for more than a decade, officials from the the Connecticut Deprtment of Energy and Environemntal Protection said Monday.

    What’s normal Across Connecticut is that bats are on the move with three species of tree bats moving south for the winter and while the six cave bat species moving “shorter distances,” where they will spend the winter hibernating, DEEP officials said.

    What’s not so normal, DEEP officials added, is that populations of hibernating bats in Connecticut and across North America have suffered astonishing losses since 2006. The disease known as white-nose syndrome, or WNS, has killed “millions” of bats across 33 states and seven Canadian provinces. WNS is caused by a cold-loving fungus that thrives in caves and mines, and which grows on the muzzle and wings of bats, fatally disrupting their hibernation. The resulting death toll highlights one of “the most serious conservation challenges we face,” deep officials said. “It is especially frightening, given the environmental and economic value of bats,” added.

    In Connecticut, the six species most effected by WNS include the big brown, little brown, northern long-eared, tri-colored, eastern small-footed and Indiana bats, axccording to DEEP officials. They added all of these species, except the big brown bat, are now listed as endangered under the Connecticut Endangered Species Act.

    Due to WNS, the decline of the northern long-eared bat has been so severe it was listed by the U.S. Fish and Wildlife Service as federally threatened, according to the DEEP. The Indiana bat, federally listed since 1967, was on the brink of recovery prior to WNS and the species is again in “serious decline,” DEEP officials said.

    Source: Patch, Oct 29, 2019
    https://patch.com/connecticut/manchester/ct-deep-bat-population-decline-early-2000s-astonishing